Een plek om te zitten kiezen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a public indoor space, two adults choose a quiet table with good light for reading..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een plek om te zitten kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Où allons-nous nous asseoir ?

oe allon noe noe zasswaar Waar zullen we zitten?
B

La table dans le coin est dans un endroit calme.

laa tabl dan luh kwèn è dan zun uhn andrwaa kalm De tafel in de hoek staat op een rustige plek.
A

Cette table est aussi bien éclairée.

set tabl è oo-sie bjèn ee-klee-ree Bij deze tafel is het licht ook goed.
B

Cette table serait meilleure pour lire.

set tabl suh-rè mè-zjur poer lier Deze tafel zou beter zijn om te lezen.
A

Est-ce que ces chaises sont confortables ?

ès kuh see sjèz son kon-for-tabl Zijn deze stoelen comfortabel?
B

Pour moi, elles sont très bien.

poer mwaa, èl son trè bjèn Ze zitten voor mij prima.
A

On va s'asseoir à cette table.

on va sasswaar aa set tabl Laten we aan deze tafel gaan zitten.
B

Je vais mettre nos sacs sous la table.

zjuh vè metr noo sak soe la tabl Ik leg onze tassen onder de tafel.

Uitleg van de zinnen

  1. Où allons-nous nous asseoir ?

    Waar zullen we zitten?

    Où
    waar
    allons-nous
    gaan we
    nous asseoir
    ons neerzetten
    Uitgebreide uitleg

    Où betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord voor locatie; vergelijk où met quand (“wanneer”), dat naar tijd vraagt. allons-nous bevat allons, de tegenwoordige-tijdsvorm van aller bij nous, met het onderwerp erachter geplaatst. In een vraag betekent allons-nous ... ? “gaan we ...?”. De constructie aller + infinitief kan een nabije of geplande toekomstige handeling uitdrukken: Nous allons commencer. — “We gaan beginnen.” nous asseoir bestaat uit het wederkerende voornaamwoord nous en de infinitief asseoir. Het volledige wederkerende werkwoord is s’asseoir, “gaan zitten” of “zitten”; bij nous verschijnt daarvan nous asseoir. In deze zin verwijst nous naar de spreker samen met minstens één andere persoon. Vergelijk: Je vais m’asseoir. — “Ik ga zitten.” De infinitief asseoir heeft buiten deze wederkerende constructie ook het gebruik “iemand laten zitten of neerzetten”; dat is niet de constructie van deze zin. Samen vormen Où + allons-nous + nous asseoir ? de vraag “Waar gaan we zitten?”. De vaste Nederlandse vertaling “Waar zullen we zitten?” geeft dezelfde bedoelde vraag naar de plaats weer.

  2. La table dans le coin est dans un endroit calme.

    De tafel in de hoek staat op een rustige plek.

    table
    tafel
    dans
    in
    coin
    hoek
    est
    is
    endroit
    plek
    calme
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    table betekent hier “tafel”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bijbehorende lidwoord is in de zin La, dus La table betekent “de tafel”. Voorbeeld: La table est grande. — “De tafel is groot.” dans drukt plaats uit: “in” of “binnen”. In deze zin komt het woord in twee plaatsbepalingen voor: dans le coin (“in de hoek”) en dans un endroit calme (“op/in een rustige plek”). De vaste voorzetselgroep dans le gebruikt le voor een bepaalde plaats; dans un gebruikt un voor een niet nader bepaalde plaats. coin betekent hier “hoek”, niet bijvoorbeeld een munt. Het is een zelfstandig naamwoord: le coin — “de hoek”. dans le coin vormt samen een plaatsbepaling. est is een vorm van être, “zijn”. Het is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: être → est. Hier verbindt het de tafel met haar locatie; daarom wordt het in de Nederlandse vertaling natuurlijk weergegeven als “staat”. Voorbeeld: La chaise est dans la chambre. — “De stoel staat in de kamer.” endroit betekent “plek” of “plaats”. Het is een zelfstandig naamwoord. In un endroit calme is het de kern van de plaatsbepaling; un maakt de plek onbepaald. calme betekent hier “rustig”. Het is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord dat endroit nader bepaalt: un endroit calme — “een rustige plek”. De vorm calme verandert hier niet zichtbaar naar een aparte mannelijke of vrouwelijke vorm; het zelfstandig naamwoord bepaalt wel de grammaticale overeenkomst in constructies waar het Frans die vorm onderscheidt. Voorbeeld: une rue calme — “een rustige straat”. Samen is La table dans le coin het onderwerp: “de tafel in de hoek”. est dans un endroit calme zegt waar die tafel zich bevindt: “staat op een rustige plek”. De volledige betekenis is dus: “De tafel in de hoek staat op een rustige plek.”

