Binnen blijven bij slecht weer | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults decide to stay inside during bad weather and wait with tea..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Binnen blijven bij slecht weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Le temps a l'air mauvais.

luh tang aa lèr moovè Het weer ziet er slecht uit.
B

Une tempête arrive peut-être.

uun tang-pèt a-riev puh-tètr Er komt misschien een storm aan.
A

Est-ce qu'on devrait rester à l'intérieur ?

èss-kong duh-vrè rèsté aa leng-té-rjurr Zullen we binnen blijven?
B

Attendons ici jusqu'à ce que ça passe.

a-tang-dong ie-sie zjus-kaa suh kuh saa pass Laten we hier wachten tot het voorbij is.
A

Est-ce qu'on peut sortir quand ça s'arrête ?

èss-kong puh sortier kang saa-rèt Kunnen we naar buiten gaan als het stopt?
B

On peut regarder la météo encore une fois et décider ensuite.

ong puh ruh-gar-dé laa mee-tay-oh ang-koor uun fwaa ee dee-see-dé ang-swiet We kunnen het weer opnieuw bekijken en dan beslissen.
A

On peut faire du thé pendant qu'on attend.

ong puh fèr du tee pang-dang kong a-tang We kunnen thee zetten terwijl we wachten.
B

Ça nous aidera à passer le temps.

saa noez-èd-raa aa pa-sé luh tang Dat helpt om de tijd door te komen.

Uitleg van de zinnen

  1. Le temps a l'air mauvais.

    Het weer ziet er slecht uit.

    Le temps
    het weer
    a l'air
    ziet eruit / lijkt
    mauvais
    slecht
    Uitgebreide uitleg

    Le temps betekent hier “het weer”. temps is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord le markeert hier de bepaalde vorm. Let op dat temps in andere contexten ook “tijd” kan betekenen, maar de vaste vertaling maakt hier de betekenis “weer” duidelijk. a l'air komt van de vaste uitdrukking avoir l'air (“eruitzien”, “lijken”). a is de vorm van avoir in de derde persoon enkelvoud: avoir → il/elle/on a. In l'air is l' de verkorte vorm van le voor een klinker; air betekent letterlijk “lucht”, maar in deze uitdrukking gaat het om de indruk die iets maakt. Herbruikbaar patroon: X a l'air + bijvoeglijk naamwoord = “X ziet er ... uit”. mauvais betekent hier “slecht”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat in de mannelijke enkelvoudsvorm, passend bij het mannelijke enkelvoud temps. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is mauvaise; bijvoorbeeld: La météo a l'air mauvaise. — “Het weer ziet er slecht uit.” Samen vormen de delen Le temps + a l'air + mauvais: “Het weer ziet er slecht uit.” De zin beschrijft de indruk van het weer, niet een afzonderlijke handeling die het weer verricht.

  2. Une tempête arrive peut-être.

    Er komt misschien een storm aan.

    tempête
    storm
    arrive
    komt aan
    peut-être
    misschien
    Uitgebreide uitleg

    tempête betekent hier «storm». Het is een zelfstandig naamwoord en is vrouwelijk: une tempête. Het meervoud is des tempêtes. Voorbeeld: Une tempête approche. — «Er nadert een storm.» arrive komt van het werkwoord arriver («aankomen», «arriveren»). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: il/elle arrive. Hier beschrijft het wat de storm doet: hij komt eraan. De vorm verandert dus mee met het onderwerp, niet met tempête als zelfstandig naamwoord; bij meervoud staat bijvoorbeeld les tempêtes arrivent. Voorbeeld: Le train arrive. — «De trein komt aan.» peut-être drukt mogelijkheid uit: «misschien». Het maakt de mededeling niet zeker. Het kan ook aan het begin staan, bijvoorbeeld: Peut-être qu'une tempête arrive. — «Misschien komt er een storm aan.» Samen vormen de delen Une tempête arrive peut-être.: une tempête is het onderwerp («een storm»), arrive zegt dat die eraan komt, en peut-être beperkt de zekerheid. De volledige betekenis is: «Er komt misschien een storm aan.»

