Een bestelling controleren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a food pickup counter, two adults check that the drinks and food match the receipt before carrying them..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een bestelling controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Vérifions la commande.

vee-ghie-fjon la ko-mãnd Laten we de bestelling controleren.
B

Les boissons sont ici.

lee bwa-sõ sõ-tie-sie De drankjes zijn hier.
A

Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?

es-kuh kõn-aa oo-sie la noe-ghie-tüür Hebben we het eten ook?
B

Elle est dans ce sac.

el eh dã suh sak Het zit in deze tas.
A

Est-ce que tout est correct ?

es-kuh toe eh ko-ghèkt Klopt alles?
B

Ça correspond au reçu.

sa ko-ghès-põ oo ghuh-sü Het komt overeen met de bon.
A

Je peux prendre les boissons.

zjuh peu prãdgh lee bwa-sõ Ik kan de drankjes meenemen.
B

Je vais porter le sac avec la nourriture.

zjuh vè po-gh-tee luh sak a-vèk la noe-ghie-tüür Ik zal de tas met eten dragen.

Uitleg van de zinnen

  1. Vérifions la commande.

    Laten we de bestelling controleren.

    Vérifions
    laten we controleren
    commande
    bestelling
    Uitgebreide uitleg

    Vérifions betekent hier “laten we controleren”. Het is de vorm voor de eerste persoon meervoud van het werkwoord vérifier in de gebiedende wijs: de spreker stelt voor dat hij/zij samen met anderen iets controleert. Dezelfde vorm komt ook voor als tegenwoordige tijd met nous, maar hier geeft de context van het voorstel de betekenis “laten we …”. Vergelijk: Vérifie la commande ! = “Controleer de bestelling!” tegen één persoon. commande betekent hier “bestelling”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm is enkelvoud en het is vrouwelijk, wat zichtbaar is aan la. Het meervoud is commandes, bijvoorbeeld: les commandes = “de bestellingen”. Samen vormen Vérifions la commande. een voorstel in de gebiedende wijs: “Laten we de bestelling controleren.” la commande is daarbij het lijdend voorwerp van vérifier.

  2. Les boissons sont ici.

    De drankjes zijn hier.

    boissons
    drankjes
    sont
    zijn
    ici
    hier
    Uitgebreide uitleg

    boissons betekent hier “drankjes”. Het is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord boisson (“drankje” of “drank”). Het lidwoord les laat samen met de meervoudsvorm zien dat het om meerdere, bepaalde drankjes gaat. Voorbeeld: Les boissons sont froides. — “De drankjes zijn koud.” Sont is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor een meervoudig onderwerp van de derde persoon, zoals ils of elles. Het onderwerp is hier les boissons, dus de meervoudsvorm sont is nodig; est hoort bij een enkelvoudig onderwerp. Voorbeeld: Les verres sont ici. — “De glazen zijn hier.” Ici is een bijwoord van plaats en betekent “hier”. Het verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Je travaille ici. — “Ik werk hier.” Samen vormen de delen: Les boissons (“de drankjes”) + sont (“zijn”) + ici (“hier”). De volledige betekenis is: “De drankjes zijn hier.”

  3. Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?

    Hebben we het eten ook?

    Est-ce qu'on
    is het zo dat we …?
    a
    hebben
    aussi
    ook
    nourriture
    eten; voedsel
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'on vormt hier de vraaginleiding. De constructie maakt van een mededeling een ja-neevraag; on is grammaticaal derde persoon enkelvoud, maar betekent hier volgens de vertaling we. Voorbeeld: Est-ce qu'on a du pain ? — “Hebben we brood?” a is de vorm van het werkwoord avoir (“hebben”) bij on: avoir → on a. Het is dus niet een vorm van een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: on n'a pas de pain — “We hebben geen brood.” aussi betekent hier “ook”. Het voegt eten toe aan wat al ter sprake is: na de mededeling over de drankjes wordt gevraagd of we daarnaast ook eten hebben. De plaats van aussi na a is een gebruikelijke plaats in deze korte zin. nourriture is een zelfstandig naamwoord voor voedsel of eten. Het is vrouwelijk: la nourriture. In deze zin staat het in het enkelvoud als een niet-afgebakende hoeveelheid of soort voedsel; het betekent daarom niet noodzakelijk één afzonderlijk voedingsmiddel. Voorbeeld: un aliment — “een voedingsmiddel.” Samen betekent Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?: “Hebben we het eten ook?” on is het onderwerp en a het werkwoord. la nourriture is het lijdend voorwerp: datgene waarover gevraagd wordt of we het hebben. aussi voegt dit element toe naast de eerder genoemde drankjes.

  4. Elle est dans ce sac.

    Het zit in deze tas.

