Cette
Cette betekent hier deze en verwijst naar chaise. De vorm past bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Herbruikbaar patroon: cette + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld Cette table est grande.
chaise
Chaise betekent hier stoel, het voorwerp dat niet stabiel is. Het woord benoemt het meubel waarover in de rest van het gesprek wordt gesproken. Je kunt chaise gebruiken met een beschrijving, zoals in een nieuw voorbeeld une chaise confortable.
n'est
N'est betekent hier niet is in n'est pas stable. Het bevat ne, verkort tot n' voor est, en komt van être; pas maakt de ontkenning compleet. Gebruik ne ... pas of n' ... pas samen rond het werkwoord.
pas
Pas geeft in n'est pas stable het deel niet van de ontkenning weer. De andere helft van de ontkenning zit in n'est. Herbruikbaar patroon: ne of n' + werkwoord + pas, zoals in een nieuw voorbeeld Je ne comprends pas.
stable
Stable betekent hier stabiel en beschrijft de stoel als niet stevig of veilig. Het is een beschrijving na n'est pas. Herbruikbaar patroon: être stable + zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld La table est stable.
Quelle
Quelle betekent hier welke en vraagt naar partie. De vorm past bij het vrouwelijk enkelvoudige partie. Herbruikbaar patroon: quelle + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld Quelle chaise ?
partie
Partie betekent hier deel of onderdeel van de stoel. In quelle partie gaat het om het onderdeel dat beweegt. Herbruikbaar patroon: quelle partie + werkwoord wanneer je naar een bewegend of defect onderdeel vraagt.
bouge
Bouge betekent hier beweegt en komt van bouger; het onderwerp is partie. De vorm beschrijft wat het onderdeel doet. Herbruikbaar patroon: een zelfstandig naamwoord + bouge, zoals in een nieuw voorbeeld La porte bouge.
Le
Le is hier het bepaalde lidwoord voor pied in Le pied arrière en betekent de of het. Het staat voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Dezelfde vorm verschijnt in het gesprek als le in le mur.
pied
Pied betekent hier poot, namelijk de poot van de stoel. In pied arrière benoemt het een onderdeel dat achteraan zit. Een nieuw voorbeeld is un pied de chaise.
arrière
Arrière betekent hier achterste of achteraan en specificeert welke poot bedoeld wordt. Samen met pied vormt het de aanduiding van de achterpoot. Herbruikbaar patroon: een zelfstandig naamwoord + arrière, zoals in een nieuw voorbeeld la porte arrière.
un
Un staat hier in un peu en draagt bij aan de uitdrukking voor een kleine hoeveelheid. Het betekent hier niet zelfstandig één. Herbruikbaar patroon: un peu de + zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld un peu de temps.
peu
Peu betekent hier een beetje in un peu. De uitdrukking geeft aan dat de beweging klein is. Herbruikbaar patroon: un peu + werkwoord of bijvoeglijk naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Il bouge un peu.
On
On betekent hier we: de spreker rekent zichzelf en de ander mee in wat moet gebeuren. On staat als onderwerp voor doit. Herbruikbaar patroon: On + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld On commence.
doit
Doit betekent hier moet of zouden moeten en komt van devoir met On als onderwerp. Daarna volgt de handeling réparer. Herbruikbaar patroon: On doit + infinitief voor een noodzakelijke handeling.
la
La verwijst in la réparer naar de stoel en is daar het lijdend voorwerp van réparer. De vorm past bij het vrouwelijke woord chaise. Herbruikbaar patroon: la + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Je la prends.
réparer
Réparer betekent hier repareren of herstellen. Als infinitief volgt het op doit en benoemt het wat nodig is met de stoel. Herbruikbaar patroon: réparer + voorwerp, zoals in een nieuw voorbeeld réparer la chaise.
avant
Avant betekent hier voordat en plaatst het repareren vóór het gebruik van de stoel. In avant que leidt het een tijdsrelatie met een volgende bijzin in. Herbruikbare patronen zijn avant de + infinitief en avant que + bijzin.
que
Que verbindt in avant que quelqu'un l'utilise de tijdsaanduiding met de bijzin. Het maakt duidelijk welke gebeurtenis nog niet mag plaatsvinden. Herbruikbaar patroon: avant que + onderwerp + werkwoord.
quelqu'un
Quelqu'un betekent hier iemand en is het onderwerp van utilise. Het gaat om een niet nader genoemde persoon die de stoel zou kunnen gebruiken. Herbruikbaar patroon: quelqu'un + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Quelqu'un arrive.
l'utilise
L'utilise betekent hier het gebruikt, waarbij l' naar de stoel verwijst en utilise van utiliser komt. La is vóór de klinker van utilise verkort tot l'. Herbruikbaar patroon: l' + werkwoord vóór een klinker, zoals in een nieuw voorbeeld Je l'utilise.
