Een losse stoel veilig verplaatsen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a room, two adults notice a loose chair, choose another seat, and move the unsafe chair away from the walkway..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een losse stoel veilig verplaatsen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Cette chaise n'est pas stable.

Set sjèz nè pa stabl. Deze stoel zit los.
B

Quelle partie bouge ?

Kel par-tie boe-zj? Welk deel beweegt?
A

Le pied arrière bouge un peu.

Luh pjee ar-jèr boe-zj uhn peu. De achterpoot wiebelt een beetje.
B

On doit la réparer avant que quelqu'un l'utilise.

Ong dwa la ré-pa-ré a-vang kuh kel-keung luu-ti-liez. We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.
A

Est-ce que je dois m'asseoir ailleurs ?

Ès-kuh zjuh dwa ma-swaar a-jur? Zal ik ergens anders gaan zitten?
B

Utilise une autre chaise pour l'instant.

Uu-ti-liez uun otr sjèz poer leng-stang. Gebruik voorlopig een andere stoel.
A

Je vais mettre cette chaise de côté.

Zjuh vè mètr set sjèz duh ko-té. Ik zet deze stoel aan de kant.
B

Mets-la contre le mur pour laisser le passage libre.

Mè-la kongtr luh muur poer lè-sé luh pa-sàzj liebr. Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

