Een boek lenen in de bibliotheek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a library, a visitor asks to borrow a book, where to return it, and where to read before leaving..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een boek lenen in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Cette bibliothèque est très calme.

set biblio-tèk è trè kalm Deze bibliotheek is erg stil.
B

Nous parlons doucement pour que les gens puissent étudier.

noe parlõ doe-se-mã poer ke le zjã pwie e-tü-djee We praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.
A

Je veux emprunter ce livre.

zje peu ã-prun-té se lievr Ik wil dit boek lenen.
B

Je peux te l'enregistrer au comptoir.

zje peu te lã-re-zjis-tré oo kõ-twaar Ik kan het boek voor je bij de balie uitlenen.
A

Où est-ce que je dois le rendre ?

oe ès-ke zje dwa le rãdr Waar moet ik het terugbrengen?
B

Rapporte-le au comptoir quand tu as fini.

ra-por-te le oo kõ-twaar kã toe a fini Breng het terug naar de balie als je klaar bent.
A

La place près de la fenêtre a l'air confortable.

la plas prè de la fe-nètr a lèr kõ-for-ta-bl De plaats bij het raam ziet er comfortabel uit.
B

Tu peux t'asseoir là et lire avant de partir.

toe peu ta-swaar la ee lier a-vã de par-tier Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

Uitleg van de zinnen

  1. Cette bibliothèque est très calme.

    Deze bibliotheek is erg stil.

    Cette
    deze
    bibliothèque
    bibliotheek
    très
    erg
    calme
    stil
    Uitgebreide uitleg

    Cette betekent hier “deze” en staat bij het vrouwelijke enkelvoud bibliothèque. Het is een aanwijzend woord: cette bibliothèque = “deze bibliotheek”. Het is geen telwoord en drukt op zichzelf geen aantal uit. Vergelijk: ce livre = “dit boek” en ces livres = “deze boeken”. bibliothèque is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “bibliotheek”. Het meervoud is bibliothèques; het lidwoord verandert dan mee: une bibliothèque → des bibliothèques. Voorbeeld: La bibliothèque est ouverte. = “De bibliotheek is open.” très is een bijwoord dat de daaropvolgende beschrijving versterkt: “erg” of “heel”. Het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Il est très calme. = “Hij is erg rustig.” calme is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “stil” of “rustig”. Het beschrijft bibliothèque, en est verbindt het onderwerp met die beschrijving. De vorm calme is in het enkelvoud hetzelfde bij mannelijke en vrouwelijke woorden; in het meervoud wordt dat calmes. Voorbeeld: Des salles calmes = “Rustige zalen.” Samen vormen de delen het patroon Cette + zelfstandig naamwoord + est + très + bijvoeglijk naamwoord: Cette bibliothèque est très calme. betekent “Deze bibliotheek is erg stil.”

  2. Nous parlons doucement pour que les gens puissent étudier.

    We praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.

    parlons
    praten
    doucement
    zachtjes
    pour que
    zodat
    les gens
    de mensen
    puissent
    kunnen
    étudier
    studeren
    Uitgebreide uitleg

    parlons betekent hier “wij praten”. Het is de tegenwoordige tijd van parler in de eerste persoon meervoud: nous parlons. De uitgang -ons hoort bij nous; de vorm is dus niet het infinitief. Voorbeeld: Nous parlons français. — “Wij spreken Frans.” doucement beschrijft hoe het praten gebeurt: zachtjes of op zachte wijze. Het is een bijwoord en hoort bij parlons; het is niet de vorm van een zelfstandig naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord doux betekent “zacht”, terwijl doucement de wijze van handelen uitdrukt. Voorbeeld: Elle ferme doucement la porte. — “Zij doet de deur zachtjes dicht.” pour que leidt hier een doelzin in: “zodat”. Na pour que gebruikt het Frans de subjonctif, omdat de zin een beoogd doel uitdrukt en niet zomaar een vastgesteld feit. Het patroon is pour que + onderwerp + subjonctif. les gens betekent hier “mensen”. gens is een zelfstandig naamwoord in het meervoud; les is het bepaalde meervoudige lidwoord. Samen verwijzen ze naar mensen in het algemeen binnen deze doelzin, zonder een specifiek aantal vast te leggen. Voorbeeld: Les gens attendent. — “De mensen wachten.” puissent betekent hier “kunnen”. Het is de subjonctif présent van pouvoir in de derde persoon meervoud: ils/elles puissent. De vorm sluit aan bij het meervoudige onderwerp les gens. Vergelijk in de indicatif: ils peuvent — “zij kunnen”; na pour que staat hier ils puissent. étudier is het infinitief “studeren”. Na puissent blijft het tweede werkwoord in de infinitief: puissent étudier, “kunnen studeren”. Voorbeeld: Ils peuvent étudier ici. — “Zij kunnen hier studeren.” De delen worden zo gecombineerd: Nous parlons geeft aan wie handelt en wat er gebeurt; doucement geeft de manier aan. pour que introduceert het doel, waarna les gens puissent étudier betekent dat mensen kunnen studeren. De volledige betekenis is daarom: “Wij praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.”

