Cette
Cette betekent hier ‘deze’ en verwijst naar bibliothèque. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die bij bibliothèque past. Een bruikbaar patroon is deze aanwijzer vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iets specifieks aanwijst.
bibliothèque
bibliothèque betekent hier ‘bibliotheek’, de rustige plaats waar de gesprekspartners zijn. Het woord benoemt een gebouw of ruimte voor boeken en lezen. Je gebruikt het bijvoorbeeld als plaats waar iemand een boek kan lenen of lezen.
est
est betekent hier ‘is’ en verbindt Cette bibliothèque met de beschrijving très calme. Het is een vorm van être. De constructie onderwerp + est + beschrijving wordt gebruikt om iets of iemand te beschrijven.
très
très betekent hier ‘erg’ en versterkt calme. Het geeft aan dat de bibliotheek in sterke mate rustig is. Je gebruikt très vóór een bijvoeglijk naamwoord om de intensiteit te verhogen.
calme
calme beschrijft de bibliotheek hier als rustig en stil, zonder veel geluid. Het staat na est en zegt hoe de bibliotheek is. Je kunt calme gebruiken om een plaats of sfeer te beschrijven.
Nous
Nous betekent hier ‘wij’ en is het onderwerp van Nous parlons doucement. Het verwijst naar de groep die praat. Je gebruikt nous vóór een werkwoord wanneer je over jezelf en anderen samen spreekt.
parlons
parlons betekent hier ‘praten’ in Nous parlons doucement. Het is een vorm van parler die bij nous hoort. De vorm staat vóór doucement, dat aangeeft hoe er gesproken wordt.
doucement
doucement betekent hier ‘zachtjes’ en beschrijft de manier waarop de mensen praten. Het is een bijwoord bij parlons. In een bibliotheek gebruik je dit om te zeggen dat iemand met weinig stemvolume moet praten.
pour que
pour que betekent hier ‘zodat’ en verbindt zacht praten met het doel dat mensen kunnen studeren. In deze constructie draagt pour bij aan het doel en leidt que de daaropvolgende bijzin in. Na pour que staat hier puissent étudier; een bruikbaar patroon is een handeling + pour que + doel of gevolg.
les
les betekent hier ‘de’ vóór gens en laat zien dat het om meerdere mensen gaat. Het is het meervoudige bepaalde lidwoord. Je gebruikt les vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaalde groep verwijst.
gens
gens betekent hier ‘mensen’ en verwijst naar de mensen die in de bibliotheek kunnen studeren. Het staat samen met les in les gens. Je gebruikt het om personen als groep aan te duiden.
puissent
puissent betekent hier ‘kunnen’ in de betekenis dat de mensen de mogelijkheid hebben om te studeren. Het is een vorm van pouvoir die hier na pour que staat en bij les gens past. Een bruikbaar patroon is pour que + onderwerp + puisse(n) + infinitief om een doel te beschrijven.
étudier
étudier betekent hier ‘studeren’ en staat als infinitief na puissent. Samen drukken puissent étudier uit dat mensen kunnen studeren. Je gebruikt pouvoir + infinitief om een mogelijkheid of vermogen te beschrijven.
Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van Je veux emprunter ce livre. Het verwijst naar de bezoeker die spreekt. Je gebruikt je vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
veux
veux betekent hier ‘wil’ in Je veux emprunter ce livre. Het is een vorm van vouloir die bij je hoort. De constructie veux + infinitief drukt een wens of intentie uit, hier om een boek te lenen.
emprunter
emprunter betekent hier ‘lenen’, namelijk een boek tijdelijk meenemen uit de bibliotheek. Het staat als infinitief na veux. Je gebruikt vouloir + emprunter + een voorwerp om te zeggen dat je iets wilt lenen.
ce
ce betekent hier ‘dit’ in ce livre en wijst een specifiek boek aan. Het staat vóór livre. Je gebruikt ce vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets specifieks aan te wijzen.
livre
livre betekent hier ‘boek’ en is het voorwerp dat de bezoeker wil lenen. Het staat in ce livre. Je kunt livre gebruiken als voorwerp bij woorden voor lezen, lenen of terugbrengen.
peux
peux betekent hier ‘kan’ in Je peux te l'enregistrer. Het is een vorm van pouvoir die bij je hoort. De constructie peux + infinitief wordt gebruikt om een mogelijkheid of aanbod uit te drukken.
te
te verwijst hier naar ‘jou’, de persoon voor wie de medewerker het boek registreert. Het staat vóór l'enregistrer. Je gebruikt te vóór het werkwoord wanneer de handeling op of voor de aangesproken persoon gericht is.
l'enregistrer
l'enregistrer betekent hier het boek voor de bezoeker registreren bij de balie, dus het administratief uitlenen. l' verwijst naar ce livre en enregistrer is de infinitief voor die handeling. In te l'enregistrer staat eerst de persoon voor wie de handeling gebeurt, daarna het voorwerp en vervolgens de infinitief.
au
au betekent hier ‘bij de’ of ‘aan de’ in au comptoir. Het is de samengevoegde vorm van à en le vóór comptoir. Je gebruikt au + zelfstandig naamwoord om een plaats of bestemming aan te geven.
comptoir
comptoir betekent hier ‘balie’, de plek waar het boek wordt geregistreerd en uitgeleend. Het staat na au in au comptoir. Je gebruikt dit woord hier voor de servicebalie in de bibliotheek.
