Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een kleine vlek schoonmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Il y a une tache sur la table.
iel jaa uun tasj suur la tabl Er zit een vlek op de tafel.Je la vois près de la tasse.
zje laa vwaa pree də la tas Ik zie de vlek bij de kop.Est-ce qu'on a une éponge propre ?
es-kon naa uun ee-ponsj propr Hebben we een schone spons?L'éponge est près de l'évier.
lee-ponsj è pree də lee-vjee De spons ligt bij de gootsteen.Est-ce que je dois utiliser un peu de savon ?
es-kuh zjuh dwaa uutilizee uhn puh də savong Zal ik wat zeep gebruiken?Mets un peu de savon sur l'éponge.
mè uhn puh də savong suur lee-ponsj Doe een beetje zeep op de spons.La tache est presque partie.
la tasj è presk partii De vlek is bijna weg.La table a l'air propre.
la tabl aa leer propr De tafel ziet er schoon uit.Uitleg van de zinnen
Il y a une tache sur la table.
Er zit een vlek op de tafel.
- Il y a
- er is / er zit
- une tache
- een vlek
- sur
- op
- la table
- de tafel
Uitgebreide uitleg
Il y a is een vaste Franse constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven: “er is” of, afhankelijk van de situatie, “er zit”. In deze zin introduceert de constructie wat zich ergens bevindt. In een vraag blijft dezelfde constructie behouden, bijvoorbeeld: Y a-t-il une tache ? — “Is er een vlek?” une tache betekent hier “een vlek”. Tache is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het onbepaalde lidwoord in deze vorm als une. Het meervoud is des taches: Il y a des taches. — “Er zijn vlekken.” De vorm une drukt hier geen specifiek aantal uit dat verder wordt benadrukt, maar markeert een niet nader bepaalde vlek. sur is een voorzetsel voor een plaatsrelatie waarbij iets zich op een oppervlak bevindt. Het verbindt une tache met de plaats waar de vlek zit. Een vergelijkbaar voorbeeld is: Le livre est sur la table. — “Het boek ligt op de tafel.” la table betekent “de tafel”. Table is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en krijgt daarom het bepaalde lidwoord la in het enkelvoud. Het meervoud is les tables: Les tables sont propres. — “De tafels zijn schoon.” Samen betekent Il y a une tache sur la table.: “Er zit een vlek op de tafel.” De constructie Il y a geeft aan dat iets aanwezig is; une tache benoemt datgene; en sur la table geeft de plaats aan. De aansluitende zin gebruikt la voor de vlek, wat past bij een eerder genoemde, nu herkenbare vlek.
Je la vois près de la tasse.
Ik zie de vlek bij de kop.
- Je
- ik
- la
- de vlek
- vois
- zie
- près de
- bij, in de buurt van
- tasse
- kopje
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik” en is het onderwerp. Het is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijk voornaamwoord. Een bruikbaar contrast is je tegenover tu: je verwijst naar de spreker, terwijl tu naar één aangesprokene verwijst. De eerste la is geen lidwoord bij een zelfstandig naamwoord, maar een vrouwelijk enkelvoudig lijdendvoorwerpsvoornaamwoord. In deze zin verwijst het, volgens de vertaling en de voorafgaande zin, naar de vlek. Zulke korte voornaamwoorden staan in het Frans doorgaans vóór het vervoegde werkwoord: Je la vois betekent “Ik zie haar/de vlek”. Het geslacht en getal van la volgen het bedoelde vrouwelijke enkelvoudige woord; het is niet hetzelfde als het latere lidwoord in la tasse. vois is de vorm van het werkwoord voir (“zien”) in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je vois. De vorm wordt hier door je bepaald. Bijvoorbeeld: Je vois la table. — “Ik zie de tafel.” près de is een vaste voorzetselcombinatie met de betekenis “bij” of “in de buurt van”. Er volgt een plaats- of referentiepunt op, zoals in près de la porte — “bij de deur”. Het drukt nabijheid uit, niet noodzakelijk aanraking. tasse is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “kopje” of “kop”. In de vaste vertaling is de gekozen betekenis “kop”. Het lidwoord vóór dit woord is het tweede la in de zin: la tasse betekent “de kop”. Dat tweede la is dus een bepaald lidwoord, niet het voornaamwoord dat naar de vlek verwijst. Samen vormt Je la vois “Ik zie de vlek”, en près de la tasse geeft aan waar die vlek zich bevindt: “bij de kop”. De volledige betekenis is daarom: “Ik zie de vlek bij de kop.”
Est-ce qu'on a une éponge propre ?
Hebben we een schone spons?
- Est-ce qu'on a
- hebben we ...?
