Een losse stoel veilig verplaatsen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a room, two adults notice a loose chair, choose another seat, and move the unsafe chair away from the walkway..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een losse stoel veilig verplaatsen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Cette chaise n'est pas stable.

Set sjèz nè pa stabl. Deze stoel zit los.
B

Quelle partie bouge ?

Kel par-tie boe-zj? Welk deel beweegt?
A

Le pied arrière bouge un peu.

Luh pjee ar-jèr boe-zj uhn peu. De achterpoot wiebelt een beetje.
B

On doit la réparer avant que quelqu'un l'utilise.

Ong dwa la ré-pa-ré a-vang kuh kel-keung luu-ti-liez. We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.
A

Est-ce que je dois m'asseoir ailleurs ?

Ès-kuh zjuh dwa ma-swaar a-jur? Zal ik ergens anders gaan zitten?
B

Utilise une autre chaise pour l'instant.

Uu-ti-liez uun otr sjèz poer leng-stang. Gebruik voorlopig een andere stoel.
A

Je vais mettre cette chaise de côté.

Zjuh vè mètr set sjèz duh ko-té. Ik zet deze stoel aan de kant.
B

Mets-la contre le mur pour laisser le passage libre.

Mè-la kongtr luh muur poer lè-sé luh pa-sàzj liebr. Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

Uitleg van de zinnen

  1. Cette chaise n'est pas stable.

    Deze stoel zit los.

    Cette
    deze
    chaise
    stoel
    n'est pas
    is niet
    stable
    stabiel
    Uitgebreide uitleg

    Cette betekent hier “deze” en staat bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord chaise. De vorm is dus afgestemd op chaise; bij een mannelijk enkelvoudig woord staat doorgaans ce, bijvoorbeeld ce livre = “dit boek”. chaise betekent “stoel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une chaise = “een stoel”, la chaise = “de stoel”. n'est pas ontkent de toestand. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud; ne wordt vóór een klinker n', en pas maakt de ontkenning compleet. Het patroon is ne/n' + être + pas: La chaise n'est pas stable. = “De stoel is niet stabiel.” In alledaagse gesproken Franse taal kan ne soms wegvallen, maar deze zin gebruikt de volledige standaardvorm. stable betekent hier “stabiel” of “stevig”. Het is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord. In deze vorm zie je geen verschil tussen mannelijk en vrouwelijk enkelvoud: un objet stable en une chaise stable. Het meervoud krijgt doorgaans -s: des chaises stables = “stabiele stoelen”. Door de ontkenning n'est pas betekent de volledige woordgroep n'est pas stable “is niet stabiel”, wat in de vaste vertaling natuurlijk wordt weergegeven als “zit los”. Samen vormen de delen Cette chaise (“deze stoel”) en n'est pas stable (“is niet stabiel”). De volledige betekenis is: “Deze stoel is niet stabiel.” De Nederlandse vertaling Deze stoel zit los. geeft dezelfde bedoelde praktische betekenis weer: de stoel staat niet stevig vast.

  2. Quelle partie bouge ?

    Welk deel beweegt?

    Quelle
    welke
    partie
    deel
    bouge
    beweegt
    Uitgebreide uitleg

    Quelle staat hier vóór het zelfstandig naamwoord partie en vraagt welke van mogelijke delen bedoeld wordt. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die bij partie past. De andere basisvormen zijn quel (mannelijk enkelvoud), quels (mannelijk meervoud) en quelles (vrouwelijk meervoud). Voorbeeld: Quelle porte est ouverte ? — Welke deur staat open? partie betekent hier een deel of onderdeel. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is parties. Het woord benoemt het onderdeel waarover de vraag gaat, zonder op zichzelf te zeggen welk specifiek onderdeel dat is. Voorbeeld: Cette partie est cassée. — Dit deel is kapot. bouge komt van het werkwoord bouger en betekent hier beweegt of beweegt heen en weer. Bouge is de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoud, zoals il, elle of een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Bij een meervoudig onderwerp staat bougent: Les roues bougent. — De wielen bewegen. Samen vormt Quelle partie bouge ? een vraag volgens het patroon Quel(le) + zelfstandig naamwoord + werkwoord? De vraag vraagt welk onderdeel de beweging uitvoert. In het Nederlands is dat: Welk deel beweegt?