  3. Est-ce qu'on devrait rester à l'intérieur ?

    Zullen we binnen blijven?

    Est-ce qu'
    vraagmarkeerder
    on
    we
    devrait
    zou moeten
    rester
    blijven
    à l'intérieur
    binnen
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu' staat aan het begin van een ja-neevraag. De uitdrukking maakt van de daaropvolgende mededeling een vraag zonder de woordvolgorde van een gewone mededeling sterk te veranderen. Voorbeeld: Est-ce qu'il vient ? — “Komt hij?” on betekent hier “we”: de vertaling maakt die bedoelde groepsreferentie expliciet. In hedendaags Frans kan on ook een onbepaald “men” betekenen, maar in deze zin verwijst het naar de spreker samen met anderen. Het werkwoord dat bij on hoort, staat in de derde persoon enkelvoud: on reste, niet on restons. devrait is de vorm van devoir (“moeten”) in de conditionnel présent, derde persoon enkelvoud. Met on geeft deze vorm hier een voorzichtige aanbeveling of overweging weer: “zouden moeten”. De conditionnel maakt de vraag minder stellig dan Est-ce qu'on doit rester... ?, dat eerder “Moeten we blijven...?” betekent. Het is devoir zelf dat hier vervoegd is; rester blijft daarna een infinitief. Voorbeeld: On devrait partir. — “We zouden moeten vertrekken.” rester is de infinitief “blijven”. Na een vervoegde vorm van devoir gebruikt het Frans de infinitief voor de handeling die men zou moeten uitvoeren. Voorbeeld: Je dois rester. — “Ik moet blijven.” à l'intérieur is een voorzetseluitdrukking met de betekenis “binnen”, letterlijk “aan de binnenkant”. Ze geeft de plaats aan waar men blijft. De uitdrukking staat tegenover à l'extérieur (“buiten”). Voorbeeld: Les enfants jouent à l'intérieur. — “De kinderen spelen binnen.” Samen vormen de delen de vraag Est-ce qu' + on devrait + rester + à l'intérieur ?: “Zullen we binnen blijven?” De vraag legt een gezamenlijke, voorzichtige keuze voor over binnen blijven.

  4. Attendons ici jusqu'à ce que ça passe.

    Laten we hier wachten tot het voorbij is.

    Attendons
    laten we wachten
    ici
    hier
    jusqu'à ce que
    totdat
    ça
    het; dat
    passe
    voorbijgaat
    Uitgebreide uitleg

    Attendons is de nous-vorm van de gebiedende wijs van attendre (“wachten”): attendre → attendons. In deze vorm stelt de spreker voor dat de spreker en minstens één andere persoon samen wachten. Vergelijk als voorbeeld: Attendons encore. — “Laten we nog wachten.” ici betekent “hier” en verwijst naar de plaats die in de situatie relevant is. Het woord verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Reste ici. — “Blijf hier.” jusqu'à ce que is een vaste voegwoordelijke constructie met de betekenis “totdat”. Ze leidt een gebeurtenis aan die het eindpunt van het wachten bepaalt. Na deze constructie staat in het Frans doorgaans de subjonctif, omdat de gebeurtenis als grens of doel van het wachten wordt voorgesteld, niet als een eenvoudig los feit. Voorbeeld: Attendons jusqu'à ce qu'il arrive. — “Laten we wachten totdat hij aankomt.” ça is hier een onzijdig aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “het” of “datgene”; de precieze gebeurtenis waarnaar het verwijst wordt door de vaste vertaling en de context als iets dat voorbijgaat of ophoudt begrepen. Het woord zelf noemt die gebeurtenis niet. Ça kan ook als onderwerp in andere zinnen worden gebruikt, bijvoorbeeld: Ça commence. — “Het begint.” passe is hier de derde persoon enkelvoud van de subjonctif présent van passer. Het onderwerp is ça, daarom staat de vorm in het enkelvoud. In deze zin betekent passer niet “ergens langskomen”, maar “voorbijgaan” met betrekking tot de bedoelde gebeurtenis of omstandigheid. De relevante vormen zijn passer (basisvorm), ça passe (het gaat voorbij) en in de subjonctif na jusqu'à ce que: que ça passe. Voorbeeld: J'attends que ça passe. — “Ik wacht tot het voorbijgaat.” Samen vormen de delen: Attendons (“laten we wachten”) + ici (“hier”) + jusqu'à ce que ça passe (“totdat het voorbijgaat”). De volledige betekenis is dus: “Laten we hier wachten tot het voorbij is.” De zin is een voorstel in de wij-vorm; jusqu'à ce que markeert het moment waarop het wachten eindigt.