- une éponge
- een spons
- propre
- schoon
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'on a is een herbruikbare manier om in het Frans een ja-neevraag te vormen. Est-ce que markeert de vraag; on is hier het onderwerp met de betekenis “we”, zoals de vaste vertaling bevestigt, en a is de tegenwoordige tijd van avoir bij on. Patroon: Est-ce qu'on a + ... ? Voorbeeld: Est-ce qu'on a du pain ? — “Hebben we brood?” une éponge betekent hier “een spons”. éponge is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat er het onbepaalde lidwoord une. Dat geeft grammaticaal geslacht aan, niet op zichzelf een bepaalde hoeveelheid. Het meervoud is des éponges. Voorbeeld: J'achète une éponge. — “Ik koop een spons.” propre beschrijft de spons hier als schoon. Dit is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord en het stemt overeen met het vrouwelijk enkelvoud van éponge; in deze vorm krijgt het geen extra vrouwelijke uitgang. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord is de geschreven vorm propres: des éponges propres — “schone sponzen”. Samen vraagt Est-ce qu'on a of “we” iets hebben, benoemt une éponge dat iets als een spons, en geeft propre aan dat de spons schoon is. De volledige betekenis is: “Hebben we een schone spons?”
L'éponge est près de l'évier.
De spons ligt bij de gootsteen.
- L'éponge
- de spons
- est
- is
- près de
- bij; dichtbij
- l'évier
- de gootsteen
Uitgebreide uitleg
L'éponge betekent hier “de spons”. l' is de elisie van het bepaalde lidwoord vóór een klinker; het zelfstandig naamwoord is éponge. Het woord is vrouwelijk, maar dat zie je in deze vorm niet aan het lidwoord: vóór een klinker gebruikt het Frans l' voor zowel mannelijke als vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. Bijvoorbeeld: l'assiette = “het bord”. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je suis, tu es, il/elle est. In deze zin vormt het met L'éponge de mededeling dat de spons zich op een bepaalde plaats bevindt. Bijvoorbeeld: Le livre est sur la table. = “Het boek ligt op tafel.” près de is een vaste voorzetselconstructie met de betekenis “bij” of “dicht bij”. Na de komt het genoemde voorwerp: près de la porte = “bij de deur”. De constructie geeft nabijheid aan, niet noodzakelijk aanraking of een exacte positie. l'évier betekent “de gootsteen”. Ook hier is l' een elisie vóór de klinker aan het begin van évier; évier is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Het lidwoord blijft dus l' in deze vorm, zonder dat je het geslacht aan de zichtbare vorm kunt aflezen. Samen geeft L'éponge est près de l'évier. letterlijk de structuur “De spons is bij de gootsteen.” In natuurlijk Nederlands wordt de plaats van een voorwerp hier weergegeven als “De spons ligt bij de gootsteen.” De zin beschrijft de locatie van de spons; est is het Franse werkwoord, terwijl het Nederlands in deze context vaak ligt gebruikt.
Est-ce que je dois utiliser un peu de savon ?
Zal ik wat zeep gebruiken?
- Est-ce que
- maakt een ja/nee-vraag
- je dois
- ik moet
- utiliser
- gebruiken
- un peu de
- een beetje
- savon
- zeep
Uitgebreide uitleg
Est-ce que staat aan het begin van een ja/nee-vraag. Het maakt van de mededeling je dois utiliser un peu de savon een vraag, zonder de gewone volgorde van onderwerp en werkwoord om te keren. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? je dois komt van devoir en is de tegenwoordige tijd voor je. Hier gaat de vraag over de noodzaak of gepastheid van de handeling; de vaste vertaling geeft dat weer als “zal ik”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld tu dois — jij moet en il doit — hij/zij moet. Devoir wordt gevolgd door een infinitief: Je dois partir. — Ik moet vertrekken. utiliser is de infinitief van “gebruiken”. Na je dois blijft dit werkwoord in de infinitief staan; devoir draagt de vervoeging. Bijvoorbeeld: Je dois utiliser cette éponge. — Ik moet deze spons gebruiken. un peu de geeft een kleine hoeveelheid aan: “een beetje”. Het drukt geen specifiek telbaar aantal uit. Voor een klinker kan de verkort worden tot d': un peu d'eau — een beetje water. Voor savon blijft het de savon, omdat savon met een medeklinker begint. savon betekent hier “zeep”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In een gewone bevestigende zin kan du savon “zeep” of “wat zeep” betekenen, maar na un peu de blijft de hoeveelheidsconstructie un peu de savon. Samen vormen Est-ce que + je dois + utiliser + un peu de savon de vraag “Zal ik een beetje zeep gebruiken?” De vraag gaat over de vraag of de spreker een beetje zeep moet of zal gebruiken.
Mets un peu de savon sur l'éponge.
Doe een beetje zeep op de spons.
