De tafel controleren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults check a list for setting a table and notice that one spoon is still needed..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De tafel controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Regardons la liste.

ghuh-gar-dong la liest Laten we naar de lijst kijken.
B

Je l’ai ici.

zjuh lee iesie Ik heb hem hier.
A

Est-ce que les tasses sont prêtes ?

es kuh lee tas song pghèt Zijn de kopjes klaar?
B

Je les ai toutes lavées.

zjuh lee zee toet la-vee Ik heb ze allemaal gewassen.
A

Est-ce qu’il manque quelque chose ?

es kiel mangk kelkuh sjooz Ontbreekt er iets?
B

Nous avons encore besoin d’une cuillère.

noe za-vong ang-kor buh-zwen duun kwie-jègh We hebben nog één lepel nodig.
A

Je peux en chercher une autre.

zjuh peu ang sjègh-sjee uun ootgh Ik kan er nog een halen.
B

Alors, la table est mise.

a-logh, la tabl è miez Dan is de tafel gedekt.

Uitleg van de zinnen

  1. Regardons la liste.

    Laten we naar de lijst kijken.

    Regardons
    laten we kijken
    liste
    lijst
    Uitgebreide uitleg

    Regardons komt van regarder («kijken»). De vorm op -ons is hier de gebiedende wijs voor nous: de spreker stelt dus voor dat spreker en aangesprokene samen iets doen. Het is niet hetzelfde als het gewone tegenwoordige nous regardons («wij kijken»), hoewel de vorm identiek kan zijn; de context en de functie als aansporing geven hier de betekenis «laten we kijken». Vergelijk: Regardez ! = «Kijk!» tegen één of meer aangesproken personen, zonder de spreker in te sluiten. liste betekent «lijst» en is een zelfstandig naamwoord. Het lidwoord la ervoor is de bepaalde enkelvoudsvorm voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: la liste = «de lijst». Het woord la drukt hier bepaaldheid uit, niet een hoeveelheid. Samen vormen Regardons la liste de herbruikbare structuur Regardons + [bepaald zelfstandig naamwoord]: «Laten we naar de [iets] kijken». In deze zin is la liste het object van regarder; in natuurlijk Nederlands wordt dat weergegeven als «naar de lijst kijken». De volledige betekenis is daarom: «Laten we naar de lijst kijken.»

  2. Je l’ai ici.

    Ik heb hem hier.

    Je
    ik
    l’ai
    heb hem
    ici
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker voert de handeling uit. Het is de eerste persoon enkelvoud. In een andere persoon verandert het onderwerp bijvoorbeeld: Tu l’as ici. = “Jij hebt hem hier.” l’ai bestaat uit twee grammaticale delen die door de apostrof aaneengeschreven zijn: l’ en ai. l’ is hier het directe objectpronomen le, “hem”, en verwijst volgens de vaste vertaling naar een mannelijk enkelvoudig object of persoon. le wordt vóór een klinker verkort tot l’; dat is elisie. ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir (“hebben”): avoir → j’ai. Het is dus Je + l’ + ai, niet één enkel woord. In een bevestigende zin staat het objectpronomen vóór het vervoegde werkwoord. Vergelijk: Je le vois. = “Ik zie hem.” ici betekent “hier” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Een bruikbaar contrast is ici (“hier”) tegenover là (“daar”): Je l’ai là. = “Ik heb hem daar.” Samen vormen de delen Je l’ai ici. de betekenis: “Ik heb hem hier.” Je noemt de spreker als onderwerp, l’ het bedoelde mannelijke enkelvoudige object, ai drukt “heb” uit en ici plaatst dat object hier. De zin is een korte, neutrale mededeling.

  3. Est-ce que les tasses sont prêtes ?

    Zijn de kopjes klaar?

