Voorbereiden op regen buiten | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before leaving in the rain, two adults talk about boots, puddles, protecting a bag, and taking an umbrella..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Voorbereiden op regen buiten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il pleut dehors.

Iel pluh duh-ohr. Het regent buiten.
B

Mets tes bottes avant de partir.

Mè tè bot a-vahn duh par-tiegh. Doe je laarzen aan voordat je weggaat.
A

Il y a des flaques sur le chemin.

Iel ie a dè flak suur luh shuh-mèhn. Er liggen plassen op het pad.
B

Passe lentement autour des flaques.

Pas lahn-tuh-mahn oo-toegh dee flak. Loop er langzaam omheen.
A

Mon sac pourrait être mouillé.

Mohn sak poe-rè è-truh moe-jé. Mijn tas kan nat worden.
B

Garde-le sous ton manteau.

Gard-luh soe tohn mahn-too. Houd hem onder je jas.
A

Je devrais aussi prendre un parapluie.

Zjeh duh-vrè oo-see prahn-dr uhn pa-ra-pluu-jie. Ik zou ook een paraplu moeten meenemen.
B

Ça t'aidera à rester au sec.

Sa tè-dra ah rèsté oo sek. Dat zal je helpen droog te blijven.

Woord voor woord

Il Il fungeert in Il pleut als een onpersoonlijk onderwerp: het regent. In Il y a maakt Il deel uit van de vaste uitdrukking voor aanwezigheid of bestaan, niet van een verwijzing naar een persoon.
pleut Pleut betekent hier dat het regent, in Il pleut dehors. Dit is de vervoegde vorm die bij het werkwoord pleuvoir hoort. Gebruik deze vorm in een mededeling over regenachtig weer.
dehors Dehors betekent buiten en geeft aan waar de regen valt in Il pleut dehors. Gebruik het om een plaats buiten aan te duiden, bijvoorbeeld bij een weersmededeling.
Mets Mets is hier een directe instructie om iets aan te doen, namelijk in Mets tes bottes. Het is de gebiedende vorm van mettre. Gebruik deze vorm voor een korte opdracht waarbij een kledingstuk of voorwerp wordt aangedaan of geplaatst.
tes Tes betekent jouw en hoort hier bij het meervoudige zelfstandig naamwoord bottes: jouw laarzen. Het geeft bezit aan en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik tes vóór een zelfstandig naamwoord dat naar meerdere dingen verwijst.
bottes Bottes betekent laarzen in Mets tes bottes. De vorm is meervoud van botte. Gebruik het voor schoeisel dat je aantrekt, vooral in een context zoals regen of buiten lopen.
avant Avant betekent vóór en geeft in avant de partir aan dat één handeling eerder gebeurt dan een andere. Hier moeten de laarzen aan vóór het vertrek. Gebruik avant om een tijdsrelatie aan te geven.
de De verbindt avant met het infinitief partir in avant de partir. Hier betekent de niet op zichzelf gewoon aan, maar maakt het de constructie vóór het vertrekken. Gebruik avant de gevolgd door een infinitief om een eerdere handeling aan te geven.
partir Partir betekent vertrekken in avant de partir. Dit is de infinitief die volgt op de constructie avant de. Gebruik het om het vertrek van een persoon aan te duiden.
y Y draagt in il y a bij aan de betekenis dat iets aanwezig is: er zijn plassen. De volledige uitdrukking il y a betekent hier er zijn of er is. Gebruik il y a om iets te introduceren dat ergens aanwezig is.
a A draagt in il y a bij aan de vaste uitdrukking voor aanwezigheid of bestaan. De volledige uitdrukking il y a betekent hier er zijn, niet hij heeft. De vorm hoort bij het werkwoord avoir. Gebruik il y a vóór datgene wat aanwezig is.
des Des betekent hier enkele of wat en staat vóór het meervoudige flaques in des flaques. Het introduceert niet nader bepaalde meervoudige dingen. Gebruik des vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het niet om specifieke, al bekende exemplaren gaat.
flaques Flaques betekent plassen in Il y a des flaques sur le chemin. De vorm is het meervoud van flaque. In de dialoog gaat het om waterplassen op het pad en om eromheen lopen.
sur Sur betekent op en geeft in sur le chemin de plaats aan waar de plassen liggen. Het verbindt de plassen met het pad als oppervlak of locatie. Gebruik sur om een plaatsrelatie met een oppervlak of gebied uit te drukken.
le Le is hier het bepaalde lidwoord vóór chemin in le chemin: het specifieke pad waarover wordt gesproken. Het staat vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord. Gebruik le wanneer de bedoelde zaak als bepaald of bekend wordt voorgesteld.
chemin Chemin betekent pad in sur le chemin. Het verwijst hier naar de route waarop de plassen liggen. Gebruik het voor een pad of route waarlangs iemand loopt.
Passe Passe is hier een instructie om langs of rond iets te gaan, in Passe lentement autour des flaques. Het is de gebiedende vorm van passer. Gebruik deze vorm om iemand aanwijzingen te geven over een beweging of route.
lentement Lentement betekent langzaam en beschrijft hoe iemand moet lopen of gaan in Passe lentement. Het geeft de manier van handelen aan. Gebruik het als bijwoord bij een bewegingshandeling wanneer die rustig of niet snel moet gebeuren.
