Terug aan het werk na de pauze | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After a break at work, two adults return to the desk and start the next task with a file..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Terug aan het werk na de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu te sens prêt à reprendre le travail ?

Tuu tə san pree aa rəprandr lə tra-vaj? Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?
B

Je me sens mieux maintenant.

Zjə mə san mjeu mèn-tə-nan. Ik voel me nu beter.
A

Est-ce qu'on retourne au bureau ?

Ès-kong rətur-nong oo buu-ro? Zullen we teruggaan naar het bureau?
B

La pause est finie, alors on y va.

La pooz è fie-nie, alor, ong ie va. De pauze is voorbij, dus laten we gaan.
A

J'ai besoin du fichier pour la prochaine tâche.

Zjee bəzwèn dü fie-sjee poor la pro-sjèn tasj. Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.
B

Il est sur le bureau.

Il è suur lə buu-ro. Het ligt op het bureau.
A

Je peux mieux me concentrer maintenant.

Zjə puh mjeu mə kong-san-tree mèn-tə-nan. Ik kan me nu beter concentreren.
B

Alors, on commence par le fichier.

Alor, ong ko-mans par lə fie-sjee. Dan beginnen we met het bestand.

Uitleg van de zinnen

  1. Tu te sens prêt à reprendre le travail ?

    Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?

    Tu te sens
    je voelt je
    prêt
    klaar
    reprendre
    hervatten; weer oppakken
    travail
    werk
    Uitgebreide uitleg

    Tu te sens betekent hier “je voelt je”. Het is de vorm van se sentir (“zich voelen”) met tu: tu te sens. Het wederkerende voornaamwoord te hoort bij het onderwerp tu; bij andere personen verandert de combinatie, bijvoorbeeld je me sens (“ik voel me”), zoals in Je me sens mieux maintenant. prêt betekent hier “klaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat aansluit bij de persoon die zich klaar voelt. De zichtbare vorm is mannelijk enkelvoud; bij een vrouwelijk enkelvoudig onderwerp is de vorm prête. Het onderwerp tu geeft op zichzelf geen gender aan, dus de context bepaalt welke vorm nodig is. reprendre betekent hier “weer oppakken” of “hervatten”. Dit is de infinitief. Na prêt à staat een infinitief: être prêt à + infinitief betekent “klaar zijn om …”. Voorbeeld: Je suis prêt à partir. — “Ik ben klaar om te vertrekken.” travail betekent “werk”. Met het lidwoord le vormt het le travail, “het werk”. In deze zin is reprendre le travail een vaste, goed herbruikbare combinatie voor “het werk hervatten” of “weer aan het werk gaan”. Samen betekent Tu te sens prêt à reprendre le travail ? letterlijk ongeveer “Voel je je klaar om het werk te hervatten?” De constructie se sentir prêt à + infinitief vraagt of iemand zich klaar voelt om iets te doen. De vaste vertaling geeft dit natuurlijk weer als: “Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?”

  2. Je me sens mieux maintenant.

    Ik voel me nu beter.

    Je me sens
    Ik voel me
    mieux
    beter
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Je me sens betekent hier: “ik voel me”. Het werkwoord is se sentir (“zich voelen”); sens is de vorm van sentir in de tegenwoordige tijd bij je. Het voornaamwoord me hoort bij hetzelfde onderwerp en geeft aan dat de spreker zichzelf beschrijft. Vergelijk: Je me sens bien. — “Ik voel me goed.” Bij een ander onderwerp verandert de werkwoordsvorm, bijvoorbeeld Tu te sens bien. — “Je voelt je goed.” mieux betekent hier “beter”. Het is de vergelijkende vorm van het bijwoord bien (“goed”): bien → mieux. Het beschrijft dus hoe de spreker zich voelt en niet een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Je vais mieux. — “Het gaat beter met me.” De vorm meilleur is een ander woord: dat is de vergelijkende vorm van het bijvoeglijk naamwoord bon en staat bij een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld un meilleur résultat — “een beter resultaat”. maintenant betekent “nu” en plaatst de toestand in het huidige moment. Voorbeeld: Je comprends maintenant. — “Ik begrijp het nu.” Samen vormen de delen Je me sens + mieux + maintenant de betekenis: “Ik voel me nu beter.” De zin gebruikt de tegenwoordige tijd om de huidige verbetering van het gevoel van de spreker uit te drukken.