    Est-ce que
    vraagmarkeerder aan het begin van een vraag
    tasses
    kopjes
    sont
    zijn
    prêtes
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin van een gewone ja-neevraag. Het markeert de vraag; de woorden erna behouden grotendeels hun normale volgorde. Voorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? tasses betekent hier ‘kopjes’. Het is het meervoud van tasse, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het meervoud wordt hier zichtbaar gemaakt door de uitgang -s: une tasse — een kopje; des tasses — kopjes. sont is de vorm van être (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon meervoud: ils/elles sont. Deze vorm past hier bij het meervoudige onderwerp les tasses. Voorbeeld: Les portes sont ouvertes. — De deuren zijn open. prêtes betekent hier ‘klaar’. Het is het bijvoeglijk naamwoord prêt in de vrouwelijke meervoudsvorm. De vorm stemt af op het vrouwelijke meervoud les tasses: prêt (mannelijk enkelvoud), prête (vrouwelijk enkelvoud), prêts (mannelijk meervoud), prêtes (vrouwelijk meervoud). Voorbeeld: Les valises sont prêtes. — De koffers zijn klaar. Samen vormt Est-ce que les tasses sont prêtes ? een vraag met de structuur Est-ce que + onderwerp + être + bijvoeglijk naamwoord: ‘Zijn de kopjes klaar?’

  4. Je les ai toutes lavées.

    Ik heb ze allemaal gewassen.

    Je
    ik
    les
    ze
    ai
    heb
    toutes
    allemaal
    lavées
    gewassen
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”: het is het onderwerp, dus degene die de handeling uitvoert. De vorm is hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud wordt het nous (“wij”). les is hier het lijdend voorwerp: “ze” of “hen”. In deze context verwijst het, volgens de vaste vertaling en de vorige zin, naar de kopjes. Les is de meervoudsvorm; als het om één bepaald voorwerp ging, zou bijvoorbeeld le of la worden gebruikt, afhankelijk van het grammaticale geslacht. ai is de vorm van avoir (“hebben”) bij je. Samen met een voltooid deelwoord vormt het de passé composé, een veelgebruikte verleden tijd: j’ai parlé = “ik heb gesproken”. Het onderwerp bepaalt hier de vorm van avoir: j’ai, maar nous avons (“wij hebben”). toutes betekent hier “allemaal” en verwijst naar de vrouwelijke meervoudige groep die door les wordt aangeduid. De vrouwelijke meervoudsvorm is toutes; tous is de mannelijke of gemengde meervoudsvorm. Voorbeeld: Je les ai tous vus. = “Ik heb ze allemaal gezien.” Daar is tous mannelijk of gemengd, terwijl vus daarmee overeenkomt. lavées komt van het werkwoord laver (“wassen”) en betekent hier “gewassen”. De vorm is het voltooid deelwoord in het vrouwelijk meervoud: lavé (mannelijk enkelvoud), lavée (vrouwelijk enkelvoud), lavés (mannelijk meervoud), lavées (vrouwelijk meervoud). Omdat het lijdend voorwerp les vóór het voltooid deelwoord staat en naar de vrouwelijke meervoudige kopjes verwijst, krijgt lavées hier de uitgang -ées. Samen vormen de delen Je + les + ai + toutes + lavées: “Ik heb ze allemaal gewassen.” De volgorde is kenmerkend voor deze Franse zin: onderwerp + lijdend voorwerp + hulpwerkwoord + toutes + voltooid deelwoord. De voorafgaande context maakt duidelijk dat “ze allemaal” de kopjes zijn.

  5. Est-ce qu’il manque quelque chose ?

    Ontbreekt er iets?

