De tafel controleren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults check a list for setting a table and notice that one spoon is still needed..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met De tafel controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Regardons la liste.

ghuh-gar-dong la liest Laten we naar de lijst kijken.
B

Je l’ai ici.

zjuh lee iesie Ik heb hem hier.
A

Est-ce que les tasses sont prêtes ?

es kuh lee tas song pghèt Zijn de kopjes klaar?
B

Je les ai toutes lavées.

zjuh lee zee toet la-vee Ik heb ze allemaal gewassen.
A

Est-ce qu’il manque quelque chose ?

es kiel mangk kelkuh sjooz Ontbreekt er iets?
B

Nous avons encore besoin d’une cuillère.

noe za-vong ang-kor buh-zwen duun kwie-jègh We hebben nog één lepel nodig.
A

Je peux en chercher une autre.

zjuh peu ang sjègh-sjee uun ootgh Ik kan er nog een halen.
B

Alors, la table est mise.

a-logh, la tabl è miez Dan is de tafel gedekt.

Woord voor woord

Regardons «Regardons» betekent hier «laten we kijken» en vormt in «Regardons la liste.» een voorstel aan de gesprekspartner. Het is de vorm van regarder voor een gezamenlijke aansporing. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand uitnodigt om samen iets te bekijken.
la In «Regardons la liste.» betekent «la» «de» en verwijst het naar een specifieke lijst. Het is het vrouwelijk enkelvoudig bepaalde lidwoord bij «liste». Hetzelfde lidwoord staat in «la table» voor een specifieke tafel.
liste «liste» betekent hier «lijst», namelijk de lijst die de twee personen samen controleren. De vorm komt voor in «la liste». Je gebruikt het woord voor een opsomming van dingen die je wilt controleren of onthouden.
Je «Je» betekent «ik» en is in «Je l’ai ici.» degene die de lijst bij zich heeft. Het staat voor de persoonsvorm van de zin. Je gebruikt «Je» om over jezelf te vertellen of iets namens jezelf aan te bieden.
l’ai In «Je l’ai ici.» betekent «l’ai» «heb ik die hier»: «l’» verwijst naar de lijst en «ai» is de vorm van avoir bij «je». Samen maakt de vorm duidelijk dat de spreker de lijst hier heeft. Je gebruikt «l’ai» wanneer je naar een eerder genoemd voorwerp verwijst en zegt dat je het hebt.
ici «Ici» betekent «hier» en geeft in «Je l’ai ici.» de plaats aan waar de lijst is. Het staat achter de werkwoordgroep om die plaats te verduidelijken. Je gebruikt het wanneer je iets op de huidige plek aanwijst of lokaliseert.
Est-ce que «Est-ce que» leidt in «Est-ce que les tasses sont prêtes ?» een ja-neevraag in. «Est-ce» vormt het begin van de vraag en «que» verbindt dat vraagbegin met de rest van de zin. Je gebruikt deze vaste uitdrukking om eenvoudig naar een toestand of feit te vragen.
les In «les tasses» betekent «les» «de» en verwijst het naar meerdere specifieke kopjes. Het is hier het meervoudig bepaalde lidwoord, niet het voornaamwoord «ze». Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar bekende voorwerpen in het meervoud verwijst.
tasses «Tasses» betekent «kopjes» en verwijst hier naar de kopjes die voor de tafel nodig zijn. De meervoudsvorm past bij «les» en bij «sont prêtes». Je gebruikt het woord voor kopjes die bijvoorbeeld op tafel staan of worden gewassen.
sont «Sont» betekent hier «zijn» in «les tasses sont prêtes». Het is de vorm van être die bij «les tasses» hoort. Je gebruikt deze vorm om de toestand van meerdere voorwerpen te beschrijven.
prêtes «Prêtes» betekent «klaar» en beschrijft in «les tasses sont prêtes» dat de kopjes gereed zijn. De vorm is vrouwelijk meervoud, passend bij «les tasses». Je gebruikt het wanneer meerdere vrouwelijke voorwerpen klaar zijn voor het volgende gebruik.
ai In «Je les ai toutes lavées.» is «ai» de vorm van avoir bij «je» en helpt het samen met «lavées» om een voltooide handeling uit te drukken. Hier gaat het om het wassen van de kopjes. Je gebruikt deze combinatie om te vertellen dat je een voorbereiding hebt afgerond.
toutes «Toutes» betekent hier «allemaal» en verwijst in «Je les ai toutes lavées.» naar alle kopjes. De vorm is vrouwelijk meervoud, passend bij de vrouwelijke meervoudige voorwerpen waarnaar «les» verwijst. Je gebruikt «toutes» om aan te geven dat geen enkel voorwerp uit een vrouwelijke meervoudige groep is overgeslagen.
lavées «Lavées» betekent «gewassen» en beschrijft in «Je les ai toutes lavées.» wat er met de kopjes is gebeurd. De vorm is vrouwelijk meervoud, passend bij de kopjes waarnaar «les» verwijst. Je gebruikt het hier om te melden dat de afwas is gedaan.
