Waar is het einde van de rij? | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Near a doorway, two adults talk about where a line ends and where to join from the back..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Waar is het einde van de rij? oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Où est la fin de cette file ?

oe è la fèn duh sèt fiel Waar is het einde van deze rij?
B

La fin est près de la porte.

laa fèn è preh duh laa pohrt Het einde is bij de deur.
A

Est-ce que je dois attendre là-bas ?

ès kuh zjuh dwaa ah-tandr laa-baa Moet ik daar wachten?
B

Mets-toi derrière la dernière personne.

mè-twaa duh-rjèr laa der-njèr per-son Ga achter de laatste persoon staan.
A

Je n’ai pas vu le panneau.

zjuh nè paa vuu luh pa-noh Ik heb het bord niet gezien.
B

Il est affiché à côté de la porte.

il è a-fi-sjee aa koh-tee duh laa pohrt Het hangt naast de deur.
A

Je vais aller au bout de la file.

zjuh vè ah-lee oo boe duh laa fiel Ik ga naar achteren.
B

C’est là que les gens rejoignent la file.

sè laa kuh lee zjan ruh-zjwanj laa fiel Daar sluiten mensen aan.

Woord voor woord

« Où » vraagt in deze dialoog naar een plaats, namelijk waar het einde van de rij is. In « Où est la fin de cette file ? » staat het aan het begin van de vraag. Je gebruikt het in een vraag naar een locatie.
est « est » betekent hier ‘is’ en verbindt de plaatsvraag met « la fin de cette file ». In « La fin est près de la porte » beschrijft het waar het einde zich bevindt. Het is de vorm van être die hier bij « la fin » past.
la « la » is het bepaalde lidwoord voor « fin » en « porte »: « la fin » en « la porte ». Het verwijst hier naar een specifieke plek of zaak. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord in het vrouwelijk enkelvoud.
fin « fin » betekent hier het einde van de rij, in « la fin de cette file ». Het benoemt het punt waar de rij ophoudt. Dezelfde betekenis komt terug in « La fin est près de la porte ».
de « de » verbindt « fin » met « cette file » in « la fin de cette file » en geeft aan waarvan het einde is. Het staat hier tussen twee zelfstandige naamwoordgroepen. Je gebruikt « de » ook in deze vaste relatie om iets aan iets anders te koppelen.
cette « cette » betekent hier ‘deze’ en hoort bij « file » in « cette file ». Het wijst naar de specifieke rij waar de sprekers bij staan. « Cette » staat vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.
file « file » betekent hier ‘rij’ of ‘wachtende rij’, zoals in « la fin de cette file ». In « rejoignent la file » is het de rij waar mensen zich bij aansluiten. Je gebruikt het voor een rij mensen die op hun beurt wachten.
près « près » drukt nabijheid uit in « près de la porte »: het einde is dicht bij de deur. De betekenis ‘vlak bij’ ontstaat hier samen met « de » en de plaatsaanduiding. Je kunt het gebruiken om de locatie van iets ten opzichte van een ander punt aan te geven.
porte « porte » betekent ‘deur’ in « près de la porte » en « à côté de la porte ». Het verwijst naar de deur bij de plek waar de rij eindigt. Je gebruikt het met « la » wanneer je naar deze specifieke deur verwijst.
Est-ce que « Est-ce que » maakt van « je dois attendre là-bas ? » een ja-neevraag. « Est-ce » vormt het vraagbegin en « que » verbindt dat vraagbegin met de zin die erop volgt. Je gebruikt de volledige uitdrukking om op een eenvoudige manier een ja-neevraag te vormen.
je « je » betekent ‘ik’ en is het onderwerp in « je dois attendre là-bas » en « Je vais aller au bout de la file ». De hoofdletter in « Je » staat aan het begin van de zin. Het verwijst naar de persoon die spreekt.
dois « dois » geeft in « je dois attendre là-bas » aan dat de spreker vraagt of wachten daar nodig of gewenst is. Het staat samen met « je » en vóór het werkwoord « attendre ». De vorm hoort bij devoir in deze zin.
attendre « attendre » betekent hier ‘wachten’, in « je dois attendre là-bas ». Het staat na « dois » en benoemt de handeling die de spreker mogelijk moet uitvoeren. Je gebruikt het voor wachten op een plaats of tot een moment.
là-bas « là-bas » betekent hier ‘daar’ of ‘daar ginds’ en verwijst naar de plek bij het einde van de rij. In « attendre là-bas » is het de plaats waar de spreker zou wachten. Je gebruikt het om naar een plek te verwijzen die niet hier is.
Mets « Mets » is hier een directe instructie om jezelf op een bepaalde plek te zetten, in « Mets-toi derrière la dernière personne ». De volledige instructie zegt dat de aangesprokene achter de laatste persoon moet gaan staan. Je gebruikt deze vorm om iemand te zeggen dat die zich ergens moet plaatsen.
toi « toi » verwijst in « Mets-toi derrière la dernière personne » naar de aangesprokene zelf. Samen met « Mets » maakt het duidelijk dat die persoon zichzelf achter iemand moet plaatsen. Het benadrukte voornaamwoord staat hier na het werkwoord in de instructie.
derrière « derrière » betekent ‘achter’ en geeft in « derrière la dernière personne » de positie in de rij aan. Het staat vóór de persoon als oriëntatiepunt. Je gebruikt het om te zeggen dat iets of iemand zich aan de achterkant van een ander bevindt.
