Alles controleren voor vertrek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before leaving home, two adults check keys, a wallet, and the locked door..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Alles controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce qu'on a tout avant de partir ?

ès-kon aa toe avã də partier Hebben we alles voordat we vertrekken?
B

On vérifie maintenant.

õ vérifie mẽtənã Laten we het nu controleren.
A

Tu as tes clés ?

tuu aa tee klee Heb je je sleutels?
B

Elles sont dans ma poche.

èl sõ dã ma posj Ze zitten in mijn zak.
A

Ton portefeuille est dans ton sac ?

tõ portəfœj è dã tõ sak Zit je portemonnee in je tas?
B

Je l'ai mis dedans.

zjə lè mie də-dã Ik heb hem erin gedaan.
A

La porte est verrouillée ?

la port è vèr-oe-jé Is de deur op slot?
B

Je viens de la vérifier.

zjə vjẽ də la vériefie Ik heb het net gecontroleerd.

Uitleg van de zinnen

  1. Est-ce qu'on a tout avant de partir ?

    Hebben we alles voordat we vertrekken?

    Est-ce qu'on
    vraagvorm met “we”
    a
    hebben
    tout
    alles
    avant de
    voordat
    partir
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'on is een vaste manier om in het Frans een ja-neevraag in te leiden. on is hier het onderwerp en betekent volgens de vertaling “we”. In informele taal kan on zo een groep aanduiden; het werkwoord staat daarbij in de derde persoon enkelvoud. a is de tegenwoordige tijd van avoir (“hebben”): on a = “we hebben”. Het is dus niet het werkwoord van on in een meervoudsvorm; on neemt hier de enkelvoudsvorm a. Voorbeeld: On a le temps. — “We hebben tijd.” tout betekent hier “alles” en staat zelfstandig als object van a. In andere contexten kan tout ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, maar hier verwijst het zelfstandig gebruik naar het geheel van wat nodig of bedoeld is. avant de betekent “voordat” wanneer er daarna een infinitief komt. De constructie is avant de + infinitief. partir is de infinitief “vertrekken”. Na avant de blijft het werkwoord in de infinitief: avant de partir = “voordat we vertrekken”. De vorm partir zelf geeft hier niet aan wie vertrekt; die persoon wordt door de context van de zin begrepen als dezelfde groep als bij on. Samen vormt Est-ce qu'on a tout avant de partir ? de vraag: “Hebben we alles voordat we vertrekken?” avant de partir geeft aan dat het hebben van alles vóór het vertrek wordt beoordeeld.

  2. On vérifie maintenant.

    Laten we het nu controleren.

    On
    we (hier)
    vérifie
    controleert; kijkt na
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    On is hier het onderwerp en betekent volgens de vaste vertaling we: de spreker neemt zichzelf samen met anderen mee. Het Franse on is grammaticaal enkelvoudig, ook wanneer het naar meerdere mensen verwijst. Daarom staat er daarna de enkelvoudsvorm vérifie, niet een meervoudsvorm. Voorbeeld: On commence. — We beginnen. vérifie komt van het werkwoord vérifier en betekent hier controleren of nakijken. Het is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: je vérifie, tu vérifies, il/elle/on vérifie. De uitgang in vérifie hoort dus bij het werkwoord vérifier, niet bij on als zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: On vérifie la liste. — We controleren de lijst. maintenant betekent nu en geeft aan dat het controleren op dit moment gebeurt. Het verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Je le fais maintenant. — Ik doe het nu. Samen vormen On vérifie maintenant de betekenis Laten we het nu controleren. De Franse zin gebruikt daarvoor de combinatie on + een werkwoord in de tegenwoordige tijd; in deze vaste vertaling wordt die gezamenlijke, aansporende bedoeling weergegeven met laten we. Maintenant staat na de werkwoordsvorm en beperkt de handeling tot het huidige moment.

  3. Tu as tes clés ?

    Heb je je sleutels?

