Een rustige plek voor een pauze | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a hallway, two adults find a quiet bench and sit together for a short break..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een rustige plek voor een pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Où pouvons-nous faire une pause ?

oe poevon-noe feer uun pooz Waar kunnen we pauze houden?
B

Il y a un endroit calme dans le couloir.

iel jaa un an-droa kalm dan le koe-loe-waar Er is een rustige plek in de gang.
A

Est-ce qu'il y a un banc là-bas ?

es kuh iel jaa un bang laa-baa Staat daar een bank?
B

Il y en a un près du mur.

iel ian aa un pree duh muur Er staat er een bij de muur.
A

Je veux m'asseoir et me reposer.

zje vuh ma-swaar ee muh ruh-poo-zee Ik wil zitten en uitrusten.
B

Asseyons-nous là ensemble.

a-see-jon-noe laa an-sanbl Laten we daar samen zitten.
A

Cet endroit semble calme.

set an-droa sanbl kalm Deze plek voelt rustig aan.
B

C'est un bon endroit pour une courte pause.

see-tun bon an-droa poer uun koert pooz Dit is een goede plek voor een korte pauze.

Woord voor woord

“Où” betekent hier “waar” en vraagt naar de plaats. Het staat aan het begin van “Où pouvons-nous faire une pause ?”. Gebruik “Où” wanneer je naar een locatie vraagt.
pouvons “pouvons” drukt hier uit dat iets mogelijk is: “kunnen”. In “Où pouvons-nous faire une pause ?” hoort het bij “nous” en staat het vóór de activiteit. Een bruikbaar patroon is “nous pouvons” met een activiteit.
nous In “Où pouvons-nous faire une pause ?” betekent “nous” “wij”. In “Asseyons-nous là ensemble” verwijst “nous” naar de mensen die samen gaan zitten. Het geeft dus de groep aan die de handeling uitvoert.
faire “faire” betekent hier niet alleen “doen”, maar vormt samen met “une pause” de uitdrukking “faire une pause”: pauze houden. Het staat na “pouvons-nous”. Gebruik “faire une pause” wanneer je zegt dat je een pauze neemt.
une “une” betekent hier “een” en staat voor “pause”. Het hoort bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord in “faire une pause”. Gebruik “une” vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je naar één niet nader bepaalde zaak verwijst.
pause “pause” betekent “pauze” in “faire une pause”. Samen met “faire” beschrijft het een korte onderbreking van een activiteit. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je wilt zeggen dat je even stopt om uit te rusten.
Il “Il” betekent hier niet “hij”; in “Il y a” maakt het deel uit van de onpersoonlijke constructie “er is” of “er zijn”. De constructie “Il y a” wordt gevolgd door wat er aanwezig is, zoals “un endroit calme”.
y “y” is hier een onderdeel van “Il y a”, de constructie die aanwezigheid uitdrukt: “er is” of “er zijn”. Het krijgt in deze zin niet zelfstandig de betekenis “daar”. Gebruik “Il y a” om te zeggen dat iets ergens aanwezig is.
a “a” draagt hier samen met “Il y a” de betekenis “is” of “zijn”, niet de losse betekenis “heeft”. In “Il y a un endroit calme” wordt gezegd dat er een rustige plek aanwezig is. Een bruikbaar patroon is “Il y a” gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
un “un” betekent hier “een” en staat voor het mannelijke zelfstandig naamwoord “endroit”. Het komt ook voor in “un banc”. Gebruik “un” vóór één niet nader bepaald mannelijk zelfstandig naamwoord.
endroit “endroit” betekent hier “plek” of “plaats”. In “un endroit calme” gaat het om een plek die rustig is, en in “un bon endroit” om een goede plek. Gebruik “endroit” wanneer je naar een bepaalde locatie verwijst.
calme “calme” betekent hier “rustig” en beschrijft “endroit”. In “un endroit calme” staat het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om een plek met weinig drukte of lawaai te beschrijven.
dans “dans” betekent hier “in” en geeft aan waar de plek zich bevindt: “dans le couloir”. Het wordt gebruikt vóór een locatie. Gebruik “dans” wanneer iets zich binnen een ruimte of gebied bevindt.
le “le” betekent hier “de” of “het” en staat voor “couloir”. In “dans le couloir” verwijst het naar de gang als een bepaalde plaats. Gebruik “le” vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord dat als bepaald wordt voorgesteld.
couloir “couloir” betekent “gang” of “hal”. In “dans le couloir” geeft het de plaats aan waar de rustige plek is. Je gebruikt het wanneer je naar een doorgang binnen een gebouw verwijst.
Est “Est” maakt hier deel uit van “Est-ce que”, een vaste manier om een vraag te beginnen. In “Est-ce qu'il y a un banc là-bas ?” leidt het de vraag in naar de aanwezigheid van een bank. Gebruik “Est-ce que” voor een gewone vraagzin.
ce “ce” is hier een onderdeel van de vraagopener “Est-ce que” en betekent niet zelfstandig “dit” of “dat”. Samen maakt “Est-ce que” van de volgende mededeling een vraag. Het patroon wordt gevolgd door de rest van de zin, zoals in “Est-ce qu'il y a un banc là-bas ?”.
qu'il “qu'il” is de samengevoegde vorm van “que” en “il”. In “Est-ce qu'il y a” sluit het de vraagopener aan op de constructie “Il y a”, zodat gevraagd wordt of er iets aanwezig is. In deze zin betekent het niet “dat hij” als zelfstandige boodschap.