dernière « dernière » betekent hier ‘laatste’ en beschrijft « personne » in « la dernière personne ». Het gaat om de persoon die achteraan in de rij staat. De vorm is aangepast aan het vrouwelijke woord « personne ».
personne « personne » betekent hier ‘persoon’, in « la dernière personne ». Het verwijst naar degene die als laatste in de rij staat. Je gebruikt het samen met een bepaling wanneer je een specifieke persoon in de rij aanwijst.
n’ai « n’ai » draagt in « Je n’ai pas vu le panneau » het ontkennende begin en betekent samen met « pas » dat de spreker iets niet heeft gezien. Het bevat de vorm « ai » van avoir met de voorafgaande ontkenning « n’ ». Je gebruikt het hier vóór « pas » en het deelwoord « vu ».
pas « pas » vormt samen met « n’ » in « Je n’ai pas vu le panneau » de ontkenning. Daardoor zegt de spreker dat die het bord niet heeft gezien. In deze zin staat « pas » na « n’ai » en vóór « vu ».
vu « vu » betekent hier ‘gezien’ in « Je n’ai pas vu le panneau ». Het benoemt wat de spreker niet heeft waargenomen. Het staat na « n’ai pas » in deze voltooide werkwoordsvorm.
panneau « panneau » betekent hier ‘bord’ of ‘mededeling’, in « Je n’ai pas vu le panneau ». Het gaat om het bord dat naast de deur is opgehangen. Je gebruikt het voor een zichtbaar bord waarop informatie staat.
Il « Il » betekent hier ‘het’ en verwijst naar « le panneau » in « Il est affiché à côté de la porte ». Het is het onderwerp van de beschrijving van het bord. Je gebruikt dit voornaamwoord hier om niet opnieuw « le panneau » te herhalen.
affiché « affiché » beschrijft in « Il est affiché à côté de la porte » dat het bord zichtbaar is aangebracht of opgehangen. Het geeft aan waar het bord te vinden is. Je gebruikt het hier samen met « est » om de toestand van « le panneau » te beschrijven.
à « à » is in « à côté de la porte » onderdeel van de uitdrukking die ‘naast de deur’ betekent. Samen met « côté de » geeft het de plaats van het bord aan. Je gebruikt deze uitdrukking om aan te geven dat iets direct naast een ander punt staat.
côté « côté » betekent letterlijk ‘kant’ en draagt in « à côté de la porte » bij aan de betekenis ‘naast de deur’. De volledige uitdrukking geeft de positie ten opzichte van de deur aan. Je gebruikt « à côté de » om nabijheid aan de zijkant uit te drukken.
vais « vais » geeft in « Je vais aller au bout de la file » aan dat de spreker van plan is daarheen te gaan. Het is de vorm van aller die hier samen met « aller » een toekomstige of voorgenomen handeling inleidt. Je gebruikt het vóór een infinitief om een geplande actie aan te kondigen.
aller « aller » betekent ‘gaan’ in « Je vais aller au bout de la file ». Het benoemt de beweging naar het einde van de rij, terwijl « vais » de voorgenomen actie inleidt. Het staat hier als infinitief na « vais ».
au « au » betekent in « au bout de la file » ‘naar het’ en is de samengevoegde vorm van « à » en « le ». Het staat vóór « bout », dat hier het eindpunt aanduidt. Je gebruikt deze vorm vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord met « le ».
bout « bout » betekent hier het eindpunt of de uiterste kant van de rij, in « au bout de la file ». Het geeft aan waar de spreker naartoe gaat. Je gebruikt het in deze uitdrukking om het einde van een plaats of traject aan te duiden.
C’est « C’est » betekent hier ‘dat is’ en wijst in « C’est là que les gens rejoignent la file » de zojuist genoemde plek aan. Het introduceert de uitleg over wat er op die plek gebeurt. Je gebruikt het om iets of een plaats aan te wijzen en er informatie over te geven.
« là » betekent hier ‘daar’ en verwijst naar het einde van de rij in « C’est là que les gens rejoignent la file ». Het maakt de plaats duidelijk waar mensen aansluiten. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde of aangewezen plek te verwijzen.
que « que » verbindt in « C’est là que les gens rejoignent la file » de aangewezen plaats met de handeling die daar gebeurt. Het betekent hier niet zelfstandig ‘waar’; de betekenis ontstaat in de volledige constructie « C’est là que ... ». Je gebruikt het om na een plaatsaanduiding een bijbehorende gebeurtenis te introduceren.
les « les » is het bepaalde meervoudige lidwoord in « les gens ». Het verwijst naar de mensen die bij de rij aansluiten. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord in het meervoud wanneer het om bepaalde of bekende personen gaat.
gens « gens » betekent hier ‘mensen’, in « les gens rejoignent la file ». Het verwijst naar de personen die achteraan in de rij aansluiten. Je gebruikt het in deze meervoudige uitdrukking om mensen als groep aan te duiden.
rejoignent « rejoignent » betekent hier ‘sluiten aan bij’ en beschrijft in « les gens rejoignent la file » wat de mensen doen. Het werkwoord krijgt « la file » als datgene waarbij ze aansluiten. De vorm hoort bij het meervoudige onderwerp « les gens ».

