Naar voren in de rij | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a counter line, two adults move forward, get ready with a card, and prepare to order..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Naar voren in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

La file avance.

la fiel avans De rij gaat naar voren.
B

On devrait avancer maintenant.

ong duh-vrè avansé mèn-tuh-nan We zouden nu naar voren moeten gaan.
A

Est-ce à nous maintenant ?

ès a noe mèn-tuh-nan Zijn wij nu aan de beurt?
B

Presque, il y a encore une personne devant nous.

prèsk, iel ja an-kor uun pèr-son duh-van noe Bijna, er staat nog één persoon voor ons.
A

J’ai ma carte prête.

zjee ma kart prèt Ik heb mijn kaart klaar.
B

Garde la carte dans ta main.

gard la kart dan ta mèn Houd de kaart in je hand.
A

Je suis prêt à commander.

zjeuh swie prè-ta koman-dé Ik ben klaar om te bestellen.
B

Ils peuvent prendre notre commande ensuite.

iel peuv prandr notr komand answiet Ze kunnen daarna onze bestelling opnemen.

Uitleg van de zinnen

  1. La file avance.

    De rij gaat naar voren.

    file
    rij
    avance
    gaat vooruit
    Uitgebreide uitleg

    file betekent hier “rij” of “wachtrij”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor het bepaalde lidwoord la in het enkelvoud. Voorbeeld: La file est longue. — “De rij is lang.” avance is de vorm van het werkwoord avancer (“vooruitgaan”, “opschuiven”). avance is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: il/elle/on avance. In deze zin beschrijft het werkwoord dat de rij zelf vooruitgaat; het betekent hier niet dat iemand de rij actief vooruitduwt. Voorbeeld: Le bus avance. — “De bus gaat vooruit.” Samen vormen La file en avance een eenvoudige mededelende zin: “De rij gaat naar voren.” Het onderwerp is La file, en avance zegt wat dat onderwerp doet. De tegenwoordige tijd presenteert dit als iets dat nu gebeurt of als de actuele toestand van de rij.

  2. On devrait avancer maintenant.

    We zouden nu naar voren moeten gaan.

    On devrait
    we zouden moeten
    avancer
    vooruitgaan
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    On devrait betekent hier “we zouden moeten”. on is grammaticaal een derde-persoons enkelvoudig onderwerp, maar kan in deze zin volgens de vaste vertaling een groep met inbegrip van de spreker aanduiden: “we”. Het werkwoord devoir staat in de conditionnel présent als devrait; samen met een infinitief drukt dit een voorzichtige aanbeveling of verwachte noodzaak uit. Vergelijk: On doit partir. — “We moeten vertrekken.” Dat is stelliger dan On devrait partir. — “We zouden moeten vertrekken.” avancer is de infinitief van het werkwoord “vooruitgaan” of “verdergaan”. Na devrait blijft het werkwoord in de infinitief: devrait avancer. Dezelfde vorm kan afhankelijk van de context letterlijk over vooruitgaan of over verdergaan in een proces, rij of beweging spreken. Voorbeeld: La file avance. — “De rij gaat vooruit.” maintenant betekent “nu” en plaatst de voorgestelde handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Nous partons maintenant. — “Wij vertrekken nu.” Samen vormen de delen On devrait avancer maintenant. de betekenis: “We zouden nu naar voren moeten gaan.” De zin geeft dus aan dat de groep volgens de spreker op dit moment verder of vooruit zou moeten gaan, met de voorzichtige modaliteit van devrait.

  3. Est-ce à nous maintenant ?

    Zijn wij nu aan de beurt?