  3. Le pied arrière bouge un peu.

    De achterpoot wiebelt een beetje.

    pied
    poot
    arrière
    achterste
    bouge
    beweegt / wiebelt
    un peu
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    pied betekent hier “poot”. Het is een zelfstandig naamwoord; de basisvorm is pied, met meervoud pieds. In andere contexten kan het ook “voet” betekenen, maar de vaste vertaling maakt hier de betekenis “poot” duidelijk. Voorbeeld: Le pied est cassé. — “De poot is gebroken.” arrière geeft aan dat de poot zich aan de achterzijde bevindt: “achterste” of “achter-”. Het staat na pied en vormt daarmee de combinatie “achterpoot”. In deze betekenis verandert arrière niet van vorm om mannelijk of vrouwelijk enkelvoud aan te geven. Voorbeeld: la roue arrière — “het achterwiel”. bouge is de vorm van het werkwoord bouger voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De vorm betekent hier dat de achterpoot beweegt; door de vaste vertaling is “wiebelt” de passende precieze weergave in deze zin. Vergelijk: Je bouge. — “Ik beweeg.” en Ils bougent. — “Ze bewegen.” un peu is een vaste hoeveelheidsaanduiding met de betekenis “een beetje”. Het verzacht de mate van de beweging: de poot beweegt/wiebelt slechts in geringe mate. Voorbeeld: Elle parle un peu. — “Ze praat een beetje.” Samen vormen Le pied arrière en bouge de mededelende zin “De achterpoot beweegt/wiebelt”. un peu beperkt vervolgens de mate van die beweging. De volledige betekenis is dus: “De achterpoot wiebelt een beetje.”

  4. On doit la réparer avant que quelqu'un l'utilise.

    We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.

    On doit
    we moeten
    la
    hem
    réparer
    repareren
    avant que
    voordat
    quelqu'un
    iemand
    l'utilise
    hem gebruikt
    Uitgebreide uitleg

    On doit drukt hier een verplichting uit: “we moeten”. On is grammaticaal een derde-persoons enkelvoudig onderwerp, ook wanneer het in deze betekenis naar “wij” verwijst. Daarom staat doit in de derde persoon enkelvoud. De vorm komt van devoir: je dois, tu dois, il/elle/on doit, nous devons. Voorbeeld: On doit partir. — “We moeten vertrekken.” la is hier een vrouwelijk enkelvoudig lijdend voornaamwoord met de betekenis die in de vaste vertaling als “hem” is weergegeven. De Franse vorm wordt bepaald door het grammaticale geslacht en getal van het vervangen woord, niet door het Nederlandse voornaamwoord. Het staat vóór het infinitief réparer, omdat het daar het directe object van de handeling is. réparer is de infinitief van “repareren, herstellen”. Na devoir volgt een infinitief: devoir + infinitief drukt uit dat iemand iets moet doen. Voorbeeld: Elle doit réparer la chaise. — “Ze moet de stoel repareren.” avant que betekent “voordat” en leidt een bijzin in. Na deze voegwoordelijke uitdrukking gebruikt het Frans normaal de subjonctif; dat is een grammaticale constructie na avant que, niet alleen een gevolg van het feit dat de handeling later plaatsvindt. In l'utilise is utilise de derde persoon enkelvoud van utiliser in de subjonctif présent; deze vorm ziet er hier hetzelfde uit als de indicatif présent. Voorbeeld: Ferme la porte avant qu'il entre. — “Sluit de deur voordat hij binnenkomt.” quelqu'un betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord dat grammaticaal als derde persoon enkelvoud functioneert. Daarom staat utilise in de enkelvoudsvorm. Voorbeeld: Quelqu'un arrive. — “Iemand komt aan.” l'utilise betekent hier “hem gebruikt”, volgens de vaste vertaling. De apostrof toont de samentrekking van het directe objectvoornaamwoord le of la tot l' vóór een klinker. utilise komt van utiliser en is hier de vorm voor een derde persoon enkelvoud. In deze zin verwijst l' naar hetzelfde bedoelde object als la; door de samentrekking is het grammaticale geslacht niet meer zichtbaar. De combinatie quelqu'un l'utilise betekent dus “iemand gebruikt hem”. Samen vormt de zin het patroon On doit le/la réparer avant que quelqu'un le/la utilise: “We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.” On doit geeft de verplichting aan, la réparer benoemt wat gerepareerd moet worden, en avant que plaatst het gebruik daarna in de tijd en neemt de subjonctif-bijzin in. In de vaste zin zijn de concrete voornaamwoordsvormen la en l'.

  5. Est-ce que je dois m'asseoir ailleurs ?

    Zal ik ergens anders gaan zitten?