  5. Est-ce qu'on peut sortir quand ça s'arrête ?

    Kunnen we naar buiten gaan als het stopt?

    Est-ce qu'on
    is het zo dat we …?
    peut
    kan
    sortir
    naar buiten gaan
    quand
    als; wanneer
    ça
    het; dat
    s'arrête
    stopt
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'on is een vaste manier om in het Frans een ja-neevraag te beginnen. est-ce que maakt van een mededeling een vraag; on betekent hier, volgens de vertaling, “we”. In andere contexten kan on ook een onbepaalde persoon of “men” betekenen, maar hier is “we” de bedoelde lezing. De vraagvorm zelf betekent nog niet “kunnen”; dat komt van peut. peut komt van pouvoir (“kunnen”, “mogen”) en is de vorm voor il/elle/on in de tegenwoordige tijd. In deze zin vormt het met on de combinatie on peut: “we kunnen”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld je peux (“ik kan”) en nous pouvons (“wij kunnen”). sortir is een infinitief en betekent hier “naar buiten gaan”. Na pouvoir staat het volgende werkwoord in de infinitief: on peut sortir = “we kunnen naar buiten gaan”. Voorbeeld: Je peux sortir. = “Ik kan naar buiten gaan.” quand betekent “als” of “wanneer” en leidt hier de tijdsbepaling in. Het verbindt de hoofdzin met het moment waarop iets gebeurt: quand ça s'arrête = “als het stopt”. ça is een aanwijzend voornaamwoord met de algemene betekenis “dat” of “het”. Hier krijgt het de betekenis “het” in de vaste vertaling; het bedoelde verschijnsel wordt niet met een zelfstandig naamwoord benoemd. Voorbeeld: Ça commence. = “Het begint.” s'arrête komt van het pronominale werkwoord s'arrêter (“stoppen”, “tot stilstand komen”). De vorm s'arrête is de tegenwoordige tijd bij il/elle/on; s' hoort bij dit werkwoord en is hier geen los woord. Omdat het onderwerp ça derde persoon enkelvoud is, staat het werkwoord in die vorm. Voorbeeld: Le bruit s'arrête. = “Het geluid stopt.” Samen vormt Est-ce qu'on peut sortir de vraag “Kunnen we naar buiten gaan?”. Daarna geeft quand ça s'arrête aan wanneer dat kan: “als het stopt”. De volledige betekenis is daarom: “Kunnen we naar buiten gaan als het stopt?”

  6. On peut regarder la météo encore une fois et décider ensuite.

    We kunnen het weer opnieuw bekijken en dan beslissen.

