Klaar voor koud weer | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before going outside, two adults talk about wearing a scarf and gloves for cold weather..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Klaar voor koud weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il fait froid dehors.

iel fee frwaa deu-oor Buiten voelt het koud aan.
B

Mets ton écharpe.

me tong nesjarp Doe je sjaal om.
A

Est-ce que j'ai aussi besoin de gants ?

es-keu zjee oo-sie be-zwèng deu gang Heb ik ook handschoenen nodig?
B

Ils garderont tes mains au chaud.

iel gar-de-rong tee meng oo sjo Ze houden je handen warm.
A

Où sont mes gants ?

oe song mee gang Waar zijn mijn handschoenen?
B

Ils sont à côté de ton manteau.

iel song aa koo-tee deu tong mang-too Ze liggen naast je jas.
A

Je vais les mettre avant de partir.

zje vee lè metr a-vang deu par-tier Ik doe ze aan voordat ik ga.
B

Alors, tu seras prêt pour le froid.

a-lor, tuu se-raa prè poer leu frwaa Dan ben je klaar voor de kou.

Uitleg van de zinnen

  1. Il fait froid dehors.

    Buiten voelt het koud aan.

    Il fait froid
    het is koud
    dehors
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Il fait froid is een vaste Franse weersuitdrukking voor “het is koud”. Il is hier een onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een geïdentificeerde persoon of zaak. fait is de vorm van faire in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd; in deze uitdrukking betekent de combinatie niet letterlijk “hij doet”. froid is het bijvoeglijk naamwoord “koud”. Vergelijk: Il fait chaud. — “Het is warm.” dehors betekent “buiten” en werkt hier als bijwoord: het geeft aan waar de beschreven kou wordt ervaren. Het verandert niet naar geslacht of getal. Voorbeeld: Les enfants jouent dehors. — “De kinderen spelen buiten.” Samen vormen de delen Il fait froid dehors.: “Buiten voelt het koud aan.” De weersuitdrukking staat voorop en dehors voegt de plaatsbepaling “buiten” toe.

  2. Mets ton écharpe.

    Doe je sjaal om.

    Mets
    doe om
    ton
    je
    écharpe
    sjaal
    Uitgebreide uitleg

    Mets is de gebiedende wijs van mettre (“zetten, doen, aantrekken”). Hier betekent het, samen met ton écharpe, “doe je sjaal om”. De vorm mets hoort bij de aangesproken persoon tu; het onderwerp wordt in een Franse bevestigende gebiedende zin meestal niet uitgesproken. Vergelijk: Mets ton manteau. — “Doe je jas aan.” ton betekent hier “je/jouw” bij één aangesproken bezitter. Het verwijst dus naar de persoon tegen wie men spreekt; het woord zegt niet op zichzelf hoeveel sjaals er zijn. ton staat vóór écharpe, een vrouwelijk woord dat met een klinkerklank begint. Frans gebruikt in dat geval ton in plaats van het vrouwelijke ta, om twee klinkerklanken naast elkaar te vermijden. Bij een medeklinkerklank is het: ta veste — “je jas”. écharpe betekent “sjaal”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une écharpe. Het meervoud is des écharpes — “sjaals”. Het accent aigu in é hoort bij de spelling van het woord. Samen vormen de woorden de directe instructie Mets ton écharpe.: de aangesproken persoon moet de eigen sjaal omdoen. De punt sluit de korte bevestigende opdracht af.

  3. Est-ce que j'ai aussi besoin de gants ?

    Heb ik ook handschoenen nodig?

