Een computer en printer gebruiken in de bibliotheek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a library, one person asks to use a computer and printer while keeping the room quiet..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een computer en printer gebruiken in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que je peux utiliser cet ordinateur ?

ès-ke zje peu uu-ti-li-zee sèt or-di-na-teur Kan ik deze computer gebruiken?
B

Cet ordinateur est libre.

sèt or-di-na-teur è liebr Die computer is vrij.
A

L'écran est très lumineux.

lek-rang è trè luu-mi-neu Het scherm is erg helder.
B

Tu peux baisser la luminosité ici.

tuu peu bè-see la luu-mi-no-si-tee i-sie Je kunt de helderheid hier lager zetten.
A

Est-ce que je peux aussi utiliser l'imprimante ?

ès-ke zje peu oo-sie uu-ti-li-zee leng-prie-mangt Kan ik de printer ook gebruiken?
B

Tu peux utiliser l'imprimante près du bureau.

tuu peu uu-ti-li-zee leng-prie-mangt prè duh buu-ro Je kunt de printer bij het bureau gebruiken.
A

J'utiliserai un casque si je mets du son.

zjuu-ti-li-zee-rè eung kask sie zjeuh mè duu song Ik zal een koptelefoon gebruiken als ik geluid afspeel.
B

Comme ça, la salle restera silencieuse.

kom saa, la sal rès-tuh-raa sie-lang-sjeuuz Zo blijft het stil in de ruimte.

Uitleg van de zinnen

  1. Est-ce que je peux utiliser cet ordinateur ?

    Kan ik deze computer gebruiken?

    Est-ce que
    maakt van de zin een vraag
    je peux
    ik kan
    utiliser
    gebruiken
    cet
    deze
    ordinateur
    computer
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de mededelende structuur een directe vraag. Het is een vaste Franse vraagconstructie die vóór de rest van de zin staat; de woordvolgorde van de mededeling blijft daarbij behouden. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? = “Kom je?” je peux betekent hier dat de spreker kan of mag handelen. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij je: je peux. Na pouvoir volgt doorgaans een infinitief: je peux utiliser = “ik kan/mag gebruiken”. De vorm peux hoort bij je; bij tu is het tu peux, terwijl bij il/elle/on de vorm peut is. utiliser is de infinitief “gebruiken”. Na peux blijft dit werkwoord in de infinitief en krijgt het niet de persoonsuitgang van de spreker. Bijvoorbeeld: Je peux attendre. = “Ik kan wachten.” cet is het enkelvoudige mannelijke aanwijzende woord bij een zelfstandig naamwoord dat met een klinker- of stille h-klank begint. Het betekent hier “deze”. Het vrouwelijke enkelvoud is cette, bijvoorbeeld cette table = “deze tafel”; voor meervoud is het ces. ordinateur is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “computer”. Daarom staat hier het mannelijke enkelvoudige aanwijzende cet ervoor. De combinatie cet ordinateur betekent “deze computer”. Samen vormen de delen Est-ce que + je peux utiliser + cet ordinateur ? de vraag “Kan ik deze computer gebruiken?” De contextzin bevestigt dat cet ordinateur naar een beschikbare computer verwijst. De formulering is een neutrale, gebruikelijke manier om in het Frans naar kunnen of toestemming te vragen.

  2. Cet ordinateur est libre.

    Die computer is vrij.

    Cet
    deze
    ordinateur
    computer
    est
    is
    libre
    vrij
    Uitgebreide uitleg

    Cet betekent hier “deze” en is een aanwijzend woord voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst in deze zin naar de computer die in de voorafgaande vraag wordt genoemd. Voor een mannelijk enkelvoud dat met een klinkerklank begint, staat cet; vergelijk ce livre (“dit boek”) en cette table (“deze tafel”). ordinateur betekent “computer”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un ordinateur (“een computer”), l’ordinateur (“de computer”). Het aanwijzende woord ervoor is daarom cet. est is de vorm van être (“zijn”) in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: il/elle est. Een herbruikbaar voorbeeld is Le téléphone est libre. — “De telefoon is vrij.” libre betekent hier “vrij” of “beschikbaar”. Het beschrijft de toestand van ordinateur: de computer is beschikbaar om te gebruiken. Als bijvoeglijk naamwoord heeft libre in het enkelvoud dezelfde spelling bij mannelijk en vrouwelijk: un ordinateur libre, une salle libre. Samen vormen de delen Cet ordinateur (“deze computer”), est (“is”) en libre (“vrij/beschikbaar”) de mededelende zin: “Deze computer is vrij.”

