Wandelen als hobby | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a free-time conversation, two adults talk about walking in a park and going there together..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Wandelen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que marcher est ton passe-temps ?

ès kuh marsjee è ton pas-tan Is wandelen je hobby?
B

J'aime aller marcher pendant mon temps libre.

zjem alee marsjee pandan mon tan liebr Ik ga in mijn vrije tijd graag wandelen.
A

Où vas-tu d'habitude ?

oe vaa-tuu daabietuud Waar ga je meestal naartoe?
B

Je marche dans le parc.

zjuh marsj dan luh park Ik wandel in het park.
A

Le chemin est-il long ?

luh sjuh-mèn è-til lon Is de route lang?
B

C'est une promenade courte et facile.

sè tuun pro-muh-naad koert ee fa-siel Het is een korte, gemakkelijke wandeling.
A

Ça a l'air relaxant.

sa aa lèr ruh-laksan Dat klinkt ontspannend.
B

Nous pouvons y aller ensemble.

nu poe-von-zie a-lee an-sanbl We kunnen daar samen naartoe gaan.

Woord voor woord

Est-ce que “Est-ce que” maakt van de daaropvolgende mededeling een gewone vraag, hier met de betekenis “is …?”. Binnen deze constructie vormt “Est-ce” het vraagbegin en leidt “que” de daaropvolgende zin in. Een bruikbaar patroon is “Est-ce que” + zin voor een ja-neevraag.
marcher “marcher” betekent hier wandelen of lopen en benoemt de activiteit die als hobby wordt besproken. Het is de infinitief van marcher en staat hier als onderwerp bij “est”. Een bruikbaar patroon is “aimer” + infinitief wanneer je zegt welke activiteit je leuk vindt.
est “est” betekent hier “is” en verbindt de activiteit “marcher” met “ton passe-temps”. Het is de vorm van être die in deze zin de beschrijving koppelt. Een bruikbaar patroon is een onderwerp gevolgd door “est” en daarna een beschrijving of benoeming.
ton “ton” betekent hier “jouw” en staat vóór het zelfstandig naamwoord “passe-temps”. Deze vorm wordt hier gebruikt bij het mannelijke enkelvoud van dat woord. Een bruikbaar patroon is “ton” + zelfstandig naamwoord wanneer je iets aan één persoon toeschrijft.
passe-temps “passe-temps” betekent hier hobby of tijdverdrijf: iets wat je in je vrije tijd doet. Het woord benoemt samen met “ton” de hobby van de aangesprokene. Een bruikbaar patroon is “ton passe-temps” voor “jouw hobby”.
J'aime “J'aime” betekent hier “ik vind het leuk” of “ik houd ervan” en leidt de activiteit “aller marcher” in. De apostrof in “J'aime” is de verkorte vorm van je vóór de klinker van aime; aime is een vorm van aimer. Een bruikbaar patroon is “J'aime” + infinitief om een voorkeur uit te drukken.
aller “aller” betekent hier “gaan” en staat in “aller marcher” vóór de activiteit marcher. Het geeft aan dat iemand ergens heen gaat om te wandelen. Een bruikbaar patroon is aller + een bestemming of aller + een activiteit.
pendant “pendant” betekent hier “tijdens” en geeft de periode aan waarin de activiteit plaatsvindt. In “pendant mon temps libre” wordt het gevolgd door de periode zelf. Een bruikbaar patroon is “pendant” + tijdsperiode wanneer je zegt wanneer iets gebeurt.
mon “mon” betekent hier “mijn” en staat vóór “temps”. Deze vorm wordt hier gebruikt bij het mannelijke enkelvoud van dat woord. Een bruikbaar patroon is “mon” + zelfstandig naamwoord om iets als van de spreker aan te duiden.
temps “temps” betekent hier “tijd” en vormt samen met “libre” de uitdrukking “mon temps libre”. Het gaat om de tijd waarin de spreker geen verplichtingen heeft. Een bruikbaar patroon is “temps libre” voor vrije tijd.
libre “libre” betekent hier “vrij” en beschrijft “temps” in de uitdrukking “mon temps libre”. Samen verwijzen de woorden naar de vrije tijd van de spreker. Een bruikbaar patroon is “temps libre” wanneer je over beschikbare tijd praat.
“Où” betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats of bestemming. Het staat aan het begin van de vraag “Où vas-tu d'habitude ?”. Je gebruikt “Où” wanneer je wilt weten waar iemand heen gaat of waar iets is.
vas-tu “vas-tu” betekent hier “ga je” en is een vraagvorm met de vorm van aller gevolgd door het onderwerp tu. De omgekeerde volgorde maakt de vraag duidelijk. Een bruikbaar patroon is “Où vas-tu d'habitude ?” om naar iemands gebruikelijke bestemming te vragen.
d'habitude “d'habitude” betekent hier “gewoonlijk” of “meestal” en geeft aan dat het om een vaste gewoonte gaat. Het staat in de vraag bij de handeling waar iemand normaal gesproken heen gaat. Een bruikbaar patroon is een werkwoord gevolgd door “d'habitude” wanneer je naar routines verwijst.
Je “Je” betekent hier “ik” en is het onderwerp van “marche”. Het geeft aan dat de spreker zelf de handeling uitvoert. Een bruikbaar patroon is “Je” + werkwoord om over je eigen activiteiten te vertellen.