  3. Est-ce qu'on retourne au bureau ?

    Zullen we teruggaan naar het bureau?

    Est-ce qu'on
    gaan we…?
    retourne
    teruggaan
    bureau
    kantoor
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'on opent een ja/nee-vraag. Est-ce que is een vaste vraagconstructie; on betekent hier, volgens de vertaling, “we”. In hedendaags Frans wordt on vaak gebruikt voor een groep waarin de spreker zit, terwijl het werkwoord de vorm van de derde persoon enkelvoud krijgt. Voorbeeld: Est-ce qu'on part ? — “Gaan we weg?” retourne komt van het werkwoord retourner, “teruggaan” of “terugkeren”. De vorm retourne is hier de tegenwoordige tijd bij on; de uitgang volgt dus de derde persoon enkelvoud, ook al verwijst on hier naar “we”. Vergelijk de basisvorm retourner met je retourne — “ik ga terug” en ils retournent — “zij gaan terug”. bureau is hier een zelfstandig naamwoord voor “kantoor”. In andere contexten kan bureau ook een bureau als meubel aanduiden, maar de vaste vertaling en de context maken hier de betekenis “kantoor” passend. Het woord staat na au: à + le wordt au, dus au bureau betekent “naar het kantoor”. Voorbeeld: Je vais au bureau. — “Ik ga naar het kantoor.” Samen vormt Est-ce qu'on retourne au bureau ? de vraag: “Zullen we teruggaan naar het bureau?” De vraagconstructie maakt er een ja/nee-vraag van, on retourne geeft “we gaan terug”, en au bureau geeft de bestemming “naar het kantoor”.

  4. La pause est finie, alors on y va.

    De pauze is voorbij, dus laten we gaan.

    pause
    pauze
    finie
    voorbij; afgelopen
    alors
    dus; dan
    on y va
    laten we gaan
    Uitgebreide uitleg

    pause betekent hier “pauze”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord la markeert hier enkelvoud en vrouwelijk geslacht. Een bruikbaar voorbeeld is: La pause commence. — “De pauze begint.” finie betekent hier “voorbij” of “afgelopen”. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord fini, omdat het bij pause hoort: La réunion est finie. — “De vergadering is afgelopen.” Het bijvoeglijk naamwoord staat na être en past zich aan het beschreven zelfstandig naamwoord aan. De mannelijke enkelvoudsvorm is fini, bijvoorbeeld in Le travail est fini. — “Het werk is af.” alors verbindt de toestand met een gevolg of voorstel; hier betekent het “dus”. Het kan ook “dan” betekenen wanneer het de volgende stap in een situatie aankondigt. In deze zin leidt het de overgang in naar wat men vervolgens gaat doen. on y va is een vaste, zeer gebruikelijke manier om “laten we gaan” of, letterlijker, “we gaan erheen” uit te drukken. on is grammaticaal een derde-persoons enkelvoudig voornaamwoord, maar kan in deze uitdrukking de spreker samen met anderen omvatten. Daarom staat va, de derde-persoons enkelvoudsvorm van aller (“gaan”), bij on. y is een kort voornaamwoord dat naar een plaats of bestemming verwijst; de bestemming wordt hier niet nader genoemd. Vergelijk: On y va maintenant. — “We gaan er nu heen.” Samen betekent La pause est finie “De pauze is voorbij”. alors maakt daar een gevolg of voorstel van, en on y va geeft de volgende gezamenlijke actie weer: “De pauze is voorbij, dus laten we gaan.”

  5. J'ai besoin du fichier pour la prochaine tâche.

    Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.

