Een rustige studieplek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a library, one person asks whether a table is free and chooses a quiet place to study..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een rustige studieplek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Cette table est libre ?

set tabl è liebr? Is deze tafel vrij?
B

Il n’y a personne à cette table.

iel nja per-son a set tabl. Niemand zit hier.
A

J’ai besoin d’un endroit calme pour m’asseoir.

zjee buh-zwẽ deung nang-droa kal poer ma-swaar. Ik heb een rustige plek nodig om te zitten.
B

Cette table est loin de la porte.

set tabl è lwèng duh la port. Deze tafel staat ver van de deur.
A

Alors, c’est un bon endroit pour étudier.

a-lor, sè-teung bong nang-droa poer ee-tuu-djee. Dan is dit een goede plek om te studeren.
B

S’il te plaît, parle doucement pendant que tu étudies.

siel tuh plè, parl doe-suh-mang pang-dang kuh tuu ee-tuu-die. Praat alsjeblieft zacht terwijl je studeert.
A

Bien sûr, je parlerai doucement.

bjèng suur, zjuh par-luh-ree doe-suh-mang. Natuurlijk, ik zal zacht praten.
B

Ça aide les autres à étudier.

saa èd lee-zotr a ee-tuu-djee. Dat helpt andere mensen om te studeren.

Woord voor woord

Cette Cette betekent hier ‘deze’ en hoort bij de tafel waarnaar wordt gevraagd. De vorm staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord: cette + zelfstandig naamwoord.
table Table betekent hier ‘tafel’, de tafel waar iemand wil zitten. Je kunt table gebruiken met een plaatsaanduiding, zoals in à cette table.
est Est betekent hier ‘is’ en verbindt cette table met de eigenschap libre. Een veelgebruikt patroon is een onderwerp + est + beschrijving, zoals Cette table est libre.
libre Libre betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’: niemand gebruikt de tafel. De uitdrukking être libre kan ook zeggen dat een plaats of voorwerp beschikbaar is.
Il Il is hier het grammaticale onderwerp van de onpersoonlijke constructie il n’y a personne en betekent niet zelfstandig ‘hij’. Gebruik il samen met il y a om het bestaan of de aanwezigheid van iets of iemand uit te drukken.
n’y N’y maakt hier deel uit van de ontkennende constructie il n’y a personne, die betekent dat er niemand is. Een nieuw voorbeeld is il n’y a pas de place: ‘er is geen plaats’.
a A draagt in il n’y a bij aan de betekenis ‘er is’ of ‘er zijn’. Het patroon il y a + zelfstandig naamwoord wordt gebruikt om aanwezigheid of bestaan aan te geven.
personne Personne betekent hier ‘niemand’ binnen de ontkennende constructie il n’y a personne. In een nieuw voorbeeld staat ne ... personne ook voor ‘niemand’, zoals Je ne vois personne: ‘Ik zie niemand’.
à À betekent hier ‘bij’ in à cette table: bij deze tafel. Je gebruikt à vaak vóór een plaatsaanduiding, bijvoorbeeld voor een tafel, een stoel of een andere plek.
J’ai J’ai betekent hier ‘ik heb’ en introduceert de behoefte van de spreker. Het vaste patroon avoir besoin de + zelfstandig naamwoord betekent ‘iets nodig hebben’, zoals in J’ai besoin d’un endroit.
besoin Besoin draagt in J’ai besoin de de betekenis ‘behoefte’ en maakt samen met avoir de uitdrukking ‘nodig hebben’. Gebruik avoir besoin de vóór datgene wat je nodig hebt.
d’un D’un betekent hier ‘van een’ en volgt op besoin in J’ai besoin d’un endroit. Het is de samengevoegde vorm van de en un; je gebruikt avoir besoin d’un + zelfstandig naamwoord voor ‘een ... nodig hebben’.
endroit Endroit betekent hier ‘plek’ of ‘plaats’, namelijk een plaats om te zitten. Het kan worden gecombineerd met een beschrijving, zoals un endroit calme.
calme Calme betekent hier ‘rustig’ en beschrijft de plek waar de spreker wil zitten. Je kunt calme vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken, zoals in un endroit calme.
pour Pour geeft hier het doel aan: de plek is bedoeld om te zitten. Het patroon pour + infinitief drukt vaak ‘om te ...’ uit, zoals pour m’asseoir en pour étudier.
m’asseoir M’asseoir betekent hier ‘gaan zitten’ of ‘zitten’, met m’ voor de persoon die spreekt. De vorm wordt in deze zin gebruikt na pour: pour m’asseoir, ‘om te gaan zitten’.
loin Loin betekent hier ‘ver’ en beschrijft de afstand van de tafel tot de deur. Het gebruikelijke patroon is loin de + plaats of voorwerp, zoals loin de la porte.
de De betekent hier ‘van’ en geeft in loin de la porte het referentiepunt van de afstand aan. Gebruik loin de vóór datgene waarvan iets ver verwijderd is.
la La staat vóór porte in la porte en verwijst naar een bepaalde deur. Je gebruikt la vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bekende of bepaalde zaak verwijst.
porte Porte betekent hier ‘deur’, het punt waarmee de afstand van de tafel wordt beschreven. Het komt in deze zin voor na de vaste combinatie loin de.
Alors Alors betekent hier ‘dan’ of ‘dus’ en leidt de conclusie van de spreker in: deze plek is geschikt om te studeren. Je kunt alors aan het begin van een zin gebruiken om een gevolg of conclusie aan te kondigen.
c’est C’est betekent hier ‘dit is’ en introduceert de beoordeling van de plek. C’est is de samengevoegde vorm van ce en est; een bruikbaar patroon is c’est + zelfstandig naamwoord of beschrijving.
un Un betekent hier ‘een’ in un bon endroit. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord om naar één niet nader bepaalde zaak te verwijzen.
bon Bon betekent hier ‘goed’ en beschrijft endroit: het is een goede plek om te studeren. Je kunt un bon + zelfstandig naamwoord gebruiken om iets positief te beoordelen.
étudier Étudier betekent hier ‘studeren’ en staat na pour om het doel van de plek te benoemen. Het patroon pour étudier betekent ‘om te studeren’.
S’il te plaît S’il te plaît betekent als geheel ‘alsjeblieft’ en maakt het verzoek beleefd. In deze vaste uitdrukking dragen S’il, te en plaît samen de verzoekfunctie: S’il vormt de uitdrukking, te verwijst naar de aangesproken persoon en plaît naar iets dat prettig of welgevallig is.
parle Parle betekent hier ‘praat’ en vormt samen met S’il te plaît een beleefd verzoek. Je kunt parle combineren met een manier waarop iemand moet spreken, zoals parle doucement.
doucement Doucement betekent hier ‘zacht’ of ‘zachtjes’ en beschrijft hoe iemand moet praten. Het kan na parler staan om aan te geven dat iemand zacht moet spreken: parler doucement.
pendant Pendant betekent hier ‘tijdens’ in pendant que tu étudies. Samen met que leidt pendant een bijzin in die aangeeft wanneer iets gebeurt.
que Que maakt hier samen met pendant de verbinding pendant que, met de betekenis ‘terwijl’. Het patroon pendant que + onderwerp + werkwoord beschrijft twee activiteiten die tegelijk plaatsvinden.
tu Tu betekent hier ‘je’ of ‘jij’ en verwijst naar de aangesproken persoon. Het staat vóór het werkwoord in tu étudies; een vergelijkbaar patroon is tu + werkwoord.
étudies Étudies betekent hier ‘studeert’ in pendant que tu étudies. De vorm hoort bij tu en kan in een nieuwe zin opnieuw na tu worden gebruikt om te zeggen wat de aangesproken persoon doet.
Bien sûr Bien sûr betekent als geheel ‘natuurlijk’ of ‘zeker’ en bevestigt hier dat de spreker zacht zal praten. Bien draagt in deze uitdrukking bij aan een positieve bevestiging en sûr aan de zekerheid; samen vormen ze een vaste bevestiging.
je Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van parlerai. Het staat vóór een werkwoord om de spreker aan te wijzen, zoals in je parlerai doucement.
parlerai Parlerai betekent hier ‘zal praten’ en geeft aan wat de spreker van plan is te doen. Je kunt je parlerai combineren met een bijwoord, zoals in je parlerai doucement.
Ça Ça betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het zacht praten uit de vorige zin. Ça kan als onderwerp vóór een werkwoord staan, zoals in Ça aide.
aide Aide betekent hier ‘helpt’ in Ça aide les autres à étudier. Een bruikbaar patroon is ça aide + persoon of groep + à + infinitief, voor iets dat iemand helpt om iets te doen.
les Les staat in les autres vóór een meervoudige groep die als bepaald wordt voorgesteld. Je gebruikt les vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord of een meervoudige aanduiding van personen of zaken.
autres Autres betekent hier ‘anderen’ en verwijst naar de andere mensen in de bibliotheek, naast de gesprekspartners. Samen met les vormt het les autres, een veelgebruikte aanduiding voor andere personen of zaken.

