Klaarmaken voor bewolkt weer | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before a walk, two adults talk about cloudy, windy weather and getting a coat and hat before going outside..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Klaarmaken voor bewolkt weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Le ciel semble couvert dehors.

Luh sjèl sambl koevèr dəór. Buiten lijkt het bewolkt.
B

Prends un manteau chaud avec toi.

Prãz uhn mãtoo sjoo avek twa. Neem een warme jas mee.
A

Est-ce que le vent est froid ?

Ès kuh luh vã è frwaa? Voelt de wind koud aan?
B

Il fait froid et il y a du vent aujourd'hui.

Il fè frwaa ee il jaa dü vã oezjoer-dwie. Het is vandaag koud en winderig.
A

J'ai aussi besoin de mon chapeau.

Zjè oo-sie buhzwẽ duh mõ sjapoo. Ik heb mijn hoed ook nodig.
B

Il est près de la porte.

Il è prè duh la pòrt. Hij ligt bij de deur.
A

Je le mettrai avant de partir.

Zjuh luh mètrè avã duh partier. Ik doe hem aan voordat ik vertrek.
B

Alors, tu seras prêt pour la promenade.

Alòr, tü suh-raa prè poer la promənad. Dan ben je klaar voor de wandeling.

Woord voor woord

Le «Le» is hier het bepaalde lidwoord voor «ciel»: het verwijst naar de lucht of hemel waarover men spreekt. In de dialoog staat het aan het begin van «Le ciel semble couvert dehors». Het staat dus vóór het zelfstandig naamwoord.
ciel «ciel» betekent hier de lucht of hemel. Het is het onderwerp in «Le ciel semble couvert dehors», dus de lucht lijkt bedekt of bewolkt. Je gebruikt het in deze weersituatie om de toestand van de lucht te benoemen.
semble «semble» betekent hier lijkt. Het is de vorm van «sembler» in «Le ciel semble couvert dehors» en drukt een indruk uit, geen vaststelling. Een bruikbaar patroon uit de dialoog is «Le ciel semble couvert».
couvert «couvert» beschrijft de lucht als bedekt met wolken, dus als bewolkt. Het staat in «Le ciel semble couvert dehors» na «semble» en zegt hoe de lucht eruitziet. De vorm hangt hier samen met «couvrir»; in deze dialoog gebruik je haar om bewolkt weer te beschrijven.
dehors «dehors» betekent buiten en bepaalt waar de beschreven situatie is. Het staat aan het einde van «Le ciel semble couvert dehors». Gebruik het om naar de buitenomgeving te verwijzen wanneer je het weer bespreekt.
Prends «Prends» betekent hier neem mee of pak. Het is de gebiedende vorm van «prendre» in «Prends un manteau chaud avec toi» en spreekt de aangesprokene direct aan. Na «Prends» volgt hier het voorwerp «un manteau», terwijl «avec toi» aangeeft dat het meegaat.
un «un» introduceert hier één niet nader bepaalde jas: «un manteau». Het is het onbepaalde lidwoord vóór «manteau». In deze context wordt een jas als mee te nemen voorwerp genoemd.
manteau «manteau» betekent jas. In «un manteau chaud» is het het voorwerp dat mee moet. Je kunt de volledige woordgroep «un manteau chaud» gebruiken wanneer je een warme jas aanwijst vóór het naar buiten gaan.
chaud «chaud» betekent hier warm en beschrijft «manteau». Het staat na het zelfstandig naamwoord in «un manteau chaud», omdat de jas wordt gekenmerkt als warm. Deze combinatie past bij advies over kleding voor koud weer.
avec «avec» betekent met en verbindt het meegenomen voorwerp met de persoon die het bij zich heeft. In «avec toi» geeft het aan dat de jas met de aangesprokene meegaat. Dezelfde structuur staat in «Prends un manteau chaud avec toi».
toi «toi» verwijst hier naar de aangesprokene en betekent jou of je. Na «avec» staat deze beklemtoonde vorm in «avec toi». De uitdrukking «avec toi» gebruik je wanneer iets met die persoon meegaat.
Est-ce que «Est-ce que» maakt van de mededeling een directe vraag; hier vraagt de spreker of de wind koud is. De volledige constructie «Est-ce que le vent est froid ?» begint met «Est-ce que», waarna de vraaginhoud volgt. Binnen de uitdrukking leidt «Est-ce» de vraag in en koppelt «que» die vraaginleiding aan de rest van de zin.
vent «vent» betekent wind. In «il y a du vent aujourd'hui» is het datgene waarvan wordt gezegd dat het aanwezig is. Je gebruikt het hier om een weersomstandigheid te benoemen.
est «est» betekent is en verbindt «le vent» met de eigenschap «froid». Het is de vorm van «être» in «Est-ce que le vent est froid ?». Gebruik deze vorm hier om een toestand van de wind te beschrijven.
froid «froid» betekent koud. In «Est-ce que le vent est froid ?» beschrijft het de temperatuur van de wind; in «Il fait froid» beschrijft dezelfde vorm het weer. Zo gebruik je het bij vragen en mededelingen over koude omstandigheden.
Il «Il» is hier geen persoon maar het vaste onderwerp in de weeruitdrukking «Il fait froid». In «il y a du vent aujourd'hui» maakt «il» ook deel uit van een vaste constructie die aanwezigheid uitdrukt. Gebruik deze vorm in deze dialoog dus om over weer of aanwezigheid te spreken.
fait «fait» betekent in «Il fait froid» niet letterlijk maakt, maar vormt samen met «Il» de weeruitdrukking het is koud. Het is de vorm van «faire» in «Il fait froid». Gebruik «Il fait froid» om het weer als koud te beschrijven.
et «et» betekent en en verbindt hier twee weerobservaties: koud weer en wind. In «Il fait froid et il y a du vent aujourd'hui» koppelt het beide delen van de mededeling. Gebruik het om twee gelijkwaardige informatie-eenheden samen te voegen.