    Est-ce que
    vraaginleiding
    j'ai
    ik heb
    aussi
    ook
    besoin de
    behoefte aan
    gants
    handschoenen
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que is een vaste manier om in het Frans een ja-neevraag in te leiden. Het verandert de betekenis van de mededeling niet; het markeert alleen dat de hele zin een vraag is. Voorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? j'ai betekent hier “ik heb” en is de vorm van avoir bij je in de tegenwoordige tijd: j'ai, tu as, il/elle a. Voor een klinkerklank wordt je verkort tot j'; de apostrof hoort bij de schrijfwijze van die elisie. aussi betekent “ook”. Het voegt deze behoefte toe aan iets anders dat al genoemd of verondersteld is. Voorbeeld: J'ai aussi froid. — Ik heb het ook koud. besoin de bevat het zelfstandig naamwoord besoin, dat hier “behoefte” betekent, en de, dat die behoefte met het benodigde verbindt. De volledige herbruikbare constructie avoir besoin de betekent “nodig hebben”. Voorbeeld: J'ai besoin d'un manteau. — Ik heb een jas nodig. Voor een klinkerklank wordt de hier d'. gants betekent “handschoenen”. Dit is het meervoud van gant (“handschoen”): un gant / des gants. De vorm gants verwijst hier naar handschoenen als het benodigde kledingstuk; het meervoud zegt niet op zichzelf hoeveel exemplaren er precies bedoeld zijn. Samen vormt j'ai besoin de gants de mededeling “ik heb handschoenen nodig”. aussi voegt “ook” toe, en Est-ce que maakt daarvan de vraag Est-ce que j'ai aussi besoin de gants ? — “Heb ik ook handschoenen nodig?”

  4. Ils garderont tes mains au chaud.

    Ze houden je handen warm.

    Ils
    zij
    garderont
    zullen houden
    tes
    je
    mains
    handen
    au chaud
    warm
    Uitgebreide uitleg

    Ils betekent hier “zij” en is het Franse persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud. De vorm drukt zelf geen geslacht uit in deze zin; wie ermee bedoeld wordt, wordt door de gegeven zin niet nader benoemd. garderont komt van garder (“houden” of “bewaren”). Dit is de futur simple van de derde persoon meervoud: ils garderont = “zij zullen houden”. De uitgang -ont markeert hier de derde persoon meervoud in de toekomende tijd. Bijvoorbeeld: Ils garderont la porte. — “Zij zullen de deur bewaken.” tes is de bezittelijke bepaler bij een enkelvoudige bezitter: “jouw/je”. Voor een meervoudig zelfstandig naamwoord gebruikt het Frans tes, ongeacht het grammaticale geslacht van dat zelfstandig naamwoord. Vergelijk: ton livre (“je boek”, enkelvoud) en tes livres (“je boeken”, meervoud). mains is het meervoud van main (“hand”). Het meervoud wordt hier gevormd met -s; die -s wordt in het Frans doorgaans niet uitgesproken. tes mains betekent dus “je handen”. au chaud is een vaste constructie met de betekenis “warm” of letterlijk “in de warmte”. au is de samentrekking van à + le; chaud staat hier in de vaste mannelijke enkelvoudsvorm van de uitdrukking. Het is dus niet een gewone vrouwelijke-meervoudige vorm die rechtstreeks met mains overeenkomt. Een bruikbaar patroon is garder quelque chose au chaud: “iets warm houden”. Samen vormen de delen Ils + garderont de toekomstige handeling, tes mains wat warmgehouden wordt en au chaud de toestand waarin die handen blijven. De volledige betekenis is: “Zij zullen je handen warm houden.” In deze context sluit dat aan bij de vraag over de nood aan handschoenen; de zin zegt zelf alleen dat de handen warm gehouden zullen worden.

  5. Où sont mes gants ?

    Waar zijn mijn handschoenen?

    Où
    waar
    sont
    zijn
    mes
    mijn
    gants
    handschoenen
    Uitgebreide uitleg

    Où betekent hier ‘waar’ en vraagt naar een plaats. In een herbruikbaar patroon staat het vaak aan het begin: Où est ... ? voor één ding en Où sont ... ? voor meerdere dingen. Voorbeeld: Où est mon sac ? — ‘Waar is mijn tas?’ Sont is de tegenwoordige tijd van être (‘zijn’) voor de derde persoon meervoud: ils/elles sont. Hier hoort het bij mes gants, dat meervoud is. De enkelvoudsvorm is est: Le gant est ici. — ‘De handschoen is hier.’ Mes betekent ‘mijn’ vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het blijft mes bij zowel mannelijke als vrouwelijke meervoudige zelfstandige naamwoorden; in het enkelvoud gebruikt het Frans mon of ma, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: mes chaussures — ‘mijn schoenen’. Gants betekent hier ‘handschoenen’. Het enkelvoud is gant (‘handschoen’), en de uitgang -s markeert hier het meervoud in de geschreven vorm. Voorbeeld: J’ai deux gants. — ‘Ik heb twee handschoenen.’ Samen vormen Où sont de vraag ‘Waar zijn’, mes geeft bezit aan en gants benoemt wat gezocht wordt. De volledige betekenis is dus: ‘Waar zijn mijn handschoenen?’

