Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met De ruimte controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
La salle est prête ?
la sal è pret? Is de ruimte klaar?Les chaises sont en place.
lee sjèz son an plass. De stoelen staan op hun plaats.L'écran fonctionne ?
lekran fongsjòn? Werkt het scherm?L'image est nette.
limaazj è net. Het beeld is duidelijk.On a des feutres ?
on aa dee feutr? Hebben we stiften?Ils sont sur la table.
iel son suur la tabl. Ze liggen op tafel.Il y a de la place pour bouger ?
il ja duh la plass poer boezjee? Is er ruimte om rond te lopen?Il y a assez de place pour marcher.
il ja asseh duh plass poer marsjee. Er is genoeg ruimte om rond te lopen.Uitleg van de zinnen
La salle est prête ?
Is de ruimte klaar?
- salle
- ruimte; zaal
- prête
- klaar
Uitgebreide uitleg
salle betekent hier ‘ruimte’ of ‘zaal’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une salle (een ruimte/zaal), la salle (de ruimte/zaal), des salles (ruimtes/zalen). Het meervoud ontstaat door -s toe te voegen; die -s wordt doorgaans niet uitgesproken. Voorbeeld: La salle est grande. — ‘De ruimte is groot.’ prête betekent hier ‘klaar’. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord prêt: prêt bij een mannelijk enkelvoudig woord, prête bij een vrouwelijk enkelvoudig woord, prêts bij mannelijk meervoud en prêtes bij vrouwelijk meervoud. De uitgang -e in prête stemt dus af op het vrouwelijke woord salle; hij hoort niet bij salle zelf. Voorbeeld: La table est prête. — ‘De tafel is klaar.’ Tussen deze twee delen staat est, de derde persoon enkelvoud van être (‘zijn’). Het patroon [onderwerp] est [bijvoeglijk naamwoord] beschrijft een toestand, bijvoorbeeld La porte est ouverte. — ‘De deur is open.’ In La salle est prête ? maakt de vragende intonatie van dezelfde woordvolgorde een ja-neevraag. Samen betekent La salle est prête ?: ‘Is de ruimte klaar?’ De vraag gaat over de toestand van de vrouwelijke enkelvoudige salle; prête is daarmee in vorm verbonden.
Les chaises sont en place.
De stoelen staan op hun plaats.
- chaises
- stoelen
- sont
- zijn
- en place
- op hun plaats
Uitgebreide uitleg
chaises betekent hier “stoelen”. Het is het meervoud van chaise (“stoel”); het vrouwelijke grammaticale geslacht zie je in de vorm van het zelfstandig naamwoord zelf niet aan een uitgang die in het meervoud verandert. Het bepaalde lidwoord les staat ervoor bij bepaalde meervoudige stoelen. sont is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon meervoud. De vorm être → sont is onregelmatig. Bij de derde persoon enkelvoud staat est, bijvoorbeeld: La chaise est en place. — “De stoel staat op zijn plaats.” en place is een vaste uitdrukking met de betekenis “op zijn plaats” of “op de aangewezen plek”. Het voorzetsel en vormt hier samen met place één bruikbare uitdrukking; place betekent zelfstandig onder meer “plaats” of “plek”. Samen vormen Les chaises sont en place het patroon Les + meervoudig zelfstandig naamwoord + sont + en place: “De stoelen staan op hun plaats.” Het Franse werkwoord is letterlijk “zijn”, terwijl de Nederlandse vertaling in deze context natuurlijk “staan” gebruikt voor stoelen die zich op hun bedoelde plek bevinden.
L'écran fonctionne ?
Werkt het scherm?
- L'écran
- het scherm
- fonctionne
- werkt / functioneert
Uitgebreide uitleg
L'écran betekent hier “het scherm”. écran is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Het bepaalde lidwoord le wordt vóór een klinker l'; daarom staat er l'écran en niet le écran. Het apostrofteken toont deze weglating. Voorbeeld: Le écran is niet de normale vorm; je zegt l'écran. fonctionne komt van fonctionner (“werken, functioneren”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: il/elle fonctionne. De vorm past hier bij het enkelvoudige onderwerp l'écran. Voorbeeld: La lampe fonctionne. — “De lamp werkt.” Samen vormen de woorden een ja-neevraag: L'écran fonctionne ? De Franse vraag behoudt hier de gewone woordvolgorde en gebruikt vraagintonatie, in schrift aangegeven met ?. De volledige betekenis is: “Werkt het scherm?”
L'image est nette.
Het beeld is duidelijk.