il y a «il y a» betekent hier er is: er is wind. Het is één vaste constructie; «il» is het vaste onderwerp, «y» verwijst naar aanwezigheid en «a» is de vorm van «avoir». In «il y a du vent aujourd'hui» gebruik je de hele constructie om te zeggen dat iets aanwezig is.
du «du» geeft in «il y a du vent aujourd'hui» een niet-afgebakende hoeveelheid wind aan. Hier is het een partitief lidwoord bij «vent». Gebruik de volledige woordgroep «du vent» bij het beschrijven van wind die er is.
aujourd'hui «aujourd'hui» betekent vandaag en geeft aan wanneer de weersituatie geldt. Het staat aan het einde van «Il fait froid et il y a du vent aujourd'hui». Als tijdsaanduiding koppelt het de mededeling aan de huidige dag.
J'ai «J'ai» betekent hier ik heb nodig in de vaste uitdrukking «J'ai aussi besoin de mon chapeau». De vorm is een samentrekking van je en de vorm ai van «avoir»; de betekenis ‘nodig hebben’ komt uit de volledige constructie met «besoin de». Gebruik de hele zin om aan te geven dat je nog een voorwerp nodig hebt.
aussi «aussi» betekent ook en voegt de hoed toe aan wat al nodig is. In «J'ai aussi besoin de mon chapeau» staat het vóór «besoin». Gebruik het om extra benodigde informatie toe te voegen.
besoin «besoin» betekent hier behoefte, maar de betekenis ‘nodig hebben’ ontstaat in de volledige constructie «J'ai aussi besoin de mon chapeau». Het staat met «de» vóór hetgeen nodig is. Gebruik deze constructie om een noodzakelijke persoon of zaak te noemen.
de «de» introduceert in «J'ai aussi besoin de mon chapeau» wat nodig is: de hoed. Het hoort hier vast bij «besoin» in de constructie «besoin de». Gebruik het vóór het benodigde voorwerp in deze uitdrukking.
mon «mon» betekent mijn en geeft aan dat de hoed van de spreker is. Het staat direct vóór «chapeau» in «mon chapeau». In deze zin markeert het welk persoonlijk voorwerp nodig is.
chapeau «chapeau» betekent hoed. In «J'ai aussi besoin de mon chapeau» is het het voorwerp dat de spreker nog nodig heeft. De woordgroep «mon chapeau» gebruik je om naar die eigen hoed te verwijzen.
près «près» betekent dichtbij of in de buurt, hier als onderdeel van de plaatsaanduiding «près de la porte». Het zegt dat de hoed zich dicht bij de deur bevindt. Gebruik in deze constructie «près de» vóór een plaats of voorwerp.
la «la» is het bepaalde lidwoord vóór «porte». In «près de la porte» verwijst het naar de concrete deur bij de plek waar de hoed ligt. Het staat hier tussen «de» en het zelfstandig naamwoord.
porte «porte» betekent deur. In «près de la porte» benoemt het de plaats waar de hoed zich bevindt. Je gebruikt de volledige woordgroep om een voorwerp ten opzichte van een deur te lokaliseren.
Je «Je» betekent ik en is het onderwerp van «Je le mettrai avant de partir». Het maakt duidelijk dat de spreker zelf de handeling zal uitvoeren. Gebruik het als onderwerp wanneer je over je eigen toekomstige handeling spreekt.
mettrai «mettrai» betekent hier zal aandoen of zal opzetten: de spreker zal de hoed gebruiken vóór het vertrek. Het is de toekomstige vorm van «mettre» in «Je le mettrai avant de partir»; «le» verwijst daar naar de hoed. De volledige zin kondigt een toekomstige handeling met een eerder genoemd voorwerp aan.
avant «avant» betekent vóór en geeft aan dat één handeling eerder gebeurt dan een andere. In «avant de partir» leidt het de handeling van vertrekken in. Gebruik de constructie «avant de» gevolgd door een infinitief wanneer je de volgorde van twee handelingen beschrijft.
partir «partir» betekent vertrekken of weggaan. Het staat als infinitief na «avant de» in «avant de partir», omdat het vertrek de latere handeling is. Deze constructie gebruik je om iets te plaatsen vóór het moment waarop je weggaat.
Alors «Alors» betekent dan en trekt hier een gevolg uit de eerdere voorbereiding: daarna ben je klaar voor de wandeling. Het staat aan het begin van «Alors, tu seras prêt pour la promenade». Gebruik het aan het begin van een reactie wanneer een volgende toestand of gevolg logisch volgt.
tu «tu» betekent jij of je en spreekt één persoon rechtstreeks aan. Het is het onderwerp in «tu seras prêt pour la promenade». Gebruik het wanneer je die ene gesprekspartner aanspreekt.
seras «seras» betekent hier zult zijn. Het is de toekomstige vorm van «être» bij «tu» in «tu seras prêt pour la promenade». De zin gebruikt dit om de verwachte toestand na de voorbereiding te beschrijven.
prêt «prêt» betekent klaar en beschrijft in «tu seras prêt pour la promenade» de toestand van de aangesprokene. Het staat na de vorm van «être» en vóór «pour la promenade», die aangeeft waarvoor iemand klaar is. Gebruik de woordgroep «prêt pour la promenade» wanneer de wandeling het doel van de voorbereiding is.
pour «pour» betekent voor en introduceert in «pour la promenade» waarvoor iemand klaar is. Het verbindt «prêt» met de activiteit «la promenade». De dialoog toont de combinatie «prêt pour la promenade».
promenade «promenade» betekent wandeling. In «pour la promenade» is het de activiteit waarvoor de persoon klaar zal zijn. Gebruik de volledige woordgroep «la promenade» wanneer je naar deze wandeling verwijst.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de partir, je mettrai mon manteau.