    Est-ce qu’il
    vraagpatroon: is het zo dat …?
    manque
    ontbreekt
    quelque chose
    iets
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu’il is een veelgebruikt Frans vraagpatroon: est-ce que maakt van de daaropvolgende mededeling een ja-neevraag. qu’il is de vaste samentrekking van que il; de apostrof hoort bij de spelling. il is hier het onderwerp in de constructie il manque ...; de zin identificeert niet zelfstandig wat er ontbreekt. manque komt van manquer en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. In deze zin betekent manquer niet dat iemand iemand anders mist, maar dat iets ontbreekt. In il manque quelque chose staat het ontbrekende element na het werkwoord. Voorbeeld: Il manque une assiette. — Er ontbreekt een bord. quelque chose is een onbepaald voornaamwoord met de betekenis ‘iets’. Het verwijst hier naar een niet nader genoemd ding; het stelt dus niet vast welk voorwerp bedoeld is. Vergelijk: Je cherche quelque chose. — Ik zoek iets. Samen vormen de delen de vraag Est-ce qu’il manque quelque chose ?: de spreker vraagt of er iets ontbreekt. De vaste vertaling is daarom: ‘Ontbreekt er iets?’

  6. Nous avons encore besoin d’une cuillère.

    We hebben nog één lepel nodig.

    Nous
    wij
    avons … besoin d’
    nodig hebben
    encore
    nog
    cuillère
    lepel
    Uitgebreide uitleg

    Nous is het onderwerp: “wij”. Het is de eerste persoon meervoud. Het zegt hier dat de spreker samen met minstens één andere persoon handelt; wie die andere persoon is, wordt in deze zin niet verder gespecificeerd. avons besoin d’ bevat de vorm avons van avoir (“hebben”). Avons is de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud: j’ai, tu as, il/elle a, nous avons. In de vaste constructie avoir besoin de betekent het geheel “nodig hebben”. Voor een klinker valt de slot-e van de weg: de une wordt d’une. Het volgende zelfstandige naamwoord hoort dus inhoudelijk bij deze constructie. encore betekent hier “nog”: er is aanvullend nog een lepel nodig. De betekenis is in deze zin niet “opnieuw” als herhaling van een handeling. cuillère betekent “lepel”. Het is een vrouwelijk Frans zelfstandig naamwoord; daarom staat er hier une in d’une cuillère. Une markeert een enkelvoudig, onbepaald zelfstandig naamwoord. In deze vaste vertaling wordt dat concreet weergegeven als “één lepel”. Samen vormen de delen: Nous avons besoin de + une cuillère → Nous avons besoin d’une cuillère. De hele zin betekent: “We hebben nog één lepel nodig.” Het patroon avoir besoin de + zelfstandig naamwoord is herbruikbaar, bijvoorbeeld: J’ai besoin d’un stylo. — “Ik heb een pen nodig.”

  7. Je peux en chercher une autre.

    Ik kan er nog een halen.

    Je peux
    ik kan
    en
    er / ervan
    chercher
    zoeken
    une autre
    een andere
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier dat de spreker in staat is of bereid is om iets te doen: “ik kan”. Peux is de vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd voor je; het werkwoord blijft vóór een infinitief staan: je peux + infinitief. Bijvoorbeeld: Je peux aider. — “Ik kan helpen.” En verwijst hier naar iets van de eerder besproken soort en voorkomt dat dat zelfstandig naamwoord opnieuw wordt genoemd. In de gegeven context gaat het om een lepel: de spreker kan er nog een zoeken. In andere zinnen kan en ook verwijzen naar iets dat met de wordt ingeleid, maar het vervangt niet zomaar elk willekeurig voornaamwoord. Chercher is de infinitief van “zoeken”. Na peux blijft deze vorm onveranderd: Je peux chercher ... — “Ik kan ... zoeken.” De vorm betekent hier niet “vinden”; zoeken beschrijft de handeling, zonder te beweren dat het voorwerp gevonden wordt. Bijvoorbeeld: Je cherche mes clés. — “Ik zoek mijn sleutels.” Une autre betekent “een andere” of, met een weggelaten zelfstandig naamwoord, “een andere”. Autre is hier de vorm van autre bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord; autre zelf verandert in het enkelvoud niet tussen mannelijk en vrouwelijk, terwijl het meervoud autres is. Het lidwoord une laat hier zien dat het weggelaten woord vrouwelijk enkelvoud is; het drukt in deze zin niet zelfstandig een specifiek aantal uit. Bijvoorbeeld: Je prends une autre cuillère. — “Ik neem een andere lepel.” Samen vormen de delen Je peux en chercher une autre: en verwijst terug naar de besproken soort, en une autre betekent dat het om een ander exemplaar daarvan gaat. De volledige betekenis is daarom: “Ik kan er nog een halen/zoeken.” Encore staat niet letterlijk in de Franse zin, maar “nog een” is een natuurlijke Nederlandse weergave van het idee van een ander exemplaar in deze context.