Est-ce
Est-ce is hier het begin van de vraagconstructie Est-ce que. Samen met Est-ce que wordt van de volgende zin een ja-neevraag gemaakt. Een nieuw voorbeeld is Est-ce que tu viens ?
je
Je betekent hier ik en is het onderwerp van dois en m'asseoir. Het verwijst naar de persoon die vraagt of die ergens anders moet gaan zitten. Herbruikbaar patroon: je + werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld Je comprends.
dois
Dois betekent hier moet of zou moeten en komt van devoir met je als onderwerp. Het wordt gevolgd door de infinitief m'asseoir. Herbruikbaar patroon: je dois + infinitief wanneer je een verplichting of noodzakelijke handeling uitdrukt.
m'asseoir
M'asseoir betekent hier gaan zitten. Het is de infinitief van s'asseoir met het voornaamwoord m' eraan vast, en volgt op dois. Een nieuw voorbeeld is Je vais m'asseoir.
ailleurs
Ailleurs betekent hier ergens anders, dus op een andere plaats dan bij deze stoel. Het geeft de alternatieve zitplaats aan. Herbruikbaar patroon: aller of être + ailleurs, zoals in een nieuw voorbeeld Je vais ailleurs.
Utilise
Utilise is hier een directe instructie met de betekenis gebruik. Het komt van utiliser en wordt gevolgd door het voorwerp une autre chaise. Herbruikbaar patroon: Utilise + voorwerp, zoals in een nieuw voorbeeld Utilise cette chaise.
une
Une is het onbepaalde lidwoord voor chaise in une autre chaise. De vorm staat bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Herbruikbaar patroon: une + zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld une table.
autre
Autre betekent hier andere of een andere en onderscheidt de veilige stoel van de losse stoel. In une autre chaise staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Herbruikbaar patroon: un autre of une autre + zelfstandig naamwoord.
pour
Pour betekent in pour l'instant voor en geeft de periode aan waarvoor het advies geldt. Samen met l'instant betekent de uitdrukking voor nu. Een nieuw voorbeeld is garder quelque chose pour demain.
l'instant
L'instant betekent hier het moment; in pour l'instant vormt het de uitdrukking voor nu. L' is de verkorte vorm van le vóór een klinker. Herbruikbaar patroon: pour l'instant wanneer een tijdelijke keuze of oplossing bedoeld is.
vais
Vais komt van aller en betekent hier ga of zal in je vais mettre. Samen met een infinitief geeft het een voorgenomen handeling aan. Herbruikbaar patroon: je vais + infinitief, zoals in een nieuw voorbeeld Je vais attendre.
mettre
Mettre betekent hier zetten of plaatsen. Als infinitief volgt het op vais en benoemt het wat de spreker met de stoel gaat doen. Herbruikbaar patroon: mettre + voorwerp + plaats of richting, zoals in mettre cette chaise de côté.
de
De maakt in de côté deel uit van de uitdrukking voor aan de kant. Het betekent hier niet zelfstandig van. Herbruikbaar patroon: mettre + voorwerp + de côté wanneer je iets opzij wilt zetten.
côté
Côté betekent hier kant in de uitdrukking de côté, dus opzij of aan de kant. De betekenis ontstaat in combinatie met de. Herbruikbaar patroon: mettre quelque chose de côté in een situatie waarin je ruimte wilt maken.
Mets
Mets is een directe instructie met de betekenis zet of plaats en komt van mettre. Het wordt gevolgd door het voorwerp en de plaats Mets-la contre le mur. Herbruikbaar patroon: Mets + voorwerp + plaats, zoals in een nieuw voorbeeld Mets le livre sur la table.
contre
Contre betekent hier tegen en beschrijft dat de stoel tegen de muur geplaatst moet worden. Het staat vóór de plaats le mur. Herbruikbaar patroon: mettre + voorwerp + contre + oppervlak, zoals in Mets-la contre le mur.
mur
Mur betekent hier muur, de plaats waar de stoel tegenaan moet staan. Het woord staat met het bepaalde lidwoord in le mur. Herbruikbaar patroon: contre le mur wanneer iets tegen de muur wordt geplaatst.
laisser
Laisser betekent hier laten of vrijlaten en is de infinitief na pour. In laisser le passage libre gaat het erom de doorgang vrij te houden. Herbruikbaar patroon: laisser + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord, zoals in een nieuw voorbeeld laisser la porte ouverte.
passage
Passage betekent hier doorgang of loopruimte. Het gaat om de ruimte waar mensen doorheen lopen en die niet geblokkeerd mag worden. Herbruikbaar patroon: laisser le passage libre.
libre
Libre betekent hier vrij of onbelemmerd en beschrijft passage als een doorgang zonder obstakel. In laisser le passage libre drukt het een veiligheidsdoel uit. Herbruikbaar patroon: laisser le passage libre wanneer je wilt dat mensen ongehinderd kunnen lopen.