  3. Je veux emprunter ce livre.

    Ik wil dit boek lenen.

    Je
    ik
    veux
    wil
    emprunter
    lenen
    ce
    dit/deze
    livre
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Het verwijst dus naar de spreker. Vergelijk in een eenvoudig voorbeeld: Je lis. = “Ik lees.” veux is de vorm van vouloir (“willen”) voor je in de tegenwoordige tijd. Je veux betekent “ik wil”. Na vouloir staat vaak een infinitief: Je veux venir. = “Ik wil komen.” De vorm veux hoort bij het onderwerp je; bij nous is de vorm bijvoorbeeld voulons. emprunter is de infinitief en betekent hier “lenen”, dus iets tijdelijk van iemand of een plaats meenemen. Na je veux blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Je veux lire. = “Ik wil lezen.” Het Franse emprunter is niet hetzelfde als prêter, dat “uitlenen” betekent: de lener emprunte, de uitlener prête. ce betekent hier “dit” en staat vóór het zelfstandig naamwoord livre. Het is een aanwijzend woord in de mannelijke enkelvoudsvorm. De vorm verandert volgens het zelfstandig naamwoord: ce livre = “dit boek”, terwijl bijvoorbeeld cette table = “deze tafel” is. In deze zin bepaalt ce niet zelfstandig wie of wat precies bedoeld wordt buiten de gegeven context; het markeert livre als het aangewezen boek. livre betekent hier “boek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is livres. Het Franse woord livre kan in andere contexten ook een andere betekenis hebben, maar in ce livre is de bedoelde betekenis duidelijk “boek”. Samen vormen Je veux en emprunter de structuur Je veux + infinitief: “Ik wil + werkwoord”. Daarna specificeert ce livre wat geleend moet worden. De hele zin betekent daarom: “Ik wil dit boek lenen.”

  4. Je peux te l'enregistrer au comptoir.

    Ik kan het boek voor je bij de balie uitlenen.

    Je peux
    ik kan
    te
    voor jou
    l'enregistrer
    het registreren
    au comptoir
    bij de balie
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent “ik kan”. peux is de vorm van pouvoir bij je; je peux + infinitief drukt uit dat de spreker iets kan of mogelijk kan doen. te is een voornaamwoord voor de aangesprokene. Hier betekent het “voor jou” en staat het vóór het werkwoord. l'enregistrer bestaat uit l' en het infinitief enregistrer. l' is de verkorte vorm van le of la vóór een klinker en verwijst hier naar “het”. enregistrer betekent “registreren” of “vastleggen”. Na peux staat dit werkwoord in de infinitief. au comptoir betekent “bij de balie”. au is de samentrekking van à + le en geeft hier de plaats aan. Letterlijk betekent de zin: “Ik kan het voor je bij de balie registreren.” De Franse zin zelf zegt dus niet letterlijk dat de spreker het boek uitleent; dat is wel de betekenis van de meegeleverde Nederlandse vertaling. De structuur is Je peux + te + l'enregistrer + au comptoir.

  5. Où est-ce que je dois le rendre ?

    Waar moet ik het terugbrengen?

