Tu
‘Tu’ betekent hier ‘jij’ en is het onderwerp van ‘Tu peux me garder ma place une minute ?’. Het wordt gebruikt wanneer je één persoon informeel aanspreekt, bijvoorbeeld in een verzoek aan iemand die naast je in de rij staat.
peux
‘Peux’ betekent hier ‘kunt’ in ‘Tu peux me garder ma place une minute ?’. Het is de vorm van ‘pouvoir’ die bij ‘tu’ hoort en staat vóór een infinitief, zoals in ‘peux garder’.
me
‘Me’ betekent hier ‘voor mij’ in ‘Tu peux me garder ma place une minute ?’. Het geeft aan voor wie de plek wordt vrijgehouden en staat vóór het werkwoord ‘garder’.
garder
‘Garder’ betekent hier ‘vrijhouden’ in ‘me garder ma place’. Na ‘peux’ staat het werkwoord in deze infinitiefvorm; je gebruikt de combinatie ‘garder une place’ wanneer je een plek voor iemand bewaart.
ma
‘Ma’ betekent hier ‘mijn’ in ‘ma place’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord ‘place’ en geeft aan dat de plek van de spreker is.
place
‘Place’ betekent hier ‘plek’ in ‘ma place’. In de rij verwijst het naar de positie die iemand inneemt; een bruikbaar patroon is ‘garder sa place’ voor ‘zijn of haar plek vrijhouden’.
une
‘Une’ betekent hier ‘een’ in ‘une minute’. Het staat vóór ‘minute’ om één minuut aan te duiden.
minute
‘Minute’ betekent hier ‘minuut’ in ‘une minute’. In deze zin geeft het aan hoe lang de ander de plek ongeveer moet vrijhouden.
Je
‘Je’ betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van zinnen zoals ‘Je peux garder ta place pendant ton absence.’. Je gebruikt het als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
ta
‘Ta’ betekent hier ‘jouw’ in ‘ta place’. Het staat vóór ‘place’ en verwijst naar de plek van de persoon die wordt aangesproken.
pendant
‘Pendant’ betekent hier ‘tijdens’ in ‘pendant ton absence’. Het geeft de periode aan waarin iets gebeurt en wordt hier gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
ton
‘Ton’ betekent hier ‘jouw’ in ‘ton absence’. Het staat vóór ‘absence’ en maakt duidelijk dat het om de afwezigheid van de aangesproken persoon gaat.
absence
‘Absence’ betekent hier ‘afwezigheid’ in ‘pendant ton absence’. De uitdrukking verwijst naar de tijd waarin de ander niet op zijn plek is; ‘pendant’ kan ook met een andere periode worden gecombineerd.
J'ai
‘J’ai’ betekent hier ‘ik heb’ aan het begin van ‘J’ai laissé mon portefeuille derrière moi.’. Het bestaat uit ‘je’ en de vorm ‘ai’ van ‘avoir’ en vormt hier samen met ‘laissé’ een mededeling over iets dat is achtergelaten.
laissé
‘Laissé’ betekent hier ‘achtergelaten’ in ‘J’ai laissé mon portefeuille derrière moi.’. Het is de vorm die met ‘J’ai’ wordt gebruikt in deze voltooide mededeling; de basisvorm is ‘laisser’.
mon
‘Mon’ betekent hier ‘mijn’ in ‘mon portefeuille’. Het staat vóór ‘portefeuille’ en geeft aan dat de portemonnee van de spreker is.
portefeuille
‘Portefeuille’ betekent hier ‘portemonnee’ in ‘mon portefeuille’. In de dialoog is dit het voorwerp dat de spreker heeft achtergelaten en later terugvindt.
derrière
‘Derrière’ betekent hier ‘achter’ in ‘derrière moi’. Samen met ‘moi’ geeft het aan dat de spreker zijn portemonnee achter zich heeft laten liggen.
moi
‘Moi’ betekent hier ‘mij’ in ‘derrière moi’. Deze vorm staat na het voorzetsel ‘derrière’; na een voorzetsel wordt voor ‘ik’ deze vorm gebruikt.
