Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een boek lenen in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Cette bibliothèque est très calme.
set biblio-tèk è trè kalm Deze bibliotheek is erg stil.Nous parlons doucement pour que les gens puissent étudier.
noe parlõ doe-se-mã poer ke le zjã pwie e-tü-djee We praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.Je veux emprunter ce livre.
zje peu ã-prun-té se lievr Ik wil dit boek lenen.Je peux te l'enregistrer au comptoir.
zje peu te lã-re-zjis-tré oo kõ-twaar Ik kan het boek voor je bij de balie uitlenen.Où est-ce que je dois le rendre ?
oe ès-ke zje dwa le rãdr Waar moet ik het terugbrengen?Rapporte-le au comptoir quand tu as fini.
ra-por-te le oo kõ-twaar kã toe a fini Breng het terug naar de balie als je klaar bent.La place près de la fenêtre a l'air confortable.
la plas prè de la fe-nètr a lèr kõ-for-ta-bl De plaats bij het raam ziet er comfortabel uit.Tu peux t'asseoir là et lire avant de partir.
toe peu ta-swaar la ee lier a-vã de par-tier Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.Uitleg van de zinnen
Cette bibliothèque est très calme.
Deze bibliotheek is erg stil.
- Cette
- deze
- bibliothèque
- bibliotheek
- très
- erg
- calme
- stil
Uitgebreide uitleg
Cette betekent hier “deze” en staat bij het vrouwelijke enkelvoud bibliothèque. Het is een aanwijzend woord: cette bibliothèque = “deze bibliotheek”. Het is geen telwoord en drukt op zichzelf geen aantal uit. Vergelijk: ce livre = “dit boek” en ces livres = “deze boeken”. bibliothèque is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “bibliotheek”. Het meervoud is bibliothèques; het lidwoord verandert dan mee: une bibliothèque → des bibliothèques. Voorbeeld: La bibliothèque est ouverte. = “De bibliotheek is open.” très is een bijwoord dat de daaropvolgende beschrijving versterkt: “erg” of “heel”. Het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Il est très calme. = “Hij is erg rustig.” calme is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “stil” of “rustig”. Het beschrijft bibliothèque, en est verbindt het onderwerp met die beschrijving. De vorm calme is in het enkelvoud hetzelfde bij mannelijke en vrouwelijke woorden; in het meervoud wordt dat calmes. Voorbeeld: Des salles calmes = “Rustige zalen.” Samen vormen de delen het patroon Cette + zelfstandig naamwoord + est + très + bijvoeglijk naamwoord: Cette bibliothèque est très calme. betekent “Deze bibliotheek is erg stil.”
Nous parlons doucement pour que les gens puissent étudier.
We praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.
- parlons
- praten
- doucement
- zachtjes
- pour que
- zodat
- les gens
- de mensen
- puissent
- kunnen
- étudier
- studeren
Uitgebreide uitleg
parlons betekent hier “wij praten”. Het is de tegenwoordige tijd van parler in de eerste persoon meervoud: nous parlons. De uitgang -ons hoort bij nous; de vorm is dus niet het infinitief. Voorbeeld: Nous parlons français. — “Wij spreken Frans.” doucement beschrijft hoe het praten gebeurt: zachtjes of op zachte wijze. Het is een bijwoord en hoort bij parlons; het is niet de vorm van een zelfstandig naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord doux betekent “zacht”, terwijl doucement de wijze van handelen uitdrukt. Voorbeeld: Elle ferme doucement la porte. — “Zij doet de deur zachtjes dicht.” pour que leidt hier een doelzin in: “zodat”. Na pour que gebruikt het Frans de subjonctif, omdat de zin een beoogd doel uitdrukt en niet zomaar een vastgesteld feit. Het patroon is pour que + onderwerp + subjonctif. les gens betekent hier “mensen”. gens is een zelfstandig naamwoord in het meervoud; les is het bepaalde meervoudige lidwoord. Samen verwijzen ze naar mensen in het algemeen binnen deze doelzin, zonder een specifiek aantal vast te leggen. Voorbeeld: Les gens attendent. — “De mensen wachten.” puissent betekent hier “kunnen”. Het is de subjonctif présent van pouvoir in de derde persoon meervoud: ils/elles puissent. De vorm sluit aan bij het meervoudige onderwerp les gens. Vergelijk in de indicatif: ils peuvent — “zij kunnen”; na pour que staat hier ils puissent. étudier is het infinitief “studeren”. Na puissent blijft het tweede werkwoord in de infinitief: puissent étudier, “kunnen studeren”. Voorbeeld: Ils peuvent étudier ici. — “Zij kunnen hier studeren.” De delen worden zo gecombineerd: Nous parlons geeft aan wie handelt en wat er gebeurt; doucement geeft de manier aan. pour que introduceert het doel, waarna les gens puissent étudier betekent dat mensen kunnen studeren. De volledige betekenis is daarom: “Wij praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.”