    Est-ce
    is het...? (vraagvorm)
    à nous
    aan ons / voor ons
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce is een compacte vraagvorm met est (“is”) en ce (“het/dat” als grammaticaal onderwerp). Hier vraagt de spreker of iets op dit moment het geval is. Het is niet hetzelfde als est-ce que, dat gewoonlijk een volledige vraagzin inleidt, bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — “Kom je?” à nous betekent hier “voor ons” of “aan ons”. In combinatie met een impliciet begrepen beurt of toewijzing betekent het dat de beurt bij de spreker en diens groep ligt. Nous is de eerste persoon meervoud: de spreker samen met ten minste één andere persoon. De constructie C’est à nous. betekent bijvoorbeeld: “Wij zijn aan de beurt.” maintenant betekent “nu” en plaatst de bedoelde situatie in het huidige moment. Het kan ook elders in een Franse zin staan, bijvoorbeeld: Nous partons maintenant. — “We vertrekken nu.” Samen vormt Est-ce à nous maintenant ? een vraag naar de beurt: Est-ce vraagt of iets zo is, à nous identificeert wie de beurt heeft, en maintenant beperkt de vraag tot dit moment. De vaste betekenis is dus: “Zijn wij nu aan de beurt?”

  4. Presque, il y a encore une personne devant nous.

    Bijna, er staat nog één persoon voor ons.

    Presque
    bijna
    il y a
    er is / er staat
    encore
    nog
    personne
    persoon
    devant nous
    voor ons
    Uitgebreide uitleg

    Presque betekent hier “bijna”: de bedoelde situatie is nog net niet bereikt. Het bijwoord staat los van het onderwerp en verandert niet van vorm. Voorbeeld: C’est presque fini. — “Het is bijna klaar.” il y a is een vaste Franse constructie om aan te geven dat iets of iemand aanwezig is of zich ergens bevindt; letterlijk moet je haar niet woord voor woord vertalen. In deze zin introduceert ze de persoon die er nog is. De vorm il is hier geen verwijzing naar een eerder genoemd mannelijk persoon, maar maakt deel uit van de vaste constructie. Voorbeeld: Il y a une file ici. — “Hier staat een rij.” encore betekent hier “nog”: de genoemde situatie duurt voort of er resteert nog iets. Het verwijst in deze zin naar het feit dat er nog een persoon voor de sprekers staat. Afhankelijk van de context kan encore ook andere betekenissen hebben, maar die zijn hier niet nodig. personne is hier het zelfstandig naamwoord “persoon”. Het heeft in deze betekenis het meervoud personnes. Let op het verschil met personne in de ontkenningsconstructie ne ... personne, waar het “niemand” betekent; in de vaste zin une personne is het gewoon een zelfstandig naamwoord met de betekenis “een persoon”. Une maakt van het woord hier een enkelvoudige nominale groep; de vertaling maakt bovendien expliciet dat het om één persoon gaat. devant nous betekent “voor ons” of “vóór ons, aan onze kant van de rij”. Nous is de eerste persoon meervoud en verwijst hier naar de sprekers als groep. In devant nous is nous een zelfstandig gebruikt persoonlijk voornaamwoord na het voorzetsel devant; het verandert niet omdat personne vrouwelijk is. Voorbeeld: La voiture est devant nous. — “De auto staat voor ons.” Samen vormt il y a encore une personne devant nous de betekenis “er staat nog één persoon voor ons”. Presque voegt daaraan toe dat de beurt of het bereiken van het doel bijna zover is: “Bijna, er staat nog één persoon voor ons.”

  5. J’ai ma carte prête.

    Ik heb mijn kaart klaar.