  3. L'écran est très lumineux.

    Het scherm is erg helder.

    L'écran
    het scherm
    est
    is
    très
    erg
    lumineux
    helder
    Uitgebreide uitleg

    L'écran betekent hier “het scherm”. Het zelfstandig naamwoord is écran; het apostrofdeel l' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord le vóór een klinkerklank. Het lidwoord drukt bepaaldheid uit, niet op zichzelf een aantal. est betekent hier “is”. Dit is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd bij de derde persoon enkelvoud. Vergelijk: je suis = “ik ben”, tu es = “jij bent”, il est = “hij is”. très versterkt het bijvoeglijk naamwoord: “erg” of “heel”. Het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: très calme = “erg rustig”. lumineux betekent hier “helder”, in de zin dat het scherm veel licht geeft. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm lumineux; bij een vrouwelijk enkelvoud is de vorm lumineuse, bijvoorbeeld une pièce lumineuse = “een heldere kamer”. In deze zin beschrijft lumineux het mannelijke woord écran; de uitgang hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord, niet bij écran. Samen vormen de delen L'écran est très lumineux. de betekenis: “Het scherm is erg helder.”

  4. Tu peux baisser la luminosité ici.

    Je kunt de helderheid hier lager zetten.

    Tu peux
    je kunt
    baisser
    verlagen
    la luminosité
    de helderheid
    ici
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier: “je kunt”. tu is de informele tweede persoon enkelvoud; peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij tu. pouvoir wordt gevolgd door een infinitief: Tu peux baisser... betekent “Je kunt ... verlagen”. Bij je is de vorm je peux; bij il/elle/on is dat peut. Voorbeeld: Tu peux attendre. — “Je kunt wachten.” baisser betekent hier “lager zetten” of “verlagen”. Het is de infinitief van een regelmatig werkwoord op -er. Na peux blijft het in de infinitief staan. In deze zin heeft het een lijdend voorwerp: wat lager wordt gezet, is de helderheid. Voorbeeld: Je baisse le son. — “Ik zet het geluid zachter.” la luminosité betekent “de helderheid”. In deze context gaat het, mede door de verwijzing naar het heldere scherm, om de helderheid van het scherm. luminosité is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor het bepaalde lidwoord la. Het woord benoemt de mate van lichtsterkte, niet het scherm zelf. Voorbeeld: La luminosité est faible. — “De helderheid is laag.” ici is een bijwoord van plaats en betekent “hier”. Het lokaliseert de bedoelde handeling bij de plaats of context die als “hier” geldt; de vorm zelf zegt niet precies welk apparaat of welke plek daarmee wordt bedoeld. Een bruikbaar contrast is ici (“hier”) tegenover là-bas (“daar ginds”). Samen vormen Tu peux + baisser + la luminosité + ici de mededeling: “Je kunt hier de helderheid lager zetten.” peux drukt mogelijkheid uit, baisser benoemt de handeling, la luminosité is wat wordt verlaagd en ici geeft de plaats aan. De zin is gericht aan één persoon in de informele aanspreekvorm.

  5. Est-ce que je peux aussi utiliser l'imprimante ?

    Kan ik de printer ook gebruiken?

