Kiezen tussen een salade en een sandwich | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a food counter, two adults choose between a salad and a sandwich before ordering..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Kiezen tussen een salade en een sandwich oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que je prends un sandwich ou une salade ?

Ès kuh zje pran uhn sân-dwietsj oe ün salad? Zal ik een sandwich of een salade kiezen?
B

La salade est un choix plus léger.

La salad èt uhn sjwaa plü lee-zjee. De salade is een lichtere keuze.
A

Je n’ai pas très faim.

Zje nee pa trè fẽ. Ik heb niet zo veel honger.
B

Alors, elle est peut-être mieux pour toi.

Alor, èl è pö-tr mjeu poer twa. Dan past die misschien beter bij je.
A

Qu’est-ce que tu prends ?

Kès kuh tü pran? Wat neem jij?
B

Je veux quelque chose de plus grand.

Zje vö kelk sjoz duh plü grã. Ik wil iets groters.
B

Je choisis le sandwich.

Zje sjwa-zie luh sân-dwietsj. Ik kies de sandwich.
A

La salade me va.

La salad muh va. De salade is goed voor mij.
B

Commandons quand le serveur revient.

Ko-mã-dõ kã luh sèr-vöhr ruh-vjẽ. Laten we bestellen als de ober terugkomt.

Uitleg van de zinnen

  1. Est-ce que je prends un sandwich ou une salade ?

    Zal ik een sandwich of een salade kiezen?

    Est-ce que
    vraagmarkeerder
    prends
    neem; kies
    sandwich
    sandwich
    ou
    of
    salade
    salade
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que markeert hier een vraag. Deze vraagvorm verandert de inhoud niet in een apart vraagwoord. In deze zin leidt Est-ce que geen ja-neevraag in, maar een vraag waarin twee mogelijkheden tegenover elkaar staan. Een herbruikbaar patroon is Est-ce que + onderwerp + werkwoord ... ?, bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? prends is de vorm van prendre bij je in de tegenwoordige tijd: je prends. In deze zin krijgt prendre door de keuze tussen twee mogelijkheden de betekenis ‘kiezen’; in andere contexten kan het bijvoorbeeld ‘nemen’ of ‘pakken’ betekenen. Het onderwerp je staat vóór deze werkwoordsvorm. Voorbeeld: Je prends le train. — Ik neem de trein. sandwich is hier een zelfstandig naamwoord voor een sandwich. Het is in het Frans mannelijk; het onbepaalde lidwoord dat ermee overeenkomt is un: un sandwich. Het lidwoord drukt hier niet op zichzelf een expliciete numerieke telling uit; het introduceert de genoemde optie. ou verbindt alternatieven en betekent ‘of’. Het maakt duidelijk dat un sandwich en une salade twee keuzemogelijkheden zijn. Voorbeeld: Tu veux du thé ou du café ? — Wil je thee of koffie? salade is hier het zelfstandig naamwoord voor een salade. Het is in het Frans vrouwelijk; het onbepaalde lidwoord dat ermee overeenkomt is une: une salade. Het lidwoord une introduceert deze optie; het betekent hier niet zelfstandig ‘één’ als teluitspraak. Samen vormen de delen de vraag Est-ce que je prends un sandwich ou une salade ?: de spreker vraagt of die persoon een sandwich of een salade zal kiezen. De werkwoordsvorm je prends is grammaticaal de tegenwoordige tijd, maar de vaste vertaling geeft hier de bedoelde toekomstige of voorgenomen keuze weer: ‘Zal ik een sandwich of een salade kiezen?’

