Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Klaarmaken voor bewolkt weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Le ciel semble couvert dehors.
Luh sjèl sambl koevèr dəór. Buiten lijkt het bewolkt.Prends un manteau chaud avec toi.
Prãz uhn mãtoo sjoo avek twa. Neem een warme jas mee.Est-ce que le vent est froid ?
Ès kuh luh vã è frwaa? Voelt de wind koud aan?Il fait froid et il y a du vent aujourd'hui.
Il fè frwaa ee il jaa dü vã oezjoer-dwie. Het is vandaag koud en winderig.J'ai aussi besoin de mon chapeau.
Zjè oo-sie buhzwẽ duh mõ sjapoo. Ik heb mijn hoed ook nodig.Il est près de la porte.
Il è prè duh la pòrt. Hij ligt bij de deur.Je le mettrai avant de partir.
Zjuh luh mètrè avã duh partier. Ik doe hem aan voordat ik vertrek.Alors, tu seras prêt pour la promenade.
Alòr, tü suh-raa prè poer la promənad. Dan ben je klaar voor de wandeling.Uitleg van de zinnen
Le ciel semble couvert dehors.
Buiten lijkt het bewolkt.
- ciel
- hemel
- semble
- lijkt
- couvert
- bewolkt
- dehors
- buiten
Uitgebreide uitleg
ciel betekent hier “hemel” of, in deze weercontext, “lucht”. Het is een zelfstandig naamwoord: un ciel is een hemel/lucht en le ciel is de hemel/lucht. Het lidwoord le laat zien dat het hier om een bepaald mannelijk enkelvoudig woord gaat. Voorbeeld: Le ciel est bleu. — “De lucht is blauw.” semble is de vorm van sembler (“lijken”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: il/elle semble. De constructie sembler + bijvoeglijk naamwoord geeft een indruk weer, niet noodzakelijk een vastgestelde eigenschap. Voorbeeld: La mer semble calme. — “De zee lijkt rustig.” couvert betekent hier “bewolkt”. Het is een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord van couvrir (“bedekken”); in deze weerbetekenis beschrijft het de hemel als bedekt met wolken. Het stemt hier af op het mannelijke enkelvoud van ciel. De vormen zijn bijvoorbeeld couvert (mannelijk enkelvoud), couverte (vrouwelijk enkelvoud), couverts (mannelijk meervoud) en couvertes (vrouwelijk meervoud). Voorbeeld: La montagne est couverte de neige. — “De berg is bedekt met sneeuw.” dehors is een bijwoord met de betekenis “buiten”. Het plaatst de beschreven weersituatie buiten, in tegenstelling tot binnen. Voorbeeld: Il fait froid dehors. — “Het is buiten koud.” Samen bestaat de zin uit Le ciel (“de hemel/lucht”), semble couvert (“lijkt bewolkt”) en dehors (“buiten”). De volledige betekenis is: “Buiten lijkt het bewolkt.” De Franse zin noemt daarbij expliciet de hemel als onderwerp: “De lucht lijkt buiten bewolkt.”
Prends un manteau chaud avec toi.
Neem een warme jas mee.
- Prends
- neem
- manteau
- jas
- chaud
- warm
- avec toi
- met je
Uitgebreide uitleg
Prends is de gebiedende wijs van prendre (“nemen”) voor tu. Het onderwerp tu wordt in deze vorm niet uitgesproken: Prends ... betekent hier “Neem ...”. Vergelijk: Tu prends = “Jij neemt” (mededelende zin), maar Prends ! = “Neem!” (bevel of aansporing). manteau betekent hier “jas”, specifieker een jas of mantel die als buitenlaag wordt gedragen. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is manteaux. In un manteau staat het enkelvoudige, mannelijke onbepaalde lidwoord un. Dat lidwoord markeert hier een niet nader bepaalde jas, niet op zichzelf een expliciet aantal. chaud betekent hier “warm” en beschrijft manteau. Het bijvoeglijk naamwoord staat in het mannelijk enkelvoud, passend bij manteau: un manteau chaud. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is chaude, bijvoorbeeld in une veste chaude (“een warme jas/vest”). avec toi betekent “met je/jou”. toi is de beklemtoonde vorm die na het voorzetsel avec wordt gebruikt. Vergelijk: avec moi = “met mij” en avec lui = “met hem”. Hier verwijst toi naar de aangesprokene, zoals ook door de gebiedende wijs wordt ondersteund. Samen vormen de delen: Prends + un manteau chaud + avec toi → “Neem een warme jas mee.” Avec toi geeft aan dat de jas met de aangesprokene meegaat; het Nederlandse “mee” maakt die richting naar de situatie van de aangesprokene natuurlijk expliciet. De zin is een directe aansporing in de jij-vorm.
