Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Praten over lezen in je vrije tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Qu'est-ce que tu lis ?
Kès-kuh tü lie? Wat lees je?Je lis un livre court.
Zjuh lie eun lievr koer. Ik lees een kort boek.Tu aimes l'histoire ?
Tü èm listwaar? Vind je het verhaal leuk?C'est facile à suivre.
Sè fasil a sjuivr. Het is makkelijk te volgen.Où est-ce que tu lis d'habitude ?
Oe ès-kuh tü lie da-bitüüd? Waar lees je meestal?Je lis d'habitude dans une pièce calme à la maison.
Zjuh lie da-bitüüd dang-z ün pyès kalm a la mè-zong. Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.Ça semble calme.
Sa sangbl kalm. Dat klinkt rustig.Ça m'aide à profiter de mon temps libre.
Sa mèd a profietee duh mong tang lievr. Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.Uitleg van de zinnen
Qu'est-ce que tu lis ?
Wat lees je?
- Qu'est-ce que
- wat ...?
- tu
- jij/je (informeel, enkelvoud)
- lis
- leest
Uitgebreide uitleg
Qu'est-ce que is hier een vaste vraagconstructie waarmee je vraagt naar een zaak als lijdend voorwerp: “wat ...?”. Voorbeeld: Qu'est-ce que tu manges ? — “Wat eet je?” tu is het informele enkelvoudige onderwerp voor één aangesproken persoon: “jij/je”. Voor een formele aanspreekvorm of meerdere aangesproken personen gebruikt het Frans vous. lis is de vorm van lire (“lezen”) in de tegenwoordige tijd bij tu: tu lis. Bij je is de vorm ook lis: je lis; bij il of elle is het lit. Voorbeeld: Je lis un livre. — “Ik lees een boek.” Samen vormen Qu'est-ce que + tu lis de vraag “Wat lees je?”. tu is degene die leest, en de vraagconstructie vraagt naar wat die persoon leest.
Je lis un livre court.
Ik lees een kort boek.
- Je
- ik
- lis
- lees
- un
- een
- livre
- boek
- court
- kort
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik” en is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het onderwerp bepaalt samen met het werkwoord wie de handeling uitvoert. Voorbeeld: Je parle français. — “Ik spreek Frans.” lis is hier de tegenwoordige tijd van lire (“lezen”) bij je: je lis — “ik lees”. Lire is een onregelmatig werkwoord; vergelijk tu lis — “jij leest” en il lit — “hij leest”. De vorm lis krijgt dus zijn betekenis en persoon mede door het onderwerp Je. un is het onbepaalde lidwoord bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het introduceert hier een niet nader bepaald boek; het drukt niet op zichzelf een expliciete telbetekenis uit. De vrouwelijke tegenhanger is une, bijvoorbeeld in une page — “een bladzijde”. livre betekent hier “boek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un livre. Hetzelfde woord kan in een andere context ook “boekwerk” of “werk” aanduiden, maar in deze zin gaat het volgens de vertaling om een boek. court betekent hier “kort” en beschrijft livre. Het bijvoeglijk naamwoord staat in het Frans vaak na het zelfstandig naamwoord, zoals in un livre court. Het stemt hier overeen met het mannelijke enkelvoud van livre: court; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is de vorm courte, bijvoorbeeld une histoire courte — “een kort verhaal”. In het meervoud krijg je bijvoorbeeld des livres courts — “korte boeken”. Samen vormen Je lis en un livre court de volledige mededeling: het onderwerp “ik” voert de handeling “lees” uit, en het lijdend voorwerp is “een kort boek”. De vaste betekenis is dus: “Ik lees een kort boek.”
Tu aimes l'histoire ?
Vind je het verhaal leuk?