  3. Cette table est aussi bien éclairée.

    Bij deze tafel is het licht ook goed.

    Cette
    deze
    table
    tafel
    est
    is
    aussi
    ook
    bien
    goed
    éclairée
    verlicht
    Uitgebreide uitleg

    Cette verwijst hier, samen met table, naar één vrouwelijke tafel die in de context al ter sprake is. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzende woord: ce voor een mannelijk enkelvoud, cet voor een mannelijk enkelvoud vóór een klinkerklank, cette voor een vrouwelijk enkelvoud en ces voor het meervoud. Het drukt hier “deze” uit; het is geen zelfstandig naamwoord en geeft op zichzelf geen aantal aan. table betekent hier “tafel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: daarom past cette erbij. Een bruikbaar patroon is cette + vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld cette chaise — “deze stoel”. est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De relevante reeks is je suis, tu es, il/elle est; het onderwerp bepaalt hier de vorm. Bijvoorbeeld: La table est solide. — “De tafel is stevig.” aussi betekent hier “ook”. Het voegt deze beoordeling toe aan een andere beoordeling of eigenschap; het betekent hier niet “evenveel”. In combinatie met de daaropvolgende beschrijving betekent het dat deze tafel eveneens goed verlicht is. bien betekent hier “goed” en versterkt de beschrijving van de verlichting. In bien éclairée beschrijft het bijwoord hoe goed de tafel verlicht is. Bijvoorbeeld: La pièce est bien éclairée. — “De kamer is goed verlicht.” éclairée betekent hier “verlicht”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het voltooid deelwoord éclairé van éclairer, gebruikt als beschrijvend woord. De uitgang -e in éclairée stemt overeen met het vrouwelijke enkelvoud van table; bij een mannelijk enkelvoud staat bijvoorbeeld un bureau bien éclairé, en bij een vrouwelijk meervoud des salles bien éclairées. Samen vormen Cette table het onderwerp en est aussi bien éclairée de mededeling over dat onderwerp: bij deze tafel is het licht eveneens goed, dus de tafel is ook goed verlicht.

  4. Cette table serait meilleure pour lire.

    Deze tafel zou beter zijn om te lezen.

    Cette
    deze
    table
    tafel
    serait
    zou zijn
    meilleure
    beter
    pour lire
    om te lezen
    Uitgebreide uitleg

    Cette verwijst hier naar één vrouwelijk zelfstandig naamwoord: table. De vorm is vrouwelijk enkelvoud; vergelijk bijvoorbeeld ce bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord en ces bij meervoud. In de vorige zin komt dezelfde vorm ook voor bij table. table betekent hier ‘tafel’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: daarom staat ervoor cette en niet ce. Voorbeeld: Cette chaise est confortable. — ‘Deze stoel is comfortabel.’ serait is de derde persoon enkelvoud van être (‘zijn’) in de conditionnel présent. De vorm drukt hier een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid uit: ‘zou zijn’. Handige vormreeks: être — est (‘is’) — serait (‘zou zijn’). Het onderwerp is Cette table, dus de derde persoon enkelvoud past daarbij. meilleure betekent hier ‘beter’ en hoort bij het vrouwelijke enkelvoudige woord table. Het is de vrouwelijke vorm van het vergelijkende bijvoeglijk naamwoord meilleur; de basisvorm is bon (‘goed’). Vergelijk: bon (mannelijk enkelvoud), bonne (vrouwelijk enkelvoud), meilleur (mannelijk enkelvoud), meilleure (vrouwelijk enkelvoud). Voorbeeld: Cette solution est meilleure. — ‘Deze oplossing is beter.’ pour lire bestaat uit pour (‘om ... te’) plus het infinitief lire (‘lezen’). Na pour geeft een infinitief het doel of de bestemming van de voorafgaande beoordeling aan. Voorbeeld: Je viens pour apprendre. — ‘Ik kom om te leren.’ Samen betekent Cette table serait meilleure pour lire: ‘Deze tafel zou beter zijn om te lezen.’ Cette table is het onderwerp; serait meilleure beoordeelt die tafel als beter; pour lire noemt waarvoor zij beter zou zijn. De zin gebruikt dus een voorwaardelijke, niet-stellige formulering.