Est-ce que le vent est froid ?
Voelt de wind koud aan?
- Est-ce que
- is het zo dat …? / vraaginleiding
- le vent
- de wind
- froid
- koud
Uitgebreide uitleg
Est-ce que is een vaste vraaginleiding. Ze maakt van de daaropvolgende mededeling een ja-neevraag, zonder dat de woordvolgorde van de mededeling hoeft te veranderen. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? le vent betekent hier ‘de wind’. Vent is het zelfstandig naamwoord; le is het bepaald lidwoord bij dit woord. Het lidwoord hoort bij het Franse patroon en zegt hier niet op zichzelf hoeveel wind er is. froid betekent hier ‘koud’ en beschrijft de wind. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. De vrouwelijke vorm is froide, bijvoorbeeld in une soupe froide — een koude soep. In deze zin staat froid bij le vent, dat mannelijk enkelvoud is. Samen vormen de delen Est-ce que + le vent est froid ? de vraag: ‘Voelt de wind koud aan?’ est is de vorm van être (‘zijn’) bij een enkelvoudig onderwerp. De constructie vraagt dus of de wind koud is; ze beweert dat niet zelf. De vertaling maakt de bedoelde betekenis natuurlijk duidelijk als ‘aanvoelen’.
Il fait froid et il y a du vent aujourd'hui.
Het is vandaag koud en winderig.
- froid
- koud
- il y a
- er is / er zijn
- vent
- wind
- aujourd'hui
- vandaag
Uitgebreide uitleg
froid betekent hier “koud” en beschrijft het weer. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; bijvoorbeeld: L'eau est froide. = “Het water is koud.” De vorm froide past zich daar aan het vrouwelijke zelfstandig naamwoord eau aan, terwijl froid in de vaste weeruitdrukking staat. In Il fait froid is il een onpersoonlijk onderwerp voor een weersituatie; het verwijst hier niet naar een bepaalde persoon. fait is de tegenwoordige tijd van faire (“doen/maken”), maar in deze constructie betekent het geheel “het is ...” bij het weer. Het patroon Il fait + bijvoeglijk naamwoord is herbruikbaar: Il fait chaud. = “Het is warm.” il y a is een vaste constructie met de betekenis “er is” of “er zijn”. Het daaropvolgende zelfstandige naamwoord bepaalt niet de vorm van il y a: de constructie blijft hetzelfde bij enkelvoud en meervoud. Bijvoorbeeld: Il y a un problème. = “Er is een probleem.” vent betekent “wind” en is een zelfstandig naamwoord. In du vent staat du voor de + le; deze combinatie hoort bij de Franse manier om wind als een niet-afgebakend verschijnsel te noemen. Il y a du vent betekent daarom natuurlijk “Er staat wind” of “Het is winderig”, niet noodzakelijk dat er een bepaalde hoeveelheid wind wordt geteld. aujourd'hui betekent “vandaag”. Het is een tijdsbepaling en staat in deze zin aan het einde. De apostrof maakt deel uit van de spelling: aujourd'hui moet als één woord worden geschreven. De zin begint met Il fait froid: “Het is koud.” Daarna verbindt et (“en”) dit met il y a du vent: “er staat wind / het is winderig”. aujourd'hui bepaalt de tijd voor de beschreven weersituatie. Samen betekent de volledige uiting: “Het is vandaag koud en winderig.”
J'ai aussi besoin de mon chapeau.
Ik heb mijn hoed ook nodig.