    J’ai
    ik heb
    ma
    mijn
    carte
    kaart
    prête
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    J’ai is de samentrekking van je + ai: de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd. Hier betekent het “ik heb”. Een bruikbaar patroon is j’ai + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: J’ai un billet. — “Ik heb een kaartje.” ma betekent hier “mijn” en staat vóór carte. Deze vorm is de bezittelijke bepaler voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vorm hangt af van het bezeten woord, niet van de persoon die bezit: mon wordt bijvoorbeeld gebruikt bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in mon billet — “mijn kaartje”. carte is een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord en betekent hier “kaart”. Het kan in andere contexten ook bijvoorbeeld een menukaart of landkaart aanduiden, maar in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om de kaart die de spreker bij zich heeft. Het meervoud is cartes. prête betekent hier “klaar”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord prêt; die vorm stemt af op het vrouwelijke enkelvoud carte. De mannelijke vorm is prêt, de vrouwelijke vorm prête; in het meervoud zijn dat prêts en prêtes. Bijvoorbeeld: Les cartes sont prêtes. — “De kaarten zijn klaar.” Samen vormen de delen J’ai ma carte prête de betekenis “Ik heb mijn kaart klaar”: de spreker heeft de kaart en beschrijft die als klaar. De constructie avoir + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord kan zo aangeven dat iets zich in een bepaalde toestand bevindt, bijvoorbeeld J’ai le document prêt. — “Ik heb het document klaar.”

  6. Garde la carte dans ta main.

    Houd de kaart in je hand.

    Garde
    houd
    carte
    kaart
    main
    hand
    Uitgebreide uitleg

    Garde is hier de gebiedende wijs van garder (“houden”, “bewaren”). De vorm richt zich tot één persoon met tu; het onderwerp wordt in de Franse gebiedende wijs meestal niet uitgesproken. Vergelijk: Garde la porte. — “Houd de deur vast.” carte betekent hier “kaart”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm carte blijft in het enkelvoud zo, terwijl het meervoud cartes is. la ervoor is het bepaald lidwoord bij dit vrouwelijke woord: la carte — “de kaart”. Een nuttig contrast is les cartes — “de kaarten”. dans betekent “in”. Het leidt hier de plaatsbepaling in: iets bevindt zich binnen de ruimte die met het volgende zelfstandig naamwoord wordt aangeduid. ta betekent “je/jouw” bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord: ta main — “je hand”. Het bezittelijk woord stemt hier af op main, niet op de persoon die bezit. Voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de vorm bijvoorbeeld ton livre — “je boek”. main betekent “hand”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une main — “een hand”, des mains — “handen”. In deze zin staat het in het enkelvoud, omdat naar één hand wordt verwezen. Samen vormen Garde la carte en dans ta main de opdracht: “Houd de kaart in je hand.” Garde geeft de opdracht, la carte is wat vastgehouden wordt, en dans ta main geeft de plaats aan. De hele zin gebruikt een directe, neutrale gebiedende formulering.

  7. Je suis prêt à commander.

    Ik ben klaar om te bestellen.

    Je suis
    ik ben
    prêt
    klaar
    commander
    bestellen
    Uitgebreide uitleg

    Je suis betekent hier “ik ben”. suis is de vorm van être (zijn) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je suis. Voorbeelden: Je suis ici. — “Ik ben hier.” Nous sommes ici. — “Wij zijn hier.” prêt betekent hier “klaar” of “gereed”. Dit bijvoeglijk naamwoord staat in de mannelijke enkelvoudsvorm; de vorm past zich in het Frans aan het grammaticale geslacht en getal van de beschreven persoon of zaak aan. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is prête, en het meervoud is bijvoorbeeld prêts of prêtes, afhankelijk van het geslacht. Voorbeeld: Elle est prête. — “Zij is klaar.” commander betekent hier “bestellen”. Dit is de infinitief, de onverbogen vorm. Na à kan een infinitief een doel of volgende handeling uitdrukken: être prêt à + infinitief betekent “klaar zijn om te …”. Voorbeeld: Nous sommes prêts à partir. — “Wij zijn klaar om te vertrekken.” Samen vormen de delen Je suis prêt (“Ik ben klaar”) en à commander (“om te bestellen”). De volledige zin betekent dus: “Ik ben klaar om te bestellen.”

  8. Ils peuvent prendre notre commande ensuite.

    Ze kunnen daarna onze bestelling opnemen.