Woord voor woord

Cette Cette betekent hier deze en verwijst naar chaise. De vorm past bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Herbruikbaar patroon: cette + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld Cette table est grande.
chaise Chaise betekent hier stoel, het voorwerp dat niet stabiel is. Het woord benoemt het meubel waarover in de rest van het gesprek wordt gesproken. Je kunt chaise gebruiken met een beschrijving, zoals in een nieuw voorbeeld une chaise confortable.
n'est N'est betekent hier niet is in n'est pas stable. Het bevat ne, verkort tot n' voor est, en komt van être; pas maakt de ontkenning compleet. Gebruik ne ... pas of n' ... pas samen rond het werkwoord.
pas Pas geeft in n'est pas stable het deel niet van de ontkenning weer. De andere helft van de ontkenning zit in n'est. Herbruikbaar patroon: ne of n' + werkwoord + pas, zoals in een nieuw voorbeeld Je ne comprends pas.
stable Stable betekent hier stabiel en beschrijft de stoel als niet stevig of veilig. Het is een beschrijving na n'est pas. Herbruikbaar patroon: être stable + zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld La table est stable.
Quelle Quelle betekent hier welke en vraagt naar partie. De vorm past bij het vrouwelijk enkelvoudige partie. Herbruikbaar patroon: quelle + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld Quelle chaise ?
partie Partie betekent hier deel of onderdeel van de stoel. In quelle partie gaat het om het onderdeel dat beweegt. Herbruikbaar patroon: quelle partie + werkwoord wanneer je naar een bewegend of defect onderdeel vraagt.
bouge Bouge betekent hier beweegt en komt van bouger; het onderwerp is partie. De vorm beschrijft wat het onderdeel doet. Herbruikbaar patroon: een zelfstandig naamwoord + bouge, zoals in een nieuw voorbeeld La porte bouge.
Le Le is hier het bepaalde lidwoord voor pied in Le pied arrière en betekent de of het. Het staat voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Dezelfde vorm verschijnt in het gesprek als le in le mur.
pied Pied betekent hier poot, namelijk de poot van de stoel. In pied arrière benoemt het een onderdeel dat achteraan zit. Een nieuw voorbeeld is un pied de chaise.
arrière Arrière betekent hier achterste of achteraan en specificeert welke poot bedoeld wordt. Samen met pied vormt het de aanduiding van de achterpoot. Herbruikbaar patroon: een zelfstandig naamwoord + arrière, zoals in een nieuw voorbeeld la porte arrière.
un Un staat hier in un peu en draagt bij aan de uitdrukking voor een kleine hoeveelheid. Het betekent hier niet zelfstandig één. Herbruikbaar patroon: un peu de + zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld un peu de temps.
peu Peu betekent hier een beetje in un peu. De uitdrukking geeft aan dat de beweging klein is. Herbruikbaar patroon: un peu + werkwoord of bijvoeglijk naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Il bouge un peu.
On On betekent hier we: de spreker rekent zichzelf en de ander mee in wat moet gebeuren. On staat als onderwerp voor doit. Herbruikbaar patroon: On + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld On commence.
doit Doit betekent hier moet of zouden moeten en komt van devoir met On als onderwerp. Daarna volgt de handeling réparer. Herbruikbaar patroon: On doit + infinitief voor een noodzakelijke handeling.
la La verwijst in la réparer naar de stoel en is daar het lijdend voorwerp van réparer. De vorm past bij het vrouwelijke woord chaise. Herbruikbaar patroon: la + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Je la prends.
réparer Réparer betekent hier repareren of herstellen. Als infinitief volgt het op doit en benoemt het wat nodig is met de stoel. Herbruikbaar patroon: réparer + voorwerp, zoals in een nieuw voorbeeld réparer la chaise.
avant Avant betekent hier voordat en plaatst het repareren vóór het gebruik van de stoel. In avant que leidt het een tijdsrelatie met een volgende bijzin in. Herbruikbare patronen zijn avant de + infinitief en avant que + bijzin.
que Que verbindt in avant que quelqu'un l'utilise de tijdsaanduiding met de bijzin. Het maakt duidelijk welke gebeurtenis nog niet mag plaatsvinden. Herbruikbaar patroon: avant que + onderwerp + werkwoord.
quelqu'un Quelqu'un betekent hier iemand en is het onderwerp van utilise. Het gaat om een niet nader genoemde persoon die de stoel zou kunnen gebruiken. Herbruikbaar patroon: quelqu'un + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Quelqu'un arrive.
l'utilise L'utilise betekent hier het gebruikt, waarbij l' naar de stoel verwijst en utilise van utiliser komt. La is vóór de klinker van utilise verkort tot l'. Herbruikbaar patroon: l' + werkwoord vóór een klinker, zoals in een nieuw voorbeeld Je l'utilise.
Est-ce Est-ce is hier het begin van de vraagconstructie Est-ce que. Samen met Est-ce que wordt van de volgende zin een ja-neevraag gemaakt. Een nieuw voorbeeld is Est-ce que tu viens ?
je Je betekent hier ik en is het onderwerp van dois en m'asseoir. Het verwijst naar de persoon die vraagt of die ergens anders moet gaan zitten. Herbruikbaar patroon: je + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Je comprends.
dois Dois betekent hier moet of zou moeten en komt van devoir met je als onderwerp. Het wordt gevolgd door de infinitief m'asseoir. Herbruikbaar patroon: je dois + infinitief wanneer je een verplichting of noodzakelijke handeling uitdrukt.
m'asseoir M'asseoir betekent hier gaan zitten. Het is de infinitief van s'asseoir met het voornaamwoord m' eraan vast, en volgt op dois. Een nieuw voorbeeld is Je vais m'asseoir.
ailleurs Ailleurs betekent hier ergens anders, dus op een andere plaats dan bij deze stoel. Het geeft de alternatieve zitplaats aan. Herbruikbaar patroon: aller of être + ailleurs, zoals in een nieuw voorbeeld Je vais ailleurs.
Utilise Utilise is hier een directe instructie met de betekenis gebruik. Het komt van utiliser en wordt gevolgd door het voorwerp une autre chaise. Herbruikbaar patroon: Utilise + voorwerp, zoals in een nieuw voorbeeld Utilise cette chaise.
une Une is het onbepaalde lidwoord voor chaise in une autre chaise. De vorm staat bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Herbruikbaar patroon: une + zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld une table.
autre Autre betekent hier andere of een andere en onderscheidt de veilige stoel van de losse stoel. In une autre chaise staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Herbruikbaar patroon: un autre of une autre + zelfstandig naamwoord.
pour Pour betekent in pour l'instant voor en geeft de periode aan waarvoor het advies geldt. Samen met l'instant betekent de uitdrukking voor nu. Een nieuw voorbeeld is garder quelque chose pour demain.
l'instant L'instant betekent hier het moment; in pour l'instant vormt het de uitdrukking voor nu. L' is de verkorte vorm van le vóór een klinker. Herbruikbaar patroon: pour l'instant wanneer een tijdelijke keuze of oplossing bedoeld is.
vais Vais komt van aller en betekent hier ga of zal in je vais mettre. Samen met een infinitief geeft het een voorgenomen handeling aan. Herbruikbaar patroon: je vais + infinitief, zoals in een nieuw voorbeeld Je vais attendre.
mettre Mettre betekent hier zetten of plaatsen. Als infinitief volgt het op vais en benoemt het wat de spreker met de stoel gaat doen. Herbruikbaar patroon: mettre + voorwerp + plaats of richting, zoals in mettre cette chaise de côté.
de De maakt in de côté deel uit van de uitdrukking voor aan de kant. Het betekent hier niet zelfstandig van. Herbruikbaar patroon: mettre + voorwerp + de côté wanneer je iets opzij wilt zetten.
côté Côté betekent hier kant in de uitdrukking de côté, dus opzij of aan de kant. De betekenis ontstaat in combinatie met de. Herbruikbaar patroon: mettre quelque chose de côté in een situatie waarin je ruimte wilt maken.
Mets Mets is een directe instructie met de betekenis zet of plaats en komt van mettre. Het wordt gevolgd door het voorwerp en de plaats Mets-la contre le mur. Herbruikbaar patroon: Mets + voorwerp + plaats, zoals in een nieuw voorbeeld Mets le livre sur la table.
contre Contre betekent hier tegen en beschrijft dat de stoel tegen de muur geplaatst moet worden. Het staat vóór de plaats le mur. Herbruikbaar patroon: mettre + voorwerp + contre + oppervlak, zoals in Mets-la contre le mur.
mur Mur betekent hier muur, de plaats waar de stoel tegenaan moet staan. Het woord staat met het bepaalde lidwoord in le mur. Herbruikbaar patroon: contre le mur wanneer iets tegen de muur wordt geplaatst.
laisser Laisser betekent hier laten of vrijlaten en is de infinitief na pour. In laisser le passage libre gaat het erom de doorgang vrij te houden. Herbruikbaar patroon: laisser + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld laisser la porte ouverte.
passage Passage betekent hier doorgang of loopruimte. Het gaat om de ruimte waar mensen doorheen lopen en die niet geblokkeerd mag worden. Herbruikbaar patroon: laisser le passage libre.
libre Libre betekent hier vrij of onbelemmerd en beschrijft passage als een doorgang zonder obstakel. In laisser le passage libre drukt het een veiligheidsdoel uit. Herbruikbaar patroon: laisser le passage libre wanneer je wilt dat mensen ongehinderd kunnen lopen.