    J'ai besoin
    nodig hebben
    fichier
    bestand
    prochaine
    volgende
    tâche
    taak
    Uitgebreide uitleg

    J'ai besoin betekent hier “ik heb ... nodig”. De vaste Franse constructie is avoir besoin de + wat nodig is: J'ai besoin de ... = “ik heb ... nodig”. J'ai is de vorm van avoir bij je in de tegenwoordige tijd; je wordt vóór een klinker verkort tot j'. In deze zin staat daarna du fichier: du is de samentrekking van de le, niet een zelfstandig woord voor “nodig”. Voorbeeld: J'ai besoin de temps. — “Ik heb tijd nodig.” fichier is het Franse zelfstandig naamwoord voor “bestand”. Het kan bijvoorbeeld een digitaal bestand aanduiden. Met het bepaalde lidwoord wordt dat hier le fichier; na de ontstaat du fichier (“het bestand” in de constructie besoin de). Voorbeeld: Le fichier est sur le bureau. — “Het bestand ligt op het bureau.” prochaine betekent hier “volgende”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van prochain, omdat het bij tâche hoort. De vorm stemt dus af op het zelfstandig naamwoord dat hij beschrijft; prochain is bijvoorbeeld de mannelijke enkelvoudsvorm. Voorbeeld: la prochaine réunion — “de volgende vergadering”. tâche betekent “taak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaalde lidwoord hier als la en krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm prochaine. Voorbeeld: Cette tâche est importante. — “Deze taak is belangrijk.” Samen vormen de delen J'ai besoin du fichier (“Ik heb het bestand nodig”) en pour la prochaine tâche (“voor de volgende taak”). De volledige zin betekent dus: “Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.”

  6. Il est sur le bureau.

    Het ligt op het bureau.

    Il est
    het ligt
    sur
    op
    bureau
    bureau
    Uitgebreide uitleg

    Il est: In deze context verwijst Il naar het bestand uit de vorige zin. Het is een mannelijk enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord; de vorm past dus bij het Franse fichier. est is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van être (zijn). Samen met een plaatsbepaling betekent Il est ... hier dat het bestand zich ergens bevindt; de Nederlandse vertaling kiest daarvoor natuurlijk het ligt .... sur: Dit voorzetsel betekent hier op en geeft de plaats aan. Het staat vóór de plaatsaanduiding: sur + le bureau. Vergelijk als oefenpatroon: Le livre est sur la table. — Het boek ligt op de tafel. bureau: Dit zelfstandig naamwoord betekent hier bureau als meubel waarop iets ligt. Het Franse woord is mannelijk: le bureau. Het meervoud is les bureaux; de uitgang verandert daar in -x, niet in een gewone meervouds-s. De delen vormen samen Il est sur le bureau: Il est zegt dat het bedoelde bestand zich bevindt, en sur le bureau specificeert de plaats. Daarom is de volledige betekenis hier: Het ligt op het bureau.

  7. Je peux mieux me concentrer maintenant.

    Ik kan me nu beter concentreren.

    Je peux
    ik kan
    mieux
    beter
    me concentrer
    me concentreren
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier “ik kan”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij je: je peux, tu peux, maar il/elle peut. Na pouvoir volgt een infinitief zonder extra voorzetsel, bijvoorbeeld: Je peux venir. — “Ik kan komen.” mieux betekent hier “beter” en is de vergrotende vorm van bien (“goed”). Het vergelijkt de manier of mate waarin iets gebeurt; het is geen vorm van het bijvoeglijk naamwoord bon. Bijvoorbeeld: Je travaille mieux le matin. — “Ik werk ’s ochtends beter.” me concentrer betekent “me concentreren”. concentrer is de infinitief; me hoort bij het wederkerende werkwoord se concentrer. Bij je wordt se me: Je me concentre. — “Ik concentreer me.” Na peux blijft het werkwoord in de infinitief staan, dus Je peux me concentrer. maintenant betekent “nu” en geeft aan dat de handeling op het huidige moment plaatsvindt. Het kan ook aan het begin staan: Maintenant, je peux me concentrer. — “Nu kan ik me concentreren.” Samen vormen de delen: Je peux + mieux + me concentrer + maintenant → “Ik kan me nu beter concentreren.” Pouvoir drukt de mogelijkheid uit, mieux vergelijkt de huidige mate met een andere of eerdere mate, en maintenant plaatst die mogelijkheid in het heden.