  5. Est-ce que ces chaises sont confortables ?

    Zijn deze stoelen comfortabel?

    Est-ce que
    vraagbegin: is het zo dat …?
    ces
    deze
    chaises
    stoelen
    sont
    zijn
    confortables
    comfortabel
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin van een gewone Franse vraag. Het maakt van de mededeling ces chaises sont confortables een ja-neevraag, zonder dat de woordvolgorde van die mededeling verandert. Voorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? ces betekent hier deze en staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord. De vorm is voor zowel mannelijk als vrouwelijk meervoud hetzelfde; het enkelvoudige contrast is ce of cette, afhankelijk van het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: ces tables — deze tafels. chaises is het meervoud van chaise, stoel. Het woord is vrouwelijk: une chaise — een stoel; des chaises — stoelen. De meervoudsuitgang -s wordt in het Frans meestal niet uitgesproken. confortables betekent hier comfortabel en beschrijft chaises. De basisvorm is confortable; deze vorm krijgt hier een meervoudsuitgang: confortable (enkelvoud), confortables (meervoud). Het bijvoeglijk naamwoord verandert niet voor mannelijk tegenover vrouwelijk: un fauteuil confortable en une chaise confortable, maar bij meervoud staat er confortables. sont is de tegenwoordige tijd van être (zijn) bij een meervoudig onderwerp van de derde persoon. De combinatie ces chaises sont betekent dus deze stoelen zijn. Voorbeeld: Ces fauteuils sont confortables. — Deze fauteuils zijn comfortabel. Samen vormen de delen de vraag: Est-ce que + ces chaises + sont confortables = Zijn deze stoelen comfortabel? De vraag gaat over de stoelen die met ces worden aangewezen. Het patroon is herbruikbaar: Est-ce que + onderwerp + werkwoord + aanvulling?

  6. Pour moi, elles sont très bien.

    Ze zitten voor mij prima.

    Pour moi
    voor mij
    elles
    ze
    sont
    zijn
    très bien
    heel goed; prima
    Uitgebreide uitleg

    Pour moi betekent hier “voor mij” en geeft het persoonlijke beoordelingsperspectief aan. Het patroon pour + persoon kan zo’n perspectief uitdrukken, bijvoorbeeld: Pour elle, c’est facile. — “Voor haar is het gemakkelijk.” elles betekent hier “ze” en verwijst, volgens de voorafgaande vraag en de vertaling, naar de vrouwelijke meervoudige stoelen. Elle is enkelvoud vrouwelijk; elles is meervoud vrouwelijk. Voor een mannelijk of gemengd meervoud gebruik je ils. Het voornaamwoord is hier het onderwerp van de zin. sont is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon meervoud: ils/elles sont. De vorm is dus afgestemd op elles. Bijvoorbeeld: Elles sont confortables. — “Ze zijn comfortabel.” très bien betekent hier “heel goed” of natuurlijker “prima”. Très versterkt bien; samen vormen ze in deze zin de beoordeling. Bien betekent “goed” en staat hier niet als zelfstandig naamwoord voor een concreet ding. Bijvoorbeeld: Ça va très bien. — “Het gaat heel goed.” Samen betekent Pour moi, elles sont très bien.: “Voor mij zijn ze prima.” De spreker geeft eerst het eigen perspectief (Pour moi), verwijst daarna met elles naar de stoelen, gebruikt sont voor “zijn”, en beoordeelt ze ten slotte met très bien.