    On peut
    we kunnen
    regarder
    bekijken
    la météo
    het weer
    encore une fois
    opnieuw
    décider
    beslissen
    ensuite
    daarna
    Uitgebreide uitleg

    On peut betekent hier “we kunnen”. On is een onderwerppronomen; in deze zin geeft de vaste vertaling aan dat het naar “we” verwijst. In andere contexten kan on ook een onbepaald “men” betekenen. Peut is de derde persoon enkelvoud van pouvoir in de tegenwoordige tijd. De constructie on peut + infinitief drukt mogelijkheid of toestemming uit: On peut attendre = “We kunnen wachten”. Regarder is de infinitief en betekent hier “bekijken”. Na peut staat de infinitief: On peut regarder = “We kunnen bekijken”. Het onderwerp van regarder blijft hetzelfde als dat van peut. La météo betekent “het weer”, meer bepaald het weer zoals dat wordt bekeken of voorspeld. Météo is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord la. Het lidwoord hoort bij météo, niet bij de betekenis van regarder. Encore une fois betekent “opnieuw” of letterlijk “nog een keer”. Hier geeft de uitdrukking aan dat het weer nogmaals bekeken wordt. Encore kan in andere zinnen ook “nog” of “steeds” betekenen, maar une fois maakt hier de herhaling expliciet. Een herbruikbaar voorbeeld is Lis-le encore une fois — “Lees het nog een keer.” Décider is de infinitief van “beslissen”. Hij staat na et en vormt samen met regarder een tweede handeling van hetzelfde onderwerp: regarder ... et décider .... Een voorbeeld is On peut décider demain — “We kunnen morgen beslissen.” Ensuite is een bijwoord dat “daarna” of “vervolgens” betekent. Het ordent de tweede handeling in de tijd: eerst wordt er gekeken, daarna wordt er beslist. Het is geen deel van décider, maar geeft aan wanneer die beslissing plaatsvindt. De volledige structuur is On peut + regarder la météo encore une fois + et décider ensuite: “We kunnen het weer opnieuw bekijken en daarna beslissen.” De zin zegt dus dat dezelfde groep twee dingen kan doen: eerst opnieuw het weer bekijken en vervolgens beslissen; hij specificeert niet wat de beslissing zal zijn.

  7. On peut faire du thé pendant qu'on attend.

    We kunnen thee zetten terwijl we wachten.

    On peut
    we kunnen
    faire
    doen; maken
    thé
    thee
    pendant qu'on
    terwijl we
    attend
    wachten
    Uitgebreide uitleg

    On peut betekent hier “we kunnen”. on is een onderwerpvoornaamwoord dat in deze zin volgens de vertaling naar “we” verwijst; het werkwoord staat grammaticaal in de derde persoon enkelvoud. peut is de vorm van pouvoir bij on: pouvoir – on peut – “kunnen”. Voorbeeld: On peut commencer. = “We kunnen beginnen.” faire betekent hier niet alleen algemeen “doen”, maar maakt in faire du thé de vaste, natuurlijke combinatie “thee zetten” of “thee maken”. De infinitief faire volgt op peut; na een vorm van pouvoir staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Je peux faire du café. = “Ik kan koffie zetten.” thé betekent “thee”. In du thé staat du voor de Franse partitive constructie: het gaat om thee als een niet nader bepaalde hoeveelheid of substantie, niet om een expliciet geteld aantal. thé is een mannelijk zelfstandig naamwoord, wat de vorm du mede bepaalt. Voorbeeld: Je bois du thé. = “Ik drink thee.” pendant qu'on betekent “terwijl we”. pendant que leidt een bijzin in die gelijktijdigheid uitdrukt. In qu'on is que vóór de klinker van on ingekort tot qu'; on blijft het onderwerp van de bijzin en betekent hier volgens de vertaling “we”. Voorbeeld: Je lis pendant qu'on mange. = “Ik lees terwijl we eten.” attend betekent hier “wachten”. De basisvorm is attendre; attend is de tegenwoordige tijd bij il, elle en ook on. Daarom staat er in qu'on attend een enkelvoudige werkwoordsvorm, hoewel on hier de betekenis “we” heeft. Voorbeeld: On attend le bus. = “We wachten op de bus.” Samen vormt On peut faire du thé de hoofdzin “We kunnen thee zetten”. pendant qu'on attend voegt daaraan de tijdsbepaling “terwijl we wachten” toe. De volledige betekenis is dus: “We kunnen thee zetten terwijl we wachten.”