marche “marche” betekent hier “wandel” of “loop” in de zin “Je marche dans le parc”. Het is de vorm van marcher die bij Je hoort. Een bruikbaar patroon is “Je marche dans” + plaats wanneer je zegt waar je wandelt.
dans “dans” betekent hier “in” en geeft aan dat het wandelen binnen het park plaatsvindt. Het wordt gevolgd door “le parc”, de plaats waar de handeling gebeurt. Een bruikbaar patroon is “dans” + plaats om een locatie aan te geven.
le “le” is hier het bepaalde lidwoord vóór “parc” en betekent in het Nederlands “het”. Het maakt duidelijk dat naar een bepaalde, bekende plaats wordt verwezen. Een bruikbaar patroon is “le” + zelfstandig naamwoord.
parc “parc” betekent hier “park”, de plaats waar de spreker wandelt. In de zin staat het na “dans le” om de locatie aan te geven. Een bruikbaar patroon is “dans le parc” wanneer je zegt dat iets in het park gebeurt.
chemin “chemin” betekent hier pad of route en verwijst naar de wandelroute waarnaar gevraagd wordt. In “Le chemin est-il long ?” wordt de lengte van die route besproken. Een bruikbaar patroon is “le chemin” + een beschrijving van de route.
est-il “est-il” vormt hier met “le chemin” de vraag of de route lang is. “est” staat vóór “il” door vraaginversie, en “il” verwijst terug naar “le chemin”. Een bruikbaar patroon is “Le [zelfstandig naamwoord] est-il” + beschrijving om formeel naar een eigenschap te vragen.
long “long” beschrijft hier de lengte van “le chemin” en betekent “lang”. Het staat aan het einde van de vraag “Le chemin est-il long ?”. Je gebruikt “long” om de lengte van een route of ander object te beschrijven.
C'est “C'est” betekent hier “het is” en leidt de beschrijving “une promenade courte et facile” in. De apostrof is de verkorte vorm van ce vóór est; est is een vorm van être. Een bruikbaar patroon is “C'est” + zelfstandig naamwoord of beschrijving om iets te benoemen of te beschrijven.
une “une” betekent hier “een” en staat vóór “promenade”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het onbepaalde lidwoord. Een bruikbaar patroon is “une” + vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
promenade “promenade” betekent hier “wandeling” en benoemt de activiteit als een korte tocht. Het woord staat in “une promenade courte et facile”. Een bruikbaar patroon is “une promenade” + beschrijving wanneer je een wandeling nader omschrijft.
courte “courte” betekent hier “kort” en beschrijft de wandeling. De vorm courte is de vrouwelijke vorm van court, passend bij promenade. Een bruikbaar patroon is “une promenade courte” om een korte wandeling te beschrijven.
et “et” betekent hier “en” en verbindt de twee beschrijvingen “courte” en “facile”. Het voegt een tweede kenmerk aan dezelfde wandeling toe. Een bruikbaar patroon is “X et Y” om twee kenmerken of onderdelen te verbinden.
facile “facile” betekent hier “gemakkelijk” en beschrijft samen met “courte” de wandeling. Het geeft aan dat de route weinig moeite kost. Een bruikbaar patroon is “une promenade courte et facile” wanneer je een wandeling positief en eenvoudig beschrijft.
Ça “Ça” betekent hier “dat” of “het” en verwijst naar de zojuist beschreven wandeling. Het is het onderwerp van “Ça a l'air relaxant” in de reactie op die beschrijving. Je gebruikt “Ça” om naar iets te verwijzen dat al bekend is uit de situatie of het gesprek.
a l'air “a l'air” betekent hier “lijkt” of “ziet eruit als” wanneer je een indruk geeft. In deze uitdrukking draagt “a” de werkwoordsvorm van avoir en verwijst “l'air” naar de indruk of uitstraling; samen vormen ze de betekenis. Een bruikbaar patroon is “X a l'air” + bijvoeglijk naamwoord om een indruk te beschrijven.
relaxant “relaxant” betekent hier “ontspannend” en beschrijft de indruk die de wandeling maakt. Het staat na “a l'air” in “Ça a l'air relaxant”. Je gebruikt deze beschrijving wanneer een activiteit of situatie een ontspannen gevoel lijkt te geven.
Nous “Nous” betekent hier “wij” en is het onderwerp van “pouvons”. Het verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. Een bruikbaar patroon is “Nous” + werkwoord wanneer je een gezamenlijke activiteit voorstelt of beschrijft.
pouvons “pouvons” betekent hier “kunnen” en drukt uit dat de twee personen samen de mogelijkheid hebben om te gaan. Het is de vorm van pouvoir die bij Nous hoort en wordt gevolgd door een infinitief. Een bruikbaar patroon is “Nous pouvons” + infinitief om een mogelijkheid of voorstel uit te drukken.
y “y” betekent hier “daarheen” en verwijst naar de eerder genoemde bestemming, het park. In “y aller” vervangt het de plaats die anders opnieuw genoemd zou worden. Een bruikbaar patroon is “y aller” wanneer je zegt dat iemand daarheen gaat.
ensemble “ensemble” betekent hier “samen” en geeft aan dat de personen gezamenlijk gaan. Het beschrijft de manier waarop “y aller” gebeurt. Een bruikbaar patroon is “y aller ensemble” voor samen naar een eerder genoemde plaats gaan.

