Tu
‘Tu’ betekent hier ‘jij’ en is de aangesproken persoon in de vraag ‘Tu te sens prêt à reprendre le travail ?’. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord. Gebruik ‘Tu’ in een informele vraag aan één persoon, bijvoorbeeld in het patroon ‘Tu ... ?’.
te
In ‘Tu te sens prêt’ verwijst ‘te’ naar de aangesproken persoon en maakt het duidelijk dat die persoon zichzelf voelt. Het staat vóór het werkwoord ‘sens’. Een bruikbaar patroon is ‘Tu te ...’, bijvoorbeeld bij vragen naar iemands toestand.
sens
‘Sens’ betekent hier ‘voelt’ in ‘Tu te sens prêt’. Het is de vorm van ‘sentir’ die in deze zin bij ‘tu’ wordt gebruikt. Gebruik ‘se sentir’ gevolgd door een toestand, zoals in ‘se sentir prêt’.
prêt
‘Prêt’ betekent hier ‘klaar’ in ‘te sens prêt à reprendre le travail’. Het beschrijft dat iemand klaar is om een handeling te beginnen of te hervatten. Een bruikbaar patroon is ‘être prêt à’ of ‘se sentir prêt à’ gevolgd door een infinitief.
à
In ‘prêt à reprendre’ introduceert ‘à’ de handeling waarvoor iemand klaar is. Het staat hier vóór de infinitief ‘reprendre’. Gebruik het patroon ‘prêt à + infinitief’ om aan te geven dat iemand klaar is om iets te doen.
reprendre
‘Reprendre’ betekent hier ‘hervatten’ of ‘weer oppakken’ in ‘reprendre le travail’. Het is een infinitief na ‘à’ en verwijst naar opnieuw met het werk beginnen. Gebruik ook het patroon ‘reprendre + zelfstandig naamwoord’, zoals ‘reprendre le travail’ na een pauze.
le
‘Le’ is hier het bepaalde lidwoord vóór ‘travail’ in ‘le travail’. Samen verwijst ‘le travail’ naar het werk dat wordt hervat. Gebruik ‘le’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaald iets verwijst.
travail
‘Travail’ betekent hier ‘werk’ in ‘reprendre le travail’. Het is datgene wat na de pauze opnieuw wordt opgepakt. Een bruikbaar patroon is ‘reprendre le travail’ wanneer je na een onderbreking weer begint te werken.
Je
‘Je’ betekent ‘ik’ en is het onderwerp in ‘Je me sens mieux maintenant’. Het verwijst naar de persoon die spreekt. Gebruik ‘Je’ vóór een werkwoord om over jezelf te vertellen.
me
In ‘Je me sens mieux’ verwijst ‘me’ naar de spreker en hoort het bij ‘sens’ in de uitdrukking ‘se sentir’. Het staat vóór het werkwoord. Gebruik ‘Je me sens ...’ om je eigen toestand of gevoel te beschrijven.
mieux
‘Mieux’ betekent hier ‘beter’ in ‘Je me sens mieux maintenant’. Het geeft aan dat de spreker zich nu in een betere toestand voelt. Gebruik het patroon ‘se sentir mieux’ wanneer je zegt dat je je beter voelt.
maintenant
‘Maintenant’ betekent ‘nu’ en geeft in ‘Je me sens mieux maintenant’ aan dat dit op het huidige moment geldt. Het staat hier aan het einde van de zin. Gebruik ‘maintenant’ om een huidige toestand of handeling aan te duiden.
Est-ce
‘Est-ce’ begint de vraagvorm in ‘Est-ce qu'on retourne au bureau ?’. Het helpt om van de mededeling een vraag te maken en wordt hier gevolgd door ‘que’. Een bruikbaar patroon is ‘Est-ce que ... ?’ voor een duidelijke vraag.
qu'on
‘Qu'on’ begint in ‘Est-ce qu'on retourne au bureau ?’ de bijzin met ‘on’, dat hier ‘we’ betekent. Het is de vorm van ‘que’ vóór ‘on’. Gebruik het patroon ‘Est-ce qu'on + werkwoord’ om te vragen of jullie samen iets zullen doen.
retourne
‘Retourne’ betekent hier ‘gaat terug’ in de vraag ‘Est-ce qu'on retourne au bureau ?’. Het is de vorm van ‘retourner’ die in deze zin bij ‘on’ wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is ‘retourner au bureau’ wanneer je teruggaat naar je werkplek.
au
‘Au’ betekent hier ‘naar het’ in ‘retourne au bureau’. Het is de samengevoegde vorm van ‘à’ en ‘le’. Gebruik ‘au’ in vaste patronen zoals ‘retourner au bureau’ om een bestemming aan te geven.
bureau
‘Bureau’ betekent hier ‘bureau’ of ‘werkplek’ in ‘au bureau’. Het is de plek waar de twee personen na de pauze naar teruggaan. Gebruik het patroon ‘retourner au bureau’ wanneer je teruggaat naar je werkplek.