    Tu
    je
    as
    hebt
    tes
    je
    clés
    sleutels
    Uitgebreide uitleg

    Tu betekent hier ‘je’ en is het onderwerp voor één aangesproken persoon in de informele aanspreekvorm. Het contrasteert met vous, dat onder andere voor meerdere personen of een formeel aangesproken persoon wordt gebruikt. as is de tegenwoordige tijd van avoir (‘hebben’) bij tu: tu as. De vorm as hoort dus bij de tweede persoon enkelvoud; bij je is het bijvoorbeeld j’ai. In deze vraag drukt avoir bezit of het bij zich hebben uit. tes betekent hier ‘je’ als bezitsbepaler bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst naar de aangesproken persoon, niet naar de spreker. De vorm is tes vóór meervoudige zelfstandige naamwoorden; bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld ton of ta, afhankelijk van het grammaticale geslacht van dat zelfstandig naamwoord. clés betekent ‘sleutels’. Het is het meervoud van clé (‘sleutel’). Het zelfstandig naamwoord clé is vrouwelijk, maar in clés is het meervoud vooral zichtbaar aan de uitgang -s; die -s wordt in deze uitspraak niet uitgesproken. Samen vormen Tu as tes clés ? de vraag ‘Heb je je sleutels?’. De combinatie tu as geeft ‘heb je’, en tes clés betekent ‘je sleutels’. In het Frans kan een gewone mededelende woordvolgorde met stijgende intonatie zo als vraag worden gebruikt; het vraagteken maakt die lezing hier expliciet.

  4. Elles sont dans ma poche.

    Ze zitten in mijn zak.

    Elles
    ze (vrouwelijk meervoud)
    sont
    zijn
    dans
    in
    ma
    mijn
    poche
    zak
    Uitgebreide uitleg

    Elles betekent hier “ze” voor een meervoudige groep die grammaticaal vrouwelijk is. Het is de vrouwelijke meervoudsvorm van het persoonlijke voornaamwoord; de vorm voor één vrouwelijke persoon is elle. Voorbeeld: Elles arrivent. — “Ze komen aan.” Sont is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”) in de derde persoon meervoud: elles sont = “ze zijn”. Dezelfde vorm hoort ook bij ils, dus sont zelf toont niet of de groep vrouwelijk of mannelijk is; dat blijkt hier uit elles. Voorbeeld: Elles sont prêtes. — “Ze zijn klaar.” Dans betekent “in” en geeft hier de plaats aan. Het staat vóór de plaatsaanduiding: dans + een plaats. Ma betekent “mijn” bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het bezittelijk woord past zich hier aan poche aan, niet aan de bezitter. Vergelijk mon bij een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord en mes bij meervoud. Voorbeeld: ma voiture — “mijn auto”. Poche betekent “zak” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une poche. Het kan bijvoorbeeld een zak in een kledingstuk of tas aanduiden; in deze zin wordt alleen de zak als plaats genoemd. Samen vormen de delen Elles sont (“ze zijn”) + dans ma poche (“in mijn zak”): “Ze zitten in mijn zak.” Het Nederlandse “zitten” vertaalt hier de Franse plaatsconstructie met être; het Franse werkwoord betekent letterlijk “zijn”, zonder dat daardoor een andere concrete handeling hoeft te worden toegevoegd.

  5. Ton portefeuille est dans ton sac ?

    Zit je portemonnee in je tas?