- J'ai … besoin de
- nodig hebben
- aussi
- ook
- mon
- mijn
- chapeau
- hoed
Uitgebreide uitleg
J'ai staat voor je + ai: de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd. Voor een klinkerklank valt de slotklinker van je weg: je ai wordt j'ai. In deze zin krijgt het samen met besoin de de betekenis “ik heb nodig”, niet alleen “ik heb”. aussi betekent hier “ook”. Het voegt de behoefte aan de hoed toe als een extra behoefte. De plaats van aussi kan in andere zinnen variëren; de betekenis blijkt uit de hele zin. besoin de vormt met avoir de vaste constructie avoir besoin de + zelfstandig naamwoord of persoon: “iets of iemand nodig hebben”. Het voorzetsel de hoort bij deze constructie. Bijvoorbeeld: J'ai besoin d'eau. — “Ik heb water nodig.” Voor een klinkerklank wordt de elisie: d'eau. mon is een bezittelijk bepalend woord met de betekenis “mijn”. Het staat hier bij chapeau, een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Deze vorm sluit aan bij het grammaticale geslacht en getal van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord, niet bij de persoon die bezit. Vergelijk voor een vrouwelijk enkelvoud ma veste — “mijn jas” — en voor meervoud mes chaussures — “mijn schoenen”. Voor een vrouwelijk woord dat met een klinkerklank begint, komt ook mon voor, bijvoorbeeld mon amie — “mijn vriendin”. chapeau is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “hoed”. Het meervoud is chapeaux; de spelling verandert daarbij, terwijl de uitspraak doorgaans hetzelfde blijft. Samen betekent J'ai aussi besoin de mon chapeau.: “Ik heb mijn hoed ook nodig.” De structuur is avoir besoin de + bezittelijk woord + zelfstandig naamwoord: de spreker zegt dat de eigen hoed eveneens nodig is. De tegenwoordige tijd van avoir presenteert dit als een huidige behoefte.
Il est près de la porte.
Hij ligt bij de deur.
- Il
- hij
- est
- is
- près de
- vlak bij
- la porte
- de deur
Uitgebreide uitleg
Il is hier een enkelvoudig mannelijk persoonlijk voornaamwoord. Het betekent in deze vertaling hij; de zin zelf identificeert niet welk mannelijk enkelvoudig referent het precies is. De vorm verandert bijvoorbeeld naar ils voor een mannelijk meervoud of gemengde groep. Voorbeeld: Il arrive. — Hij komt aan. est is de tegenwoordige tijd van être (zijn), in de derde persoon enkelvoud: il est. Frans gebruikt deze vorm om een toestand of plaats aan te geven. In de vaste vertaling wordt dat als ligt weergegeven; est zelf zegt niet dat liggen als houding grammaticaal wordt gemarkeerd. Voorbeeld: Le livre est sur la table. — Het boek ligt op tafel. près de is een vaste voorzetselconstructie voor nabijheid: vlak bij of dicht bij. Het volgende zelfstandig naamwoord wordt ermee verbonden: près de la gare — vlak bij het station. Het is iets anders dan loin de — ver van. la porte betekent de deur. porte is een zelfstandig naamwoord met het grammaticale vrouwelijke geslacht; daarom staat hier het bepaalde lidwoord la. In het meervoud wordt dat les portes — de deuren. Het geslacht van porte bepaalt hier het lidwoord; het betekent niet op zichzelf iets over het aantal deuren, want la is enkelvoudig maar geeft vooral bepaaldheid aan. Samen vormen de delen Il est + près de + la porte: Hij is vlak bij de deur. Volgens de vaste Nederlandse vertaling wordt dit natuurlijk weergegeven als Hij ligt bij de deur.
Je le mettrai avant de partir.
Ik doe hem aan voordat ik vertrek.
