Que
In 'Que fais-tu pendant ton temps libre?' vraagt 'Que' naar de informatie die de ander doet: wat. Het staat aan het begin van een vraag en opent zo de gevraagde handeling.
fais
'fais' betekent hier 'doe' in 'Que fais-tu pendant ton temps libre?'. Het is een vorm van 'faire' die bij 'tu' hoort; samen met 'Que' en 'tu' vraag je naar iemands activiteit.
tu
'tu' verwijst in 'Que fais-tu pendant ton temps libre?' naar één aangesproken persoon: je. Het staat hier samen met de werkwoordsvorm 'fais' wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
pendant
'pendant' geeft hier de periode aan waarin iets gebeurt: tijdens. In 'pendant ton temps libre' staat het vóór de periode en koppelt het een activiteit aan een tijdsduur of tijdsperiode.
ton
'ton' betekent hier jouw en verwijst naar de vrije tijd van de aangesproken persoon. Het staat vóór 'temps libre' en geeft aan met wie die tijd verbonden is.
temps
'temps' betekent hier tijd en maakt in 'ton temps libre' duidelijk over welke periode wordt gesproken. Het is bruikbaar wanneer je een periode of beschikbare tijd benoemt.
libre
'libre' betekent hier vrij en beschrijft 'temps' als tijd zonder verplichtingen. In 'temps libre' staat het na het zelfstandig naamwoord; samen verwijzen de woorden naar vrije tijd.
J'
'J'' betekent hier ik in 'J'aime dessiner à la maison'. Het is de verkorte schrijfvorm van 'je' vóór de klinker van 'aime', zodat de spreker het onderwerp is.
aime
'aime' betekent hier leuk vinden of graag doen in 'J'aime dessiner à la maison'. Het is een vorm van 'aimer' die gevolgd wordt door de infinitief 'dessiner' om de geliefde activiteit te noemen.
dessiner
'dessiner' betekent tekenen. In 'J'aime dessiner à la maison' staat het als infinitief na 'aime' en benoemt het de activiteit die de spreker graag doet.
à
'à' geeft in 'à la maison' de plaats aan: thuis of in het huis. Deze voorzetselgroep koppelt de activiteit 'dessiner' aan de locatie.
la
'la' is hier het bepaald lidwoord vóór 'maison' in 'à la maison'. Samen met 'maison' vormt het de plaatsaanduiding; 'la' alleen draagt dus niet de volledige betekenis van de uitdrukking.
maison
'maison' betekent huis en vormt met 'à la maison' de plaatsaanduiding thuis. Het woord staat in deze uitdrukking na 'la'.
Ça
'Ça' verwijst hier naar de zojuist genoemde activiteit en betekent ongeveer dat of dit in 'Ça a l'air d'être un passe-temps relaxant'. Het is het onderwerp van de indruk die de spreker uitdrukt.
a
'a' is hier een vorm van 'avoir' die met 'Ça' wordt gebruikt. In 'Ça a l'air d'être un passe-temps relaxant' draagt het samen met 'l'air' de betekenis van een indruk; 'a' betekent hier dus niet zelfstandig 'klinkt'.
l'
'l'' is de verkorte vorm van het bepaald lidwoord vóór 'air' in 'Ça a l'air d'être un passe-temps relaxant'. De apostrof verschijnt vóór de klinker, en 'l'air' hoort bij de hele indruk-uitdrukking.
air
'air' betekent hier niet letterlijk lucht, maar indruk of de manier waarop iets overkomt in 'Ça a l'air d'être un passe-temps relaxant'. Deze betekenis komt uit de hele uitdrukking 'a l'air d'être', niet uit 'air' alleen.
d'
'd'' is de verkorte vorm van 'de' vóór 'être' in 'Ça a l'air d'être un passe-temps relaxant'. Het verbindt de uitgedrukte indruk met de omschrijving die volgt; de hele verbinding geeft aan dat iets zo lijkt.
être
'être' betekent zijn en staat in 'a l'air d'être' na 'd''. Samen met 'Ça a l'air' helpt het om een indruk of beoordeling te formuleren; 'être' alleen betekent niet de hele uitdrukking.
un
'un' is hier het onbepaalde lidwoord vóór 'passe-temps' in 'un passe-temps relaxant'. Het introduceert één hobby zonder die als een al bekende hobby aan te wijzen.
passe-temps
'passe-temps' betekent hier hobby of tijdverdrijf: een activiteit waarmee je je vrije tijd doorbrengt. In het geheel verwijst 'passe' naar doorbrengen en 'temps' naar tijd; samen vormen ze 'passe-temps'. Je gebruikt deze uitdrukking om een vrijetijdsactiviteit te benoemen.
relaxant
'relaxant' betekent ontspannend en beschrijft in 'un passe-temps relaxant' wat voor hobby dit is. Het staat na 'passe-temps' en geeft een eigenschap van die activiteit aan.
