Tu
«Tu» betekent hier ‘jij’ en spreekt één persoon rechtstreeks aan in de vraag «Tu écoutes de la musique ?». Het voornaamwoord staat vóór de werkwoordsvorm. Gebruik dezelfde positie wanneer je een bekende persoon iets vraagt.
écoutes
«écoutes» betekent hier ‘luistert’ en is de werkwoordsvorm die bij «Tu» hoort. In «Tu écoutes de la musique ?» wordt luisteren verbonden met «de la musique». Gebruik écouter met datgene waarnaar iemand luistert.
de
«de» maakt samen met «la» de uitdrukking «de la musique», die hier naar muziek in het algemeen of naar een niet-afgebakende hoeveelheid muziek verwijst. Het is dus niet het Nederlandse ‘van’ in deze zin. Gebruik de combinatie de la vóór een vrouwelijk enkelvoudig woord zoals musique.
la
«la» is hier het vrouwelijke enkelvoudige lidwoord in «de la musique». Het hoort bij het zelfstandig naamwoord musique. Gebruik la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
musique
«musique» betekent hier ‘muziek’ in de uitdrukking «de la musique». Het woord past bij praten over luisteren en muzikale voorkeuren. Je kunt musique gebruiken als datgene waarnaar iemand luistert.
J'écoute
«J'écoute» betekent ‘ik luister’ in «J'écoute pendant mon temps libre». Het is de ik-vorm van luisteren; de apostrof verbindt je met een werkwoord dat met een klinker begint. Gebruik J' gevolgd door de werkwoordsvorm wanneer je over jezelf spreekt.
pendant
«pendant» betekent hier ‘tijdens’ en geeft aan wanneer het luisteren plaatsvindt: «pendant mon temps libre». Het wordt gevolgd door een periode of tijdsaanduiding. Gebruik pendant om een activiteit aan een bepaalde tijdsperiode te koppelen.
mon
«mon» betekent ‘mijn’ in «mon temps libre». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt duidelijk dat de vrije tijd van de spreker wordt bedoeld. Gebruik een bezittelijk woord vóór het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort.
temps
«temps» betekent hier ‘tijd’ in de vaste combinatie «mon temps libre». Samen verwijst die combinatie naar vrije tijd. Gebruik temps libre wanneer je vertelt wanneer je buiten verplichtingen tijd hebt.
libre
«libre» betekent hier ‘vrije’ en beschrijft «temps» in «mon temps libre». Het bijvoeglijk naamwoord staat hier na het zelfstandig naamwoord. Gebruik libre om aan te geven dat tijd niet door verplichtingen wordt ingenomen.
Quel
«Quel» betekent hier ‘welke’ of ‘wat voor’ in de vraag «Quel genre de musique aimes-tu ?». Het hoort bij «genre». Gebruik quel aan het begin van een vraag naar een soort of type.
genre
«genre» betekent hier ‘soort’ in «Quel genre de musique». De combinatie genre de + zelfstandig naamwoord vraagt naar het type waarover je spreekt. Gebruik die combinatie bijvoorbeeld om naar iemands muziekvoorkeur te vragen.
aimes
«aimes» betekent hier ‘houd je van’ en is de werkwoordsvorm bij «tu» in «aimes-tu». Door de omkering «aimes-tu» ontstaat een directe vraag. Gebruik aimer met datgene wat iemand prettig vindt of graag heeft.
J'aime
«J'aime» betekent ‘ik hou van’ of ‘ik vind leuk’ in «J'aime les chansons lentes». Het is de ik-vorm waarmee de spreker een voorkeur uitdrukt. Gebruik J'aime gevolgd door datgene wat je graag vindt.
les
«les» is hier het meervoudige bepaalde lidwoord in «les chansons lentes». Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord chansons. Gebruik les vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar de betreffende dingen of personen verwijst.
chansons
«chansons» betekent ‘liedjes’ in «les chansons lentes». Het woord staat in het meervoud en wordt beschreven door lentes. Gebruik chansons wanneer je over meerdere liedjes praat, bijvoorbeeld bij het uitdrukken van een muziekvoorkeur.
lentes
«lentes» betekent hier ‘langzame’ en beschrijft de chansons in «les chansons lentes». De vorm sluit aan bij het vrouwelijke meervoud van chansons. Gebruik het bijvoeglijk naamwoord na chansons om het tempo van de liedjes te beschrijven.
utilises
«utilises» betekent hier ‘gebruik je’ in de vraag «Tu utilises un casque ?». Het is de werkwoordsvorm die bij tu hoort en krijgt hier «un casque» als voorwerp. Gebruik utiliser wanneer je vraagt of iemand een hulpmiddel of voorwerp gebruikt.
un
«un» betekent hier ‘een’ in «un casque». Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en verwijst naar één niet nader bepaald voorwerp. Gebruik un om een enkelvoudig mannelijk voorwerp te introduceren.
casque
«casque» betekent hier ‘koptelefoon’ in «un casque». In deze dialoog gaat het om het voorwerp dat iemand gebruikt om naar muziek te luisteren. Gebruik casque samen met een werkwoord zoals utiliser wanneer je naar dit luisterhulpmiddel verwijst.
