Est-ce
In « Est-ce qu'on a tout avant de partir ? » markeert « Est-ce » dat er een vraag volgt. Het hoort bij de vraagconstructie Est-ce que, die je voor een gewone mededelende zin kunt plaatsen. Gebruik deze constructie om in een gesprek duidelijk een vraag te formuleren.
qu'on
In « Est-ce qu'on a tout avant de partir ? » verbindt « qu'on » de vraagmarkeerder met het onderwerp ‘we’. De apostrof in « qu'on » verbindt que en on. Een herbruikbaar patroon is Est-ce que + onderwerp + werkwoord.
a
In « Est-ce qu'on a tout avant de partir ? » betekent « a » ‘heeft’ of, met we als onderwerp, ‘hebben’. Het is hier de vorm van avoir die na on staat. Gebruik avoir met wat iemand heeft of bij zich heeft.
tout
In « Est-ce qu'on a tout avant de partir ? » betekent « tout » ‘alles’: alle benodigde spullen. Het staat hier als datgene wat men heeft of nog moet controleren. Gebruik het om naar een geheel of alle relevante dingen te verwijzen.
avant
In « avant de partir » betekent « avant » ‘voor’ of ‘voordat’ en plaatst het vertrek later in de tijd. Het vormt samen met de volgende de-infinitiefconstructie de tijdsaanduiding. Een herbruikbaar patroon is avant de + infinitief, bijvoorbeeld bij plannen voor een handeling.
de
In « avant de partir » maakt « de » de verbinding tussen avant en de infinitief partir. Het geeft hier niet zelfstandig de volledige betekenis ‘voordat’, maar maakt deel uit van de constructie avant de + infinitief. Gebruik dit patroon wanneer een handeling voorafgaat aan een andere.
partir
In « avant de partir » betekent « partir » ‘vertrekken’. Het staat als infinitief na avant de en verwijst naar het vertrek uit huis. Gebruik partir voor het aangeven dat iemand of iets weggaat.
On
In « On vérifie maintenant » betekent « On » hier ‘we’, omdat de spreker samen met de ander iets gaat controleren. In alledaags Frans kan on ook een algemene persoon aanduiden, maar dat is hier niet de betekenis. Een herbruikbaar patroon is on + werkwoord wanneer je over een groep spreekt.
vérifie
In « On vérifie maintenant » betekent « vérifie » ‘controleert’ of ‘checkt’. De vorm staat bij het onderwerp on en zegt wat de groep nu doet. De infinitief is vérifier; gebruik het met datgene wat je controleert.
maintenant
In « On vérifie maintenant » betekent « maintenant » ‘nu’ of ‘op dit moment’. Het maakt duidelijk wanneer het controleren gebeurt. Gebruik het om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
Tu
In « Tu as tes clés ? » betekent « Tu » ‘jij’ en spreekt de ene volwassene de andere rechtstreeks aan. Het is de informele enkelvoudsvorm voor ‘jij’. Een herbruikbaar patroon is Tu + werkwoord voor een directe vraag of mededeling aan één persoon.
as
In « Tu as tes clés ? » betekent « as » ‘hebt’. Het is de vorm van avoir die bij tu hoort. Gebruik avoir + voorwerp om te vragen of iemand iets heeft of bij zich heeft.
tes
In « tes clés » betekent « tes » ‘jouw’ en verwijst het naar de sleutels van de aangesproken persoon. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord clés. Gebruik tes vóór meerdere dingen die bij één aangesproken persoon horen.
clés
In « Tu as tes clés ? » betekent « clés » ‘sleutels’. De vorm is meervoud; de enkelvoudsvorm is clé. In deze situatie gebruik je het woord om te controleren of iemand zijn of haar sleutels bij zich heeft.