Où
Où betekent hier ‘waar’ en vraagt naar de plaats waar de bezoeker het boek moet terugbrengen. Het staat aan het begin van de vraag. Je gebruikt Où om naar een locatie te vragen.
est-ce que
est-ce que maakt van de zin een directe vraag; in Où est-ce que je dois le rendre ? vraagt de spreker waar iets moet gebeuren. est-ce en que vormen samen deze vaste vraaguitdrukking en hebben hier geen afzonderlijke vertaling als ‘is’ en ‘dat’. Een bruikbaar patroon is Où est-ce que + onderwerp + werkwoord om naar een plaats te vragen.
dois
dois betekent hier ‘moet’ in Je dois le rendre en drukt een verplichting uit. Het is een vorm van devoir die bij je hoort. Je gebruikt devoir + infinitief om te zeggen wat iemand moet doen.
le
le betekent hier ‘het’ en verwijst naar het boek dat teruggebracht moet worden. Het staat vóór rendre als voornaamwoord voor het voorwerp. Je gebruikt le vóór een werkwoord om naar een eerder genoemd mannelijk enkelvoudig voorwerp te verwijzen.
rendre
rendre betekent hier ‘terugbrengen’ of ‘inleveren’, namelijk het boek weer aan de bibliotheek geven. Het staat als infinitief na dois. Je gebruikt devoir + le rendre om te zeggen dat iemand het moet terugbrengen.
Rapporte
Rapporte betekent hier ‘breng terug’ en is een opdracht aan de aangesproken persoon. Het is een vorm van rapporter in de gebiedende wijs. In Rapporte-le staat het voornaamwoord le achter het werkwoord om naar het terug te brengen boek te verwijzen.
quand
quand betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ en geeft aan op welk moment het boek moet worden teruggebracht. Het leidt de tijdsbepaling quand tu as fini in. Je gebruikt quand + een bijzin om een handeling aan een moment te koppelen.
tu
tu betekent hier ‘jij’ en is het onderwerp van tu as fini. Het verwijst naar de bezoeker die wordt aangesproken. Tu gebruik je voor één aangesproken persoon in een informele of persoonlijke situatie.
as
as betekent hier ‘hebt’ en draagt samen met fini de betekenis ‘klaar bent’ in tu as fini. Het is een vorm van avoir die bij tu hoort en staat vóór fini. De constructie avoir + voltooid deelwoord wordt gebruikt om een afgeronde handeling of toestand uit te drukken.
fini
fini betekent hier ‘klaar’ of ‘af’ in tu as fini. Het staat na as en maakt samen met as duidelijk dat de bezoeker klaar is met lezen of gebruiken. Je gebruikt avoir + fini om aan te geven dat iets voltooid is.
La
La betekent hier ‘de’ in La place en hoort bij place. Het is het vrouwelijke enkelvoudige bepaalde lidwoord. Je gebruikt la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
place
place betekent hier ‘plaats’ of ‘zitplaats’, namelijk de plek bij het raam. Het staat in La place près de la fenêtre. Je kunt place gebruiken om een beschikbare plek aan te duiden waar iemand kan zitten.
près
près betekent hier ‘vlakbij’ en geeft de nabijheid van de plaats tot het raam aan. Het staat in de vaste combinatie près de. Je gebruikt près de + een zelfstandig naamwoord om te zeggen dat iets dichtbij is.
de
de maakt hier samen met près de de betekenis ‘bij’ of ‘vlakbij’ en leidt fenêtre in. Het markeert wat als referentiepunt voor de nabijheid dient. Een bruikbaar patroon is près de + plaats of voorwerp.
fenêtre
fenêtre betekent hier ‘raam’ en is het referentiepunt voor de zitplaats. Het staat na près de in près de la fenêtre. Je gebruikt het om een raam of een plek in de buurt daarvan aan te duiden.
a l'air
a l'air betekent hier ‘ziet eruit’ of ‘lijkt’ in La place près de la fenêtre a l'air confortable. a draagt samen met l'air de indruk of uiterlijke indruk uit; de hele constructie beschrijft hoe iets lijkt. Een bruikbaar patroon is avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord om een indruk van iets te geven.
confortable
confortable betekent hier ‘comfortabel’ en beschrijft hoe de zitplaats lijkt. Het staat na a l'air. Je gebruikt avoir l'air + confortable om te zeggen dat iets er prettig uitziet om op te zitten.
t'asseoir
t'asseoir betekent hier ‘gaan zitten’ in Tu peux t'asseoir là. t' verwijst naar de aangesproken persoon en staat vóór de infinitiefvorm van s'asseoir. Na peux gebruik je deze vorm om iemand de mogelijkheid of toestemming te geven om te gaan zitten.
là
là betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de plaats bij het raam. Het staat na t'asseoir en geeft aan waar de persoon kan zitten. Je gebruikt là om naar een aangewezen of eerder genoemde plek te verwijzen.
et
et betekent hier ‘en’ en verbindt t'asseoir met lire. Het laat zien dat beide handelingen bij hetzelfde aanbod horen. Je gebruikt et om twee handelingen of elementen met elkaar te verbinden.
lire
lire betekent hier ‘lezen’ en staat als infinitief na peux en naast t'asseoir. De zin zegt dat de bezoeker daar kan zitten en lezen. Je gebruikt pouvoir + lire om een mogelijkheid om te lezen uit te drukken.
avant
avant betekent hier ‘voordat’ in avant de partir en plaatst het lezen vóór het vertrek. Het maakt samen met de daaropvolgende infinitief een tijdsrelatie. Een bruikbaar patroon is avant de + infinitief voor een handeling die eerder gebeurt.
partir
partir betekent hier ‘vertrekken’ of ‘weggaan’ en staat na avant de. Het benoemt de handeling die later plaatsvindt dan het lezen. Je gebruikt avant de partir om te zeggen dat iets gebeurt voordat je vertrekt.