    Ton
    jouw
    portefeuille
    portemonnee
    est
    is
    dans
    in
    sac
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Ton betekent hier “jouw” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het is een bezittelijk woord dat zich in het Frans aanpast aan het bezeten zelfstandig naamwoord, niet aan de persoon die bezit. portefeuille is mannelijk enkelvoud, daarom staat hier ton. Hetzelfde patroon zie je later opnieuw in ton sac: “jouw tas”. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is vaak ta gebruikelijk, bijvoorbeeld ta maison — “jouw huis”. portefeuille betekent hier “portemonnee”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is portefeuilles. De vorm blijft in het enkelvoud hetzelfde, ongeacht de bezitter: mon portefeuille, ton portefeuille — “mijn portemonnee”, “jouw portemonnee”. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze zin koppelt het de portemonnee aan zijn locatie: de portemonnee bevindt zich ergens. Vergelijk il est — “hij is” of “het is”, afhankelijk van de context — met ils sont — “zij zijn”. dans betekent “in” en geeft hier een plaats binnen iets aan. Het wordt gevolgd door het zelfstandig naamwoord of de naamwoordgroep die de plaats aanduidt. Voorbeeld: Le livre est dans le sac. — “Het boek zit in de tas.” ton sac betekent “jouw tas”. sac is een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; het meervoud is sacs. Omdat sac mannelijk enkelvoud is, staat ervoor ton, net als bij ton portefeuille. De hele zin is een vraag: Ton portefeuille is het onderwerp, est betekent “is”, en dans ton sac geeft de plaats aan. Samen betekent Ton portefeuille est dans ton sac ?: “Zit je portemonnee in je tas?” In geschreven Frans kan een ja-neevraag zo met dezelfde woordvolgorde en een vraagteken worden gevormd.

  6. Je l'ai mis dedans.

    Ik heb hem erin gedaan.

    Je
    ik
    l'
    hem
    ai
    heb
    mis
    gedaan; geplaatst
    dedans
    erin
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik” en is het onderwerpspronomen. Het hoort bij de eerste persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld: Je comprends. — “Ik begrijp het.” l' is een verkorte vorm vóór een klinkerklank. Het is hier het lijdend voorwerp: volgens de vaste vertaling gaat het om “hem”, en in de gegeven context om de portefeuille. De spelling l' zelf laat niet zien of het voorwerp mannelijk of vrouwelijk is; vóór een medeklinker verschijnen de volledige vormen le en la. ai is de vorm van avoir (“hebben”) voor je: j'ai = “ik heb”. Samen met een voltooid deelwoord vormt dit de passé composé, een veelgebruikte verleden tijd: J'ai compris. — “Ik heb het begrepen.” mis is het voltooid deelwoord van mettre (“doen; plaatsen”), niet van avoir. De keten is mettre → mis; bijvoorbeeld: J'ai mis le livre sur la table. — “Ik heb het boek op tafel gelegd.” Hier staat mis in de mannelijke enkelvoudsvorm. Dat past bij het voorafgaande mannelijke enkelvoudige lijdend voorwerp in deze context; bij een vrouwelijk enkelvoudig voorwerp zou de voorafgaande vorm bijvoorbeeld mise kunnen zijn: Je l'ai mise dedans. dedans betekent hier “erin” of “daarbinnen”. Het is een bijwoord dat de plaats van het geplaatste voorwerp aanduidt. Het tegenovergestelde is dehors (“buiten; naar buiten”). Bijvoorbeeld: Mets-le dedans. — “Doe hem erin.” Samen vormen de delen Je + l'ai mis + dedans: “Ik heb hem erin gedaan.” Je l'ai mis betekent letterlijk dat de spreker het bedoelde voorwerp heeft geplaatst; dedans voegt de bestemming “erin” toe. De hele zin gebruikt dus de passé composé om een voltooide handeling in het verleden uit te drukken.

  7. La porte est verrouillée ?

    Is de deur op slot?

    porte
    deur
    est
    is
    verrouillée
    op slot
    Uitgebreide uitleg

    porte betekent hier “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. De vorm is hier enkelvoud; in het meervoud krijgt het een -s: portes (“deuren”). Het vrouwelijke geslacht wordt niet door het enkelvoud veroorzaakt, maar is een eigenschap van dit zelfstandig naamwoord; dat geslacht speelt wel een rol bij overeenstemming met andere woorden. est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Het past hier bij het onderwerp La porte en betekent “is”. Deze vorm draagt zelf geen zichtbare geslachtsmarkering. verrouillée betekent hier “op slot” of “vergrendeld”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van verrouillé, het voltooid deelwoord van verrouiller (“vergrendelen”). De uitgang -ée stemt hier overeen met het vrouwelijke enkelvoud van La porte. In deze zin beschrijft het woord de toestand van de deur; de zin zegt niet wanneer of door wie zij is vergrendeld. Samen vormen La porte est verrouillée de mededeling “De deur is op slot”. Door de vraagintonatie en het vraagteken wordt dit een ja-neevraag: “Is de deur op slot?”