- Tu
- jij
- aimes
- vindt leuk
- l'histoire
- het verhaal
Uitgebreide uitleg
Tu is het Franse onderwerpelijk voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “jij”. Het geeft op zichzelf geen geslacht aan. De beleefde/meervoudige tegenhanger is vous, maar die past niet bij deze vorm. aimes komt van aimer, “leuk vinden” of “houden van”. Hier is het de tegenwoordige tijd bij tu: tu aimes. De uitgang -es hoort dus bij de tweede persoon enkelvoud; bij je staat bijvoorbeeld j’aime. In deze vraag betekent aimes “vind je leuk”, niet noodzakelijk “hou je van” in een sterke romantische betekenis. l’histoire betekent hier “het verhaal”. Het zelfstandige naamwoord is histoire; dat is vrouwelijk. Het bepaalde lidwoord is normaal la, maar vóór een klinker wordt la geëliseerd tot l’: l’histoire. De apostrof hoort bij het lidwoord en niet bij een afzonderlijk woord. In een andere context kan histoire ook “geschiedenis” betekenen; de vaste vertaling en de context met een boek ondersteunen hier de betekenis “verhaal”. Samen vormen de delen een vraag met het patroon Tu + werkwoord + l’objet ?: “Vind jij het verhaal leuk?” In natuurlijk Nederlands is dat: “Vind je het verhaal leuk?” De vraag wordt hier gemaakt door de intonatie en het vraagteken; de woordvolgorde blijft die van een gewone mededeling.
C'est facile à suivre.
Het is makkelijk te volgen.
- C'est
- het is
- facile
- makkelijk; eenvoudig
- suivre
- volgen
Uitgebreide uitleg
C'est is de samentrekking van ce en est, met de betekenis “het is” in deze zin. Est is de vorm van être in de tegenwoordige tijd bij de derde persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld: C'est simple. — “Het is eenvoudig.” facile betekent hier “makkelijk” of “eenvoudig”. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hoe moeilijk de handeling is die erop volgt. Facile heeft hier dezelfde vorm bij een mannelijk en vrouwelijk enkelvoudig woord; in het meervoud is de vorm faciles. Het nuttige tegenovergestelde is difficile: C'est difficile à comprendre. — “Het is moeilijk te begrijpen.” Suivre is de infinitief van “volgen”. Na à blijft deze vorm onvervoegd. In facile à suivre betekent de constructie “makkelijk te volgen”: iets kan zonder veel moeite worden gevolgd. Een vervoegde vorm verandert wel volgens persoon en tijd, bijvoorbeeld Nous suivons le guide. — “Wij volgen de gids.” Let op: je suis kan, afhankelijk van de context, “ik ben” (van être) of “ik volg” (van suivre) betekenen; de vorm alleen onderscheidt die twee niet. Samen betekent facile à suivre “makkelijk te volgen”, en C'est facile à suivre betekent dus “Het is makkelijk te volgen.” De zin beoordeelt iets als gemakkelijk te volgen, zonder een specifieke referent of extra deelnemer te benoemen.
Où est-ce que tu lis d'habitude ?
Waar lees je meestal?
- Où
- waar
- est-ce que
- vraagconstructie
- lis
- leest
- d'habitude
- meestal
Uitgebreide uitleg
Où vraagt naar een plaats: “waar”. Het accent is onderdeel van de spelling; zonder accent is ou een ander Frans woord (“of”). Voorbeeld: Où habites-tu ? = “Waar woon je?” est-ce que is een vaste vraagconstructie. Ze maakt van de mededeling tu lis een gewone ja/nee- of vraagwoordvraag, zonder dat de volgorde van onderwerp en werkwoord hoeft om te keren. Na een vraagwoord staat dus Où est-ce que tu lis ... ?. lis is hier de tegenwoordige tijd van lire (“lezen”) bij tu: tu lis = “jij leest”. De vorm lis wordt geschreven met een stille eind-s. Dezelfde geschreven vorm komt ook voor bij je lis; het onderwerp bepaalt hier dat het om tu gaat. Bij il of elle staat lit: Elle lit. = “Zij leest.” d'habitude betekent hier “meestal” of “gewoonlijk”. Het is een vaste uitdrukking over wat iemand gewoonlijk doet, niet over één specifieke leessituatie. Voorbeeld: Je prends d'habitude le train. = “Ik neem meestal de trein.” Samen vormt de zin Où est-ce que tu lis d'habitude ?: “Waar lees je meestal?” De vraag combineert de plaatsvraag où met tu lis (“jij leest”) en maakt met d'habitude duidelijk dat het om de gebruikelijke plaats gaat. Het patroon is herbruikbaar: Où est-ce que tu + werkwoord ... ? = “Waar ... jij?”