  2. La salade est un choix plus léger.

    De salade is een lichtere keuze.

    salade
    salade
    est
    is
    choix
    keuze
    plus léger
    lichter
    Uitgebreide uitleg

    salade betekent hier “salade”. Het is een zelfstandig naamwoord; in La salade staat het met het bepaald lidwoord la, dat bij een vrouwelijk enkelvoudig woord hoort. De vorm salade zelf verandert hier niet door die combinatie. Voorbeeld: Une salade est fraîche. — “Een salade is vers.” est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Het verbindt hier het onderwerp met een beschrijving of classificatie. De nuttige reeks is être → est; bijvoorbeeld: Le choix est simple. — “De keuze is eenvoudig.” choix betekent “keuze”. Dit zelfstandig naamwoord heeft in het enkelvoud en meervoud dezelfde geschreven vorm; het lidwoord of de context kan het aantal aangeven. In un choix is un een onbepaald lidwoord bij het mannelijke enkelvoud; het stelt op zichzelf geen concreet aantal vast. plus léger betekent hier “lichter”. Het bijvoeglijk naamwoord is léger, met als basisvorm léger; plus léger is de vergrotende trap met plus. Léger stemt hier af op choix: mannelijk enkelvoud. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is bijvoorbeeld légère, zoals in une option légère — “een lichte optie”. De constructie plus ... kan een vergelijking uitdrukken, ook wanneer het tweede vergelijkingspunt niet wordt genoemd. Samen vormt La salade est un choix plus léger de betekenis: “De salade is een lichtere keuze.” La salade is het onderwerp, est verbindt dat onderwerp met un choix plus léger, en binnen die naamwoordgroep beschrijft plus léger het woord choix. De voorafgaande keuze tussen een sandwich en een salade geeft de relevante vergelijking in deze context.

  3. Je n’ai pas très faim.

    Ik heb niet zo veel honger.

    Je
    ik
    n’ai pas
    heb niet
    très
    erg, heel
    faim
    honger
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”. Dit is het Franse persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud wanneer de spreker naar zichzelf verwijst. Voorbeeld: Je suis prêt. = “Ik ben klaar.” n’ai pas draagt de ontkenning in deze zin. ai is de vorm van avoir (“hebben”) voor je; vóór de klinker van ai wordt ne verkort tot n’. In de volledige Franse ontkenning staan ne/n’ en pas rond de vervoegde werkwoordsvorm: je n’ai pas. Voorbeeld: Je n’ai pas le temps. = “Ik heb geen tijd.” Hier ontkent de combinatie niet het bestaan van honger volledig, maar de mate die door très wordt aangegeven. très betekent “erg” of “heel” en versterkt hier de uitdrukking avoir faim: avoir très faim = “erg honger hebben”. Het staat vóór faim, maar de betekenis ontstaat samen met die uitdrukking. Vergelijk: J’ai très faim. = “Ik heb erg honger.” faim is het zelfstandig naamwoord “honger”. In het Frans gebruikt men voor “honger hebben” de vaste combinatie avoir faim, letterlijk opgebouwd met avoir (“hebben”) en faim (“honger”), niet een afzonderlijk werkwoord dat letterlijk “hongerig zijn” betekent. Faim blijft in deze uitdrukking hetzelfde; de persoon en tijd worden op avoir aangegeven. Voorbeeld: Nous avons faim. = “Wij hebben honger.” Samen vormen de delen Je n’ai pas très faim: je geeft de spreker aan, n’ai pas maakt de constructie negatief, en très faim geeft een sterke mate van honger aan. De volledige betekenis is: “Ik heb niet zo veel honger” of natuurlijker: “Ik heb niet echt veel honger.” De zin zegt dus dat de spreker weinig honger heeft, zonder noodzakelijk te beweren dat die helemaal geen honger heeft.

  4. Alors, elle est peut-être mieux pour toi.

    Dan past die misschien beter bij je.