  8. Je viens de la vérifier.

    Ik heb het net gecontroleerd.

    Je viens de
    ik heb net ...
    la
    het
    vérifier
    controleren
    Uitgebreide uitleg

    Je viens de vormt hier samen met het volgende werkwoord de Franse constructie voor het recente verleden: venir de + infinitief betekent dat iets zojuist is gebeurd. Je is de vorm voor de spreker als onderwerp, en viens is de tegenwoordige tijd van venir bij je. De constructie drukt hier geen beweging uit; de betekenis komt uit het geheel viens de vérifier. Herbruikbaar patroon: Je viens de + infinitief = Ik heb net .... Voorbeeld: Je viens de partir. — Ik ben net vertrokken. la is een enkelvoudig vrouwelijk lijdend-voorwerpspronomen. Het betekent hier het en verwijst naar datgene wat gecontroleerd is; in de gegeven context gaat het om het onderwerp van de vraag over de deur. De vorm la staat vóór het werkwoord. Voor een mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp wordt in het Frans le gebruikt; vóór een klinker wordt la vaak verkort tot l’. vérifier is de infinitief met de betekenis controleren of nakijken. Na venir de blijft het werkwoord in de infinitief: Je viens de vérifier betekent Ik heb net gecontroleerd, niet een gewone tegenwoordige tijd. De vorm vérifier zelf markeert hier geen persoon of aantal; die informatie zit in viens. Samen geeft de volgorde onderwerp + recente-verledenconstructie + lijdend voorwerp + infinitief de betekenis: de spreker heeft het zojuist gecontroleerd. De vaste vertaling maakt duidelijk dat la hier als het wordt begrepen en dat de handeling net is uitgevoerd.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de partir, vérifie les clés.

avã də partier, vérifie lee klee

Controleer de sleutels voordat je vertrekt.

Na avant de gebruik je een infinitief: avant de partir betekent ‘voordat je vertrekt’.

venir de + infinitif

Je viens de vérifier.

zjə vjẽ də vériefie

Ik heb net gecontroleerd.

Venir de + infinitief drukt uit dat iets zojuist is gebeurd.

Frans woordenschat

avant de partir uitdrukking
a-vã də partier voordat we vertrekken

Est-ce qu'on a tout avant de partir ?

avoir werkwoord
a-vwaar hebben a

Est-ce qu'on a tout avant de partir ?

clé zelfstandig naamwoord
klee sleutel clés
dans voorzetsel
dã in
est-ce que uitdrukking
ès-kə vraagconstructie

Est-ce qu'on a tout avant de partir ?

être werkwoord
ètr zijn sont
maintenant bijwoord
mẽtənã nu
partir werkwoord
partier vertrekken
poche zelfstandig naamwoord
posj zak
portefeuille zelfstandig naamwoord
portəfœj portemonnee
tout voornaamwoord
toe alles

Est-ce qu'on a tout avant de partir ?

vérifier werkwoord
vériefie controleren vérifie

On vérifie maintenant.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we het nu controleren.

Antwoord tonenOn vérifie maintenant.

Heb je je sleutels?

Antwoord tonenTu as tes clés ?

Ze zitten in mijn zak.

Antwoord tonenElles sont dans ma poche.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vertrekken

Antwoord tonenpartir

alles

Antwoord tonentout

zijn

Antwoord tonensont

sleutel

Antwoord tonenclés