    Où est-ce que
    waar ...?
    je dois
    ik moet
    le
    het
    rendre
    terugbrengen
    Uitgebreide uitleg

    Où est-ce que vormt hier een gewone Franse vraag naar een plaats: “waar ...?”. Où betekent “waar”, en est-ce que is een vaste vraagmarkeerder. Die markeerder voegt geen zelfstandige betekenis zoals “is” toe in de Nederlandse vertaling. Hetzelfde patroon kan met andere vraagwoorden worden gebruikt, bijvoorbeeld: Quand est-ce que tu arrives ? — “Wanneer kom je aan?” je dois komt van het werkwoord devoir, hier in de tegenwoordige tijd bij je: je dois. In deze zin drukt het uit wat de spreker moet doen. Het onderscheid met je peux is nuttig: je dois betekent “ik moet”, terwijl je peux “ik kan/mag” betekent. Na devoir staat de infinitief: je dois rendre — “ik moet terugbrengen”. le is een lijdend voornaamwoord voor een mannelijk enkelvoudig object. De vaste vertaling ondersteunt hier de betekenis “het”, maar identificeert niet zelfstandig welk concreet object ermee wordt bedoeld. Het staat vóór de infinitief: je dois le rendre, letterlijk in de Franse woordvolgorde “ik moet het terugbrengen”. De vorm voor een vrouwelijk enkelvoudig object is la, zoals in je dois la rendre — “ik moet haar/het terugbrengen”, afhankelijk van het bedoelde vrouwelijke woord. rendre is de infinitief met de betekenis “terugbrengen” of “teruggeven” in deze context. Het is niet dezelfde vorm als rapporter, dat ook “terugbrengen” kan betekenen maar een andere werkwoordkeuze is. Een bruikbaar voorbeeld is: Je dois rendre le livre demain. — “Ik moet het boek morgen terugbrengen.” Dit is een nieuw oefenvoorbeeld; het boek is daar niet noodzakelijk het object uit de vaste zin. De delen worden samen Où est-ce que je dois le rendre ?: “Waar moet ik het terugbrengen?” De vraag naar de plaats staat vooraan; daarna volgt de vraagmarkeerder, het onderwerp je, het vervoegde werkwoord dois, het voornaamwoord le en de infinitief rendre. Deze formulering vraagt waar het object moet worden teruggebracht, zonder zelf de plaats te noemen.

  6. Rapporte-le au comptoir quand tu as fini.

    Breng het terug naar de balie als je klaar bent.

    Rapporte-le
    Breng het terug
    comptoir
    balie
    quand
    als
    tu as fini
    je bent klaar
    Uitgebreide uitleg

    Rapporte-le betekent hier “breng het terug”. Rapporte is de gebiedende wijs voor tu van rapporter (“terugbrengen”); bij regelmatige werkwoorden op -er valt in deze vorm de -s van de tu-vorm weg. Le is een mannelijk enkelvoudig lijdendvoorwerpspronomen (“het” in de vaste vertaling). In een bevestigende gebiedende wijs staat zo’n voornaamwoord achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Rapporte-le. Het voornaamwoord benoemt hier geen nader geïdentificeerd object. Comptoir is een zelfstandig naamwoord voor een balie of toonbank. In au comptoir is au de samentrekking van à + le: letterlijk “bij/naar de balie”. Een vergelijkbaar patroon is au bureau (“bij/naar het bureau”). Quand leidt een tijdsbepaling in en betekent hier “als” of “wanneer”. Het verbindt de handeling met het moment waarop de andere handeling voltooid is. Tu as fini betekent hier “je bent klaar” of letterlijk “je hebt beëindigd”. As is de tegenwoordige vorm van avoir bij tu; fini is het voltooid deelwoord van finir. Samen vormen ze de passé composé. Voorbeeld: Quand tu as fini, appelle-moi. — “Als je klaar bent, bel me.” De volledige opbouw is Rapporte-le au comptoir (“breng het terug naar de balie”) + quand tu as fini (“als je klaar bent”). Samen geeft de zin een instructie aan één aangesproken persoon: die persoon moet het bedoelde object naar de balie terugbrengen nadat die klaar is.

  7. La place près de la fenêtre a l'air confortable.

    De plaats bij het raam ziet er comfortabel uit.