- L'image
- het beeld
- est
- is
- nette
- duidelijk; scherp
Uitgebreide uitleg
L'image betekent hier “het beeld”. Het zelfstandig naamwoord image is vrouwelijk; l' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord la vóór een klinker. Het lidwoord drukt hier bepaaldheid uit, niet een hoeveelheid. De apostrof maakt la image tot l'image. est is een vorm van être (“zijn”): de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. Deze vorm past bij het enkelvoudige onderwerp L'image. Bijvoorbeeld: La porte est ouverte. — “De deur is open.” nette betekent hier “duidelijk” of, bij een beeld, “scherp”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord net: net (mannelijk enkelvoud), nette (vrouwelijk enkelvoud). In de spelling verdubbelt de t en komt er een slot-e bij; nette stemt af op het vrouwelijke zelfstandig naamwoord image. Bijvoorbeeld: La photo est nette. — “De foto is scherp.” Samen vormen de delen L'image est nette. de mededeling “Het beeld is duidelijk.” De structuur is bepaald zelfstandig naamwoord + vorm van être + bijvoeglijk naamwoord: een eigenschap wordt aan het beeld toegekend.
On a des feutres ?
Hebben we stiften?
- On a
- we hebben
- feutres
- stiften
Uitgebreide uitleg
On a betekent hier “we hebben”. On is de onderwerpvorm die in deze vaste zin volgens de vertaling naar “we” verwijst. In de omgangstaal wordt on zeer vaak voor “we” gebruikt; het werkwoord staat dan in de derde persoon enkelvoud. a is de vorm van avoir (“hebben”) bij on in de tegenwoordige tijd: j’ai, tu as, il/elle/on a, nous avons. Voorbeeld: On a une idée. — “We hebben een idee.” feutres betekent hier “stiften”. Het enkelvoud is feutre; feutres is het meervoud. De uitgang -s is in deze vorm normaal niet hoorbaar. Het woord kan in andere contexten ook naar andere soorten vilt- of markerachtige schrijfmaterialen verwijzen, maar hier past de betekenis “stiften” bij de vaste vertaling. In On a des feutres ? vormt on a samen met des feutres de vraag of de groep over stiften beschikt. des is hier het onbepaalde meervoudige lidwoord bij feutres; het maakt duidelijk dat het om stiften in het meervoud gaat, zonder een exact aantal te noemen. In het Frans kan een mededelende zin door de vraagintonatie ook als vraag worden gebruikt. De hele zin betekent dus: “Hebben we stiften?”
Ils sont sur la table.
Ze liggen op tafel.
- Ils
- zij
- sont
- zijn
- sur
- op
- table
- tafel
Uitgebreide uitleg
Ils betekent hier “ze” en is een persoonlijk voornaamwoord voor een meervoudige groep. De Franse vorm ils wordt gebruikt voor een mannelijke of gemengde groep; bij een uitsluitend vrouwelijke groep staat elles. De precieze personen of dingen waarnaar ils verwijst, worden in de gegeven zin niet geïdentificeerd. Sont is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”) bij ils: ils sont. Het werkwoord être heeft onregelmatige vormen, bijvoorbeeld je suis, tu es, il/elle est, nous sommes, vous êtes, ils/elles sont. In deze zin beschrijft sont de plaats van de groep samen met sur la table. Sur betekent “op” wanneer iets zich bovenop of aan de oppervlakte van iets anders bevindt. Het is een voorzetsel: sur la table betekent “op de tafel”. Een bruikbaar contrast is sous la table (“onder de tafel”): sur en sous geven tegengestelde plaatsrelaties aan. Table betekent “tafel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une table (“een tafel”) en la table (“de tafel”). Het bijbehorende lidwoord la staat in de brontekst vóór table; samen vormen ze la table, een bepaalde naamwoordgroep. Het meervoud is tables, bijvoorbeeld in deux tables (“twee tafels”). De delen vormen samen Ils sont sur la table.: “Ze liggen op tafel.” Letterlijk gebruikt het Frans hier être (“zijn”) met de plaatsbepaling sur la table; de vaste Nederlandse vertaling kiest in deze context voor “liggen”. De zin zegt dat de bedoelde meervoudige groep zich op de tafel bevindt.
Il y a de la place pour bouger ?
Is er ruimte om rond te lopen?