Grammatica

Mets + zelfstandig naamwoord + de côté

Mets la chaise de côté contre le mur.

Mè la sjèz duh ko-té kongtr luh muur.

Zet de stoel aan de kant tegen de muur.

De gebiedende wijs gebruikt geen onderwerp. Mets is de gebiedende vorm van mettre voor tu.

avant que + subjonctif

Avant que quelqu'un s'assoie, laisse le passage libre.

A-vang kuh kel-keung sa-swaa, lèss luh pa-sàzj liebr.

Voordat iemand gaat zitten, laat de doorgang vrij.

Na avant que staat in het Frans de subjonctif. S'assoie is de subjonctif van s'asseoir.

Frans woordenschat

arrière bijvoeglijk naamwoord
ar-jèr achter-

Le pied arrière

avant que voegwoord
a-vang kuh voordat
bouger werkwoord
boe-zjé bewegen bouge
chaise zelfstandig naamwoord
sjèz stoel

Cette chaise

partie zelfstandig naamwoord
par-tie deel
pied zelfstandig naamwoord
pjee poot

Le pied arrière

quelle bepaler
kel welke

Quelle partie

quelqu'un voornaamwoord
kel-keung iemand
réparer werkwoord
ré-pa-ré repareren
s'asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten m'asseoir
stable bijvoeglijk naamwoord
stabl stabiel
un peu uitdrukking
uhn peu een beetje

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze stoel zit los.

Antwoord tonenCette chaise n'est pas stable.

Welk deel beweegt?

Antwoord tonenQuelle partie bouge ?

De achterpoot wiebelt een beetje.

Antwoord tonenLe pied arrière bouge un peu.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

stoel

Antwoord tonenchaise

deel

Antwoord tonenpartie

repareren

Antwoord tonenréparer

welke

Antwoord tonenquelle