Elles
In « Elles sont dans ma poche » betekent « Elles » ‘ze’ en verwijst het naar de sleutels. Het is hier een vrouwelijk meervoudig onderwerp, passend bij clés. Gebruik elles om naar meerdere vrouwelijke personen of zaken terug te verwijzen.
sont
In « Elles sont dans ma poche » betekent « sont » ‘zijn’. Het verbindt de sleutels met hun locatie, dans ma poche. Een herbruikbaar patroon is onderwerp + sont + plaats om te zeggen waar meerdere dingen zijn.
dans
In « dans ma poche » betekent « dans » ‘in’. Het geeft aan dat de sleutels zich binnen in de zak bevinden. Gebruik dans vóór een plaats of ruimte waarin iets zich bevindt.
ma
In « ma poche » betekent « ma » ‘mijn’. Het staat vóór poche en geeft aan dat de zak bij de spreker hoort. Gebruik ma vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat van de spreker is.
poche
In « Elles sont dans ma poche » betekent « poche » ‘zak’, hier een kledingzak. Het woord staat na ma en benoemt de plaats waar de sleutels zijn. Gebruik het met dans wanneer je zegt dat iets in een zak zit.
Ton
In « Ton portefeuille est dans ton sac ? » betekent « Ton » ‘jouw’. Het staat vóór portefeuille en verwijst naar iets dat bij de aangesproken persoon hoort. Gebruik ton vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals bij het vragen naar iemands bezit.
portefeuille
In « Ton portefeuille est dans ton sac ? » betekent « portefeuille » ‘portemonnee’. Het is het onderwerp van de vraag naar de locatie. Gebruik het woord bijvoorbeeld in een vraag over waar iemands portemonnee is.
est
In « Ton portefeuille est dans ton sac ? » betekent « est » ‘is’. Het verbindt de portemonnee met de plaats dans ton sac. Een herbruikbaar patroon is zelfstandig naamwoord + est + plaats om naar een locatie te vragen.
sac
In « dans ton sac » betekent « sac » ‘tas’. Het benoemt de plaats waarin de portemonnee mogelijk zit. Gebruik het met dans wanneer je zegt dat iets in een tas is.
Je
In « Je l'ai mis dedans » betekent « Je » ‘ik’ en is het de persoon die de portemonnee in de tas heeft gedaan. De vorm staat hier aan het begin van de zin als onderwerp. Gebruik Je vóór een werkwoord om over je eigen handeling of toestand te spreken.
l'ai
In « Je l'ai mis dedans » betekent « l'ai » samen met l’ ‘heb hem’ of ‘heb het’; l’ verwijst hier naar de portemonnee. De vorm ai hoort bij je en staat vóór mis in de voltooide handeling. Een herbruikbaar patroon is Je l'ai + voltooid deelwoord wanneer je zegt dat je iets hebt gedaan.
mis
In « Je l'ai mis dedans » betekent « mis » ‘gedaan’ of ‘geplaatst’, namelijk de portemonnee ergens in gedaan. De infinitief is mettre; mis is de vorm die hier na l'ai staat. Gebruik het bij een handeling waarbij je iets op een bepaalde plaats hebt gezet of gedaan.
dedans
In « Je l'ai mis dedans » betekent « dedans » ‘erin’ of ‘daarin’. Het verwijst hier naar de tas die eerder werd genoemd en geeft aan waar de portemonnee is gedaan. Een herbruikbaar patroon is iets ergens in doen met een werkwoord voor plaatsen en daarna dedans.
La
In « La porte est verrouillée ? » betekent « La » ‘de’. Het is het vrouwelijk enkelvoudige bepaalde lidwoord vóór porte. Gebruik la vóór een bekend of specifiek enkelvoudig zelfstandig naamwoord van dit type.
porte
In « La porte est verrouillée ? » betekent « porte » ‘deur’. Het woord is het onderwerp van de vraag of de deur op slot is. Gebruik het om naar een deur in huis of een andere ruimte te verwijzen.
verrouillée
In « La porte est verrouillée ? » betekent « verrouillée » ‘vergrendeld’ of ‘op slot’. Het beschrijft de toestand van de deur na est. Gebruik est + verrouillée om te vragen of te zeggen dat een deur op slot is.
viens
In « Je viens de la vérifier » is « viens » de vorm van venir na je. Samen met de daaropvolgende de-infinitiefconstructie geeft het aan dat het controleren net is gebeurd; het betekent hier dus niet alleen ‘kom’. Een herbruikbaar patroon is venir de + infinitief om een zojuist voltooide handeling te beschrijven.
vérifier
In « de la vérifier » betekent « vérifier » ‘controleren’. Als infinitief volgt het op de binnen de constructie viens de la vérifier, die aangeeft dat de controle net is uitgevoerd. Gebruik venir de + vérifier wanneer je meldt dat je iets zojuist hebt gecontroleerd.