  8. Ça nous aidera à passer le temps.

    Dat helpt om de tijd door te komen.

    Ça
    dat
    nous
    ons
    aidera
    zal helpen
    passer
    doorkomen
    temps
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    Ça is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp: “dat”. De precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. In andere contexten kan ça ook naar een zaak of gebeurtenis verwijzen. nous betekent hier “ons” en is het voorwerp van aider: iets helpt ons. Het is de niet-benadrukte objectsvorm van de eerste persoon meervoud; als onderwerp staat in het Frans ook nous. aidera komt van het werkwoord aider, “helpen”. Het is de futur simple, derde persoon enkelvoud: “zal helpen”. De vorm past bij het enkelvoudige onderwerp Ça. Voorbeeld: Cette idée aidera. — “Dit idee zal helpen.” passer is de infinitief en betekent hier “doorkomen”. Na aider volgt à plus een infinitief: aider quelqu’un à faire quelque chose betekent “iemand helpen om iets te doen”. De infinitief verandert niet mee met de persoon. temps is het zelfstandig naamwoord “tijd”. In passer le temps vormt het met passer de gebruikelijke uitdrukking “de tijd doorkomen” of “de tijd verdrijven”. Het lidwoord le hoort bij deze uitdrukking en maakt van temps niet de betekenis “één tijd”. Samen betekent Ça nous aidera à passer le temps: “Dat zal ons helpen om de tijd door te komen.” Ça is datgene wat helpt, nous zijn de personen die geholpen worden, en à passer le temps benoemt wat daardoor gemakkelijker wordt.

Grammatica

avoir l'air + adjectif

Le temps a l'air mauvais.

luh tang aa lèr moovè

Het weer ziet er slecht uit.

Met avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord beschrijf je hoe iets eruitziet of lijkt.

jusqu'à ce que + subjonctif

Attendons ici jusqu'à ce que la tempête passe.

a-tang-dong ie-sie zjus-kaa suh kuh laa tang-pèt pass

Laten we hier wachten totdat de storm voorbijgaat.

Na jusqu'à ce que gebruikt het Frans de subjonctif; passe is hier de vorm van passer.

Frans woordenschat

à l'intérieur bijwoord
aa leng-té-rjurr binnen

Est-ce qu'on devrait rester à l'intérieur ?

arriver werkwoord
a-rie-vé aankomen arrive

Une tempête arrive peut-être.

attendre werkwoord
a-tang-dr wachten Attendons

Attendons ici jusqu'à ce que ça passe.

avoir l'air uitdrukking
a-vwaar lèr eruitzien; lijken a l'air

Le temps a l'air mauvais.

ici bijwoord
ie-sie hier

Attendons ici jusqu'à ce que ça passe.

jusqu'à ce que voegwoord
zjus-kaa suh kuh totdat

Attendons ici jusqu'à ce que ça passe.

mauvais bijvoeglijk naamwoord
moovè slecht

Le temps a l'air mauvais.

passer werkwoord
pa-sé voorbijgaan; passeren passe

Attendons ici jusqu'à ce que ça passe.

peut-être bijwoord
puh-tètr misschien

Une tempête arrive peut-être.

rester werkwoord
rèsté blijven

Est-ce qu'on devrait rester à l'intérieur ?

tempête zelfstandig naamwoord
tang-pèt storm

Une tempête arrive peut-être.

temps zelfstandig naamwoord
tang weer; tijd

Le temps a l'air mauvais.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het weer ziet er slecht uit.

Antwoord tonenLe temps a l'air mauvais.

Er komt misschien een storm aan.

Antwoord tonenUne tempête arrive peut-être.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

weer; tijd

Antwoord tonentemps

storm

Antwoord tonentempête

blijven

Antwoord tonenrester

slecht

Antwoord tonenmauvais