Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Zonnig weer en een wandeling voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Il y a du soleil dehors.
iel jaa dü so-lèj də-oor Buiten is het zonnig.Prends tes lunettes de soleil.
prang tè lü-nèt də so-lèj Neem je zonnebril mee.Est-ce qu'il fait trop chaud pour une promenade ?
ès-kiel fè troo sjoo poer ün pro-muh-naad Is het te warm voor een wandeling?Il fait chaud, mais nous pouvons quand même y aller.
iel fè sjoo, mè noe poe-vong kang mèmm ie aa-lee Het is warm, maar we kunnen nog steeds gaan.Nous pouvons rester à l'ombre.
noe poe-vong rè-stè aa longbr We kunnen in de schaduw blijven.Les arbres devraient nous garder au frais.
lee zarbr dö-vrè noe gar-dee oo frè De bomen zouden ons koel moeten houden.Je vais apporter une bouteille d'eau.
zjuh vè a-por-tee ün boe-tèj doo Ik neem een fles water mee.Elle sera utile pendant la promenade.
èl suh-raa ü-tiel pang-dang la pro-muh-naad Die komt tijdens de wandeling goed van pas.Uitleg van de zinnen
Il y a du soleil dehors.
Buiten is het zonnig.
- Il y a
- er is
- soleil
- zon
- dehors
- buiten
Uitgebreide uitleg
Il y a is een vaste, onpersoonlijke constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets uit te drukken: “er is/zijn”. Het onderwerp staat erna; de vorm il verwijst hier niet naar een specifieke persoon. Voorbeelden: Il y a un problème. — “Er is een probleem.” Il y a des livres. — “Er zijn boeken.” soleil is het zelfstandig naamwoord “zon”. In du soleil staat du, de samentrekking van de en le; hier is het een partitief lidwoord bij een niet-afgebakende hoeveelheid zonlicht. Het is dus niet zelf de betekenis “zon”, maar markeert de naamwoordgroep du soleil. Voorbeeld: Il y a du soleil dans la pièce. — “Er is zonlicht in de kamer.” dehors is een bijwoord met de betekenis “buiten”. Het geeft hier de plaats aan waar de zon aanwezig is. Het heeft in deze zin geen zelfstandig naamwoord als grammaticaal geslacht of meervoud. Samen vormen de delen: Il y a (“er is”) + du soleil (“zonlicht/de zon”) + dehors (“buiten”). De volledige betekenis is: “Buiten is het zonnig.” Een meer letterlijke weergave is: “Er is buiten zonlicht.”
Prends tes lunettes de soleil.
Neem je zonnebril mee.
- Prends
- neem mee
- tes
- jouw
- lunettes
- bril(len)
- soleil
- zon
Uitgebreide uitleg
Prends is de gebiedende wijs van prendre (“nemen”). Hier krijgt het door het voorwerp en de vaste vertaling de betekenis “meenemen”. De vorm is gericht tot één vertrouwde aangesproken persoon: prends bij tu; prenez is de vorm bij vous. Voorbeeld: Prends ton sac. — “Neem je tas mee.” tes is een bezittelijk woord voor meerdere bezeten zaken: “je/jouw”. Het verwijst hier naar het meervoudige lunettes; de vorm hangt dus af van het aantal van het bezeten zelfstandig naamwoord, niet van het geslacht van de eigenaar. Bij één zaak verschijnen bijvoorbeeld ton of ta, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. lunettes is een vrouwelijk meervoudig zelfstandig naamwoord. Op zichzelf betekent het meestal “bril” of “brillen”; in lunettes de soleil vormt het samen met het volgende deel de vaste betekenis “zonnebril”. Het meervoud blijft zichtbaar, ook wanneer het in het Nederlands vaak als één voorwerp wordt vertaald. soleil is het zelfstandig naamwoord “zon”. In lunettes de soleil geeft de soleil aan om welk soort bril het gaat: een bril voor de zon, dus een zonnebril. soleil staat hier in het enkelvoud. Samen vormen Prends + tes lunettes de soleil een rechtstreeks bevel aan één vertrouwde persoon: “Neem je zonnebril mee.” De bezitsrelatie is tes + lunettes, terwijl de soleil het type bril specificeert.