    Alors
    dan
    elle
    die
    est
    is
    peut-être
    misschien
    mieux
    beter
    pour toi
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” of “in dat geval” en sluit de uitspraak aan op de voorafgaande context. Afhankelijk van de context kan het ook “dus” betekenen. elle is het persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig vrouwelijk grammaticaal antecedent. In deze zin geeft de vertaling “die” aan dat het verwijst naar een eerder bedoelde optie of zaak; welke optie precies wordt niet benoemd. Het vrouwelijke grammaticale geslacht hoeft dus niet te betekenen dat de referent een vrouw is. Voorbeeld: Cette robe est jolie. Elle est chère. — “Deze jurk is mooi. Die is duur.” est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). De tegenwoordige tijd heeft bijvoorbeeld je suis, tu es, il/elle est; hier staat est bij elle. peut-être is het bijwoord “misschien”. Het maakt de beoordeling onzeker: de zin zegt niet stellig dat de optie beter is. mieux betekent hier “beter”, namelijk beter passend of geschikter. Het is de vergelijkende vorm van bien (“goed”) en blijft zelf onveranderd. Voorbeeld: Cette solution fonctionne mieux. — “Deze oplossing werkt beter.” Meilleur en meilleure horen daarentegen bij bon en bonne; bijvoorbeeld Cette solution est meilleure. — “Deze oplossing is beter.” In de vaste zin drukt mieux de betere geschiktheid voor de genoemde persoon uit. pour toi betekent “voor jou”. Pour geeft hier aan voor wie iets geschikter is; toi is de beklemtoonde vorm die na een voorzetsel wordt gebruikt. Vergelijk pour moi — “voor mij” en pour lui — “voor hem”. Samen betekent Alors, elle est peut-être mieux pour toi: “Dan past die misschien beter bij je.” Alors leidt de gevolgtrekking in, elle verwijst naar de eerder bedoelde optie of zaak, peut-être maakt de beoordeling onzeker, mieux drukt de betere geschiktheid uit en pour toi noemt voor wie die geschikter is.

  5. Qu’est-ce que tu prends ?

    Wat neem jij?

    Qu’est-ce que
    Wat ...?
    tu
    jij
    prends
    neemt
    Uitgebreide uitleg

    Qu’est-ce que vormt hier de Franse vraagconstructie voor “wat ...?”. In het patroon Qu’est-ce que + onderwerp + werkwoord? vraag je naar wat iemand doet of neemt, waarbij het gevraagde element het lijdend voorwerp is. Voorbeeld: Qu’est-ce que tu lis ? = “Wat lees je?” tu is het informele enkelvoudige onderwerp: “jij” of “je”. Het verwijst hier naar de aangesproken persoon. Bij hetzelfde werkwoord verandert de vorm volgens het onderwerp: je prends = “ik neem”, tu prends = “jij neemt”. tu is niet de beleefde of meervoudige vorm; daarvoor gebruik je in deze functie vous. prends is de vorm van het werkwoord prendre (“nemen”) in de tegenwoordige tijd bij tu: tu prends = “jij neemt”. Hetzelfde werkwoord heeft bijvoorbeeld je prends bij je, maar il prend bij il; de geschreven eindmedeklinker verschilt daar, ook al wordt die vaak niet uitgesproken. Voorbeeld: Je prends le bus. = “Ik neem de bus.” Samen betekent Qu’est-ce que + tu + prends letterlijk als vraag naar het genomen object: “Wat neem jij?” De vaste Nederlandse vertaling geeft precies die bedoelde betekenis weer.

  6. Je veux quelque chose de plus grand.

    Ik wil iets groters.

    veux
    wil
    quelque chose
    iets
    plus grand
    groter
    Uitgebreide uitleg