    Est-ce que
    vraagmarkeerder
    je dois
    ik moet
    m'asseoir
    gaan zitten
    ailleurs
    ergens anders
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin van een gewone Franse vraag. Het markeert dat de hele daaropvolgende zin een ja-neevraag is; het voegt zelf geen inhoudelijk werkwoord toe. Voorbeeld: Est-ce que tu viens ? — “Kom je?” je dois is de eerste persoon enkelvoud van devoir in de tegenwoordige tijd. In deze zin drukt het uit dat de spreker wil weten of het nodig of aangewezen is om iets te doen. De vertaling “Zal ik” geeft hier die vraag naar de juiste actie weer; dois is niet simpelweg een aparte Franse toekomende tijd. Vergelijk: Je dois partir. — “Ik moet vertrekken.” m'asseoir betekent hier “gaan zitten” of “zitten gaan”. Het is de infinitief van de wederkerende constructie s'asseoir; m' verwijst naar de spreker en past bij je. De apostrof is een verkorte schrijfwijze vóór de klinker van asseoir. De vorm asseoir is dus het werkwoordelijke basiswoord, terwijl m'asseoir de vorm is die na dois staat. Voorbeeld: Je vais m'asseoir. — “Ik ga zitten.” ailleurs betekent “ergens anders” en geeft een andere plaats aan dan de huidige of eerder bedoelde plaats. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Nous pouvons attendre ailleurs. — “We kunnen ergens anders wachten.” Samen vormt Est-ce que je dois m'asseoir ailleurs ? een ja-neevraag: de spreker vraagt of het nodig of passend is om op een andere plek te gaan zitten. Est-ce que maakt er een vraag van, je dois drukt de noodzaak of aangewezenheid uit, m'asseoir benoemt de handeling van zitten gaan en ailleurs verplaatst die handeling naar een andere plaats.

  6. Utilise une autre chaise pour l'instant.

    Gebruik voorlopig een andere stoel.

    Utilise
    gebruik
    autre
    andere
    chaise
    stoel
    pour l'instant
    voorlopig
    Uitgebreide uitleg

    Utilise betekent hier “gebruik”. Het is de gebiedende wijs van utiliser (“gebruiken”) voor één aangesproken persoon. In een Franse bevestigende opdracht staat het onderwerp meestal niet apart: Utilise ... betekent dus “Gebruik ...”. De vorm is gericht aan één persoon; bij een meervoudige of beleefde aanspreekvorm verschijnt een andere vorm, zoals Utilisez .... autre betekent “andere”. Het staat vóór chaise en beschrijft een niet nader bepaalde stoel die verschilt van de eerder bedoelde stoel. Het bijvoeglijk naamwoord heeft hier de vorm autre; die vorm blijft in het enkelvoud hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk, terwijl het meervoud autres is. Voorbeeld: une autre solution — “een andere oplossing”. chaise betekent “stoel”. Het is een zelfstandig naamwoord; het vrouwelijke grammaticale geslacht blijkt hier ook uit het lidwoord une. Het meervoud is chaises, bijvoorbeeld in deux chaises — “twee stoelen”. pour l'instant is een vaste tijdsbepaling met de betekenis “voorlopig” of “op dit moment”. Ze geeft aan dat de opdracht voor de huidige periode geldt, zonder een eindmoment te specificeren. Voorbeeld: Reste ici pour l'instant. — “Blijf voorlopig hier.” Samen vormt Utilise une autre chaise pour l'instant. een directe opdracht: “Gebruik voorlopig een andere stoel.” Utilise geeft de opdracht, une autre chaise benoemt wat gebruikt moet worden, en pour l'instant beperkt de opdracht tot de huidige situatie.

  7. Je vais mettre cette chaise de côté.

    Ik zet deze stoel aan de kant.

    Je vais
    ik ga
    mettre
    zetten
    cette
    deze
    chaise
    stoel
    de côté
    aan de kant
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit het onderwerp je (“ik”) en de vervoegde vorm vais van aller (“gaan”). Samen met een infinitief vormt dit in het Frans de nabije toekomst: je vais + infinitief = “ik ga …”. Het zegt hier dus dat de handeling op het punt staat te gebeuren of als voornemen wordt voorgesteld. Voorbeeld: Je vais attendre. = “Ik ga wachten.” mettre betekent hier “zetten” of “plaatsen”. Het is een infinitief; na vais blijft het werkwoord in die vorm. De tegenwoordige vorm voor je is je mets, maar na je vais zeg je niet je vais mets; het patroon is je vais mettre. Voorbeeld: Je vais mettre le livre ici. = “Ik ga het boek hier leggen.” cette is een aanwijzend woord voor een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord: “deze”. Het stemt hier af op chaise, dat vrouwelijk is. De reeks is ce voor mannelijk enkelvoud vóór een medeklinker, cet voor mannelijk enkelvoud vóór een klinker of stomme h, cette voor vrouwelijk enkelvoud en ces voor meervoud. Voorbeeld: cette table = “deze tafel”. chaise is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “stoel”. Het meervoud is chaises; het lidwoord of aanwijzende woord bepaalt mede welke vorm je gebruikt, bijvoorbeeld une chaise (“een stoel”) en ces chaises (“deze stoelen”). de côté is hier een vaste uitdrukking met de betekenis “aan de kant” of “opzij”. In combinatie met mettre beschrijft ze de plaats waar iets wordt gezet: iets wordt uit de huidige positie naar de kant geplaatst. Voorbeeld: Mets le sac de côté. = “Zet de tas aan de kant.” Samen vormen de delen Je vais mettre cette chaise de côté. de nabije-toekomstconstructie je vais + infinitief, gevolgd door het voorwerp cette chaise en de plaatsbepaling de côté: “Ik ga deze stoel aan de kant zetten.”