il In «Est-ce qu’il manque quelque chose ?» is «il» een onpersoonlijk onderwerp; samen met «manque» betekent de uitdrukking «er ontbreekt». Het verwijst hier niet naar een persoon. Je gebruikt deze constructie wanneer je controleert of iets niet aanwezig is.
manque «Manque» betekent hier «ontbreekt» in «il manque quelque chose». Het beschrijft dat iets niet aanwezig is tijdens het controleren van de tafel. Na «il manque» kun je benoemen wat er niet is, zoals «quelque chose» in deze vraag.
quelque chose «Quelque chose» betekent als geheel «iets» in «Est-ce qu’il manque quelque chose ?». «Quelque» draagt het idee van «een of ander» bij en «chose» betekent «ding»; samen vormen ze de vaste uitdrukking «iets». Je gebruikt de uitdrukking wanneer je naar een onbekend of niet nader genoemd ding verwijst.
Nous «Nous» betekent «wij» en verwijst in «Nous avons encore besoin d’une cuillère.» naar de twee personen samen. Het staat voor de persoonsvorm «avons». Je gebruikt «Nous» wanneer je een behoefte of handeling namens jezelf en minstens één andere persoon beschrijft.
avons «Avons» betekent hier «hebben» in «Nous avons encore besoin d’une cuillère.» Het is de vorm van avoir die bij «nous» hoort en maakt deel uit van «avoir besoin de», «nodig hebben». Je gebruikt «nous avons besoin de» om te zeggen dat jullie iets nodig hebben.
encore «Encore» betekent hier «nog» of «steeds»: de lepel is op dit moment nog nodig. In «Nous avons encore besoin d’une cuillère.» staat het vóór «besoin» en geeft het aan dat de behoefte voortduurt. Je gebruikt het wanneer iets nog niet geregeld of nog steeds nodig is.
besoin «Besoin» betekent «behoefte» en staat in de vaste constructie «avoir besoin de», die hier «nodig hebben» betekent. In «Nous avons encore besoin d’une cuillère.» gaat het om wat er nog ontbreekt voor de tafel. Na deze constructie volgt wat iemand nodig heeft.
d’une «D’une» betekent in «d’une cuillère» «van een» en is de samentrekking van «de» en «une». «Une» past bij het vrouwelijke enkelvoud van «cuillère». Je gebruikt «avoir besoin d’une» vóór één vrouwelijk voorwerp dat iemand nodig heeft.
cuillère «Cuillère» betekent «lepel» en is in «d’une cuillère» het voorwerp dat nog nodig is. Het woord staat hier na «d’une». Je gebruikt het wanneer je over een lepel voor eten, koken of het dekken van de tafel spreekt.
peux «Peux» betekent «kan» in «Je peux en chercher une autre.» en drukt uit dat de spreker bereid of in staat is om iets te doen. Het is de vorm van pouvoir bij «je» en wordt gevolgd door het infinitief «chercher». Je gebruikt «Je peux + infinitief» om hulp of een mogelijke handeling aan te bieden.
en In «Je peux en chercher une autre.» verwijst «en» naar een lepel van het eerder genoemde soort. Het voorkomt dat «cuillère» opnieuw volledig wordt herhaald, terwijl «une autre» aangeeft dat het om nog een andere gaat. Je gebruikt «en» zo wanneer het soort voorwerp al bekend is en je een exemplaar ervan bedoelt.
chercher «Chercher» betekent hier «halen» of «zoeken» in «Je peux en chercher une autre.»; de spreker zal een andere lepel gaan halen. Het is een infinitief na «peux». Je gebruikt het wanneer je iets gaat zoeken of ophalen dat nodig is.
une In «une autre» betekent «une» «een» en verwijst het naar één andere lepel. Het is een vrouwelijk enkelvoudig onbepaald lidwoord, passend bij «cuillère». Je gebruikt «une» ook in «une cuillère» wanneer je één niet nader bepaalde lepel noemt.
autre «Autre» betekent «andere» in «une autre» en verwijst hier naar een andere lepel dan de lepel die nog nodig was. Het staat achter «une» en neemt de plaats in van het weggelaten zelfstandig naamwoord. Je gebruikt «une autre» wanneer het bedoelde vrouwelijke voorwerp al uit de context bekend is.
Alors «Alors» betekent hier «dan» en leidt de conclusie in «Alors, la table est mise.» in. Het verbindt het halen van de lepel met het resultaat dat de tafel klaar is. Je gebruikt het aan het begin van een zin om een gevolg of conclusie aan te geven.
table «Table» betekent «tafel» en verwijst in «la table est mise» naar de tafel die wordt klaargezet. Het staat hier met het lidwoord «la». Je gebruikt het woord voor de tafel waarop de benodigdheden worden geplaatst.
est «Est» betekent «is» in «la table est mise» en verbindt de tafel met de toestand «mise». Het is de vorm van être die bij «la table» hoort. Je gebruikt het om de toestand van één voorwerp te beschrijven.
mise «Mise» betekent hier «gedekt» of «klaargezet» in de uitdrukking «la table est mise». Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die bij «la table» past en beschrijft dat de tafel volledig voorbereid is. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer alles voor een maaltijd op tafel staat.