Je veux emprunter ce livre.
Ik wil dit boek lenen.
- Je
- ik
- veux
- wil
- emprunter
- lenen
- ce
- dit/deze
- livre
- boek
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Het verwijst dus naar de spreker. Vergelijk in een eenvoudig voorbeeld: Je lis. = “Ik lees.” veux is de vorm van vouloir (“willen”) voor je in de tegenwoordige tijd. Je veux betekent “ik wil”. Na vouloir staat vaak een infinitief: Je veux venir. = “Ik wil komen.” De vorm veux hoort bij het onderwerp je; bij nous is de vorm bijvoorbeeld voulons. emprunter is de infinitief en betekent hier “lenen”, dus iets tijdelijk van iemand of een plaats meenemen. Na je veux blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Je veux lire. = “Ik wil lezen.” Het Franse emprunter is niet hetzelfde als prêter, dat “uitlenen” betekent: de lener emprunte, de uitlener prête. ce betekent hier “dit” en staat vóór het zelfstandig naamwoord livre. Het is een aanwijzend woord in de mannelijke enkelvoudsvorm. De vorm verandert volgens het zelfstandig naamwoord: ce livre = “dit boek”, terwijl bijvoorbeeld cette table = “deze tafel” is. In deze zin bepaalt ce niet zelfstandig wie of wat precies bedoeld wordt buiten de gegeven context; het markeert livre als het aangewezen boek. livre betekent hier “boek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is livres. Het Franse woord livre kan in andere contexten ook een andere betekenis hebben, maar in ce livre is de bedoelde betekenis duidelijk “boek”. Samen vormen Je veux en emprunter de structuur Je veux + infinitief: “Ik wil + werkwoord”. Daarna specificeert ce livre wat geleend moet worden. De hele zin betekent daarom: “Ik wil dit boek lenen.”
Je peux te l'enregistrer au comptoir.
Ik kan het boek voor je bij de balie uitlenen.
- Je peux
- ik kan
- te
- voor jou
- l'enregistrer
- het registreren
- au comptoir
- bij de balie
Uitgebreide uitleg
Je peux betekent “ik kan”. peux is de vorm van pouvoir bij je; je peux + infinitief drukt uit dat de spreker iets kan of mogelijk kan doen. te is een voornaamwoord voor de aangesprokene. Hier betekent het “voor jou” en staat het vóór het werkwoord. l'enregistrer bestaat uit l' en het infinitief enregistrer. l' is de verkorte vorm van le of la vóór een klinker en verwijst hier naar “het”. enregistrer betekent “registreren” of “vastleggen”. Na peux staat dit werkwoord in de infinitief. au comptoir betekent “bij de balie”. au is de samentrekking van à + le en geeft hier de plaats aan. Letterlijk betekent de zin: “Ik kan het voor je bij de balie registreren.” De Franse zin zelf zegt dus niet letterlijk dat de spreker het boek uitleent; dat is wel de betekenis van de meegeleverde Nederlandse vertaling. De structuur is Je peux + te + l'enregistrer + au comptoir.
Où est-ce que je dois le rendre ?
Waar moet ik het terugbrengen?
- Où est-ce que
- waar ...?