banc “banc” betekent “bank”, een zitplaats. In “un banc” is het de zaak waarnaar in de vraag wordt gezocht. Je gebruikt het wanneer je naar een bank in een openbare of binnenruimte verwijst.
là-bas “là-bas” betekent hier “daar” of “daar ginds” en wijst naar de bedoelde plaats. In “un banc là-bas” wordt de bank op die locatie aangewezen. Gebruik “là-bas” wanneer je naar een duidelijk aangewezen plek verderop verwijst.
en “en” verwijst hier naar een eerder genoemde bank. In “Il y en a un” betekent de volledige constructie “er is er een”, waarbij “en” staat voor “van die genoemde dingen”. Gebruik dit wanneer het genoemde zelfstandig naamwoord al bekend is.
près “près” betekent “dicht bij” en geeft in “près du mur” de nabijheid aan. Het wordt hier gevolgd door “du mur” om te zeggen waarvan de bank dichtbij staat. Gebruik “près” om de locatie van iets ten opzichte van een andere plaats of zaak te beschrijven.
du “du” is hier de samengevoegde vorm van “de” en “le”. In “près du mur” betekent het samen met “près” “bij de muur”. Je gebruikt deze vorm vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord na een uitdrukking zoals “près”.
mur “mur” betekent “muur”. In “près du mur” is de muur het herkenningspunt voor de plaats van de bank. Je gebruikt het wanneer je een locatie beschrijft ten opzichte van een muur.
Je “Je” betekent “ik” en is hier het onderwerp van “Je veux”. De spreker geeft daarmee haar of zijn eigen wens aan. Gebruik “Je” als je jezelf als uitvoerder van een handeling noemt.
veux “veux” betekent hier “wil” en drukt de wens van de spreker uit. In “Je veux m'asseoir et me reposer” wordt het gevolgd door twee handelingen. Een bruikbaar patroon is “Je veux” gevolgd door wat je wilt doen.
m'asseoir “m'asseoir” betekent hier “gaan zitten” of “zitten”. De vorm staat na “Je veux” en bevat “m'” vóór de werkwoordsvorm, omdat de handeling op de spreker zelf betrekking heeft. Gebruik “Je veux m'asseoir” om te zeggen dat je wilt gaan zitten.
et “et” betekent “en” en verbindt in “m'asseoir et me reposer” twee handelingen. Het maakt duidelijk dat de spreker beide dingen wil doen. Gebruik “et” om twee gelijkwaardige handelingen of zaken met elkaar te verbinden.
me “me” verwijst in “me reposer” naar de spreker zelf. Samen met “reposer” betekent deze combinatie “uitrusten”. Het staat hier na “et” en vormt de tweede handeling in “Je veux m'asseoir et me reposer”.
reposer “reposer” betekent hier “rusten” of “uitrusten”. In “me reposer” beschrijft het de handeling die de spreker na het zitten wil uitvoeren. Gebruik “me reposer” wanneer je zegt dat je zelf wilt uitrusten.
Asseyons “Asseyons” is hier de werkwoordsvorm in de uitnodiging “Asseyons-nous”, met de betekenis “laten we gaan zitten”. De betekenis van de uitnodiging ontstaat samen met “nous”. Gebruik “Asseyons-nous” om iemand voor te stellen samen te gaan zitten.
“là” betekent “daar” en geeft in “Asseyons-nous là” aan waar de twee personen zullen zitten. Het is een plaatsaanduiding bij de uitnodiging om te gaan zitten. Gebruik “là” om naar een concrete plek te wijzen.
ensemble “ensemble” betekent “samen”. In “Asseyons-nous là ensemble” maakt het duidelijk dat de twee personen gezamenlijk gaan zitten. Je gebruikt het wanneer mensen een handeling met elkaar uitvoeren.
Cet “Cet” betekent hier “deze” en staat vóór “endroit”. Het is de vorm die in “Cet endroit” voor dit mannelijke zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. Gebruik “Cet endroit” om een specifieke plek aan te wijzen.
semble “semble” betekent hier “lijkt” of “schijnt” en beschrijft een indruk van de plek. In “Cet endroit semble calme” zegt de spreker dat de plek rustig lijkt, zonder dat dit als een vaststaand feit wordt gepresenteerd. Een bruikbaar patroon is een onderwerp gevolgd door “semble” en een beschrijving.
C'est “C'est” betekent hier “dit is” of “het is” en introduceert een beoordeling van de plek. In “C'est un bon endroit pour une courte pause” wordt daarna gezegd waarvoor de plek geschikt is. Gebruik “C'est” om iets aan te wijzen en te beoordelen of te benoemen.
bon “bon” betekent hier “goed” en geeft een positieve beoordeling van “endroit”. In “un bon endroit” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt deze combinatie om een plek als geschikt of aangenaam te beoordelen.
pour “pour” betekent hier “voor” en geeft het doel of de geschiktheid van de plek aan. In “un bon endroit pour une courte pause” is de plek geschikt voor een korte pauze. Een bruikbaar patroon is “un endroit pour” gevolgd door het doel.
courte “courte” betekent “korte” en beschrijft “pause”. In “une courte pause” geeft het aan dat de pauze niet lang duurt. Je gebruikt het vóór “pause” om de duur van de pauze te specificeren.
pouvons-nous “pouvons-nous” betekent hier “kunnen we” en vormt een vraag door de werkwoordsvorm vóór “nous” te plaatsen. In “Où pouvons-nous faire une pause ?” vraagt de spreker waar de groep pauze kan houden. Gebruik deze vraagvorm om samen een mogelijkheid of activiteit te bespreken.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Pouvons-nous faire une pause ?