    Est-ce que
    vraagconstructie
    je peux
    ik kan
    aussi
    ook
    utiliser
    gebruiken
    l'imprimante
    de printer
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de daaropvolgende mededeling een ja-neevraag. Het is een vaste vraagconstructie; de woordvolgorde van de mededeling blijft behouden. Voorbeeld: Est-ce que tu peux venir ? = “Kun je komen?” je peux komt van het werkwoord pouvoir (“kunnen”). peux is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: je peux = “ik kan”. In deze zin gaat het, volgens de vaste vertaling, om kunnen of toestemming vragen om iets te gebruiken. Voorbeeld: Je peux entrer ? = “Kan ik binnenkomen?” aussi betekent hier “ook”. Het voegt deze mogelijkheid toe aan een andere mogelijkheid of handeling; het zegt niet op zichzelf wanneer of waarom die mogelijkheid geldt. utiliser is een regelmatig werkwoord met de betekenis “gebruiken”. Na pouvoir staat het in de infinitief: je peux utiliser = “ik kan gebruiken”. Voorbeeld: Nous pouvons utiliser cette table. = “Wij kunnen deze tafel gebruiken.” l'imprimante betekent hier “de printer”. l' is de verkorte vorm van la vóór een klinkerklank; het zelfstandig naamwoord imprimante is vrouwelijk. De apostrof hoort bij de Franse schrijfwijze en maakt van la imprimante de vorm l'imprimante. Samen vormen de delen, in hun volgorde, Est-ce que + je peux + aussi + utiliser + l'imprimante: “Kan ik de printer ook gebruiken?” De vraag gaat over de mogelijkheid of toestemming voor de spreker om de printer eveneens te gebruiken.

  6. Tu peux utiliser l'imprimante près du bureau.

    Je kunt de printer bij het bureau gebruiken.

    Tu peux
    je kunt
    utiliser
    gebruiken
    imprimante
    printer
    près du
    bij
    bureau
    bureau
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier dat de aangesprokene iets kan of mag doen. peux is de vorm van pouvoir voor tu; de tegenwoordige tijd is je peux, tu peux, il/elle peut. Na pouvoir staat een infinitief: Tu peux utiliser... betekent dus letterlijk dat je iets kunt gebruiken. Voor een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld Vous pouvez utiliser... — “U/jullie kunnen gebruiken.” utiliser is de infinitief “gebruiken”. Na peux blijft dit werkwoord in de infinitief en krijgt het geen persoonsuitgang. Hetzelfde patroon zie je in Je peux utiliser l'imprimante — “Ik kan de printer gebruiken.” imprimante betekent hier “printer”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une imprimante, l'imprimante. Het lidwoord l' is de vorm van le of la voor een klinker; hier staat het voor imprimante en laat het geslacht daarom niet aan de oppervlakte zien. Een bruikbaar contrast is un bureau — “een bureau”, met het mannelijke lidwoord un. près du geeft hier de plaatsrelatie “bij/in de buurt van”. du is de samentrekking van de + le: près de la porte — “bij de deur”, maar près du bureau — “bij het bureau”. Na près de kies je dus het lidwoord dat bij het volgende zelfstandig naamwoord hoort. bureau betekent “bureau” en is hier mannelijk: le bureau, un bureau. In deze zin staat het na du, omdat du de + le bevat. Het woord kan in andere contexten ook naar een kantoor of dienst verwijzen; hier gaat het volgens de vaste vertaling om het bureau. Samen vormt de zin: Tu peux + utiliser = “je kunt gebruiken”; l'imprimante is het voorwerp; près du bureau zegt waar de printer zich bevindt. De volledige betekenis is: “Je kunt de printer bij het bureau gebruiken.”

  7. J'utiliserai un casque si je mets du son.

    Ik zal een koptelefoon gebruiken als ik geluid afspeel.

    J'utiliserai
    zal gebruiken
    casque
    koptelefoon
    si
    als
    mets du son
    geluid afspelen
    Uitgebreide uitleg