    La place
    de plaats
    près de
    bij; dicht bij
    la fenêtre
    het raam
    a l'air
    ziet eruit
    confortable
    comfortabel
    Uitgebreide uitleg

    La place betekent hier “de plaats” of “de plek”. place is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het lidwoord la ervoor. Voor een andere plek kun je bijvoorbeeld zeggen: une place — “een plaats/plek”. près de betekent “dicht bij” of “vlak bij” en verbindt een plaats met wat er in de buurt is. Voorbeeld: La chaise est près de la porte. — “De stoel staat dicht bij de deur.” la fenêtre betekent “het raam”. fenêtre is vrouwelijk, wat je hier ziet aan la. Het meervoud is les fenêtres — “de ramen”. a l'air is de derde persoon enkelvoud van avoir l'air, letterlijk “de indruk hebben”, maar in deze constructie “eruitzien”. De vorm a komt van avoir; het onderwerp is hier La place. De vaste bouwsteen is avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord: La chambre a l'air calme. — “De kamer ziet er rustig uit.” confortable betekent hier “comfortabel”. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft La place. In het enkelvoud heeft confortable dezelfde vorm bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden; in het meervoud wordt het confortables. Samen vormt de zin: La place près de la fenêtre — “de plaats bij het raam” — en a l'air confortable — “ziet er comfortabel uit”. De volledige betekenis is dus: “De plaats bij het raam ziet er comfortabel uit.”

  8. Tu peux t'asseoir là et lire avant de partir.

    Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

    Tu peux
    je kunt
    t'asseoir
    gaan zitten
    là
    daar
    lire
    lezen
    avant de partir
    voordat je vertrekt
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier “je kunt”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij tu; na pouvoir staat een infinitief: Tu peux lire = “Je kunt lezen”. pouvoir kan afhankelijk van de context ook mogelijkheid of toestemming uitdrukken. t'asseoir betekent “gaan zitten”. Dit is de infinitief van het wederkerende werkwoord s'asseoir: te wordt vóór asseoir verkort tot t'. Het onderwerp van de handeling blijft tu, dus letterlijk gaat het om “jezelf gaan zitten”. Een bruikbaar voorbeeld is Tu peux t'asseoir. — “Je kunt gaan zitten.” là is een bijwoord met de betekenis “daar”, voor een plaats die in de situatie wordt aangewezen of bekend is. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. lire is de infinitief “lezen”. Na peux benoemt deze vorm de handeling die mogelijk is: Tu peux lire = “Je kunt lezen”. De infinitief heeft hier geen aparte persoonsuitgang; de persoon wordt door peux aangegeven. avant de partir betekent “voordat je weggaat”. avant de wordt gevolgd door een infinitief. In deze zin wordt het begrepen onderwerp van partir door de context als tu gelezen: “voordat je weggaat”. partir betekent “vertrekken” of “weggaan”; het is niet hetzelfde als sortir, dat meestal “naar buiten gaan” betekent. Samen vormen de delen: Tu peux + t'asseoir là + et lire + avant de partir: “Je kunt daar gaan zitten en lezen voordat je weggaat.” et verbindt de twee handelingen t'asseoir en lire. De zin is een gewone, informele formulering met tu.

Grammatica

pour que + subjonctif

pour que les gens puissent étudier

poer ke le zjã pwie e-tü-djee

zodat mensen kunnen studeren

Na « pour que » gebruik je de subjonctif. « puissent » is de subjonctif van « pouvoir ».

avant de + infinitif

avant de partir

a-vã de par-tier

voordat je vertrekt

Na « avant de » volgt een infinitief wanneer het onderwerp hetzelfde blijft.

Frans woordenschat

bibliothèque zelfstandig naamwoord
biblio-tèk bibliotheek
calme bijvoeglijk naamwoord
kalm rustig, stil
doucement bijwoord
does-mã zachtjes
emprunter werkwoord
ã-prun-té lenen
enregistrer werkwoord
ã-re-zjis-tré registreren, uitlenen l'enregistrer

Een boek bij de balie registreren of uitlenen.

étudier werkwoord
e-tü-djee studeren
gens zelfstandig naamwoord
zjã mensen
livre zelfstandig naamwoord
lievr boek
parler werkwoord
par-lee praten parlons
pour que voegwoord
poer ke zodat
pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen puissent
vouloir werkwoord
voe-lwaar willen veux

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze bibliotheek is erg stil.

Antwoord tonenCette bibliothèque est très calme.

Ik wil dit boek lenen.

Antwoord tonenJe veux emprunter ce livre.

Ik kan het boek voor je bij de balie uitlenen.

Antwoord tonenJe peux te l'enregistrer au comptoir.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bibliotheek

Antwoord tonenbibliothèque

zachtjes

Antwoord tonendoucement

praten

Antwoord tonenparlons

willen

Antwoord tonenveux