Een tas controleren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a daily life setting, two adults check a bag together and find a small notebook under a jacket..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een tas controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu peux m'aider à vérifier mon sac ?

tuu peu me-dee aa vee-rie-fjee mo(n) sak Kun je me helpen mijn tas te controleren?
B

Je peux vérifier le sac avec toi.

zjuh peu vee-rie-fjee luh sak a-vek twaa Ik kan de tas samen met je nakijken.
A

Tu vois quelque chose qui manque ?

tuu vwaa kelk sjoz kie ma(n)k Zie je iets dat ontbreekt?
B

Ton portefeuille et ton téléphone sont tous les deux ici.

to(n) por-tuh-feuj ee to(n) tee-lee-fohn so(n) toe luh deu ie-sie Je portemonnee en telefoon zijn allebei hier.
A

Où est mon petit carnet ?

oe eh mo(n) puh-tie kar-nee Waar is mijn kleine notitieboekje?
B

Il est sous ta veste.

iel eh soe taa vest Het ligt onder je jas.
A

Alors, j'ai tout.

a-lor zjee toe Dan heb ik alles.
B

Tu peux fermer le sac maintenant.

tuu peu fer-mee luh sak me(n)-tuh-na(n) Je kunt de tas nu dichtdoen.

Woord voor woord

Tu In deze dialoog betekent "Tu" «jij» en spreekt de spreker één persoon rechtstreeks aan. Je gebruikt "Tu" voor een vertrouwde, enkelvoudige aanspreking, zoals in "Tu peux m'aider".
peux In "Tu peux m'aider" drukt "peux" uit dat iemand iets kan of mogelijk kan doen. "peux" staat hier bij "Tu"; een bruikbaar patroon is "Tu peux + infinitief ?".
m'aider "m'aider" betekent hier «mij helpen» in de vraag "Tu peux m'aider". "m'" is de verkorte vorm van "me" voor "aider"; het patroon "aider quelqu'un à + infinitief" is bruikbaar wanneer je zegt wie je helpt en waarmee.
à In "m'aider à vérifier" verbindt "à" het helpen met de handeling "vérifier": iemand helpen om iets te controleren. Een bruikbaar patroon is "aider quelqu'un à + infinitief".
vérifier "vérifier" betekent hier «controleren» of nagaan of alles in orde is. In "vérifier mon sac" staat het vóór het voorwerp dat gecontroleerd wordt; je kunt dus zeggen wat je controleert met "vérifier + voorwerp".
mon In "mon sac" betekent "mon" «mijn» en geeft het aan dat de tas bij de spreker hoort. "mon" staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in "mon sac".
sac "sac" betekent in "mon sac" «tas», het voorwerp dat de twee personen samen controleren. Het woord kan in deze dialoog direct na een bezittelijk woord staan, zoals in "mon sac".
Je In "Je peux vérifier" betekent "Je" «ik» en noemt de spreker zichzelf als degene die kan controleren. Je gebruikt "Je" als onderwerp wanneer je over je eigen handeling spreekt.
le In "le sac" is "le" het bepaalde lidwoord bij «de tas». Het staat vóór "sac" wanneer het om de tas gaat die in deze situatie al bekend is; een bruikbaar patroon is "le + zelfstandig naamwoord".
avec In "avec toi" betekent "avec" «met» en geeft het aan met wie de handeling samen gebeurt. Je gebruikt "avec" vóór een persoon of voorwerp, zoals in "avec toi".
toi In "avec toi" betekent "toi" «jou» en verwijst het naar de persoon met wie de spreker samen controleert. "toi" is de vorm die hier na het voorzetsel "avec" staat; "avec toi" betekent «met jou».
vois In "Tu vois quelque chose" betekent "vois" «ziet» of «zie je». "vois" is de vorm die hier bij "Tu" staat; een bruikbaar patroon is "Tu vois + voorwerp ?" wanneer je vraagt of iemand iets ziet.
quelque chose In "Tu vois quelque chose qui manque ?" betekent "quelque chose" «iets» of «iets bepaalds dat je niet nader noemt». "quelque" geeft iets onbepaalds aan en "chose" betekent «ding»; samen vormen ze de uitdrukking "quelque chose". De uitdrukking kan gevolgd worden door "qui" en een beschrijving, zoals in "quelque chose qui manque".
qui In "quelque chose qui manque" verwijst "qui" terug naar "quelque chose" en leidt het de beschrijving in van wat ontbreekt. Het verbindt zo het genoemde «iets» met de informatie "manque".
manque In "qui manque" betekent "manque" dat iets ontbreekt. Het verwijst hier naar iets dat niet in de tas aanwezig is; een bruikbaar patroon is "quelque chose qui manque".
Ton In "Ton portefeuille" betekent "Ton" «jouw» en geeft het aan dat de portefeuille van de aangesprokene is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in "Ton portefeuille".
portefeuille "portefeuille" betekent in "Ton portefeuille" «portemonnee». Het wordt in de zin samen met "ton" genoemd als één van de voorwerpen die aanwezig zijn.
et In "Ton portefeuille et ton téléphone" betekent "et" «en» en verbindt het twee voorwerpen. Een bruikbaar patroon is "X et Y" om twee personen of dingen samen te noemen.
téléphone "téléphone" betekent in "ton téléphone" «telefoon». Het wordt met "et" naast "portefeuille" geplaatst als het tweede voorwerp dat in de tas aanwezig is.
sont In "Ton portefeuille et ton téléphone sont tous les deux ici" verbindt "sont" de twee genoemde voorwerpen met hun locatie: ze bevinden zich hier. "sont" staat hier bij het samengestelde onderwerp "Ton portefeuille et ton téléphone"; een bruikbaar patroon is "X et Y sont ici".
tous In "tous les deux" benadrukt "tous" dat beide genoemde voorwerpen samen bedoeld zijn. De uitdrukking "tous les deux" gebruik je om precies twee personen of dingen als paar aan te duiden.
les In "tous les deux" staat "les" vóór het getal "deux" binnen de uitdrukking die «allebei» betekent. Samen met "tous" en "deux" verwijst het naar de twee eerder genoemde voorwerpen.
deux In "tous les deux" betekent "deux" «twee». Samen met "tous les" maakt het duidelijk dat zowel de portefeuille als de telefoon aanwezig is.
ici In "sont tous les deux ici" betekent "ici" «hier» en geeft het de plaats van de portefeuille en de telefoon aan. Je gebruikt "ici" om naar de huidige of bedoelde plek te verwijzen.
In "Où est mon petit carnet ?" betekent "Où" «waar» en vraagt het naar een plaats. Een bruikbaar patroon is "Où est + zelfstandig naamwoord ?" wanneer je naar de locatie van één ding vraagt.
est In "Où est mon petit carnet ?" verbindt "est" het carnet met de plaats waar het zich bevindt. Het is de vorm die hier bij het enkelvoudige onderwerp "mon petit carnet" staat; hetzelfde soort locatievraag begint met "Où est".
petit In "mon petit carnet" betekent "petit" «klein» en beschrijft het de grootte van het carnet. Het staat hier vóór "carnet" en vormt daarmee de woordgroep "petit carnet".
carnet "carnet" betekent in "mon petit carnet" «notitieboekje» of «klein notitieboek». Het is het voorwerp waarnaar gevraagd wordt in "Où est mon petit carnet ?".
Il In "Il est sous ta veste" verwijst "Il" naar het eerder genoemde "carnet" en betekent het hier «het». Je gebruikt dit onderwerp om daarna de plaats van het carnet te beschrijven, zoals in "Il est sous ta veste".
sous In "sous ta veste" betekent "sous" «onder» en beschrijft het de plaats van het carnet. Je gebruikt "sous" vóór het voorwerp waaronder iets ligt of zich bevindt.
ta In "ta veste" betekent "ta" «jouw» en geeft het aan dat de jas van de aangesprokene is. Het staat vóór "veste", zoals in "ta veste".
veste "veste" betekent in "ta veste" «jas». In de dialoog vormt het met "sous" de plaatsaanduiding "sous ta veste": onder jouw jas.
Alors In "Alors, j'ai tout" betekent "Alors" hier «dan» of «dus» en leidt het de conclusie in nadat de ontbrekende spullen zijn gevonden. Je kunt "Alors" gebruiken om een gevolgtrekking of volgende stap aan te kondigen.
j'ai In "j'ai tout" betekent "j'ai" «ik heb». Het is de vorm voor de uitspraak van de spreker over wat hij of zij bezit of bij zich heeft; een bruikbaar patroon is "j'ai + voorwerp".
tout In "j'ai tout" betekent "tout" «alles» en verwijst het naar alle spullen die gecontroleerd moesten worden. Samen met "j'ai" vormt het de uitdrukking "j'ai tout": ik heb alles.
fermer In "Tu peux fermer le sac" betekent "fermer" «sluiten» of dichtdoen, hier toegepast op de tas. Het staat na "peux" als de handeling die de aangesprokene kan uitvoeren; een bruikbaar patroon is "Tu peux + infinitief".
maintenant In "fermer le sac maintenant" betekent "maintenant" «nu» en geeft het aan dat de tas op dit moment gesloten kan worden. Het staat hier aan het einde van de zin en verwijst naar de huidige situatie.