Est-ce qu'il fait trop chaud pour une promenade ?
Is het te warm voor een wandeling?
- Est-ce qu'il
- vormt een ja/nee-vraag
- fait
- is (bij het weer)
- trop
- te
- chaud
- warm
- pour
- voor
- promenade
- wandeling
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'il bestaat uit est-ce que plus het onderwerp il. Samen maakt dit een gewone ja/nee-vraag. Voor een klinker valt de eind-e van que weg: que il wordt qu'il. Hier is il het onpersoonlijke onderwerp van de weeruitdrukking; het verwijst niet naar een bepaalde persoon. Voorbeeld: Est-ce qu'il pleut ? = “Regent het?” fait is de vorm van het werkwoord faire in de tegenwoordige tijd bij il: il fait. In weeruitdrukkingen betekent il fait niet letterlijk “hij maakt”, maar geeft het een toestand van het weer aan, zoals in il fait chaud, il fait froid en il fait beau. Voorbeeld: Il fait froid ce matin. = “Het is vanochtend koud.” trop is een bijwoord dat de graad van chaud verhoogt tot een ongewenst of bovenmatig niveau: “te”. Het verschilt van très (“heel/erg”): très chaud betekent alleen “heel warm”, terwijl trop chaud betekent “te warm”. chaud is hier het bijvoeglijk naamwoord “warm”. In de vaste weeruitdrukking il fait chaud staat het in de mannelijke enkelvoudsvorm; het past hier niet bij een concrete persoon of een concreet zelfstandig naamwoord. Het tegengestelde weerwoord is froid (“koud”). pour is een voorzetsel dat hier aangeeft waarvoor iets geschikt is of met welk doel iets wordt overwogen: “voor”. In pour une promenade leidt het de activiteit in waarvoor de temperatuur mogelijk ongeschikt is. Voorbeeld: C'est parfait pour une promenade. = “Dat is perfect voor een wandeling.” promenade is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “wandeling”. In de bron staat de volledige naamwoordgroep une promenade; une markeert daarbij het vrouwelijke enkelvoud, zonder op zichzelf een exact aantal wandelingen te beweren. Voorbeeld: Nous faisons une promenade. = “We maken een wandeling.” De volledige structuur is Est-ce que + il fait trop chaud + pour une promenade ? Het eerste deel maakt een ja/nee-vraag over het weer. il fait trop chaud betekent hier “het is te warm”, en pour une promenade maakt duidelijk waarvoor die beoordeling geldt. Samen betekent de uiting: “Is het te warm voor een wandeling?”
Il fait chaud, mais nous pouvons quand même y aller.
Het is warm, maar we kunnen nog steeds gaan.
- Il fait
- het is (over het weer)
- chaud
- warm
- nous pouvons
- we kunnen
- quand même
- toch, nog steeds
- aller
- gaan
Uitgebreide uitleg
Il fait hoort hier bij de vaste weeruitdrukking il fait + adjectief: het betekent “het is” wanneer je het weer beschrijft. Il verwijst hier niet naar een concrete persoon; het is een onpersoonlijk onderwerp. In Il fait froid betekent dezelfde structuur bijvoorbeeld “het is koud”. chaud betekent hier “warm”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat de weersomstandigheid beschrijft. In deze uitdrukking staat het na fait; het is niet de vorm van een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Il fait beau. — “Het is mooi weer.” nous pouvons betekent “wij kunnen”. Pouvons is de vervoegde tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”) bij nous; de uitgang en vorm drukken hier dus “wij” uit. De infinitief pouvoir staat niet zelfstandig in deze vorm wanneer het onderwerp nous is. Voorbeeld: Nous pouvons rester. — “We kunnen blijven.” quand même betekent hier “toch” of “nog steeds”: ondanks de warmte blijft de mogelijkheid om te gaan gelden. De uitdrukking kan in andere zinnen ook een tegenstelling met eerder genoemde omstandigheden markeren. Voorbeeld: Il pleut, mais nous sortons quand même. — “Het regent, maar we gaan toch naar buiten.” aller betekent “gaan”. Dit is de infinitief die volgt op pouvons: na een vervoegde vorm van pouvoir staat de volgende handeling in de infinitief. Voorbeeld: Je peux aller. — “Ik kan gaan.” Samen vormen de delen: Il fait chaud = “Het is warm”, mais = “maar”, nous pouvons aller = “we kunnen gaan”, en quand même voegt het idee van “toch/nog steeds” toe. De volledige betekenis is daarom: “Het is warm, maar we kunnen nog steeds gaan.”
