Vérifions
«Vérifions» betekent hier: laten we controleren. Het is de vorm van «vérifier» voor een gezamenlijk voorstel met «nous»; in «Vérifions la commande.» is de bestelling het object. Gebruik dit bijvoorbeeld aan een afhaalbalie wanneer je samen wilt nagaan of alles klopt.
la
«la» is hier het bepaalde lidwoord bij «commande» en betekent «de». Het staat voor een vrouwelijk enkelvoudig woord en vormt samen «la commande». Gebruik «la» vóór een specifiek vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
commande
«commande» betekent hier «bestelling». In «Vérifions la commande.» is het datgene wat gecontroleerd wordt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een bestelling in een winkel of restaurant nakijkt.
Les
«Les» betekent hier «de» bij een meervoudig woord. In «Les boissons sont ici.» verwijst het naar de specifieke drankjes. Gebruik «les» vóór specifieke zelfstandige naamwoorden in het meervoud.
boissons
«boissons» betekent hier «drankjes» en verwijst naar de drankjes van de bestelling. In «Les boissons sont ici.» staat het als onderwerp vóór «sont». Je kunt het gebruiken wanneer je drankjes aanwijst of controleert bij een bestelling.
sont
«sont» betekent hier «zijn» in «Les boissons sont ici.». Deze vorm van «être» hoort bij het meervoudige onderwerp «Les boissons». Gebruik «être» met een plaatsbepaling zoals «ici» om te zeggen waar iets is.
ici
«ici» betekent «hier» en geeft in «Les boissons sont ici.» de plaats aan. Het staat na «sont» en verwijst naar de plek waar de drankjes zich bevinden. Gebruik het wanneer je iets op de huidige plek aanwijst.
Est-ce
«Est-ce» is hier de vraaginleiding voor een ja/nee-vraag, zoals in «Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?». De onderdelen «Est» en «ce» functioneren in deze constructie samen en maken van de volgende mededeling een vraag. Gebruik deze vaste inleiding vóór een gewone vraagzin wanneer je iets wilt controleren.
qu'on
«qu'on» betekent hier «of we» en verbindt «Est-ce» met «on a aussi la nourriture». Het bevat «que» vóór «on» en sluit aan op de vraaginleiding «Est-ce». Gebruik «Est-ce qu'on a ... ?» wanneer je vraagt of jullie iets hebben.
a
«a» betekent hier «heeft» binnen «Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?», dus: of we het eten ook hebben. Het is de vorm van «avoir» die bij «on» hoort. Gebruik «avoir» met wat iemand heeft, bijvoorbeeld in de nieuwe vraag «Est-ce qu'on a le reçu ?».
aussi
«aussi» betekent hier «ook» en voegt «la nourriture» toe aan wat al gecontroleerd is. In «Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?» staat het vóór het genoemde extra onderdeel. Gebruik «aussi» om een tweede of aanvullend item toe te voegen.
nourriture
«nourriture» betekent hier «eten» of «voedsel». In «la nourriture» is het eten het onderdeel waarvan gevraagd wordt of het ook aanwezig is. Je gebruikt dit woord bijvoorbeeld om naar het eten van een bestelling te verwijzen.
Elle
«Elle» betekent hier «het» en verwijst naar «la nourriture», niet naar een persoon. In «Elle est dans ce sac.» vervangt het de eerder genoemde vrouwelijke zaak «la nourriture». Gebruik «elle» om opnieuw naar een vrouwelijk enkelvoudig woord te verwijzen.
est
«est» betekent hier «is» in «Elle est dans ce sac.». Deze vorm van «être» hoort bij het enkelvoudige onderwerp «Elle» en verbindt dat onderwerp met een plaats. Gebruik «être» met een plaatsbepaling om te zeggen waar iets is.
dans
«dans» betekent hier «in» en geeft aan dat iets zich binnen een tas bevindt. In «Elle est dans ce sac.» staat het vóór de plaats «ce sac». Gebruik «dans + zelfstandig naamwoord» voor een locatie binnen iets.