Avã duh partier, zjuh mètrè mõ mãtoo.

Voordat ik vertrek, trek ik mijn jas aan.

Na « avant de » volgt een infinitief, niet een vervoegde werkwoordsvorm.

futur simple: mettrai, seras

Alors, tu seras prêt.

Alòr, tü suh-raa prè.

Dan ben je klaar.

De futur simple drukt een toekomstige handeling of toestand uit; « seras » betekent ‘zult zijn’.

Frans woordenschat

aujourd'hui bijwoord
oezjoer-dwie vandaag
avec toi uitdrukking
avèk twa met je mee
chaud bijvoeglijk naamwoord
sjoo warm
ciel zelfstandig naamwoord
sjèl lucht
couvert bijvoeglijk naamwoord
koevèr bewolkt, bedekt
dehors bijwoord
dəór buiten
froid bijvoeglijk naamwoord
frwaa koud
il y a du vent uitdrukking
il jaa dü vã er staat wind, het waait
manteau zelfstandig naamwoord
mãtoo jas
prendre werkwoord
prãndr nemen, meenemen Prends
sembler werkwoord
samblè lijken semble
vent zelfstandig naamwoord
wind

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Buiten lijkt het bewolkt.

Antwoord tonenLe ciel semble couvert dehors.

Neem een warme jas mee.

Antwoord tonenPrends un manteau chaud avec toi.

Ik heb mijn hoed ook nodig.

Antwoord tonenJ'ai aussi besoin de mon chapeau.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lucht

Antwoord tonenciel

buiten

Antwoord tonendehors

lijken

Antwoord tonensemble

jas

Antwoord tonenmanteau