poe-von-noe feer uun pooz

Kunnen we pauze houden?

Na pouvoir volgt een werkwoord in de infinitief: pouvoir + faire.

vouloir + pronom réfléchi + infinitif

Je veux m'asseoir.

zje vuh ma-swaar

Ik wil gaan zitten.

Bij een wederkerend werkwoord staat het voornaamwoord vóór de infinitief: m'asseoir.

Frans woordenschat

banc zelfstandig naamwoord
bang bank
calme bijvoeglijk naamwoord
kalm rustig
couloir zelfstandig naamwoord
koe-loe-waar gang
endroit zelfstandig naamwoord
an-droa plek
faire une pause uitdrukking
feer uun pooz pauze houden
là-bas bijwoord
laa-baa daar
mur zelfstandig naamwoord
muur muur
bijwoord
oe waar
pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen pouvons-nous
près de voorzetsel
pree duh bij
s'asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten m'asseoir
vouloir werkwoord
voe-loar willen veux

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar kunnen we pauze houden?

Antwoord tonenOù pouvons-nous faire une pause ?

Ik wil zitten en uitrusten.

Antwoord tonenJe veux m'asseoir et me reposer.

Laten we daar samen zitten.

Antwoord tonenAsseyons-nous là ensemble.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

plek

Antwoord tonenendroit

bank

Antwoord tonenbanc

gang

Antwoord tonencouloir

rustig

Antwoord tonencalme