Grammatica

avoir besoin de + zelfstandig naamwoord

J’ai besoin d’un endroit calme.

zjee buh-zwẽ deung nang-droa kal.

Ik heb een rustige plek nodig.

Na « avoir besoin » komt « de ». Voor een klinker wordt « de » vaak « d’ »: « d’un endroit ».

pendant que + zin

Je parle doucement pendant que les autres étudient.

zjuh parl doe-suh-mang pang-dang kuh lee-zotr ee-tuu-die.

Ik praat zacht terwijl de anderen studeren.

« Pendant que » verbindt twee gelijktijdige handelingen en betekent « terwijl ».

Frans woordenschat

alors bijwoord
a-lor dan
avoir besoin de uitdrukking
a-vwaar buh-zwẽ duh nodig hebben j’ai besoin d’un

J’ai besoin d’un endroit calme

calme bijvoeglijk naamwoord
kalm rustig
cette bepaler
set deze

Cette table

endroit zelfstandig naamwoord
ang-droa plek
être werkwoord
ètr zijn est
libre bijvoeglijk naamwoord
liebr vrij
loin de uitdrukking
lwèng duh ver van

loin de la porte

personne voornaamwoord
per-son niemand

Il n’y a personne

porte zelfstandig naamwoord
port deur
s’asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten m’asseoir
table zelfstandig naamwoord
tabl tafel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is deze tafel vrij?

Antwoord tonenCette table est libre ?

Natuurlijk, ik zal zacht praten.

Antwoord tonenBien sûr, je parlerai doucement.

Dat helpt andere mensen om te studeren.

Antwoord tonenÇa aide les autres à étudier.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonencette

tafel

Antwoord tonentable

vrij

Antwoord tonenlibre

plek

Antwoord tonenendroit