  8. Alors, on commence par le fichier.

    Dan beginnen we met het bestand.

    Alors
    dan
    on
    we
    commence
    beginnen
    par
    met
    fichier
    bestand
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en vormt een overgang naar de volgende handeling. Afhankelijk van de context kan het ook bijvoorbeeld “nou” of “toen” betekenen, maar in deze zin leidt het de mededeling in. on is een Frans persoonlijk voornaamwoord dat vaak als onderwerp wordt gebruikt. Hier krijgt het, zoals de vaste vertaling laat zien, de betekenis “we”. Het werkwoord dat erbij hoort staat in de derde persoon enkelvoud: on commence, niet een meervoudsvorm. commence komt van commencer (“beginnen”). Dit is de tegenwoordige tijd: je commence, tu commences, il/elle/on commence. De uitgang in commence past dus bij on; zij komt niet van het zelfstandig naamwoord dat erna staat. par betekent hier “met” in de vaste combinatie commencer par + zelfstandig naamwoord of commencer par + infinitief: beginnen met iets of beginnen door iets te doen. Voorbeeld: Je commence par lire. — “Ik begin met lezen.” fichier is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “bestand”. In het volledige naamwoordelijk deel staat le fichier: le is hier het bepaald lidwoord “het/de” en fichier is de kern van die woordgroep. Samen vormen Alors, on commence par le fichier de betekenis: “Dan beginnen we met het bestand.” De komma na Alors markeert de overgang; on commence geeft de handeling “we beginnen” weer, en par le fichier geeft aan waarmee die handeling begint.

Grammatica

est-ce que + zin

Est-ce qu’on peut commencer ?

Ès-kong puh ko-mans-ee?

Kunnen we beginnen?

Est-ce que maakt van een mededelende zin een ja-neevraag. Het verandert de woordvolgorde niet.

on y va

On y va.

Ong ie va.

We gaan ernaartoe.

Het voornaamwoord y staat vóór het vervoegde werkwoord en verwijst naar een plaats of bestemming.

Frans woordenschat

bureau zelfstandig naamwoord
buu-ro bureau; schrijftafel

retourne au bureau

est-ce que uitdrukking
ès-kə vraagvorm voor een ja-neevraag

Est-ce qu'on retourne au bureau ?

fini bijvoeglijk naamwoord
fini voorbij; afgelopen finie

La pause est finie.

maintenant bijwoord
mèn-tə-nan nu

Je me sens mieux maintenant.

mieux bijwoord
mjeu beter

Je me sens mieux maintenant.

on voornaamwoord
ong we; men

Est-ce qu'on retourne au bureau ?

pause zelfstandig naamwoord
pooz pauze

La pause est finie.

prêt bijvoeglijk naamwoord
pree klaar

Tu te sens prêt à reprendre le travail ?

reprendre werkwoord
rəprandr hervatten; weer oppakken

Tu te sens prêt à reprendre le travail ?

retourner werkwoord
rətur-nee teruggaan retourne

Est-ce qu'on retourne au bureau ?

se sentir werkwoord
sə santier zich voelen te sens

Tu te sens prêt à reprendre le travail ?

travail zelfstandig naamwoord
tra-vaj werk

reprendre le travail

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me nu beter.

Antwoord tonenJe me sens mieux maintenant.

Zullen we teruggaan naar het bureau?

Antwoord tonenEst-ce qu'on retourne au bureau ?

Het ligt op het bureau.

Antwoord tonenIl est sur le bureau.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

werk

Antwoord tonentravail

klaar

Antwoord tonenprêt

nu

Antwoord tonenmaintenant

hervatten; weer oppakken

Antwoord tonenreprendre