Grammatica

Regardons + zelfstandig naamwoord

Regardons la liste.

ghuh-gar-dong la liest

Laten we naar de lijst kijken.

De uitgang -ons vormt de aansporing in de nous-vorm: ‘laten we …’.

pouvoir + infinitief

Je peux chercher une autre cuillère.

zjuh peu sjègh-sjee uun ootgh kwie-jègh

Ik kan een andere lepel halen.

Na peux staat het volgende werkwoord in de infinitief: peux chercher.

Frans woordenschat

avoir werkwoord
a-vwaargh hebben ai

Je l’ai ici.

besoin zelfstandig naamwoord
buh-zwen behoefte; nodig hebben

Nous avons besoin d’une cuillère.

cuillère zelfstandig naamwoord
kwie-jègh lepel

Nous avons besoin d’une cuillère.

encore bijwoord
ang-kogh nog; opnieuw

Nous avons encore besoin d’une cuillère.

ici bijwoord
ie-sie hier

Je l’ai ici.

laver werkwoord
la-vee wassen lavées

Je les ai toutes lavées.

liste zelfstandig naamwoord
liest lijst

Regardons la liste.

manquer werkwoord
mang-kee ontbreken manque

Il manque quelque chose.

prêt bijvoeglijk naamwoord
pghè klaar prêtes

Les tasses sont prêtes.

quelque chose voornaamwoord
kelkuh sjooz iets

Est-ce qu’il manque quelque chose ?

regarder werkwoord
ghuh-gar-dee kijken Regardons

Regardons la liste.

tasse zelfstandig naamwoord
tas kopje tasses

Est-ce que les tasses sont prêtes ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we naar de lijst kijken.

Antwoord tonenRegardons la liste.

Ik heb hem hier.

Antwoord tonenJe l’ai ici.

Ik heb ze allemaal gewassen.

Antwoord tonenJe les ai toutes lavées.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wassen

Antwoord tonenlavées

kopje

Antwoord tonentasses

kijken

Antwoord tonenRegardons

ontbreken

Antwoord tonenmanque