- Je
- ik
- le
- hem
- mettrai
- zal aandoen
- avant de
- voordat
- partir
- vertrekken
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik” en is het onderwerp. Het is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijk voornaamwoord. In een andere persoon verandert het voornaamwoord, bijvoorbeeld tu voor “jij”. le is het directe object: “hem” in de vaste vertaling. Het is hier een mannelijk enkelvoudig objectpronomen; de naam van de referent staat niet in deze zin. Het staat vóór het vervoegde werkwoord, zoals in Je le vois — “Ik zie hem”. mettrai komt van mettre, dat onder meer “doen”, “zetten” of “aandoen” kan betekenen. Hier is het de futur simple van de eerste persoon enkelvoud: “ik zal aandoen”. De futurstam is mettr-: je mettrai, tu mettras, il/elle mettra. In combinatie met le betekent Je le mettrai hier “Ik zal hem aandoen”; le is het object en mettrai drukt de toekomstige handeling uit. avant de leidt een handeling in die eerder plaatsvindt dan de hoofdhandeling: “voordat”. Het wordt gevolgd door een infinitief, niet door een vervoegde vorm. Het patroon is avant de + infinitief, bijvoorbeeld avant de dormir — “voordat ik ga slapen”. partir is de infinitief “vertrekken”. Na avant de blijft het werkwoord in deze basisvorm. Met een expliciet onderwerp kan Frans ook avant que + een vervoegde vorm gebruiken, maar dat is een andere constructie. Samen vormt avant de partir de tijdsbepaling “voordat ik vertrek”. De hoofdhandeling is toekomstig (mettrai), en die handeling vindt plaats vóór het vertrek. De volledige zin betekent dus: “Ik doe hem aan voordat ik vertrek.”
Alors, tu seras prêt pour la promenade.
Dan ben je klaar voor de wandeling.
- Alors
- dan
- tu seras
- je zult zijn
- prêt
- klaar
- pour
- voor
- promenade
- wandeling
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en kondigt aan wat volgens de spreker op dat moment of daarna geldt. Het kan in andere zinnen ook als overgangswoord “nou” of “dus” functioneren; hier past de betekenis “dan” bij de vaste vertaling. tu seras bestaat uit het onderwerp tu (“je”, enkelvoud) en de toekomende vorm seras van être (“zijn”). De vorm seras is de futur simple voor de tweede persoon enkelvoud: je serai, tu seras, il/elle sera. Een bruikbaar patroon is tu seras + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld: Tu seras prêt demain. — “Je zult morgen klaar zijn.” prêt betekent hier “klaar”. Dit bijvoeglijk naamwoord staat in de waargenomen vorm in het mannelijk enkelvoud: prêt; bij een vrouwelijk enkelvoudig referent is de vorm prête, en in het meervoud prêts of prêtes, afhankelijk van het grammaticale geslacht. De vorm alleen identificeert niet wie tu is; ze toont de Franse congruentie van het bijvoeglijk naamwoord. Prêt kan in andere contexten ook “bereid” betekenen, maar “klaar” is hier de bedoelde betekenis. pour betekent “voor” en leidt hier het doel of de gelegenheid in waarvoor iemand klaar is. Het is een voorzetsel; in het patroon être prêt pour + zelfstandig naamwoord betekent de combinatie “klaar zijn voor + zelfstandig naamwoord”. promenade betekent “wandeling”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor la, het bepaalde lidwoord voor een vrouwelijk enkelvoud. Het lidwoord maakt de wandeling bepaald, maar zegt niet op zichzelf hoeveel wandelingen er zijn. Een vergelijkbaar voorbeeld is la promenade commence. — “De wandeling begint.” Samen vormen de delen Alors + tu seras prêt + pour la promenade de betekenis: “Dan ben je klaar voor de wandeling.” De futur simple in seras plaatst het klaar zijn in de toekomst, terwijl pour la promenade aangeeft waarvoor de persoon klaar zal zijn.
Grammatica
avant de + infinitif
Avant de partir, je mettrai mon manteau.
Avã duh partier, zjuh mètrè mõ mãtoo.Voordat ik vertrek, trek ik mijn jas aan.
Na « avant de » volgt een infinitief, niet een vervoegde werkwoordsvorm.
futur simple: mettrai, seras
Alors, tu seras prêt.
Alòr, tü suh-raa prè.Dan ben je klaar.
De futur simple drukt een toekomstige handeling of toestand uit; « seras » betekent ‘zult zijn’.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Buiten lijkt het bewolkt.
Antwoord tonen
Le ciel semble couvert dehors.Neem een warme jas mee.
Antwoord tonen
Prends un manteau chaud avec toi.Ik heb mijn hoed ook nodig.
Antwoord tonen
J'ai aussi besoin de mon chapeau.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
lucht
Antwoord tonen
cielbuiten
Antwoord tonen
dehorslijken
Antwoord tonen
semblejas