  8. Mets-la contre le mur pour laisser le passage libre.

    Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

    Mets-la
    zet hem
    contre
    tegen
    mur
    muur
    pour
    om te
    laisser
    laten
    passage
    doorgang
    libre
    vrij
    Uitgebreide uitleg

    Mets-la is de gebiedende wijs van mettre (“zetten/plaatsen”) voor één aangesproken persoon. mettre is onregelmatig: je mets, tu mets, il/elle met; in de impératif wordt de vorm hier mets. la is het vrouwelijke enkelvoudige lijdend voorwerp en verwijst in de gegeven context naar cette chaise (“deze stoel”). Het koppelteken is gebruikelijk wanneer een voornaamwoord aan een bevestigende gebiedende wijs wordt vastgemaakt: Mets-la. contre betekent hier “tegen” en geeft de positie of richting van het geplaatste voorwerp aan. le mur betekent “de muur”. Het lidwoord le en het zelfstandig naamwoord mur vormen samen een mannelijke enkelvoudige naamwoordgroep. Bijvoorbeeld: Le vélo est contre le mur. — “De fiets staat tegen de muur.” pour leidt hier samen met een infinitief een doel aan: pour + infinitief komt vaak overeen met “om ... te”. laisser betekent “laten” of “achterlaten”. In deze zin gaat het niet om iemand iets laten doen, maar om iets in een bepaalde toestand laten. le passage betekent “de doorgang”. passage is hier een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor le. libre betekent “vrij” of “onbelemmerd”. In laisser le passage libre beschrijft libre de toestand waarin de doorgang moet worden gelaten. libre heeft in het enkelvoud dezelfde vorm bij mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud is de vorm libres. Samen vormt Mets-la contre le mur de opdracht “Zet hem tegen de muur”. Daarna geeft pour laisser le passage libre het doel aan: de doorgang vrij laten. De volledige betekenis is dus: “Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.”

Grammatica

Mets + zelfstandig naamwoord + de côté

Mets la chaise de côté contre le mur.

Mè la sjèz duh ko-té kongtr luh muur.

Zet de stoel aan de kant tegen de muur.

De gebiedende wijs gebruikt geen onderwerp. Mets is de gebiedende vorm van mettre voor tu.

avant que + subjonctif

Avant que quelqu'un s'assoie, laisse le passage libre.

A-vang kuh kel-keung sa-swaa, lèss luh pa-sàzj liebr.

Voordat iemand gaat zitten, laat de doorgang vrij.

Na avant que staat in het Frans de subjonctif. S'assoie is de subjonctif van s'asseoir.

Frans woordenschat

arrière bijvoeglijk naamwoord
ar-jèr achter-

Le pied arrière

avant que voegwoord
a-vang kuh voordat
bouger werkwoord
boe-zjé bewegen bouge
chaise zelfstandig naamwoord
sjèz stoel

Cette chaise

partie zelfstandig naamwoord
par-tie deel
pied zelfstandig naamwoord
pjee poot

Le pied arrière

quelle bepaler
kel welke

Quelle partie

quelqu'un voornaamwoord
kel-keung iemand
réparer werkwoord
ré-pa-ré repareren
s'asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten m'asseoir
stable bijvoeglijk naamwoord
stabl stabiel
un peu uitdrukking
uhn peu een beetje

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze stoel zit los.

Antwoord tonenCette chaise n'est pas stable.

Welk deel beweegt?

Antwoord tonenQuelle partie bouge ?

De achterpoot wiebelt een beetje.

Antwoord tonenLe pied arrière bouge un peu.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

stoel

Antwoord tonenchaise

deel

Antwoord tonenpartie

repareren

Antwoord tonenréparer

welke

Antwoord tonenquelle