Grammatica

Il me manque + iets

Il me manque quelque chose.

iel muh ma(n)k kelk sjoz

Ik mis iets.

In het Frans staat het ontbrekende ding na ‘il me manque’; ‘me’ geeft aan voor wie het ontbreekt.

m'aider à + infinitief

Vous pouvez m'aider à vérifier le sac ?

voe poe-vee me-dee aa vee-rie-fjee luh sak

Kunt u mij helpen de tas te controleren?

Het voornaamwoord ‘m’ staat vóór de infinitief ‘aider’; daarna volgt ‘à’ met een tweede infinitief.

Frans woordenschat

aider werkwoord
ee-dee helpen m'aider

Tu peux m'aider

avec voorzetsel
a-vek met

avec toi

ici bijwoord
ie-sie hier

sont tous les deux ici

manquer werkwoord
ma(n)-kee ontbreken manque

qui manque

bijwoord
oe waar

Où est mon petit carnet

portefeuille zelfstandig naamwoord
por-tuh-feuj portemonnee

Ton portefeuille

quelque chose voornaamwoord
kelk sjoz iets

Tu vois quelque chose

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

mon sac

téléphone zelfstandig naamwoord
tee-lee-fohn telefoon

ton téléphone

tous les deux uitdrukking
toe luh deu allebei

tous les deux ici

vérifier werkwoord
vee-rie-fjee controleren, nakijken

à vérifier mon sac

voir werkwoord
vwaar zien vois

Tu vois quelque chose

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar is mijn kleine notitieboekje?

Antwoord tonenOù est mon petit carnet ?

Het ligt onder je jas.

Antwoord tonenIl est sous ta veste.

Dan heb ik alles.

Antwoord tonenAlors, j'ai tout.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

telefoon

Antwoord tonentéléphone

ontbreken

Antwoord tonenmanque

zien

Antwoord tonenvois

portemonnee

Antwoord tonenportefeuille