    Ils
    ze
    peuvent
    kunnen
    prendre
    opnemen
    notre
    onze
    commande
    bestelling
    ensuite
    daarna
    Uitgebreide uitleg

    Ils betekent hier “ze” en is een zelfstandig persoonlijk voornaamwoord voor een meervoudige derde persoon. Het verwijst naar de personen die de bestelling kunnen opnemen; de zin specificeert niet wie dat precies zijn. Een nuttig contrast is il “hij” tegenover ils “zij/ze” voor meerdere personen. peuvent komt van pouvoir (“kunnen”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud: ils peuvent. Na pouvoir volgt meestal een infinitief: Ils peuvent venir. = “Ze kunnen komen.” De vorm peuvent drukt hier mogelijkheid of vermogen uit, niet een bevel. prendre is de infinitief van “nemen”. In deze vaste context betekent prendre une commande “een bestelling opnemen”. De infinitief blijft na peuvent onveranderd. In andere contexten kan prendre ook gewoon “nemen” betekenen, bijvoorbeeld prendre le train = “de trein nemen”. notre betekent “onze” bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het geeft bezit aan, maar op zichzelf geen aantal personen die de bezitter vormen. Voor een meervoudig zelfstandig naamwoord staat nos, bijvoorbeeld nos commandes = “onze bestellingen”. Notre verandert niet van vorm volgens het grammaticale geslacht van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. commande is hier een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en betekent “bestelling”. Het kan ook naar een opdracht of bediening verwijzen, afhankelijk van de context; in deze zin wordt door de vertaling de betekenis “bestelling” bedoeld. Het meervoud is commandes. ensuite betekent “daarna” of “vervolgens”. Het plaatst het opnemen van de bestelling na een eerder of al lopend moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Samen vormen Ils peuvent + prendre notre commande + ensuite de betekenis: “Ze kunnen daarna onze bestelling opnemen.” Peuvent draagt het kunnen, prendre is de infinitief die daarvan afhankelijk is, notre commande is wat wordt opgenomen, en ensuite geeft aan dat dit daarna gebeurt.

Grammatica

prêt / prête: bijvoeglijk naamwoord past zich aan het geslacht aan

La carte est prête.

la kart è prèt

De kaart is klaar.

prêt wordt gebruikt bij mannelijke woorden; prête bij vrouwelijke woorden, zoals carte.

Est-ce à nous… ?

Est-ce à nous ?

ès a noe

Zijn wij aan de beurt?

Deze vaste vraag gebruikt est-ce om beleefd te vragen of het onze beurt is.

Frans woordenschat

avance werkwoord
avans gaat vooruit

La file avance.

avancer werkwoord
avansé vooruitgaan

On devrait avancer maintenant.

carte zelfstandig naamwoord
kart kaart

J’ai ma carte prête.

devant voorzetsel
duh-van voor

Une personne devant nous.

encore bijwoord
an-kor nog

Il y a encore une personne devant nous.

Est-ce à nous uitdrukking
ès a noe zijn wij aan de beurt

Est-ce à nous maintenant ?

file zelfstandig naamwoord
fiel rij

La file avance.

garde werkwoord
gard houd

Garde la carte dans ta main.

maintenant bijwoord
mèn-tuh-nan nu

On devrait avancer maintenant.

personne zelfstandig naamwoord
pèr-son persoon

Il y a encore une personne devant nous.

presque bijwoord
prèsk bijna

Presque, il y a encore une personne devant nous.

prête bijvoeglijk naamwoord
prèt klaar

J’ai ma carte prête.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De rij gaat naar voren.

Antwoord tonenLa file avance.

We zouden nu naar voren moeten gaan.

Antwoord tonenOn devrait avancer maintenant.

Zijn wij nu aan de beurt?

Antwoord tonenEst-ce à nous maintenant ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vooruitgaan

Antwoord tonenavancer

voor

Antwoord tonendevant

gaat vooruit

Antwoord tonenavance

nog

Antwoord tonenencore