    Elle
    het
    est
    is
    dans
    in
    ce
    deze
    sac
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Elle betekent hier ‘het’ en is het onderwerp van de zin. In het Frans is elle een persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon enkelvoud met vrouwelijke grammaticale vorm. De vorm zegt hier niet dat het bedoelde voorwerp een vrouwelijk persoon is; de Nederlandse vertaling identificeert het alleen als ‘het’. Voor een mannelijk grammaticaal referent gebruikt het Frans il. est is de vorm van het werkwoord être (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: elle est = ‘zij/het is’. Andere vormen zijn bijvoorbeeld je suis (‘ik ben’) en ils sont (‘zij zijn’). Het werkwoord sluit hier aan bij het enkelvoudige onderwerp elle. dans betekent ‘in’ en geeft aan dat iets zich binnen een ruimte of voorwerp bevindt. Een herbruikbaar patroon is être dans + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: Le livre est dans le sac. — ‘Het boek zit in de tas.’ ce betekent hier ‘deze’ en staat vóór een zelfstandig naamwoord. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzende woord; vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat cette, zoals in cette boîte (‘deze doos’). Het woord stemt hier af op sac, niet op elle. sac is een zelfstandig naamwoord dat ‘tas’ betekent. Het is mannelijk: un sac (‘een tas’) en le sac (‘de tas’). Daarom verschijnt vóór dit woord de vorm ce: ce sac = ‘deze tas’. Samen vormen de delen Elle est + dans + ce sac de betekenis: ‘Het zit in deze tas.’ Elle est geeft aan wat zich bevindt, dans geeft de plaats aan, en ce sac benoemt die plaats als ‘deze tas’.

  5. Est-ce que tout est correct ?

    Klopt alles?

    Est-ce que
    vraagbegin
    tout
    alles
    correct
    correct; in orde
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin als een vaste manier om van een mededelende zin een gewone ja/nee-vraag te maken. Het heeft hier geen zelfstandige betekenis zoals een gewoon inhoudswoord. Vergelijk als voorbeeld: Tout est correct. = “Alles klopt.” Met Est-ce que ervoor wordt dat Est-ce que tout est correct ? = “Klopt alles?” tout betekent hier “alles” en is zelfstandig gebruikt als onbepaald voornaamwoord: het verwijst naar het geheel dat in deze situatie wordt beoordeeld, zonder dat de zin precies benoemt waaruit dat geheel bestaat. Het is dus niet hetzelfde als tous, dat in andere constructies naar meerdere personen of zaken kan verwijzen. Voorbeeld: Tout va bien. = “Alles gaat goed.” correct betekent hier “correct” of “in orde”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat na est, de vorm van être (“zijn”). In deze zin staat het in het mannelijk enkelvoud om grammaticaal aan te sluiten bij het enkelvoudige voornaamwoord tout. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is correcte, zoals in het voorbeeld La réponse est correcte. = “Het antwoord is correct.” Samen vormt Est-ce que tout est correct ? de vraag “Klopt alles?”: Est-ce que maakt de vraag, tout is datgene waarover men vraagt, est betekent “is”, en correct beoordeelt dat geheel als correct of in orde.

  6. Ça correspond au reçu.

    Het komt overeen met de bon.

    Ça
    dat/het
    correspond
    komt overeen
    reçu
    bon
    Uitgebreide uitleg

    Ça betekent hier “dat/het” en is een aanwijzend voornaamwoord. De zin specificeert niet waarnaar dit voornaamwoord precies verwijst. Het onderwerp staat vóór het werkwoord: ça correspond. correspond is de tegenwoordige tijd van correspondre in de derde persoon enkelvoud: ça correspond = “het komt overeen”. De vorm correspond hoort bij het enkelvoudige onderwerp ça. Een bruikbaar patroon is X correspond à Y = “X komt overeen met Y”. reçu is hier het zelfstandig naamwoord “bon/ontvangstbewijs”. au is de samentrekking van à en le: correspondre au reçu betekent “overeenkomen met de bon”. In een andere context kan reçu ook een vorm van recevoir zijn, maar in deze zin is het na het lidwoord in au een zelfstandig naamwoord. Samen betekenen ça correspond au reçu “het komt overeen met de bon”. De zin is een eenvoudige mededeling in de tegenwoordige tijd.

  7. Je peux prendre les boissons.

    Ik kan de drankjes meenemen.