- Il y a
- er is
- place
- ruimte
- bouger
- bewegen
Uitgebreide uitleg
Il y a betekent hier dat er iets aanwezig of beschikbaar is: “er is”. Dit is een vaste Franse existentiële constructie. Het werkwoord blijft in deze constructie a, ook wanneer wat er is meervoudig is: Il y a une chaise = “Er is een stoel” en Il y a des chaises = “Er zijn stoelen”. Het eerste Il verwijst hier niet naar een concreet persoon; het hoort bij de constructie. In een vraag kan dezelfde vorm met vragende intonatie worden gebruikt. place is het zelfstandig naamwoord voor “ruimte” of “plaats”. In deze zin gaat het om beschikbare ruimte. Het is vrouwelijk; daarom staat ervoor de la, de combinatie van de met het vrouwelijke lidwoord la. De la place betekent hier niet een precies getelde hoeveelheid, maar een niet-afgebakende hoeveelheid ruimte. Vergelijk: Il y a de la place = “Er is ruimte” en Il n’y a pas de place = “Er is geen ruimte”. bouger is de infinitief “bewegen”. Na pour geeft een infinitief hier het doel of de mogelijkheid aan: pour bouger = “om te bewegen”. Het onderwerp van deze infinitief wordt in deze zin niet apart genoemd; het wordt uit de situatie begrepen. Een bruikbaar patroon is de la place pour + infinitief, bijvoorbeeld: Il y a de la place pour danser. = “Er is ruimte om te dansen.” Samen vormen de delen de vraag Il y a de la place pour bouger ?: letterlijk ongeveer “Er is ruimte om te bewegen?” In natuurlijk Nederlands is dat “Is er ruimte om rond te lopen?” De vraag informeert dus of er voldoende beschikbare ruimte is voor die beweging; de Franse zin gebruikt daarvoor Il y a, de la place en pour met een infinitief.
Il y a assez de place pour marcher.
Er is genoeg ruimte om rond te lopen.
- Il y a
- er is
- assez de
- genoeg ...
- place
- ruimte
- pour marcher
- om te lopen
Uitgebreide uitleg
Il y a is een vaste Franse constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets uit te drukken: “er is” of “er zijn”. De vorm blijft Il y a, ook wanneer wat erop volgt meervoud is. In deze zin introduceert de constructie place als iets dat beschikbaar is. Voorbeeld: Il y a un problème. — “Er is een probleem.” assez de betekent “genoeg” vóór een zelfstandig naamwoord. de hoort hier bij de hoeveelheidconstructie; het is niet zelf een aanwijzing voor een bepaald aantal. De hoeveelheid kan afhankelijk van de context als voldoende ruimte, tijd, water enzovoort worden begrepen. Voorbeeld: Nous avons assez de temps. — “We hebben genoeg tijd.” place betekent hier “ruimte”, dus beschikbare ruimte om iets te doen. Het is een zelfstandig naamwoord; het vrouwelijke grammaticale geslacht van place bepaalt in deze constructie niet de vorm van assez de. Voorbeeld: Il y a peu de place. — “Er is weinig ruimte.” pour marcher bestaat uit pour plus het infinitief marcher. Deze combinatie geeft hier het doel of de activiteit aan waarvoor de ruimte nodig is: “om te lopen”. marcher is de infinitief; een vervoegde vorm verschijnt bijvoorbeeld als je marche (“ik loop”) of nous marchons (“wij lopen”). Voorbeeld: J’ai besoin d’espace pour marcher. — “Ik heb ruimte nodig om te lopen.” Samen betekent Il y a assez de place “Er is genoeg ruimte”. pour marcher specificeert waarvoor die ruimte volstaat. De volledige zin betekent daarom: “Er is genoeg ruimte om rond te lopen.”
Grammatica
il y a + zelfstandig naamwoord
Il y a des chaises.
il ja dee sjèz.Er zijn stoelen.
il y a betekent ‘er is/zijn’ en wordt gebruikt om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven.
Mannelijk/vrouwelijk bijvoeglijk naamwoord: prêt → prête, net → nette
salle prête, image nette
sal prèt, imaazj nètklare ruimte, duidelijk beeld
Bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak een extra -e.
Frans woordenschat
On a des feutres ?
Les chaises sont en place.
L'écran fonctionne ?
Les chaises sont en place.
On a des feutres ?
L'écran fonctionne ?
Il y a de la place pour bouger ?
L'image est nette.
L'image est nette.
La salle est prête ?
La salle est prête ?
Ils sont sur la table.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Is de ruimte klaar?
Antwoord tonen
La salle est prête ?De stoelen staan op hun plaats.
Antwoord tonen
Les chaises sont en place.Werkt het scherm?
Antwoord tonen
L'écran fonctionne ?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
klaar
Antwoord tonen
prêtewerken
Antwoord tonen
fonctionnestoel
Antwoord tonen
chaisesduidelijk