    J'utiliserai betekent hier ‘ik zal gebruiken’. Het is de futur simple van utiliser in de eerste persoon enkelvoud: j'utiliserai = ‘ik zal gebruiken’. De apostrof in j' komt doordat je voor een klinker wordt verkort. Vergelijk: j'utilise = ‘ik gebruik’ (heden), j'utiliserai = ‘ik zal gebruiken’ (toekomst). Voorbeeld: J'utiliserai ce livre demain. — ‘Ik zal dit boek morgen gebruiken.’ casque betekent hier ‘koptelefoon’ of ‘hoofdtelefoon’. Het zelfstandig naamwoord staat na het onbepaalde lidwoord un: un casque = ‘een koptelefoon’. Het lidwoord geeft hier niet op zichzelf een numerieke telling weer; het introduceert een niet nader bepaalde koptelefoon. Voorbeeld: J'ai un casque. — ‘Ik heb een koptelefoon.’ si betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in. In deze zin staat na si een werkwoord in de tegenwoordige tijd, terwijl de hoofdzin de futur simple heeft: si + tegenwoordige tijd, ... + futur simple. Voorbeeld: Je viendrai si tu m'appelles. — ‘Ik zal komen als je me belt.’ mets du son betekent hier ‘geluid afspeel’. Het werkwoord mets is de eerste persoon enkelvoud van mettre in de tegenwoordige tijd: je mets = ‘ik zet/doe’ en in deze context ‘ik speel af’. du son betekent letterlijk ‘geluid’ met het partitieve lidwoord du; het gaat hier om geluid als niet-afgebakende hoeveelheid, niet om één specifiek geluid. Voorbeeld: Je mets de la musique. — ‘Ik zet muziek op.’ Samen bestaat de zin uit de hoofdzin J'utiliserai un casque (‘Ik zal een koptelefoon gebruiken’) en de voorwaardelijke bijzin si je mets du son (‘als ik geluid afspeel’). De volledige betekenis is: ‘Ik zal een koptelefoon gebruiken als ik geluid afspeel.’

  8. Comme ça, la salle restera silencieuse.

    Zo blijft het stil in de ruimte.

    Comme ça
    zo / op die manier
    la salle
    de ruimte / zaal
    restera
    zal blijven
    silencieuse
    stil
    Uitgebreide uitleg

    Comme ça betekent hier “zo” of “op die manier”: het verwijst naar een manier of maatregel die uit de context begrijpelijk is. Het is een herbruikbare manier om een gevolg in te leiden. Voorbeeld: Fais comme ça. — “Doe het zo.” la salle betekent hier “de ruimte” of “de zaal”. Salle is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het lidwoord als la. Voorbeeld: La salle est grande. — “De ruimte is groot.” restera is de futur simple van rester (“blijven”): je resterai, tu resteras, il/elle restera. De vorm restera past bij een derde persoon enkelvoud; het onderwerp is hier la salle. Voorbeeld: La porte restera ouverte. — “De deur zal open blijven.” silencieuse betekent hier “stil”. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van silencieux; de uitgang past bij het vrouwelijke enkelvoud van la salle. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft dus de toestand waarin de ruimte zal blijven. Voorbeeld: La bibliothèque est silencieuse. — “De bibliotheek is stil.” Samen betekent Comme ça, la salle restera silencieuse.: “Zo blijft het stil in de ruimte.” Comme ça geeft de manier aan, la salle is degene die in de zin als onderwerp optreedt, en restera silencieuse drukt uit dat die ruimte stil zal blijven.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Je peux utiliser l'ordinateur.

zjeuh peu uu-ti-li-zee lor-di-na-teur

Ik kan de computer gebruiken.

Na peux volgt het andere werkwoord in de infinitief: peux utiliser.

salle silencieuse

La salle restera silencieuse.

la sal rès-tuh-raa sie-lang-sjeuuz

De ruimte zal stil blijven.

Een bijvoeglijk naamwoord past zich aan het geslacht aan: silencieux wordt silencieuse bij salle.

Frans woordenschat

baisser werkwoord
bè-see verlagen
bureau zelfstandig naamwoord
buu-ro bureau
casque zelfstandig naamwoord
kask koptelefoon
écran zelfstandig naamwoord
ee-krang scherm
imprimante zelfstandig naamwoord
leng-prie-mangt printer
libre bijvoeglijk naamwoord
liebr vrij
lumineux bijvoeglijk naamwoord
luu-mi-neu helder, lichtgevend
luminosité zelfstandig naamwoord
luu-mi-no-si-tee helderheid
ordinateur zelfstandig naamwoord
or-di-na-teur computer
pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen, mogen peux
près de voorzetsel
prè duh vlak bij, dichtbij
utiliser werkwoord
uu-ti-li-zee gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Die computer is vrij.

Antwoord tonenCet ordinateur est libre.

Het scherm is erg helder.

Antwoord tonenL'écran est très lumineux.

Je kunt de helderheid hier lager zetten.

Antwoord tonenTu peux baisser la luminosité ici.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

computer

Antwoord tonenordinateur

helderheid

Antwoord tonenluminosité

scherm

Antwoord tonenécran

vrij

Antwoord tonenlibre