Je lis d'habitude dans une pièce calme à la maison.
Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.
- Je
- ik
- lis
- lees
- d'habitude
- meestal
- dans
- in
- une pièce
- een kamer
- calme
- rustig
- à la maison
- thuis
Uitgebreide uitleg
Je is het Franse onderwerpelijk voornaamwoord voor de spreker: “ik”. Het staat hier vóór het werkwoord. In een ander voorbeeld: Je travaille. — “Ik werk.” lis is de vorm van lire (“lezen”) in de tegenwoordige tijd bij je: je lis. Dit werkwoord heeft dus niet de vorm *je lire* in deze zin. Voorbeeld: Je lis un livre. — “Ik lees een boek.” d'habitude is een vaste bijwoordelijke uitdrukking met de betekenis “gewoonlijk” of “meestal”. Ze zegt iets over wat doorgaans gebeurt, niet over één specifiek moment. Voorbeeld: D'habitude, je marche. — “Meestal loop ik.” dans betekent hier “in” en leidt de plaatsaanduiding in. Het wordt gebruikt voor iets dat zich binnen een ruimte bevindt. Voorbeeld: Je lis dans le train. — “Ik lees in de trein.” une pièce betekent hier “een kamer”. pièce is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het onbepaalde lidwoord une ervoor. Une drukt hier niet op zichzelf een expliciete tel-eenheid uit; het markeert deze kamer als niet nader bepaalde kamer. Voorbeeld: C'est une pièce. — “Het is een kamer.” calme beschrijft pièce en betekent hier “rustig”. De vorm calme is in het enkelvoud hetzelfde bij een mannelijk en vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in het meervoud wordt het calmes. Voorbeeld: un endroit calme — “een rustige plek”; des endroits calmes — “rustige plekken”. à la maison is de gebruikelijke uitdrukking voor “thuis” of “in huis”. maison is vrouwelijk, waardoor à la wordt gebruikt. Deze uitdrukking geeft de plaats aan en staat hier naast dans une pièce, dat de meer specifieke ruimte noemt. Voorbeeld: Je travaille à la maison. — “Ik werk thuis.” Samen betekent Je lis d'habitude dans une pièce calme à la maison.: “Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.” Je lis vormt de handeling, d'habitude geeft aan dat die handeling gewoonlijk gebeurt, dans une pièce calme noemt de rustige kamer als plaats, en à la maison situeert die kamer thuis. De zin is een gewone neutrale manier om een leesgewoonte en plaats te beschrijven.
Ça semble calme.
Dat klinkt rustig.
- Ça
- dat/het
- semble
- klinkt
- calme
- rustig
Uitgebreide uitleg
Ça is een aanwijzend voornaamwoord. Hier betekent het “dat” of “het” als onderwerp; de precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. Het is een vaste, veelgebruikte vorm in spreektaal. Een vergelijkbaar voorbeeld is: Ça suffit. — “Dat is genoeg.” semble komt van het werkwoord sembler en is hier de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: sembler → il/elle/on semble. Het betekent hier “lijkt” of, in de natuurlijke vertaling, “klinkt”. Het werkwoord drukt een indruk of beoordeling uit, niet een rechtstreeks vastgestelde eigenschap. Voorbeeld: Il semble fatigué. — “Hij lijkt moe.” calme is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “rustig” of “kalm”. In deze zin staat het in de enkelvoudsvorm en beschrijft het de toestand die met ça wordt verbonden. De vorm calme maakt in het enkelvoud geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk; het meervoud is calmes. Voorbeeld: La pièce est calme. — “De kamer is rustig.” Samen vormt Ça semble calme het patroon ça semble + bijvoeglijk naamwoord: “Dat/het lijkt rustig.” De vaste Nederlandse vertaling “Dat klinkt rustig” geeft dezelfde bedoelde indruk weer. De zin zegt dus dat iets als rustig wordt ervaren, zonder precies te benoemen waar ça naar verwijst.