  6. Ils sont à côté de ton manteau.

    Ze liggen naast je jas.

    Ils sont
    ze zijn
    à côté de
    naast
    ton
    je
    manteau
    jas
    Uitgebreide uitleg

    Ils sont betekent hier “ze zijn” en vormt de Franse locatie-uitdrukking met être (“zijn”). ils is een meervoudig persoonlijk voornaamwoord; in deze context verwijst het naar de handschoenen uit de vorige zin, omdat gants mannelijk meervoud is. sont is de vorm van être bij ils/elles: je suis, ils sont. Voorbeeld: Ils sont ici. — “Ze zijn hier.” à côté de betekent “naast” en geeft een plaatsrelatie aan. Deze vaste combinatie wordt gevolgd door datgene waar iets naast ligt of staat. Voorbeeld: Le sac est à côté de la porte. — “De tas staat naast de deur.” ton betekent hier “je” in de bezitsuitdrukking “je jas”. Het is de bezittelijke vorm voor één bezeten mannelijk zelfstandig naamwoord: ton manteau. De vorm hangt hier af van het zelfstandig naamwoord, niet van het geslacht van de eigenaar. Vergelijk ta veste — “je jas/jasje” — met tes chaussures — “je schoenen”. manteau betekent “jas” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Daarom staat ervoor ton, niet ta; het lidwoord is bijvoorbeeld un manteau. Samen betekent Ils sont à côté de ton manteau letterlijk dat “ze” zich naast jouw jas bevinden. In de vaste Nederlandse vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven als “Ze liggen naast je jas”; het Franse sont zelf is echter de vorm “zijn” van être. De zin zegt waar de eerder genoemde handschoenen zich bevinden, zonder een andere handeling of beweging uit te drukken.

  7. Je vais les mettre avant de partir.

    Ik doe ze aan voordat ik ga.

    Je vais
    ik ga
    les
    ze
    mettre
    aandoen
    avant de partir
    voordat ik ga
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit het onderwerp je en de vorm vais van aller (gaan). In deze combinatie staat aller vóór een infinitief: je vais + infinitief drukt de nabije toekomst uit, vergelijkbaar met “ik ga …”. Het is dus niet alleen een verplaatsing naar een plaats. Voorbeeld: Je vais dormir. — “Ik ga slapen.” les is een meervoudig lijdend voornaamwoord: “ze” of “hen” voor meerdere personen of dingen. Het staat vóór het werkwoord waarvan het lijdend voorwerp is. Hier verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling en de context, naar de bedoelde dingen die naast de jas liggen. Het voornaamwoord zelf geeft niet aan welke dingen dat precies zijn. Vergelijk enkelvoud: Je les prends. — “Ik pak ze.” mettre is de infinitief van “aandoen”, “plaatsen” of “leggen”, afhankelijk van wat het lijdend voorwerp is. In deze zin betekent les mettre “ze aandoen”; bij kleding kan mettre dus “aandoen” betekenen. De infinitief blijft hier onveranderd na vais. Voorbeeld: Je vais mettre mon manteau. — “Ik ga mijn jas aandoen.” avant de partir betekent “voordat ik vertrek” of “voordat ik ga”. avant de wordt gevolgd door een infinitief. partir is de infinitief “vertrekken”; het niet-uitgedrukte onderwerp daarvan is hier hetzelfde als bij je, namelijk de spreker. Voorbeeld: Avant de partir, je ferme la porte. — “Voordat ik vertrek, doe ik de deur dicht.” Samen vormen de delen Je vais les mettre en avant de partir de betekenis: “Ik ga ze aandoen voordat ik ga.” De eerste groep gebruikt de nabije toekomst en maakt les tot het lijdend voorwerp van mettre; de laatste groep geeft aan wanneer dat zal gebeuren: vóór het vertrek van de spreker. De formulering is alledaags en bruikbaar voor kleding of andere dingen die je aantrekt.