  8. Alors, la table est mise.

    Dan is de tafel gedekt.

    Alors
    dan
    table
    tafel
    est mise
    is gedekt
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en verbindt deze mededeling met wat eraan voorafgaat. Het kan in andere contexten ook “dus” of “toen” betekenen; hier past de overgangsbetekenis “dan”. table betekent “tafel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: daarom staat ervoor la en krijgt het voltooid deelwoord in mise de vrouwelijke enkelvoudsvorm. est mise bestaat uit est, de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”), en mise, het vrouwelijk enkelvoud van het voltooid deelwoord van mettre (“zetten”, “leggen”). In deze combinatie beschrijft het een resultaat: de tafel is gedekt of klaargezet. De vorm past bij la table; bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord zou het voltooid deelwoord bijvoorbeeld mis zijn. Het relevante patroon is être + voltooid deelwoord, waarmee een toestand of een passieve betekenis kan worden uitgedrukt. Voorbeeld: La table est mise. — “De tafel is gedekt.” Samen betekent Alors, la table est mise.: “Dan is de tafel gedekt.”

Grammatica

Regardons + zelfstandig naamwoord

Regardons la liste.

ghuh-gar-dong la liest

Laten we naar de lijst kijken.

De uitgang -ons vormt de aansporing in de nous-vorm: ‘laten we …’.

pouvoir + infinitief

Je peux chercher une autre cuillère.

zjuh peu sjègh-sjee uun ootgh kwie-jègh

Ik kan een andere lepel halen.

Na peux staat het volgende werkwoord in de infinitief: peux chercher.

Frans woordenschat

avoir werkwoord
a-vwaargh hebben ai

Je l’ai ici.

besoin zelfstandig naamwoord
buh-zwen behoefte; nodig hebben

Nous avons besoin d’une cuillère.

cuillère zelfstandig naamwoord
kwie-jègh lepel

Nous avons besoin d’une cuillère.

encore bijwoord
ang-kogh nog; opnieuw

Nous avons encore besoin d’une cuillère.

ici bijwoord
ie-sie hier

Je l’ai ici.

laver werkwoord
la-vee wassen lavées

Je les ai toutes lavées.

liste zelfstandig naamwoord
liest lijst

Regardons la liste.

manquer werkwoord
mang-kee ontbreken manque

Il manque quelque chose.

prêt bijvoeglijk naamwoord
pghè klaar prêtes

Les tasses sont prêtes.

quelque chose voornaamwoord
kelkuh sjooz iets

Est-ce qu’il manque quelque chose ?

regarder werkwoord
ghuh-gar-dee kijken Regardons

Regardons la liste.

tasse zelfstandig naamwoord
tas kopje tasses

Est-ce que les tasses sont prêtes ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we naar de lijst kijken.

Antwoord tonenRegardons la liste.

Ik heb hem hier.

Antwoord tonenJe l’ai ici.

Ik heb ze allemaal gewassen.

Antwoord tonenJe les ai toutes lavées.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wassen

Antwoord tonenlavées

kopje

Antwoord tonentasses

kijken

Antwoord tonenRegardons

ontbreken

Antwoord tonenmanque