Tu
Tu betekent hier ‘je’ als aanspreekvorm voor één persoon in een informele situatie. In Tu peux vérifier ce message ? is het onderwerp van de vraag. Een bruikbaar patroon is Tu + werkwoord wanneer je iemand rechtstreeks aanspreekt.
peux
peux betekent hier ‘kunt’ of ‘kan’ en drukt uit dat iemand iets kan doen. Het is een vorm van pouvoir en staat in Tu peux vérifier voor het hele patroon ‘je kunt controleren’. Een bruikbaar patroon is Tu peux + infinitief om iets te vragen of een mogelijkheid te noemen.
vérifier
vérifier betekent hier ‘controleren’ of ‘nakijken’. Na peux staat het in de infinitief, omdat Tu peux vérifier een combinatie vormt. Een bruikbaar patroon is vérifier + een object, bijvoorbeeld een bericht of document.
ce
ce betekent hier ‘dit’ en verwijst samen met ce message naar het bericht dat gecontroleerd moet worden. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord message. Een bruikbaar patroon is ce + zelfstandig naamwoord om naar iets concreets te verwijzen.
message
message betekent hier ‘bericht’. In ce message is het het object van vérifier, dus datgene wat gecontroleerd moet worden. Een bruikbaar patroon is envoyer un message voor ‘een bericht sturen’.
Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van Je peux le lire maintenant. Het verwijst naar de persoon die het bericht kan lezen. Een bruikbaar patroon is Je peux + infinitief om te zeggen wat je kunt doen.
le
le verwijst hier naar het bericht en betekent ‘het’. Het staat vóór lire als lijdend voornaamwoord in Je peux le lire maintenant. Een bruikbaar patroon is Je peux le + infinitief wanneer je zegt dat je iets kunt lezen of doen.
lire
lire betekent hier ‘lezen’. Het staat na peux en samen met le vormt het de betekenis ‘het kunnen lezen’. Een bruikbaar patroon is lire + een tekst, bericht of ander leesbaar object.
maintenant
maintenant betekent hier ‘nu’ en geeft aan dat het lezen op dit moment gebeurt. Het staat aan het einde van Je peux le lire maintenant. Een bruikbaar patroon is een werkwoord + maintenant om het huidige moment te benadrukken.
Est-ce
Est-ce begint hier de ja-neevraag Est-ce que c'est clair ? Het is dus geen zelfstandig betekeniswoord, maar het begin van een vaste vraagvorm. Een bruikbaar patroon is Est-ce que + onderwerp + werkwoord om een ja-neevraag te maken.
que
que maakt hier samen met Est-ce de vraagvorm Est-ce que c'est clair ? en vertaalt niet afzonderlijk als ‘dat’. Het verbindt het vraagbegin met de rest van de zin. Een bruikbaar patroon is Est-ce que + een volledige zin.
c'est
c'est betekent hier ‘het is’ en verwijst naar de duidelijkheid van het bericht. Het is de vorm in c'est clair, waarin een toestand of eigenschap wordt beschreven. Een bruikbaar patroon is C'est + bijvoeglijk naamwoord om iets te beoordelen.
clair
clair betekent hier ‘duidelijk’ en beschrijft het bericht als gemakkelijk te begrijpen. In Est-ce que c'est clair ? staat het na c'est als eigenschap. Een bruikbaar patroon is c'est clair om te zeggen dat iets duidelijk is.
L'idée
L'idée betekent hier ‘het idee’ en verwijst naar het belangrijkste punt van het bericht. De vorm bevat l' vóór idée. Een bruikbaar patroon is l'idée + bijvoeglijk naamwoord om een idee te beschrijven.
principale
principale betekent hier ‘belangrijkste’ of ‘hoofd-’ in L'idée principale. De basisvorm is principal; principale is de vorm die hier bij idée hoort. Een bruikbaar patroon is een zelfstandig naamwoord + principale om het voornaamste onderdeel aan te wijzen.
est
est betekent hier ‘is’ en verbindt L'idée principale met de beschrijving facile à comprendre. Het is een vorm van être. Een bruikbaar patroon is onderwerp + est + bijvoeglijk naamwoord.
facile
facile betekent hier ‘gemakkelijk’ in facile à comprendre: het belangrijkste idee is gemakkelijk te begrijpen. Het beschrijft hoe eenvoudig de handeling is. Een bruikbaar patroon is facile à + infinitief om te zeggen dat iets gemakkelijk te doen is.
