Cette
Cette betekent hier «deze» en wijst de rij aan waarover A vraagt. Het staat direct vóór file; dezelfde volgorde gebruik je wanneer je met deze vorm een zelfstandig naamwoord aanwijst.
file
file betekent hier «rij», namelijk de rij voor het loket. In «Cette file» staat het na Cette en is het samen met est het onderwerp van de zin.
est
est betekent hier «is» in «Cette file est pour le guichet ?» en verbindt de rij met het doel ervan. Het is een vorm van être; je gebruikt het om iets met een beschrijving of bestemming te verbinden.
pour
pour geeft hier aan waarvoor de rij bedoeld is: voor het loket. In «pour le guichet» staat het vóór de groep die het doel noemt.
le
le is hier het bepaalde lidwoord vóór guichet en betekent «de» of «het». In «le guichet» staat het direct voor het zelfstandig naamwoord.
guichet
guichet betekent hier «loket», de balie waarvoor de rij bestemd is. In «pour le guichet» benoemt het de plaats waarvoor iemand in de rij staat.
La
La betekent hier «de» en hoort bij file in «La file». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt de rij tot het onderwerp van de zin.
commence
commence betekent hier «begint» in «La file commence ici». Het is een vorm van commencer; met een onderwerp en een plaats, zoals ici, kun je aangeven waar iets start.
ici
ici betekent hier «hier» en wijst de plek aan waar de rij begint. In «commence ici» staat het na de handeling en geeft het de plaats daarvan aan.
Est-ce que
Est-ce que maakt van een zin een ja-neevraag. In deze constructie vormt «Est-ce» de vraaginleiding en verbindt «que» die met «j'ai besoin d'un ticket»; samen vraagt de zin of de spreker een ticket nodig heeft. Hetzelfde patroon staat vóór een volledige zin die je als ja-neevraag stelt.
j'ai
j'ai betekent hier «ik heb»; het is een vorm van avoir bij je. In «j'ai besoin d'un ticket» geeft j'ai het onderwerp en het hebben aan, terwijl besoin de noodzaak uitdrukt.
besoin
besoin geeft in «j'ai besoin d'un ticket» het idee van behoefte of noodzaak: wat je nodig hebt. Het vaste patroon is avoir besoin de + iets; «d'un ticket» noemt hier wat nodig is.
d'un
d'un betekent hier «van een» en verbindt besoin met één ticket. Het is een samentrekking van de en un en staat direct vóór ticket in «d'un ticket».
ticket
ticket betekent hier «ticket» of «kaartje», het kaartje dat je nodig hebt. In «d'un ticket» is het de concrete zaak die na de behoefte wordt genoemd, bijvoorbeeld bij een loket.
Prenez
Prenez betekent hier «neem» of «pak» en is een beleefde instructie aan de gesprekspartner. Het is een vorm van prendre en staat aan het begin van «Prenez-en un».
en
en verwijst in «Prenez-en un» terug naar het soort voorwerp dat uit de doos wordt genomen, zodat ticket niet herhaald hoeft te worden. In «Prenez-en» staat en met een koppelteken aan de instructie vast; un geeft aan dat er één wordt genomen.
un
un betekent hier «één exemplaar», namelijk één ticket. In «Prenez-en un» staat het na en en geeft het aan hoeveel er moet worden genomen.
dans
dans geeft hier de plaats aan waar het ticket zich bevindt: in de doos. In «dans cette boîte» staat het vóór de plaatsaanduiding.
boîte
boîte betekent hier «doos». In «cette boîte» benoemt het de plaats waaruit het ticket wordt genomen.
Quand
Quand betekent «wanneer» en vraagt naar het moment waarop de beurt komt. In «Quand est-ce que c'est mon tour ?» staat het aan het begin van de vraag.
c'est
c'est betekent hier «het is» en is een samentrekking van ce en est. In «c'est mon tour» vormt het samen met mon tour de uitspraak dat de beurt van de spreker is.
mon
mon betekent «mijn» en maakt in «mon tour» duidelijk dat de beurt bij de spreker hoort. Het staat direct vóór tour.
tour
tour betekent hier «beurt» in «mon tour». In «c'est mon tour» benoemt het de beurt waarnaar de spreker vraagt.
Vous
Vous betekent hier «u» en is de beleefde aanspreekvorm voor de andere persoon. Het staat als onderwerp in «Vous êtes» en na een voorzetsel in «devant vous».
êtes
êtes betekent «bent» in «Vous êtes juste après cette personne». Het is een vorm van être en beschrijft hier de positie van de aangesprokene in de rij.
juste
juste betekent hier «net» of «direct» in «juste après cette personne». Het versterkt après en maakt duidelijk dat de persoon onmiddellijk daarna komt.
après
après betekent «na» in «juste après cette personne» en ordent de plaatsen in de rij. Het staat vóór de persoon of zaak waarmee je de volgorde vergelijkt.
personne
personne betekent hier «persoon», namelijk degene na wie de aangesprokene staat. In «cette personne» staat het na cette en benoemt het de aangewezen persoon.
Je
Je betekent «ik» en is het onderwerp in «Je vais attendre ici». Het staat vóór vais om aan te geven wie de handeling uitvoert.
vais
vais betekent hier «ga» in «Je vais attendre ici»; het is een vorm van aller. Met het werkwoord attendre drukt het uit dat de spreker nu gaat wachten of dat van plan is; het patroon is Je vais + infinitief.
attendre
attendre betekent «wachten» en staat na vais in «Je vais attendre ici». Als infinitief benoemt het de handeling die de spreker gaat uitvoeren.
devant
devant betekent hier «voor» of «vóór je» in «La personne devant vous». «devant vous» geeft aan dat de persoon ruimtelijk vóór de aangesprokene staat.
a
a betekent «heeft» in «La personne devant vous a presque fini»; het is een vorm van avoir. Hier helpt a samen met fini om te zeggen dat de persoon bijna klaar is.
presque
presque betekent «bijna» en beperkt in «a presque fini» de mate waarin de handeling klaar is. Het staat vóór fini en maakt duidelijk dat het nog niet helemaal voltooid is.
fini
fini betekent hier «klaar» of «af» in «a presque fini». Het is een vorm van finir en staat samen met a in «a presque fini» om aan te geven dat de persoon bijna klaar is.