Essaie
‘Essaie’ betekent hier ‘probeer’ in ‘Essaie de revenir vite.’. Het is een directe aansporing aan één persoon en wordt gevolgd door ‘de’ plus een infinitief, zoals ‘essaie de revenir’.
de
‘De’ heeft hier de functie van ‘om te’ in de combinatie ‘Essaie de revenir vite.’. Het verbindt ‘essaie’ met de infinitief ‘revenir’ en hoort bij het patroon ‘essayer de’.
revenir
‘Revenir’ betekent hier ‘terugkomen’ in ‘Essaie de revenir vite.’. Het staat na ‘de’ in de combinatie ‘essayer de revenir’, die je gebruikt wanneer je iemand aanspoort terug te komen.
vite
‘Vite’ betekent hier ‘snel’ in ‘revenir vite’. Het beschrijft hoe snel de persoon moet terugkomen en staat hier na het werkwoord.
vais
‘Vais’ betekent hier ‘ga’ in ‘Je vais le prendre maintenant.’. Het is de vorm van ‘aller’ die bij ‘je’ hoort en wordt hier gebruikt in de combinatie ‘je vais’ plus infinitief voor wat de spreker nu gaat doen.
le
‘Le’ betekent hier ‘het’ of ‘hem’ in ‘Je vais le prendre maintenant.’ en verwijst naar de portemonnee. Het staat vóór de infinitief ‘prendre’ als object van die handeling.
prendre
‘Prendre’ betekent hier ‘pakken’ in ‘Je vais le prendre maintenant.’. Het staat na ‘vais’ in de infinitief en wordt gebruikt met een object, hier ‘le’ voor de portemonnee.
maintenant
‘Maintenant’ betekent hier ‘nu’ in ‘Je vais le prendre maintenant.’. Het geeft aan dat de spreker de portemonnee op dit moment gaat pakken.
rester
‘Rester’ betekent hier ‘blijven’ in ‘Je vais rester ici dans la file.’. Het staat na ‘vais’ in de infinitief; de combinatie ‘rester ici’ betekent dat iemand op deze plek blijft.
ici
‘Ici’ betekent hier ‘hier’ in ‘Je vais rester ici dans la file.’. Het verwijst naar de huidige plek van de spreker, namelijk de plek in de rij.
dans
‘Dans’ betekent hier ‘in’ in ‘dans la file’. Het geeft aan waar iemand blijft en wordt gevolgd door de woordgroep ‘la file’.
la
‘La’ staat hier vóór ‘file’ in ‘dans la file’ en maakt de woordgroep ‘de rij’. Het is het bepaalde lidwoord dat bij deze vorm van het zelfstandig naamwoord hoort.
file
‘File’ betekent hier ‘rij’ in ‘dans la file’. De uitdrukking ‘dans la file’ wordt gebruikt om aan te geven dat iemand zich in een rij bevindt.
l'ai
‘L’ai’ maakt in ‘Je l’ai trouvé’ duidelijk dat de spreker ‘het’ of ‘hem’ heeft gevonden. ‘L’’ verwijst hier naar de portemonnee en staat vóór ‘ai’, de vorm van ‘avoir’; samen met ‘trouvé’ vormt dit de volledige mededeling.
trouvé
‘Trouvé’ betekent hier ‘gevonden’ in ‘Je l’ai trouvé’. Het hoort bij ‘l’ai’ en beschrijft dat de spreker de portemonnee heeft gevonden; de basisvorm is ‘trouver’.
et
‘Et’ betekent hier ‘en’ in ‘Je l’ai trouvé et je suis revenu tout de suite.’. Het verbindt twee gebeurtenissen: iets vinden en meteen terugkomen.
suis
‘Suis’ betekent hier ‘ben’ in ‘je suis revenu’. Het is de vorm van ‘être’ die bij ‘je’ hoort en wordt in deze zin samen met ‘revenu’ gebruikt voor ‘teruggekomen zijn’.
revenu
‘Revenu’ betekent hier ‘teruggekomen’ in ‘je suis revenu’. Het hoort bij ‘suis’ in de uitdrukking ‘je suis revenu’; de basisvorm is ‘revenir’.
tout de suite
‘Tout de suite’ betekent als geheel ‘meteen’ in ‘Je l’ai trouvé et je suis revenu tout de suite.’. ‘Tout’, ‘de’ en ‘suite’ vormen hier samen één vaste uitdrukking; de letterlijke onderdelen moet je dus niet afzonderlijk als de volledige betekenis opvatten. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer iets zonder uitstel gebeurt.
reprendre
‘Reprendre’ betekent hier ‘weer innemen’ of ‘weer oppakken’ in ‘Tu peux reprendre ta place dans la file.’. In deze situatie gaat het om opnieuw je plek in de rij innemen; een bruikbaar patroon is ‘reprendre sa place’.