Nous pouvons rester à l'ombre.
We kunnen in de schaduw blijven.
- Nous pouvons
- wij kunnen
- rester
- blijven
- à l'ombre
- in de schaduw
Uitgebreide uitleg
Nous pouvons betekent hier “wij kunnen”. pouvons is de vervoegde vorm van pouvoir (“kunnen”) in de tegenwoordige tijd bij nous. Het drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit. Na pouvoir volgt een infinitief: Nous pouvons rester = “Wij kunnen blijven”. rester betekent “blijven”. Dit is de infinitief, dus de vorm die na pouvoir staat. Het werkwoord verandert in deze combinatie niet volgens de persoon; pouvoir draagt de vervoeging. Bijvoorbeeld: Je peux rester. — “Ik kan blijven.” à l’ombre betekent “in de schaduw”. à maakt hier deel uit van een vaste plaatsaanduiding; l’ombre betekent “de schaduw”. De apostrof in l’ombre is de gebruikelijke samentrekking van la vóór een klinkerklank. Samen vormen de delen Nous pouvons rester à l’ombre.: “Wij kunnen in de schaduw blijven.” De zin drukt uit dat de groep de mogelijkheid heeft om op die plaats te blijven.
Les arbres devraient nous garder au frais.
De bomen zouden ons koel moeten houden.
- arbres
- bomen
- devraient
- zouden moeten
- nous
- ons
- garder
- houden
- au frais
- koel
Uitgebreide uitleg
arbres betekent hier “bomen”. Het is het meervoud van arbre (“boom”): un arbre → des arbres. Het lidwoord les laat zien dat het om meervoud gaat; arbres zelf draagt hier de meervoudsuitgang. devraient is de vorm van devoir bij de derde persoon meervoud in de conditionnel présent. In deze zin geeft devoir met een infinitief een verwachting of wenselijke uitkomst weer: “zouden moeten”. Vergelijk: Ils devraient arriver bientôt. — “Ze zouden binnenkort moeten aankomen.” De vorm devraient hoort bij les arbres, niet bij nous. nous is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “ons”. In het Frans kan nous zowel onderwerp als voorwerp zijn; de functie blijkt hier uit de positie en uit de betekenis. Het staat vóór de infinitief garder, omdat Franse voornaamwoorden van dit type vóór het werkwoord staan. garder betekent hier “houden” in de constructie garder quelqu’un au frais: iemand koel houden. Het is een infinitief na devraient; het verandert daarom niet mee met het meervoudige onderwerp. Als zelfstandig werkwoord kan garder ook “bewaken” of “bewaren” betekenen, maar in deze combinatie gaat het om een toestand laten voortduren. au frais is een vaste uitdrukking met de betekenis “koel”. au is de samentrekking van à en le; in deze uitdrukking staat frais in de vaste mannelijke enkelvoudsvorm. Het geheel beschrijft de toestand waarin iemand blijft, niet een afzonderlijke handeling van “koelen”. Voorbeeld: Mettez la boisson au frais. — “Zet de drank koel.” Samen vormen Les arbres devraient nous garder au frais de structuur onderwerp + zouden moeten + voorwerp + infinitief + toestand: “De bomen zouden ons koel moeten houden.” De voorafgaande context over in de schaduw blijven ondersteunt dezelfde verkoelende situatie, maar de Franse zin zelf zegt dat de bomen die toestand zouden moeten veroorzaken.
Je vais apporter une bouteille d'eau.
Ik neem een fles water mee.