- je dois
- ik moet
- le
- het
- rendre
- terugbrengen
Uitgebreide uitleg
Où est-ce que vormt hier een gewone Franse vraag naar een plaats: “waar ...?”. Où betekent “waar”, en est-ce que is een vaste vraagmarkeerder. Die markeerder voegt geen zelfstandige betekenis zoals “is” toe in de Nederlandse vertaling. Hetzelfde patroon kan met andere vraagwoorden worden gebruikt, bijvoorbeeld: Quand est-ce que tu arrives ? — “Wanneer kom je aan?” je dois komt van het werkwoord devoir, hier in de tegenwoordige tijd bij je: je dois. In deze zin drukt het uit wat de spreker moet doen. Het onderscheid met je peux is nuttig: je dois betekent “ik moet”, terwijl je peux “ik kan/mag” betekent. Na devoir staat de infinitief: je dois rendre — “ik moet terugbrengen”. le is een lijdend voornaamwoord voor een mannelijk enkelvoudig object. De vaste vertaling ondersteunt hier de betekenis “het”, maar identificeert niet zelfstandig welk concreet object ermee wordt bedoeld. Het staat vóór de infinitief: je dois le rendre, letterlijk in de Franse woordvolgorde “ik moet het terugbrengen”. De vorm voor een vrouwelijk enkelvoudig object is la, zoals in je dois la rendre — “ik moet haar/het terugbrengen”, afhankelijk van het bedoelde vrouwelijke woord. rendre is de infinitief met de betekenis “terugbrengen” of “teruggeven” in deze context. Het is niet dezelfde vorm als rapporter, dat ook “terugbrengen” kan betekenen maar een andere werkwoordkeuze is. Een bruikbaar voorbeeld is: Je dois rendre le livre demain. — “Ik moet het boek morgen terugbrengen.” Dit is een nieuw oefenvoorbeeld; het boek is daar niet noodzakelijk het object uit de vaste zin. De delen worden samen Où est-ce que je dois le rendre ?: “Waar moet ik het terugbrengen?” De vraag naar de plaats staat vooraan; daarna volgt de vraagmarkeerder, het onderwerp je, het vervoegde werkwoord dois, het voornaamwoord le en de infinitief rendre. Deze formulering vraagt waar het object moet worden teruggebracht, zonder zelf de plaats te noemen.
Rapporte-le au comptoir quand tu as fini.
Breng het terug naar de balie als je klaar bent.
- Rapporte-le
- Breng het terug
- comptoir
- balie
- quand
- als
- tu as fini
- je bent klaar
Uitgebreide uitleg
Rapporte-le betekent hier “breng het terug”. Rapporte is de gebiedende wijs voor tu van rapporter (“terugbrengen”); bij regelmatige werkwoorden op -er valt in deze vorm de -s van de tu-vorm weg. Le is een mannelijk enkelvoudig lijdendvoorwerpspronomen (“het” in de vaste vertaling). In een bevestigende gebiedende wijs staat zo’n voornaamwoord achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Rapporte-le. Het voornaamwoord benoemt hier geen nader geïdentificeerd object. Comptoir is een zelfstandig naamwoord voor een balie of toonbank. In au comptoir is au de samentrekking van à + le: letterlijk “bij/naar de balie”. Een vergelijkbaar patroon is au bureau (“bij/naar het bureau”). Quand leidt een tijdsbepaling in en betekent hier “als” of “wanneer”. Het verbindt de handeling met het moment waarop de andere handeling voltooid is. Tu as fini betekent hier “je bent klaar” of letterlijk “je hebt beëindigd”. As is de tegenwoordige vorm van avoir bij tu; fini is het voltooid deelwoord van finir. Samen vormen ze de passé composé. Voorbeeld: Quand tu as fini, appelle-moi. — “Als je klaar bent, bel me.” De volledige opbouw is Rapporte-le au comptoir (“breng het terug naar de balie”) + quand tu as fini (“als je klaar bent”). Samen geeft de zin een instructie aan één aangesproken persoon: die persoon moet het bedoelde object naar de balie terugbrengen nadat die klaar is.
La place près de la fenêtre a l'air confortable.
De plaats bij het raam ziet er comfortabel uit.