La
‘La’ is hier het bepaalde lidwoord vóór ‘pause’ in ‘La pause est finie’. Samen verwijst ‘la pause’ naar de pauze waarover de gesprekspartners spreken. Gebruik ‘la’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
pause
‘Pause’ betekent hier ‘pauze’ in ‘La pause est finie’. Het verwijst naar de onderbreking die nu voorbij is. Gebruik bijvoorbeeld het patroon ‘la pause est finie’ wanneer een pauze afgelopen is.
est
‘Est’ betekent hier ‘is’ in ‘La pause est finie’. Het verbindt ‘la pause’ met de beschrijving ‘finie’. Gebruik ‘X est ...’ om iets met een toestand of beschrijving te verbinden.
finie
‘Finie’ betekent hier ‘voorbij’ of ‘afgelopen’ in ‘La pause est finie’. Het beschrijft de pauze als beëindigd. Gebruik het patroon ‘X est fini’ of ‘X est finie’ wanneer je aangeeft dat iets afgelopen is; in deze dialoog staat exact ‘La pause est finie’.
alors
‘Alors’ betekent hier ‘dus’ of ‘dan’ en verbindt ‘La pause est finie’ met het voorstel ‘on y va’. Het leidt hier een gevolg of volgende stap in. Gebruik ‘alors’ om vanuit een situatie naar een conclusie of voorstel te gaan.
on
‘On’ betekent hier ‘we’ in ‘on y va’ en verwijst naar de twee gesprekspartners samen. Het is het onderwerp van de uitdrukking. Gebruik ‘on’ met een werkwoord wanneer je in alledaagse taal over ‘we’ spreekt.
y
‘Y’ verwijst in ‘on y va’ naar een plaats die al uit de context bekend is, hier het bureau. Het voorkomt dat de bestemming opnieuw wordt genoemd. Gebruik het patroon ‘on y va’ om voor te stellen dat jullie ernaartoe gaan of vertrekken.
va
‘Va’ draagt in ‘on y va’ de betekenis ‘gaat’ of ‘gaat erheen’. Samen met ‘on’ en ‘y’ vormt het de gebruikelijke uitdrukking ‘on y va’, hier met de bedoeling ‘laten we gaan’. Gebruik deze uitdrukking wanneer je iemand aanspoort om te vertrekken of verder te gaan.
J'ai
‘J'ai’ betekent ‘ik heb’ in ‘J'ai besoin du fichier’. Het is de geschreven vorm van ‘Je’ vóór ‘ai’. Gebruik het patroon ‘J'ai besoin de + zelfstandig naamwoord’ om te zeggen dat je iets nodig hebt.
besoin
In ‘J'ai besoin du fichier’ draagt ‘besoin’ samen met ‘avoir’ de betekenis ‘nodig hebben’. Het benoemt de behoefte aan het bestand en staat in de vaste constructie ‘avoir besoin de’. Gebruik ‘avoir besoin de + zelfstandig naamwoord’ om een behoefte uit te drukken.
du
‘Du’ staat in ‘J'ai besoin du fichier’ na ‘besoin’ en hoort bij ‘fichier’. Het is de samengevoegde vorm van ‘de’ en ‘le’, binnen de constructie ‘avoir besoin de’. Gebruik bijvoorbeeld ‘avoir besoin du fichier’ wanneer je dat bestand nodig hebt.
fichier
‘Fichier’ betekent hier ‘bestand’ in ‘J'ai besoin du fichier’. Het is het concrete object dat nodig is voor de volgende taak. Gebruik het patroon ‘avoir besoin du fichier’ wanneer je om dit bestand vraagt of zegt dat je het nodig hebt.
pour
‘Pour’ betekent hier ‘voor’ en geeft in ‘pour la prochaine tâche’ het doel of de bestemming aan. Het verbindt het bestand met de taak waarvoor het nodig is. Gebruik ‘pour + zelfstandig naamwoord’ om aan te geven waarvoor iets dient.
prochaine
‘Prochaine’ betekent hier ‘volgende’ in ‘la prochaine tâche’. Het beschrijft de taak die na de huidige stap aan de beurt is. Een bruikbaar patroon is ‘la prochaine + zelfstandig naamwoord’ om de eerstvolgende zaak aan te duiden.
tâche
‘Tâche’ betekent ‘taak’ in ‘la prochaine tâche’. Het verwijst naar het werk dat als volgende moet worden gedaan. Gebruik het patroon ‘pour la prochaine tâche’ om aan te geven dat iets voor een volgende taak nodig is.
Il
‘Il’ betekent hier ‘het’ en verwijst in ‘Il est sur le bureau’ naar ‘le fichier’. Het staat als onderwerp vóór ‘est’. Gebruik ‘Il est + plaats’ om te zeggen waar een mannelijk benoemd object zich bevindt; in deze dialoog is dat ‘Il est sur le bureau’.
sur
‘Sur’ betekent hier ‘op’ en geeft in ‘sur le bureau’ de plaats aan. Het bestand bevindt zich op het bureau. Gebruik ‘sur + plaats’ om een positie op een oppervlak of plek te beschrijven.
peux
‘Peux’ betekent hier ‘kan’ in ‘Je peux me concentrer maintenant’. Het drukt uit dat de spreker nu in staat is om zich te concentreren. Gebruik het patroon ‘Je peux + infinitief’ om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
concentrer
‘Concentrer’ benoemt in ‘me concentrer’ de handeling van focussen of concentreren. Het staat als infinitief na ‘peux’, terwijl ‘me’ aangeeft dat de spreker zichzelf concentreert. Gebruik het patroon ‘pouvoir se concentrer’ om te zeggen dat iemand zich kan concentreren.
commence
‘Commence’ betekent hier ‘begint’ in ‘on commence par le fichier’. Het is de vorm van ‘commencer’ die in deze zin bij ‘on’ wordt gebruikt. Gebruik het patroon ‘commencer par + zelfstandig naamwoord’ om aan te geven waarmee je start.
par
‘Par’ betekent hier ‘met’ in ‘on commence par le fichier’ en geeft aan wat als eerste wordt aangepakt. Het hoort bij de constructie ‘commencer par’. Gebruik ‘commencer par + zelfstandig naamwoord’ wanneer je de eerste stap van een reeks noemt.