Grammatica

avoir l'air + adjectif

La promenade a l'air relaxante.

la pro-muh-naad aa lèr ruh-laksant

De wandeling lijkt ontspannend.

Na « avoir l'air » volgt een bijvoeglijk naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het onderwerp aan.

pouvoir + infinitif

Nous pouvons y aller ensemble.

nu poe-von-zie a-lee an-sanbl

We kunnen er samen naartoe gaan.

Na « pouvoir » staat het volgende werkwoord in de infinitief: « pouvons aller ».

Frans woordenschat

aller werkwoord
alee gaan
chemin zelfstandig naamwoord
sjuh-mèn weg; route
court bijvoeglijk naamwoord
koer kort courte
d'habitude bijwoord
daabietuud gewoonlijk; meestal
long bijvoeglijk naamwoord
lon lang
marcher werkwoord
marsjee wandelen
bijwoord
oe waar
parc zelfstandig naamwoord
park park
passe-temps zelfstandig naamwoord
pas-tan tijdverdrijf; hobby
pendant voorzetsel
pandan tijdens
promenade zelfstandig naamwoord
pro-muh-naad wandeling
temps libre uitdrukking
tan liebr vrije tijd

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar ga je meestal naartoe?

Antwoord tonenOù vas-tu d'habitude ?

Ik wandel in het park.

Antwoord tonenJe marche dans le parc.

Is de route lang?

Antwoord tonenLe chemin est-il long ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gaan

Antwoord tonenaller

tijdens

Antwoord tonenpendant

wandelen

Antwoord tonenmarcher

park

Antwoord tonenparc