à
à maakt hier deel uit van facile à comprendre en verbindt facile met de infinitief comprendre. In deze constructie helpt het de betekenis ‘gemakkelijk om te begrijpen’ te vormen. Een bruikbaar patroon is bijvoeglijk naamwoord + à + infinitief.
comprendre
comprendre betekent hier ‘begrijpen’ en staat na à in facile à comprendre. Het gaat om het begrijpen van het belangrijkste idee. Een bruikbaar patroon is comprendre + iets dat je inhoudelijk begrijpt.
vois
vois betekent hier ‘ziet’ in Tu vois des erreurs ? en verwijst naar het opmerken van fouten. Het is een vorm van voir. Een bruikbaar patroon is Tu vois + zelfstandig naamwoord om te vragen of iemand iets opmerkt.
des
des staat hier vóór erreurs en verwijst naar niet nader bepaalde fouten. Het hoort bij het meervoudige zelfstandig naamwoord dat volgt. Een bruikbaar patroon is des + meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar enkele of bepaalde hoeveelheid-onbepaalde zaken verwijst.
erreurs
erreurs betekent hier ‘fouten’. Het woord staat in Tu vois des erreurs ? als datgene wat iemand mogelijk ziet. De enkelvoudige vorm is erreur. Een bruikbaar patroon is voir des erreurs om te vragen of iemand fouten opmerkt.
une
une betekent hier ‘een’ vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord faute. Het introduceert één niet nader bepaalde fout. Een bruikbaar patroon is une + enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in une faute.
petite
petite betekent hier ‘kleine’ in une petite faute d'orthographe. De basisvorm is petit; petite is de vorm die hier bij faute hoort. Een bruikbaar patroon is une petite + zelfstandig naamwoord om iets kleins aan te duiden.
faute
faute betekent hier ‘fout’, meer bepaald in de combinatie faute d'orthographe: een spelfout. Het verwijst naar het ene probleem dat dicht bij het einde staat. Een bruikbaar patroon is une faute d'orthographe voor een fout in de spelling.
d'orthographe
d'orthographe betekent hier ‘van de spelling’ en maakt samen met faute de uitdrukking faute d'orthographe, ‘spelfout’. De vorm d' is de verkorte verbinding vóór orthographe. Een bruikbaar patroon is faute d'orthographe wanneer je een spellingfout benoemt.
vers
vers betekent hier ‘richting’ of ‘rond’ in vers la fin. Het geeft een benaderde plaats in het bericht aan, niet noodzakelijk een exact punt. Een bruikbaar patroon is vers + een plaats- of tijdsaanduiding.
la
la betekent hier ‘de’ en staat vóór fin in la fin. Het verwijst naar het einde als een bepaald onderdeel. Een bruikbaar patroon is la + vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
fin
fin betekent hier ‘einde’ en verwijst naar het laatste deel van het bericht. In vers la fin betekent de hele woordgroep ‘tegen het einde’. Een bruikbaar patroon is vers la fin om iets nabij het einde aan te duiden.
vais
vais betekent hier ‘ga’ in Je vais corriger ça maintenant. Samen met de infinitief corriger vormt het een nabije toekomstige handeling: ‘ik ga dat nu corrigeren’. Het is een vorm van aller. Een bruikbaar patroon is Je vais + infinitief om te zeggen wat je meteen van plan bent te doen.
corriger
corriger betekent hier ‘corrigeren’ of ‘verbeteren’. Het staat na vais en benoemt de handeling die de spreker nu gaat uitvoeren. Een bruikbaar patroon is corriger + iets dat fout is, zoals een bericht of fout.
ça
ça betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de kleine spelfout die net genoemd is. In corriger ça is het het object van corrigeren. Een bruikbaar patroon is een werkwoord + ça wanneer je naar iets eerder genoemde verwijst.
Après
Après betekent hier ‘na’ of ‘daarna’ en geeft aan dat de volgende toestand volgt op het corrigeren. In Après ça verwijst het naar de handeling die net is genoemd. Een bruikbaar patroon is Après + een gebeurtenis of verwijzing om de volgorde aan te geven.
il
il verwijst hier naar het bericht en betekent in deze zin ‘het’. Het is het onderwerp van il devrait être prêt à envoyer. Een bruikbaar patroon is il + werkwoord wanneer een mannelijk zelfstandig naamwoord of een zaak als onderwerp wordt hervat.
devrait
devrait betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een verwachting uit over de toestand van het bericht na de correctie. Het is een vorm van devoir en staat vóór être. Een bruikbaar patroon is il devrait + infinitief om te zeggen wat naar verwachting het geval zal zijn of wat zou moeten gebeuren.
être
être betekent hier ‘zijn’ en staat na devrait in il devrait être prêt. Het verbindt het onderwerp met de eigenschap prêt. Een bruikbaar patroon is être + bijvoeglijk naamwoord om een toestand te beschrijven.
prêt
prêt betekent hier ‘klaar’ en beschrijft het bericht nadat de fout is verbeterd. In prêt à envoyer geeft het aan dat het bericht klaar is om verzonden te worden. Een bruikbaar patroon is être prêt à + infinitief.
envoyer
envoyer betekent hier ‘sturen’ of ‘verzenden’ en staat na à in prêt à envoyer. Het benoemt wat er met het bericht kan gebeuren zodra het klaar is. Een bruikbaar patroon is envoyer + een bericht of ander object.