La
« La » is hier het bepaalde lidwoord bij « file »: de rij. Het staat vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en helpt een specifieke rij aan te duiden. Je gebruikt dit soort lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bekends of bepaalds verwijst.
file
« file » betekent hier rij, de rij waarin mensen wachten. In « La file avance » is het de rij die naar voren beweegt. Je gebruikt « file » bijvoorbeeld om een wachtrij bij een balie of ingang aan te duiden.
avance
« avance » betekent hier gaat vooruit of beweegt naar voren: de rij beweegt. Deze vorm komt van « avancer » en past bij « La file ». Je gebruikt dit werkwoord in een wachtrij wanneer mensen of de rij verdergaan.
On
« On » betekent hier we en is het onderwerp van « On devrait avancer maintenant ». Het verwijst in deze dialoog naar de twee mensen die samen wachten. Je gebruikt « on » met een werkwoord om in een alledaagse context over jezelf en anderen als groep te spreken.
devrait
« devrait » betekent hier zou moeten en geeft een voorzichtige aanbeveling: het is tijd om vooruit te gaan. Deze vorm komt van « devoir » en staat in « On devrait avancer maintenant » vóór het werkwoord « avancer ». Je gebruikt « on devrait + werkwoord » om een voorstel of advies te geven.
avancer
« avancer » betekent hier vooruitgaan of naar voren gaan. Het staat na « devrait » als de handeling die volgens de spreker zou moeten gebeuren. Je gebruikt dit werkwoord bijvoorbeeld wanneer je iemand in een rij aanspoort om verder te gaan.
maintenant
« maintenant » betekent nu en geeft aan dat iets op dit moment moet gebeuren. In « On devrait avancer maintenant » bepaalt het wanneer de groep naar voren zou moeten gaan. Je gebruikt het om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
Est-ce
« Est-ce » is in « Est-ce à nous maintenant ? » de vaste vraaguitdrukking die van de zin een ja-neevraag maakt. « Est » draagt de betekenis is bij en komt van « être »; « ce » maakt deel uit van deze vraagvorm. Je gebruikt « Est-ce » aan het begin van een directe vraag.
à
In « Est-ce à nous maintenant ? » is « à » onderdeel van « à nous », waarmee wordt aangegeven bij wie de beurt is. De betekenis ‘aan de beurt zijn’ komt dus uit de hele uitdrukking, niet uit « à » alleen. Je gebruikt « à » in zulke uitdrukkingen om de persoon aan te wijzen wiens beurt het is.
nous
« nous » verwijst hier naar de spreker en de andere wachtende samen: ons of wij. In « à nous » geeft het aan dat de beurt bij deze groep hoort. Je gebruikt « nous » om naar jezelf samen met minstens één andere persoon te verwijzen.
Presque
« Presque » betekent bijna en is hier een kort antwoord op de vraag of zij aan de beurt zijn. Het maakt duidelijk dat de beurt dichtbij is, maar nog niet helemaal gekomen is. Je kunt het zelfstandig gebruiken als korte reactie wanneer iets bijna zover is.
il
In « il y a encore une personne devant nous » is « il » onderdeel van de vaste uitdrukking voor er is of er zijn. Het verwijst hier niet naar een concrete man. Je gebruikt « il y a » om de aanwezigheid van iets of iemand te melden.
y
In « il y a encore une personne devant nous » draagt « y » bij aan de betekenis er, binnen de hele uitdrukking « il y a ». Samen met « il » en « a » introduceert het wat of wie er aanwezig is. Je gebruikt « il y a » vóór een zelfstandig naamwoord om aanwezigheid of bestaan aan te geven.
a
In « il y a » draagt « a » bij aan de betekenis is of zijn, als onderdeel van de vaste uitdrukking voor er is of er zijn. Deze vorm komt van « avoir », maar de betekenis hier moet uit de hele constructie worden begrepen. Je gebruikt « il y a » vóór datgene of die persoon die aanwezig is.
encore
« encore » betekent hier nog: er blijft nog één persoon vóór hen staan. In « il y a encore une personne devant nous » geeft het aan dat de situatie nog niet voorbij is. Je gebruikt het om aan te geven dat iets of iemand blijft bestaan of aanwezig is.
une
« une » betekent hier een en introduceert één niet nader aangeduide persoon. Het staat vóór « personne » als vrouwelijk onbepaald lidwoord. Je gebruikt « une » vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je naar één niet-specifiek exemplaar verwijst.
personne
« personne » betekent hier persoon: één persoon staat nog vóór hen in de rij. In « une personne » is het het zelfstandig naamwoord dat wordt aangeduid door « une ». Je gebruikt het om naar één mens te verwijzen zonder die persoon verder te benoemen.
devant
« devant » betekent hier voor of vóór en beschrijft de plaats van de persoon ten opzichte van de wachtenden. In « devant nous » staat de persoon vóór hen in de rij. Je gebruikt « devant » om een positie aan de voorkant of vóór iemand aan te geven.