autour Autour betekent rond of omheen in autour des flaques. Het geeft de route aan die rondom de plassen loopt. Gebruik autour om beweging of plaatsing rondom iets uit te drukken.
Mon Mon betekent mijn en staat hier vóór sac in Mon sac. Het geeft aan dat de tas van de spreker is en hoort bij een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord. Gebruik mon vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven.
sac Sac betekent tas in Mon sac pourrait être mouillé. De tas is het voorwerp dat mogelijk nat wordt. Gebruik het voor een tas of draagbaar voorwerp waarin je spullen meeneemt.
pourrait Pourrait geeft in Mon sac pourrait être mouillé een mogelijkheid of onzeker gevolg aan: de tas zou nat kunnen worden. Het is een vorm van pouvoir met de betekenis zou kunnen. Gebruik het om een mogelijke situatie voorzichtig uit te drukken.
être Être betekent zijn of worden binnen de beschrijving van de toestand in pourrait être mouillé. Het is de infinitief na pourrait. Gebruik pourrait gevolgd door een infinitief om een mogelijke handeling of toestand te beschrijven.
mouillé Mouillé geeft in pourrait être mouillé de toestand nat weer. Het beschrijft wat er met de tas kan gebeuren door de regen. Gebruik het na être om aan te geven dat iets nat is of nat kan worden.
Garde-le Garde-le betekent houd het bij je of bewaar het, met le als verwijzing naar de tas. Garde is een directe instructie en le is het eraan vastgeschreven voornaamwoord voor het voorwerp. Gebruik deze vorm om iemand te zeggen dat die een genoemd voorwerp moet houden of bewaren.
sous Sous betekent onder en geeft in sous ton manteau aan waar de tas moet blijven. De tas wordt onder de jas gehouden om hem tegen de regen te beschermen. Gebruik sous om een plaats onder iets aan te geven.
ton Ton betekent jouw en staat vóór manteau in ton manteau. Het geeft bezit aan en hoort hier bij een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord. Gebruik ton vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord dat van de aangesprokene is.
manteau Manteau betekent jas in sous ton manteau. De jas dient hier als bescherming boven de tas. Gebruik het voor een jas of mantel die iemand draagt.
Je Je betekent ik en is hier het onderwerp van Je devrais aussi prendre un parapluie. Het verwijst naar de persoon die zelf advies of een voornemen uitspreekt. Gebruik je vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
devrais Devrais betekent zou moeten en drukt hier een eigen advies of aanbeveling uit: de spreker vindt dat die een paraplu moet meenemen. Het is een vorm van devoir. Het wordt gevolgd door het infinitief prendre. Gebruik deze vorm om een voorzichtige aanbeveling of verplichting uit te drukken.
aussi Aussi betekent ook en voegt het meenemen van een paraplu toe aan de andere voorbereidingen. In Je devrais aussi prendre un parapluie staat het vóór prendre. Gebruik aussi om een extra handeling of extra element toe te voegen.
prendre Prendre betekent nemen of meenemen in prendre un parapluie. Het is de infinitief die volgt op devrais en krijgt hier un parapluie als voorwerp. Gebruik prendre met een genoemd voorwerp wanneer iemand dat voorwerp meeneemt.
un Un betekent een en staat vóór parapluie in un parapluie. Het introduceert hier één niet nader bepaalde paraplu. Gebruik un vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer je één exemplaar noemt.
parapluie Parapluie betekent paraplu in prendre un parapluie. Het is het voorwerp dat de spreker wil meenemen tegen de regen. Gebruik het voor een paraplu die bescherming tegen regen biedt.
Ça Ça betekent dat of het en verwijst in Ça t'aidera naar de eerder genoemde oplossing of handeling rond de paraplu. Het staat hier als onderwerp van de volgende mededeling. Gebruik ça als onderwerp wanneer je naar een eerder genoemde zaak of situatie verwijst.
t'aidera T'aidera betekent zal je helpen: t verwijst naar jou en aidera naar helpen. De vorm verwijst naar een toekomstige hulp die door ça wordt geboden. Gebruik aider met een persoon en à plus een infinitief om te zeggen dat iets iemand helpt iets te doen.
à À verbindt in t'aidera à rester de hulp met de handeling rester. Hier leidt het de infinitief aan die beschrijft waarbij iemand wordt geholpen. Gebruik na aider de structuur iemand helpen à plus een infinitief.
rester Rester betekent blijven in rester au sec. Het beschrijft dat je in een bepaalde toestand blijft. Gebruik het na à wanneer je uitlegt welke toestand of handeling door de hulp mogelijk wordt gemaakt.
au Au is in au sec de vaste samengetrokken vorm van à en le. Samen met sec maakt het deel uit van de uitdrukking voor droog blijven. Gebruik au sec als geheel wanneer je zegt dat iemand droog blijft.
sec Sec betekent droog in de uitdrukking rester au sec. Hier beschrijft het de toestand die de paraplu helpt behouden. Gebruik sec in au sec om aan te geven dat iemand of iets droog blijft.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de partir, mets tes bottes.