    Je peux
    ik kan
    prendre
    meenemen
    boissons
    drankjes
    Uitgebreide uitleg

    Je peux gebruikt het persoonlijk voornaamwoord je met de tegenwoordige vorm peux van pouvoir (kunnen). Deze combinatie betekent hier dat de spreker in staat is of toestemming heeft om iets te doen. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux venir. = Ik kan komen. Peux hoort bij je; andere vormen zijn bijvoorbeeld tu peux en il/elle peut. prendre is de infinitief. In deze zin betekent het, door de vaste vertaling, niet alleen “nemen”, maar “meenemen”. Na peux blijft het werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Je peux prendre le sac. = Ik kan de tas meenemen. Welke precieze betekenis prendre heeft, hangt in andere zinnen van de context af. boissons is het meervoud van boisson (drank). Het woord verwijst hier naar de drankjes die meegenomen kunnen worden. De s aan het einde markeert hier het meervoud; une boisson betekent “een drankje” en des boissons “drankjes”. Het voorafgaande les is het bepaald lidwoord voor een meervoud: les boissons betekent “de drankjes”. Les drukt op zichzelf geen aantal uit. Samen vormen de delen Je peux prendre les boissons.: je peux geeft de mogelijkheid of toestemming aan, prendre benoemt de handeling en les boissons is wat meegenomen wordt. De volledige betekenis is: “Ik kan de drankjes meenemen.”

  8. Je vais porter le sac avec la nourriture.

    Ik zal de tas met eten dragen.

    Je vais
    ik zal / ik ga
    porter
    dragen
    le sac
    de tas
    avec
    met
    la nourriture
    het eten
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bevat het onderwerp je (“ik”) en de vorm vais van het werkwoord aller (“gaan”), in de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Samen met een infinitief, zoals in Je vais porter, vormt het de nabije toekomst: “ik zal dragen” of “ik ga dragen”. Het is dus niet hetzelfde als alleen een gewone tegenwoordige-tijdsvorm zonder volgend werkwoord. Voorbeeld: Je vais manger. — “Ik ga eten.” porter is de infinitief (“dragen”). Na vais blijft het werkwoord in de infinitief; het krijgt hier dus geen persoonsuitgang. Het kan in andere contexten ook “aandoen” of “meenemen” betekenen, maar hier past door le sac de betekenis “dragen”. Voorbeeld: Elle porte une boîte. — “Zij draagt een doos.” le sac betekent hier “de tas”. sac is een zelfstandig naamwoord en is mannelijk enkelvoud; daarom staat ervoor het bepaalde lidwoord le. Het lidwoord markeert hier een bepaalde tas, zonder op zichzelf een hoeveelheid uit te drukken. Voorbeeld: Le sac est lourd. — “De tas is zwaar.” avec is een voorzetsel met de betekenis “met”. Het verbindt le sac met wat erbij is: de tas wordt samen met het eten gedragen. Voorbeeld: Je viens avec mon frère. — “Ik kom met mijn broer.” la nourriture betekent hier “het eten”. nourriture is een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor la. In deze zin verwijst het naar eten als stof of verzamelbegrip, niet naar een expliciet geteld aantal afzonderlijke etenswaren. Voorbeeld: La nourriture est prête. — “Het eten is klaar.” Samen vormen Je vais porter (“ik zal dragen”), le sac (“de tas”), avec (“met”) en la nourriture (“het eten”) de betekenis: “Ik zal de tas met eten dragen.” De voorzetselgroep avec la nourriture geeft aan wat samen met de tas wordt gedragen.

Grammatica

Vérifions + zelfstandig naamwoord

Vérifions la commande.

vee-ghie-fjon la ko-mãnd

Laten we de bestelling controleren.

Vérifions is de gebiedende wijs voor ‘laten we ...’ en komt van vérifier.

pouvoir + infinitief

Je peux prendre le sac.

zjuh peu prãdgh luh sak

Ik kan de tas nemen.

Na peux (‘kan’) volgt in het Frans direct het hele werkwoord in de infinitief.

Frans woordenschat

aussi bijwoord
oo-sie ook

Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?

avoir werkwoord
a-vwagh hebben a

Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?

boisson zelfstandig naamwoord
bwa-sõ drankje boissons

Les boissons sont ici.

commande zelfstandig naamwoord
ko-mãnd bestelling

Vérifions la commande.

correct bijvoeglijk naamwoord
ko-ghèkt correct

Est-ce que tout est correct ?

correspondre werkwoord
ko-ghès-põ-dgh overeenkomen correspond

Ça correspond au reçu.

être werkwoord
ètr zijn est

Elle est dans ce sac.

ici bijwoord
ie-sie hier

Les boissons sont ici.

nourriture zelfstandig naamwoord
noe-ghie-tüür eten

Est-ce qu'on a aussi la nourriture ?

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

Elle est dans ce sac.

tout voornaamwoord
toe alles

Est-ce que tout est correct ?

vérifier werkwoord
vee-ghie-fjee controleren Vérifions

Vérifions la commande.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we de bestelling controleren.

Antwoord tonenVérifions la commande.

De drankjes zijn hier.

Antwoord tonenLes boissons sont ici.

Het zit in deze tas.

Antwoord tonenElle est dans ce sac.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

drankje

Antwoord tonenboissons

controleren

Antwoord tonenVérifions

eten

Antwoord tonennourriture

bestelling

Antwoord tonencommande