Ça m'aide à profiter de mon temps libre.
Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.
- Ça
- dat/het
- m'aide
- helpt me
- profiter de
- genieten van
- mon
- mijn
- temps
- tijd
- libre
- vrij
Uitgebreide uitleg
Ça is hier het onderwerp en betekent in deze zin “het/dat”: een eerder genoemde situatie of zaak helpt de spreker. In de vorige zin blijft die verwijzing algemeen; er wordt geen concreet zelfstandig naamwoord aangewezen. Ça is een onveranderlijk aanwijzend voornaamwoord; het krijgt dus niet apart een mannelijke of vrouwelijke vorm. m'aide bestaat uit m' (“me”) en de tegenwoordige tijd van aider (“helpen”): j'aide, tu aides, il/elle aide. De apostrof verkort me vóór een klinker. Een veelgebruikt patroon is aider quelqu'un à + infinitief: iemand helpen om iets te doen. Voorbeeld: Cette application m'aide à apprendre. — “Deze app helpt me om te leren.” profiter de is de infinitiefconstructie “genieten van” of “gebruikmaken van”. Hier staat zij na à in het patroon m'aide à profiter de ...; de hoort bij profiter en leidt aan waarvan iemand geniet. Voorbeeld: Nous profitons du soleil. — “Wij genieten van de zon.” du is hier de samentrekking van de en le. mon betekent “mijn” en is een bezittelijk bijvoeglijk woord. Het stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op de eigenaar. Hier staat de mannelijke enkelvoudsvorm bij temps; bij een vrouwelijk enkelvoudig woord kan dezelfde vorm ook vóór een klinker voorkomen, zoals in mon amie (“mijn vriendin”). temps betekent hier “tijd”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. De spelling temps is in het enkelvoud en meervoud gelijk, maar mon temps maakt hier het enkelvoud duidelijk. De eindmedeklinkers worden in de gewone uitspraak niet uitgesproken. libre beschrijft temps en betekent hier “vrij”. De vorm is mannelijk enkelvoud, passend bij temps; bij een vrouwelijk enkelvoud blijft de spelling libre ook gelijk, terwijl het meervoud libres krijgt. Voorbeeld: J'ai une journée libre. — “Ik heb een vrije dag.” Samen vormt de zin het patroon Ça m'aide à + infinitief: “Het helpt me om ...”. profiter de mon temps libre betekent “van mijn vrije tijd genieten”. De volledige betekenis is dus: “Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.”
Grammatica
Qu'est-ce que + sujet + verbe ?
Qu'est-ce que tu lis ?
Kès-kuh tü lie?Wat lees je?
Een veelgebruikte Franse vraagvorm: qu'est-ce que staat voor het onderwerp en het werkwoord volgt daarna.
profiter de + zelfstandig naamwoord
Profiter de mon temps libre.
Profietee duh mong tang lievr.Genieten van mijn vrije tijd.
Na profiter gebruik je altijd de. Het bezittelijk woord mon staat vóór temps.
Frans woordenschat
Tu aimes l'histoire ?
un livre court
Je lis d'habitude dans une pièce calme.
C'est facile à suivre.
Tu aimes l'histoire ?
Qu'est-ce que tu lis ?
Je lis un livre court.
Où est-ce que tu lis d'habitude ?
dans une pièce calme
Qu'est-ce que tu lis ?
facile à suivre
Qu'est-ce que tu lis ?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat lees je?
Antwoord tonen
Qu'est-ce que tu lis ?Ik lees een kort boek.
Antwoord tonen
Je lis un livre court.Vind je het verhaal leuk?
Antwoord tonen
Tu aimes l'histoire ?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
kort
Antwoord tonen
courtleuk vinden
Antwoord tonen
aimesvolgen
Antwoord tonen
suivremakkelijk