ce
«ce» betekent hier «deze» in «ce sac» en wijst een bepaalde tas aan. Het staat direct vóór «sac» en vormt samen de plaatsaanduiding «dans ce sac». Gebruik «ce» vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets specifieks aan te wijzen.
sac
«sac» betekent hier «tas», in de volledige uitdrukking «ce sac». De tas is in «Elle est dans ce sac.» de plaats waarin het eten zit. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een tas bij een afhaalbestelling aan te wijzen.
tout
«tout» betekent hier «alles» in «Est-ce que tout est correct ?». Het verwijst naar de volledige bestelling, dus naar alle onderdelen die gecontroleerd worden. Gebruik «tout» wanneer je naar het geheel van de relevante zaken vraagt.
correct
«correct» betekent hier «correct» of «in orde» en beschrijft in «Est-ce que tout est correct ?» de toestand van alles. Het staat na «est» en geeft aan dat er geen fout in de bestelling zit. Je kunt deze vraag gebruiken om een bestelling of een andere gecontroleerde zaak te bevestigen.
Ça
«Ça» betekent hier «dat» of «het» en verwijst naar de bestelling of de gecontroleerde inhoud. In «Ça correspond au reçu.» is het onderwerp van de mededeling. Gebruik «ça» om in een gesprek naar iets aangewezen of eerder genoemds te verwijzen.
correspond
«correspond» betekent hier «komt overeen met» in «Ça correspond au reçu.». De vorm komt van «correspondre» en staat bij het onderwerp «Ça». Gebruik de constructie «correspondre à» wanneer je zegt dat iets met een referentie of document overeenkomt.
au
«au» betekent hier «met de» in «correspond au reçu». Het is de samengevoegde vorm van «à» en «le» en staat vóór «reçu». Gebruik «au» vóór een mannelijk enkelvoudig woord na een constructie met «à».
reçu
«reçu» betekent hier «bon» of «ontvangstbewijs». In «Ça correspond au reçu.» is het de bon waarmee de bestelling wordt vergeleken. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het controleren of ontvangen artikelen met de bon overeenkomen.
Je
«Je» betekent «ik» en is in «Je peux prendre les boissons.» degene die de drankjes kan nemen. Het staat vóór de vervoegde vorm «peux». Gebruik «je» als je over je eigen handeling, mogelijkheid of aanbod spreekt.
peux
«peux» betekent hier «kan» in «Je peux prendre les boissons.». Deze vorm van «pouvoir» staat bij «Je» en wordt gevolgd door het infinitief «prendre». Gebruik het patroon «Je peux + infinitief» om een mogelijkheid of aanbod uit te drukken.
prendre
«prendre» betekent hier «nemen» of «meenemen» in «Je peux prendre les boissons.». Het staat als infinitief na «peux» en krijgt als object «les boissons». Gebruik «prendre» bijvoorbeeld wanneer je aanbiedt een onderdeel van een bestelling mee te nemen.
vais
«vais» betekent hier «ga» in «Je vais porter le sac avec la nourriture.» en kondigt een handeling aan die meteen daarna zal gebeuren. Het is de vorm van «aller» bij «Je» en wordt gevolgd door het infinitief «porter». Gebruik het patroon «Je vais + infinitief» voor een voorgenomen of nabije handeling.
porter
«porter» betekent hier «dragen» in «Je vais porter le sac avec la nourriture.». Het staat als infinitief na «vais» en het object is «le sac avec la nourriture». Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je zegt welk onderdeel van een bestelling je zult dragen.
le
«le» is hier het bepaalde lidwoord bij «sac» en betekent «de». Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord «sac» in «le sac avec la nourriture». Gebruik «le» vóór een specifiek mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
avec
«avec» betekent hier «met» en verbindt in «le sac avec la nourriture» de tas met het eten dat erin of erbij hoort. Het staat vóór «la nourriture» en specificeert welke tas bedoeld wordt. Gebruik «avec + zelfstandig naamwoord» om aan te geven waarmee iets samen is.