- Mets
- doe
- un peu de
- een beetje
- savon
- zeep
- sur
- op
- l'éponge
- de spons
Uitgebreide uitleg
Mets betekent hier “doe” en is de gebiedende wijs van mettre (“doen, zetten/leggen”). De vorm is gericht aan één persoon met tu; het onderwerp staat niet apart in de zin. Vergelijk: Mets le livre ici. — “Leg het boek hier.” De gebiedende wijs geeft hier een directe instructie. un peu de is een vaste hoeveelheidspatroon voor “een beetje van”. Na peu staat de, ook vóór een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord. Het drukt een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid uit; un peu kan ook zonder genoemd zelfstandig naamwoord worden gebruikt. Savon betekent hier “zeep”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un savon — “een stuk zeep/zeep”. In deze zin staat het na un peu de, waardoor de volledige woordgroep un peu de savon “een beetje zeep” betekent. Sur betekent “op” en geeft hier de plaats aan waar iets terechtkomt. Het wordt gebruikt voor een positie of handeling op een oppervlak of voorwerp. Voorbeeld: Le livre est sur la table. — “Het boek ligt op de tafel.” L'éponge betekent “de spons”. L' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinkerklank; het vervangt hier la in la éponge. De apostrof hoort bij deze Franse samentrekking en verandert niet de betekenis van het zelfstandig naamwoord. Samen vormt Mets un peu de savon de instructie “Doe een beetje zeep”, en sur l'éponge specificeert waar: “op de spons”. De volledige betekenis is dus: “Doe een beetje zeep op de spons.”
La tache est presque partie.
De vlek is bijna weg.
- tache
- vlek
- presque
- bijna
- partie
- weg
Uitgebreide uitleg
« tache » betekent hier ‘vlek’. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm zonder accent verschilt van « tâche », dat ‘taak’ betekent. Voorbeeld: « une tache sur la table » — ‘een vlek op de tafel’. « presque » betekent ‘bijna’ en beperkt hier de mate waarin iets verdwenen is: de vlek is nog niet helemaal weg. Het is een bijwoord en verandert niet mee. « partie » betekent hier ‘weggegaan’ of, natuurlijker bij een vlek, ‘verdwenen’. De basisvorm is « partir » (‘vertrekken’). In « est partie » staat het passé composé met « être »; « partie » is het vrouwelijke enkelvoud dat overeenkomt met « la tache ». Vergelijk: « Il est parti » — ‘Hij is vertrokken’; « Elles sont parties » — ‘Ze zijn vertrokken’. De betekenis ‘weg’ volgt hier uit de combinatie met de vlek, niet uit « partie » alleen. Samen vormen « La tache est presque partie » de betekenis: ‘De vlek is bijna weg.’ « La tache » is het onderwerp, « est partie » geeft aan dat zij verdwenen is, en « presque » verzacht dat tot ‘bijna’: de vlek is dus nog niet volledig verdwenen.
La table a l'air propre.
De tafel ziet er schoon uit.
- table
- tafel
- a l'air
- ziet eruit / lijkt
- propre
- schoon
Uitgebreide uitleg
table betekent hier “tafel”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm in de zin is table, met het vrouwelijke lidwoord la: la table. Het meervoud is les tables. a l’air is een vaste constructie met avoir (“hebben”) en l’air (“de indruk/het uiterlijk”): avoir l’air + bijvoeglijk naamwoord betekent dat iets of iemand er op een bepaalde manier uitziet of een bepaalde indruk maakt. Hier is a de vorm van avoir bij een derde persoon enkelvoud; het onderwerp is la table. Het patroon is bijvoorbeeld: Le mur a l’air propre. — “De muur ziet er schoon uit.” propre betekent hier “schoon”. Het bijvoeglijk naamwoord staat na avoir l’air en beschrijft de indruk die de tafel maakt. propre heeft in het Frans in het enkelvoud dezelfde vorm voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud komt er doorgaans -s bij: propres. Het tegengestelde woord is sale (“vies”). Samen vormt La table a l’air propre de betekenis: “De tafel ziet er schoon uit.” La table is het onderwerp, a l’air geeft de indruk of het uiterlijk aan, en propre benoemt die indruk.
Grammatica
avoir l'air + adjectif
La tasse a l'air propre.
la tas aa leer proprHet kopje ziet er schoon uit.
Avoir l'air betekent ‘er ... uitzien’; het bijvoeglijk naamwoord komt na l'air.
un peu de + nom
Un peu de savon.
uhn puh də savongEen beetje zeep.
Na un peu de gebruik je de, ook als het zelfstandig naamwoord normaal een lidwoord heeft.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
De spons ligt bij de gootsteen.
Antwoord tonen
L'éponge est près de l'évier.De vlek is bijna weg.
Antwoord tonen
La tache est presque partie.De tafel ziet er schoon uit.
Antwoord tonen
La table a l'air propre.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
gootsteen
Antwoord tonen
éviervlek
Antwoord tonen
tachetafel
Antwoord tonen
tablekopje