  8. Alors, tu seras prêt pour le froid.

    Dan ben je klaar voor de kou.

    Alors
    dan
    tu seras
    je zult zijn
    prêt
    klaar
    pour
    voor
    froid
    kou
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en verbindt deze uitspraak met de voorafgaande context: “Dan …”. Het kan in andere zinnen ook “dus” of “nou” betekenen; de precieze keuze hangt van de context af. tu seras komt van être (“zijn”). seras is de futur simple voor de tweede persoon enkelvoud: tu seras = “je zult zijn”. Vergelijk: je serai = “ik zal zijn” en vous serez = “u/jullie zullen zijn”. Het onderwerp tu verwijst naar één aangesproken persoon. prêt is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar”. De waargenomen vorm is mannelijk enkelvoud en stemt in het Frans af op het bedoelde referent; uit deze zin blijkt niet wie dat referent precies is of welk geslacht die persoon heeft. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is prête; het meervoud is prêts voor mannelijk of gemengd meervoud en prêtes voor vrouwelijk meervoud. pour betekent “voor” en leidt hier aan waarvoor iemand klaar is. In een ander verband kan het bijvoorbeeld een doel aangeven: C’est pour apprendre. = “Dat is om te leren.” froid betekent hier “kou”. In le froid is het een zelfstandig naamwoord met het bepaalde lidwoord le; samen betekent dit “de kou”. Hetzelfde woord kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn, bijvoorbeeld un jour froid = “een koude dag”. In dat gebruik beschrijft froid een zelfstandig naamwoord, terwijl le froid naar het verschijnsel zelf verwijst. De combinatie prêt pour + zelfstandig naamwoord betekent “klaar voor + zelfstandig naamwoord”. In deze zin vormen prêt en pour le froid samen de betekenis “klaar voor de kou”. De hele uiting betekent dus: “Dan ben je klaar voor de kou.” De toekomstige vorm seras plaatst die toestand in de toekomst.

Grammatica

avant de + infinitif

Mets une écharpe avant de partir.

mez uun eesjarp a-vang deu par-tier

Trek een sjaal aan voordat je vertrekt.

Na « avant de » volgt een infinitief. Het betekent: voordat je iets doet.

avoir besoin de + nom

J'ai besoin de gants.

zjee be-zwèng deu gang

Ik heb handschoenen nodig.

« Avoir besoin de » betekent ‘nodig hebben’. Na « de » staat wat je nodig hebt.

Frans woordenschat

à côté de voorzetsel
aa koo-tee deu naast

à côté de ton manteau

avoir besoin de uitdrukking
a-vwaar be-zwèng deu nodig hebben

J'ai aussi besoin de gants.

chaud bijvoeglijk naamwoord
sjo warm

au chaud

dehors bijwoord
deu-oor buiten

Il fait froid dehors.

écharpe zelfstandig naamwoord
eesjarp sjaal

ton écharpe

faire werkwoord
fègh doen; het weer zijn fait

Il fait froid.

froid bijvoeglijk naamwoord
frwaa koud

Il fait froid dehors.

gant zelfstandig naamwoord
gang handschoen gants

J'ai besoin de gants.

garder werkwoord
gar-dee houden garderont

Ils garderont tes mains au chaud.

main zelfstandig naamwoord
meng hand mains

tes mains

mettre werkwoord
mètr aandoen; aantrekken Mets

Mets ton écharpe.

où bijwoord
oe waar

Où sont mes gants ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Buiten voelt het koud aan.

Antwoord tonenIl fait froid dehors.

Doe je sjaal om.

Antwoord tonenMets ton écharpe.

Ze houden je handen warm.

Antwoord tonenIls garderont tes mains au chaud.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

aandoen; aantrekken

Antwoord tonenMets

houden

Antwoord tonengarderont

hand

Antwoord tonenmains

koud

Antwoord tonenfroid