Je
«Je» betekent hier ‘ik’ in «Je l'utilise quand je veux me détendre». Het is het onderwerp dat aangeeft dat de spreker de handeling uitvoert. Gebruik je vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
l'utilise
«l'utilise» betekent hier ‘gebruik het’ en verwijst naar het eerder genoemde casque. L' staat vóór utilise als verkorte vorm van het voornaamwoord voor het voorwerp; utilise is de werkwoordsvorm. Gebruik zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord wanneer het voorwerp al bekend is.
quand
«quand» betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in «quand je veux me détendre». Het leidt een deelzin in die aangeeft op welk moment de handeling plaatsvindt. Gebruik quand gevolgd door een volledige deelzin om een tijdstip of voorwaarde aan te geven.
veux
«veux» betekent hier ‘wil’ in «je veux me détendre». Het is de werkwoordsvorm bij je en wordt gevolgd door de infinitief «me détendre». Gebruik vouloir met een infinitief om te zeggen wat je wilt doen.
me
«me» betekent hier ‘me’ in «me détendre» en verwijst terug naar de spreker. Samen met détendre vormt het de uitdrukking voor jezelf ontspannen. Gebruik me vóór de infinitief wanneer de handeling op de spreker zelf gericht is.
détendre
«détendre» betekent hier ‘ontspannen’ in «me détendre». De infinitief volgt op «veux», waardoor de spreker zegt wat hij of zij wil doen. Gebruik détendre in deze reflexieve combinatie wanneer je over je eigen ontspanning spreekt.
Est-ce que
«Est-ce que» is hier de vaste vraaginleiding in «Est-ce que je peux écouter quelque chose ?». «Est-ce» vormt het vraagelement en «que» verbindt dit met de daaropvolgende zin; samen maken ze een ja-neevraag. Gebruik Est-ce que vóór onderwerp en werkwoord om op een duidelijke manier een vraag te vormen.
peux
«peux» betekent hier ‘kan’ in «je peux écouter quelque chose». Het is de vorm bij je van pouvoir en wordt gevolgd door de infinitief écouter. In deze situatie wordt ermee gevraagd of iets mag of mogelijk is.
écouter
«écouter» betekent hier ‘luisteren’ in «peux écouter quelque chose». Het is een infinitief na peux en krijgt «quelque chose» als datgene waarnaar geluisterd wordt. Gebruik écouter + een voorwerp of onderwerp wanneer je zegt waarnaar iemand luistert.
quelque chose
«quelque chose» betekent samen ‘iets’. «Quelque» draagt het idee van iets onbepaalds bij en «chose» betekent ‘ding’; samen vormen ze één uitdrukking. In «écouter quelque chose» is het de onbepaalde zaak waarnaar de spreker wil luisteren.
vais
«vais» betekent hier ‘ga’ of ‘zal’ in «Je vais mettre un morceau calme». Het is de vorm bij je van aller en staat vóór de infinitief mettre om een nabije toekomstige handeling aan te kondigen. Gebruik aller + infinitief wanneer je zegt wat je meteen gaat doen.
mettre
«mettre» betekent hier ‘opzetten’ of ‘afspelen’ in «mettre un morceau calme». Het is de infinitief na «vais» en krijgt «un morceau calme» als voorwerp. Gebruik mettre + een muzieknummer wanneer je aankondigt dat je muziek gaat afspelen.
morceau
«morceau» betekent hier ‘muzieknummer’ of ‘track’ in «un morceau calme». Het woord verwijst naar één muziekstuk dat afgespeeld zal worden. Gebruik morceau met een lidwoord en met mettre wanneer je een nummer kiest om af te spelen.
calme
«calme» betekent hier ‘rustig’ en beschrijft het morceau in «un morceau calme». Het geeft aan dat het muzieknummer een rustige sfeer of klank heeft. Gebruik calme na morceau om een rustig muzieknummer te beschrijven.