Grammatica

Mets-toi + lieu

Mets-toi là-bas.

mè-twaa laa-baa

Ga daar staan.

Bij een bevel staat het wederkerend voornaamwoord vóór de werkwoordsvorm: mets-toi.

dernière personne

la dernière personne

laa der-njèr per-son

de laatste persoon

Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het vrouwelijke woord personne aan: dernier wordt dernière.

Frans woordenschat

attendre werkwoord
ah-tandr wachten
dernier bijvoeglijk naamwoord
der-njee laatste dernière
derrière voorzetsel
duh-rjèr achter
file zelfstandig naamwoord
fiel rij
fin zelfstandig naamwoord
fèn einde

la fin de cette file

là-bas bijwoord
laa-baa daar
bijwoord
oe waar

Où est la fin de cette file ?

personne zelfstandig naamwoord
per-son persoon
porte zelfstandig naamwoord
pohrt deur
près de voorzetsel
preh duh vlak bij

près de la porte

se mettre werkwoord
suh metr gaan staan Mets-toi
voir werkwoord
vwar zien vu

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ga achter de laatste persoon staan.

Antwoord tonenMets-toi derrière la dernière personne.

Ik heb het bord niet gezien.

Antwoord tonenJe n’ai pas vu le panneau.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wachten

Antwoord tonenattendre

deur

Antwoord tonenporte

achter

Antwoord tonenderrière

rij

Antwoord tonenfile