A-vahn duh par-tiegh, mè tè bot.

Voordat je vertrekt, trek je laarzen aan.

Na « avant de » volgt een infinitief. Gebruik dit om aan te geven wat eerst gebeurt.

conditionnel présent : pourrait / devrait

Le sac pourrait être mouillé.

Luh sak poe-rè è-truh moe-jé.

De tas zou nat kunnen worden.

« Pourrait » drukt een mogelijkheid uit; « devrait » drukt een advies of verwachting uit.

Frans woordenschat

autour de voorzetsel
oo-toegh duh rond of omheen
avant de partir uitdrukking
a-vahn duh par-tiegh voordat je vertrekt
bottes zelfstandig naamwoord
bot laarzen
chemin zelfstandig naamwoord
shuh-mèhn pad
dehors bijwoord
duh-ohr buiten
flaques zelfstandig naamwoord
flak plassen
lentement bijwoord
lahn-tuh-mahn langzaam
mets werkwoord
aantrekken
partir werkwoord
par-tiegh vertrekken
passe werkwoord
pas lopen of gaan
pleut werkwoord
pluh regenen
sac zelfstandig naamwoord
sak tas

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het regent buiten.

Antwoord tonenIl pleut dehors.

Doe je laarzen aan voordat je weggaat.

Antwoord tonenMets tes bottes avant de partir.

Loop er langzaam omheen.

Antwoord tonenPasse lentement autour des flaques.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

regenen

Antwoord tonenpleut

pad

Antwoord tonenchemin

laarzen

Antwoord tonenbottes

lopen of gaan

Antwoord tonenpasse