- La place
- de plaats
- près de
- bij; dicht bij
- la fenêtre
- het raam
- a l'air
- ziet eruit
- confortable
- comfortabel
Uitgebreide uitleg
La place betekent hier “de plaats” of “de plek”. place is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het lidwoord la ervoor. Voor een andere plek kun je bijvoorbeeld zeggen: une place — “een plaats/plek”. près de betekent “dicht bij” of “vlak bij” en verbindt een plaats met wat er in de buurt is. Voorbeeld: La chaise est près de la porte. — “De stoel staat dicht bij de deur.” la fenêtre betekent “het raam”. fenêtre is vrouwelijk, wat je hier ziet aan la. Het meervoud is les fenêtres — “de ramen”. a l'air is de derde persoon enkelvoud van avoir l'air, letterlijk “de indruk hebben”, maar in deze constructie “eruitzien”. De vorm a komt van avoir; het onderwerp is hier La place. De vaste bouwsteen is avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord: La chambre a l'air calme. — “De kamer ziet er rustig uit.” confortable betekent hier “comfortabel”. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft La place. In het enkelvoud heeft confortable dezelfde vorm bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden; in het meervoud wordt het confortables. Samen vormt de zin: La place près de la fenêtre — “de plaats bij het raam” — en a l'air confortable — “ziet er comfortabel uit”. De volledige betekenis is dus: “De plaats bij het raam ziet er comfortabel uit.”
Tu peux t'asseoir là et lire avant de partir.
Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.
- Tu peux
- je kunt
- t'asseoir
- gaan zitten
- là
- daar
- lire
- lezen
- avant de partir
- voordat je vertrekt
Uitgebreide uitleg
Tu peux betekent hier “je kunt”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij tu; na pouvoir staat een infinitief: Tu peux lire = “Je kunt lezen”. pouvoir kan afhankelijk van de context ook mogelijkheid of toestemming uitdrukken. t'asseoir betekent “gaan zitten”. Dit is de infinitief van het wederkerende werkwoord s'asseoir: te wordt vóór asseoir verkort tot t'. Het onderwerp van de handeling blijft tu, dus letterlijk gaat het om “jezelf gaan zitten”. Een bruikbaar voorbeeld is Tu peux t'asseoir. — “Je kunt gaan zitten.” là is een bijwoord met de betekenis “daar”, voor een plaats die in de situatie wordt aangewezen of bekend is. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. lire is de infinitief “lezen”. Na peux benoemt deze vorm de handeling die mogelijk is: Tu peux lire = “Je kunt lezen”. De infinitief heeft hier geen aparte persoonsuitgang; de persoon wordt door peux aangegeven. avant de partir betekent “voordat je weggaat”. avant de wordt gevolgd door een infinitief. In deze zin wordt het begrepen onderwerp van partir door de context als tu gelezen: “voordat je weggaat”. partir betekent “vertrekken” of “weggaan”; het is niet hetzelfde als sortir, dat meestal “naar buiten gaan” betekent. Samen vormen de delen: Tu peux + t'asseoir là + et lire + avant de partir: “Je kunt daar gaan zitten en lezen voordat je weggaat.” et verbindt de twee handelingen t'asseoir en lire. De zin is een gewone, informele formulering met tu.
Grammatica
pour que + subjonctif
pour que les gens puissent étudier
poer ke le zjã pwie e-tü-djeezodat mensen kunnen studeren
Na « pour que » gebruik je de subjonctif. « puissent » is de subjonctif van « pouvoir ».
avant de + infinitif
avant de partir
a-vã de par-tiervoordat je vertrekt
Na « avant de » volgt een infinitief wanneer het onderwerp hetzelfde blijft.
Frans woordenschat
Een boek bij de balie registreren of uitlenen.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Deze bibliotheek is erg stil.
Antwoord tonen
Cette bibliothèque est très calme.Ik wil dit boek lenen.
Antwoord tonen
Je veux emprunter ce livre.Ik kan het boek voor je bij de balie uitlenen.
Antwoord tonen
Je peux te l'enregistrer au comptoir.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
bibliotheek
Antwoord tonen
bibliothèquezachtjes
Antwoord tonen
doucementpraten
Antwoord tonen
parlonswillen