    veux komt van vouloir (willen). In Je veux is het de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je veux = “ik wil”. De vorm veux kan er hetzelfde uitzien bij tu veux, maar Je bepaalt hier de persoon. Voorbeeld: Je veux du thé. — Ik wil thee. quelque chose is een vaste onbepaalde uitdrukking voor “iets”. Ze verwijst naar een niet nader genoemd ding; quelque en chose vormen hier samen één bruikbare uitdrukking. Voorbeeld: Je cherche quelque chose. — Ik zoek iets. plus grand is de vergrotende trap van grand (“groot”): grand → plus grand (“groter”). In quelque chose de plus grand staat na de een bijvoeglijk naamwoord in de mannelijke enkelvoudsvorm, zoals gebruikelijk na quelque chose; dat zegt niet dat het bedoelde ding al als mannelijk geïdentificeerd is. Voorbeeld: Je veux quelque chose de plus simple. — Ik wil iets eenvoudigers. Samen vormt de zin het herbruikbare patroon Je veux quelque chose de + bijvoeglijk naamwoord: “Ik wil iets dat … is.” Hier betekent Je veux quelque chose de plus grand dus: “Ik wil iets groters.”

  7. Je choisis le sandwich.

    Ik kies de sandwich.

    Je
    ik
    choisis
    kies
    sandwich
    sandwich
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier dat de spreker de handelende persoon is: “ik”. Het is het Franse onderwerpsvoornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Voor een vrouwelijke of mannelijke spreker blijft de vorm je hetzelfde. Voorbeeld: Je comprends. — “Ik begrijp het.” choisis is hier de vorm van het werkwoord choisir (“kiezen”) in de tegenwoordige tijd bij je: je choisis. De geschreven vorm choisis komt ook voor bij tu: tu choisis (“jij kiest”); het onderwerp maakt hier dus duidelijk dat het om de eerste persoon enkelvoud gaat. Bij il staat de vorm choisit: il choisit (“hij kiest”). Voorbeeld: Je choisis le thé. — “Ik kies de thee.” sandwich is een zelfstandig naamwoord voor een sandwich. In deze zin staat het met het bepaalde lidwoord le, waardoor de woordgroep le sandwich “de sandwich” betekent. Het lidwoord en het zelfstandig naamwoord vormen samen het gekozen object; sandwich zelf draagt hier de betekenis van het voedsel, niet van de handeling choisir. Samen betekent Je choisis le sandwich.: “Ik kies de sandwich.” De spreker is het onderwerp (Je), de keuzehandeling staat in de tegenwoordige tijd (choisis), en le sandwich is datgene wat gekozen wordt. De zin is een eenvoudige mededeling over de keuze van de spreker.

  8. La salade me va.

    De salade is goed voor mij.

    salade
    salade
    me va
    is goed voor mij
    Uitgebreide uitleg

    salade betekent hier “salade”. Het is een zelfstandig naamwoord. In La salade staat het met het bepaalde lidwoord la; dat maakt van la salade de nominale onderwerpconstituent, zonder dat de zin zelf precies vastlegt welke salade bedoeld is. Het meervoud is salades. Voorbeeld: Je mange une salade. — “Ik eet een salade.” Dit is een nieuwe oefenzin; une is hier onbepaald en zegt op zichzelf niet hoeveel salades het zijn. me va gebruikt de tegenwoordige vorm va van aller (“gaan”) met het voornaamwoord me (“mij”). In deze constructie betekent aller à quelqu’un dat iets iemand goed staat, bevalt of geschikt is. Va is de derde persoon enkelvoud en hoort bij La salade; me is niet het onderwerp, maar geeft aan voor wie iets geschikt is. De vorm aller heeft in de tegenwoordige tijd onder andere je vais, tu vas en il/elle va. Voorbeeld: Cette couleur me va bien. — “Deze kleur staat mij goed.” Dit gebruikt hetzelfde patroon, maar met een ander zelfstandig naamwoord. Samen betekent La salade me va.: “De salade is goed voor mij.” La salade is het onderwerp, en me geeft de persoon aan voor wie de salade geschikt is. In deze vaste zin drukt va dus niet gewone verplaatsing uit, maar geschiktheid of passendheid. Afhankelijk van de context kan me va ook “staat mij goed” of “bevalt mij” betekenen.

  9. Commandons quand le serveur revient.

    Laten we bestellen als de ober terugkomt.