J’ai
« J’ai » betekent ik heb en drukt hier bezit uit: de spreker heeft de kaart bij zich. Het is de combinatie van « je » en « ai », waarbij « ai » van « avoir » komt. Je gebruikt « J’ai » gevolgd door iets dat je bezit of bij je hebt.
ma
« ma » betekent mijn en geeft aan dat de kaart van de spreker is. In « ma carte » staat het vóór het zelfstandig naamwoord en past het bij « carte ». Je gebruikt « ma » vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven.
carte
« carte » betekent hier kaart, het voorwerp dat de spreker klaar heeft. In « J’ai ma carte prête » is het de bezitting van de spreker en in « Garde la carte dans ta main » het voorwerp dat in de hand moet blijven. Je gebruikt het om naar een kaart als concreet voorwerp te verwijzen.
prête
« prête » betekent hier klaar of gereed en beschrijft de toestand van « ma carte ». In « J’ai ma carte prête » maakt het duidelijk dat de kaart direct gebruikt kan worden. Je gebruikt zo’n vorm om aan te geven dat een voorwerp gereed is voor de volgende handeling.
Garde
« Garde » is hier een directe instructie: houd de kaart bij je of bewaar haar in je hand. Deze vorm komt van « garder » en staat in « Garde la carte dans ta main ». Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon vraagt iets vast te houden of te bewaren.
dans
« dans » betekent in en geeft hier de plaats aan waar de kaart moet blijven. In « dans ta main » vormt het samen met de rest de plaatsbepaling ‘in je hand’. Je gebruikt « dans » vóór een plaats, ruimte of lichaamsdeel waarin iets zich bevindt.
ta
« ta » betekent jouw en verwijst hier naar de hand van de aangesprokene. In « ta main » staat het vóór « main » om aan te geven van wie de hand is. Je gebruikt « ta » vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord om bezit door de aangesprokene aan te geven.
main
« main » betekent hand. In « dans ta main » is de hand de plaats waar de kaart moet worden gehouden. Je gebruikt het met een bezittelijk woord wanneer je naar iemands hand verwijst.
Je
« Je » betekent ik en is hier het onderwerp van « Je suis prêt à commander ». Het verwijst naar de persoon die zegt dat hij of zij klaar is om te bestellen. Je gebruikt « je » vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
suis
« suis » betekent ben en verbindt « Je » met de toestand « prêt ». Deze vorm komt van « être » en staat in « Je suis prêt à commander ». Je gebruikt « je suis » om een toestand of beschrijving van jezelf te geven.
prêt
« prêt » betekent hier klaar of gereed. In « Je suis prêt à commander » beschrijft het dat de spreker klaar is voor de handeling die volgt. Je gebruikt de constructie met « être » en « à » om gereedheid voor een handeling uit te drukken.
commander
« commander » betekent hier bestellen. Het staat na « prêt à » en benoemt de handeling waarvoor de spreker klaar is. Je gebruikt dit werkwoord aan een balie of in een restaurant wanneer je iets wilt bestellen.
Ils
« Ils » betekent zij en is hier het meervoudige onderwerp van « Ils peuvent prendre notre commande ensuite ». Het verwijst naar de mensen die de bestelling kunnen opnemen. Je gebruikt « ils » om naar meerdere personen te verwijzen.
peuvent
« peuvent » betekent hier kunnen en drukt uit dat de bedoelde personen daarna de bestelling kunnen opnemen. Deze vorm komt van « pouvoir » en staat vóór « prendre ». Je gebruikt « pouvoir + werkwoord » om mogelijkheid of beschikbaarheid uit te drukken.
prendre
In « prendre notre commande » betekent « prendre » niet alleen nemen, maar in deze context een bestelling opnemen of aannemen. « Notre commande » is het object bij deze handeling. Je gebruikt « prendre » in deze context wanneer iemand de bestelling van een klant aanneemt.
notre
« notre » betekent onze of ons en verwijst hier naar de bestelling die bij de spreker en de andere persoon samen hoort. In « notre commande » staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt « notre » vóór een zelfstandig naamwoord om gezamenlijk bezit of betrokkenheid aan te geven.
commande
« commande » betekent hier bestelling, dus wat de twee mensen willen bestellen. In « prendre notre commande » is het de bestelling die de andere personen kunnen opnemen. Je gebruikt het om te verwijzen naar de bestelling van een klant.
ensuite
« ensuite » betekent daarna of vervolgens en geeft de volgorde van de handelingen aan. In « Ils peuvent prendre notre commande ensuite » gebeurt het opnemen van de bestelling na de huidige stap in de rij. Je gebruikt het om een volgende handeling in een reeks aan te duiden.