- Je vais
- ik ga
- apporter
- brengen; meenemen
- bouteille
- fles
- eau
- water
Uitgebreide uitleg
Je vais vormt hier samen met het daaropvolgende infinitief een nabije toekomst: je vais apporter = “ik ga meenemen/brengen”. vais is de vorm van aller bij je; op zichzelf betekent je vais meestal “ik ga”, maar hier krijgt het zijn toekomstige betekenis door het infinitief erna. Patroon: je vais + infinitief. Voorbeeld: Je vais partir. — “Ik ga vertrekken.” apporter betekent hier iets meenemen of brengen. Het is een infinitief, dus een onvervoegde werkwoordsvorm die na vais staat. Een nuttig onderscheid is apporter voor iets dat je meebrengt; emmener wordt doorgaans gebruikt voor een persoon of dier dat je ergens mee naartoe neemt. Voorbeeld: Je vais apporter du pain. — “Ik ga brood meenemen.” bouteille betekent “fles”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une bouteille. Het zelfstandig naamwoord zelf draagt dus het grammaticale geslacht; une stemt ermee overeen. Voorbeeld: La bouteille est pleine. — “De fles is vol.” eau betekent “water”. Dit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, maar voor een klinker wordt la tot l’: l’eau. In d’eau staat de voor de inhoud of het soort: “water” in une bouteille d’eau. Samen bestaat de zin uit Je vais + apporter en het voorwerp une bouteille d’eau: “Ik ga een fles water meenemen.” De Franse formulering presenteert dat meenemen als iets wat de spreker van plan is of binnenkort zal doen. Une introduceert een fles zonder zelf een concreet getal uit te drukken.
Elle sera utile pendant la promenade.
Die komt tijdens de wandeling goed van pas.
- Elle
- die (vrouwelijk enkelvoud)
- sera
- zal zijn
- utile
- nuttig
- pendant
- tijdens
- promenade
- wandeling
Uitgebreide uitleg
Elle is een vrouwelijk enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord. Het betekent hier ‘die’. Het voornaamwoord zelf drukt niet uit of de referent een persoon of een zaak is; het volgt hier het Franse grammaticale geslacht en getal van de bedoelde referent. Vergelijk: Il sera utile = ‘Hij/het zal nuttig zijn’, met een mannelijk enkelvoudige referent. sera is de vorm van être (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de futur simple. De vormketen is être → sera (‘zal zijn’). Voorbeeld: La bouteille sera utile. = ‘De fles zal nuttig zijn.’ utile betekent hier ‘nuttig’ of ‘goed van pas komend’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat een eigenschap van elle beschrijft. Utile heeft in het enkelvoud dezelfde geschreven vorm voor mannelijk en vrouwelijk; het meervoud is utiles. Voorbeeld: Elles seront utiles. = ‘Ze zullen nuttig zijn.’ pendant leidt een tijdsbepaling in en betekent ‘tijdens’. In pendant la promenade geeft het aan wanneer de bedoelde zaak nuttig zal zijn. Voorbeeld: Je lis pendant le trajet. = ‘Ik lees tijdens de rit.’ promenade betekent ‘wandeling’. In la promenade staat het zelfstandig naamwoord met het bepaald lidwoord la; het woord is vrouwelijk: une promenade, la promenade. Het meervoud is des promenades. Samen vormen Elle sera utile en pendant la promenade de betekenis: ‘Die komt tijdens de wandeling goed van pas.’ De eerste combinatie zegt dat de bedoelde vrouwelijke enkelvoudige referent nuttig zal zijn; de tijdsbepaling plaatst dat nuttig-zijn tijdens de wandeling. Een herbruikbaar patroon is X sera utile pendant Y = ‘X zal tijdens Y nuttig zijn.’
Grammatica
il y a + zelfstandig naamwoord
Il y a du soleil dehors.
iel jaa dü so-lèj də-oorEr is buiten zon.
Gebruik il y a om het bestaan of de aanwezigheid van iets uit te drukken; het werkwoord verandert niet voor enkelvoud of meervoud.
pouvoir + infinitief
Nous pouvons y aller quand même.
noe poe-vong ie aa-lee kang mèmmWe kunnen toch gaan.
Na pouvoir staat een infinitief. Het vervoegde pouvoir geeft aan wie iets kan of mag doen.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Buiten is het zonnig.
Antwoord tonen
Il y a du soleil dehors.Neem je zonnebril mee.
Antwoord tonen
Prends tes lunettes de soleil.We kunnen in de schaduw blijven.
Antwoord tonen
Nous pouvons rester à l'ombre.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
wandeling
Antwoord tonen
promenadekunnen
Antwoord tonen
pouvonsbuiten
Antwoord tonen
dehorswarm