    Commandons
    laten we bestellen
    quand
    als
    le serveur
    de ober
    revient
    komt terug
    Uitgebreide uitleg

    Commandons is de vorm van commander voor de eerste persoon meervoud in de gebiedende wijs: “laten we bestellen”. Het onderwerp “wij” staat hier niet apart; de uitgang -ons draagt die uitnodiging. Vergelijk: Commandons maintenant. — “Laten we nu bestellen.” De tegenwoordige tijd nous commandons heeft dezelfde persoonsuitgang, maar is een gewone mededeling: “wij bestellen”. quand is een voegwoord voor een tijdstip of tijdsvoorwaarde: “wanneer” of, zoals hier, “als”. Het verbindt de hoofdhandeling met wat op dat moment gebeurt. Voorbeeld: Je partirai quand tu arriveras. — “Ik vertrek als je aankomt.” le serveur betekent hier “de ober”. serveur is een zelfstandig naamwoord; le is het bepaald lidwoord dat bij deze mannelijke enkelvoudsvorm hoort. Het woord kan in andere contexten ook “server” betekenen, maar in deze zin geeft de vaste vertaling de betekenis “ober” aan. Voorbeeld: Le serveur apporte l’addition. — “De ober brengt de rekening.” revient komt van revenir, “terugkomen”. Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: il/elle revient, met de betekenis “hij/zij komt terug”. De vorm bevat het element vient, verwant aan venir (“komen”), maar revenir voegt het idee van terugkeer toe. Voorbeeld: Elle revient demain. — “Zij komt morgen terug.” Samen vormt Commandons quand le serveur revient de structuur laten we [handeling] als [gebeurtenis]: “Laten we bestellen als de ober terugkomt.” Commandons is de uitnodiging aan “wij”; quand leidt de tijdsbepaling in; le serveur revient beschrijft de terugkeer van de ober.

Grammatica

vouloir + infinitif

Tu veux choisir quelque chose de léger ?

Tü vö sjwa-zier kelk sjoz duh lee-zjee?

Wil je iets lichts kiezen?

Na « vouloir » volgt een infinitief. « Quelque chose de + bijvoeglijk naamwoord » betekent ‘iets …s’.

mieux + pour toi

Une salade va mieux pour toi.

Ün salad va mjeu poer twa.

Een salade past beter bij jou.

« Mieux » is een bijwoord en geeft aan dat iets beter past of beter is.

Frans woordenschat

alors bijwoord
alor dan

Alors, elle est peut-être mieux pour toi.

choix zelfstandig naamwoord
sjwaa keuze

La salade est un choix plus léger.

faim zelfstandig naamwoord
fẽ honger

Je n’ai pas très faim.

grand bijvoeglijk naamwoord
grã groot

Je veux quelque chose de plus grand.

léger bijvoeglijk naamwoord
lee-zjee licht

La salade est un choix plus léger.

mieux bijwoord
mjeu beter

Alors, elle est peut-être mieux pour toi.

peut-être bijwoord
pö-tr misschien

Alors, elle est peut-être mieux pour toi.

pour toi uitdrukking
poer twa voor jou

Alors, elle est peut-être mieux pour toi.

prendre werkwoord
prãndr nemen prends

Qu’est-ce que tu prends ?

quelque chose voornaamwoord
kelk sjoz iets

Je veux quelque chose de plus grand.

salade zelfstandig naamwoord
salad salade

La salade est un choix plus léger.

sandwich zelfstandig naamwoord
sãd-wietsj sandwich

Je choisis le sandwich.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb niet zo veel honger.

Antwoord tonenJe n’ai pas très faim.

Wat neem jij?

Antwoord tonenQu’est-ce que tu prends ?

Ik kies de sandwich.

Antwoord tonenJe choisis le sandwich.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beter

Antwoord tonenmieux

nemen

Antwoord tonenprends

honger

Antwoord tonenfaim

salade

Antwoord tonensalade