Je
'Je' betekent ik in 'Je dessine généralement de petites choses dans mon carnet'. Hier is het het onderwerp van de handeling die de spreker beschrijft. Gebruik het om jezelf als uitvoerder van een activiteit te noemen.
dessine
'dessine' betekent hier teken in 'Je dessine généralement de petites choses dans mon carnet'. Het is een vorm van 'dessiner' die met 'Je' wordt gebruikt; daarna volgt wat de spreker tekent.
généralement
'généralement' betekent meestal of gewoonlijk en geeft in 'Je dessine généralement de petites choses dans mon carnet' aan dat dit een gebruikelijke activiteit is. Het staat bij de handeling en nuanceert die als een gewoonte.
de
'de' staat hier vóór 'petites choses' en helpt de onbepaalde meervoudige groep in te leiden: kleine dingen. In deze positie zie je het patroon 'de' + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord; het betekent hier niet 'van'.
petites
'petites' betekent kleine en beschrijft 'choses' in 'de petites choses'. De uitgang '-es' past hier bij het meervoudige vrouwelijke 'choses', en het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord.
choses
'choses' betekent dingen en verwijst hier naar wat de spreker tekent. Het is het zelfstandig naamwoord in 'de petites choses' en staat na de beschrijving 'petites'.
dans
'dans' betekent in en geeft in 'dans mon carnet' aan waar de kleine dingen worden getekend. Het staat vóór de plaats of drager waarin iets zich bevindt; hier volgt 'mon carnet'.
mon
'mon' betekent mijn en verwijst naar het notitieboek van de spreker in 'mon carnet'. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en geeft bezit of verbondenheid aan.
carnet
'carnet' betekent hier notitieboek en is de drager die in 'dans mon carnet' wordt genoemd. Gebruik het in deze context om te zeggen waar je iets noteert of tekent.
t'
't'' is de verkorte vorm van het wederkerende voornaamwoord 'te' in 'Tu t'entraînes souvent?'. Het verwijst naar dezelfde aangesproken persoon als 'Tu'; samen met 'entraînes' drukt het uit dat die persoon oefent.
entraînes
'entraînes' betekent hier oefent of traint in 'Tu t'entraînes souvent?'. Het is een vorm van 's'entraîner' die bij 'Tu' hoort, en 't'' maakt deel uit van deze wederkerende constructie.
souvent
'souvent' betekent vaak en geeft in 'Tu t'entraînes souvent?' aan hoe regelmatig het oefenen gebeurt. Het staat na de werkwoordelijke uitdrukking en geeft de frequentie van de handeling aan.
peu
'peu' betekent hier weinig of een kleine hoeveelheid in 'Un peu, surtout quand j'ai le temps'. Samen met 'Un' vormt het de hoeveelheid 'Un peu', waarmee de spreker een geringe mate van oefenen aangeeft.
surtout
'surtout' betekent vooral en legt in 'Un peu, surtout quand j'ai le temps' de nadruk op de belangrijkste omstandigheid. Het leidt hier de tijdsomstandigheid 'quand j'ai le temps' in en benadrukt wanneer de spreker vooral oefent.
quand
'quand' betekent hier wanneer of als en leidt in 'quand j'ai le temps' de tijdsomstandigheid in. Het verbindt de tijd waarop de spreker oefent met de hoofdmededeling en wordt gebruikt om aan te geven wanneer iets gebeurt.
ai
'ai' betekent heb in 'j'ai le temps'. Het is een vorm van 'avoir' die met 'je' wordt gebruikt; samen met 'le temps' geeft het aan dat de spreker tijd beschikbaar heeft.
le
'le' is het bepaald lidwoord vóór 'temps' in 'j'ai le temps'. Samen met 'temps' verwijst het naar de beschikbare tijd als geheel; 'le' alleen betekent dus niet de volledige uitdrukking.
Peut-être
'Peut-être' betekent misschien en maakt in 'Peut-être que je peux essayer aussi' de uitspraak onzeker of voorzichtig. Binnen het geheel drukt 'peut' het idee van kunnen uit en verwijst 'être' naar zijn; samen vormen ze de uitdrukking 'Peut-être'.
peux
'peux' betekent kan in 'Peut-être que je peux essayer aussi'. Het is een vorm van 'pouvoir' die met 'je' wordt gebruikt en gevolgd wordt door de infinitief 'essayer' om de mogelijkheid om iets te doen uit te drukken.
essayer
'essayer' betekent proberen en staat in 'je peux essayer' als infinitief na 'peux'. Het benoemt de handeling die de spreker misschien kan uitvoeren.
aussi
'aussi' betekent ook en voegt in 'Peut-être que je peux essayer aussi' de spreker of handeling toe aan iets dat al genoemd is. Het staat hier aan het einde van de zin en maakt die toevoeging duidelijk.
utiliser
'utiliser' betekent gebruiken en staat in 'Tu peux utiliser mon vieux crayon' als infinitief na 'peux'. Het benoemt wat de aangesproken persoon met het potlood kan doen; dit is bruikbaar bij een aanbod of toestemming om een voorwerp te gebruiken.
vieux
'vieux' betekent oud en beschrijft in 'mon vieux crayon' het potlood. Het staat vóór 'crayon' en past hier bij het mannelijke enkelvoud, zodat de spreker dit potlood als oud aanduidt.
crayon
'crayon' betekent potlood en is het voorwerp dat in 'mon vieux crayon' wordt genoemd. Het staat na 'vieux' en wordt voorafgegaan door 'mon' om het potlood van de spreker te benoemen; je gebruikt het wanneer je over tekenen met een potlood praat.