  7. On va s'asseoir à cette table.

    Laten we aan deze tafel gaan zitten.

    On va
    laten we
    s'asseoir
    gaan zitten
    cette
    deze
    table
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    On va betekent hier “laten we …”. on is in deze constructie de grammaticale vorm van het onderwerp; met aller in de tegenwoordige tijd plus een infinitief vormt het Frans een nabije toekomst. In deze zin wordt dat door de vertaling natuurlijk als een voorstel met “laten we” weergegeven. Het werkwoord va is de vorm van aller voor il/elle/on. Vergelijk: On va partir. — “We gaan vertrekken.” s'asseoir is de infinitief van het wederkerende werkwoord “gaan zitten” of “zitten gaan”. De apostrof hoort bij het wederkerende voornaamwoord se, dat vóór een klinker s' wordt. In andere persoonsvormen verandert dat voornaamwoord mee met het onderwerp: je m'assieds — “ik ga zitten”, nous nous asseyons — “wij gaan zitten”. cette betekent “deze” en staat vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. De vorm is dus niet alleen door nabijheid bepaald, maar ook door het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord. Vergelijk ce bij een enkelvoudig mannelijk woord, bijvoorbeeld ce livre — “dit boek”. table betekent “tafel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une table, la table. Daarom staat hier de vrouwelijke enkelvoudsvorm cette ervoor. In de volgende context komt hetzelfde woord opnieuw voor in sous la table — “onder de tafel”. Samen vormen de delen On va + s'asseoir de constructie “laten we gaan zitten”, en à cette table geeft de plaats aan: “aan deze tafel”. De volledige betekenis is dus: “Laten we aan deze tafel gaan zitten.”

  8. Je vais mettre nos sacs sous la table.

    Ik leg onze tassen onder de tafel.

    Je vais
    ik ga …
    mettre
    leggen
    sacs
    tassen
    sous
    onder
    table
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    Je vais betekent hier samen ik ga … en vormt met een daaropvolgend werkwoord in de infinitief de nabije toekomst. vais is de tegenwoordige tijd van aller bij je; in deze constructie gaat het niet om letterlijk ergens heen gaan. Het patroon is Je vais + infinitief, bijvoorbeeld: Je vais partir. — Ik ga vertrekken. mettre betekent hier iets ergens neerleggen of plaatsen. Het is de infinitief en blijft na vais in die vorm. De infinitief en basisvorm zijn mettre; je mets is de tegenwoordige tijd bij je buiten deze toekomstconstructie. Voorbeeld: Je vais mettre le livre ici. — Ik ga het boek hier neerleggen. sacs betekent hier tassen. Het enkelvoud is sac en sacs is de meervoudsvorm, met een geschreven -s aan het einde. Samen met nos vormt het nos sacs — onze tassen. nos is het bezittelijke woord dat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord hoort; het zegt niet hoeveel bezitters er zijn. Voorbeeld: Nos sacs sont lourds. — Onze tassen zijn zwaar. sous betekent onder en geeft de plaatsrelatie aan. Het staat vóór de woordgroep die de plaats aanduidt: sous la table — onder de tafel. Voorbeeld: Le chat est sous la chaise. — De kat is onder de stoel. table betekent tafel. In la table staat het zelfstandig naamwoord met het bepaald lidwoord la; in het Frans is table een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het meervoud is tables, bijvoorbeeld in les tables — de tafels. De delen worden als volgt samengevoegd: Je vais mettre geeft ik ga neerleggen, nos sacs geeft onze tassen, en sous la table geeft onder de tafel. De volledige betekenis is daarom: Ik leg onze tassen onder de tafel. De Franse vorm gebruikt de nabije toekomst (Je vais mettre), terwijl de vaste Nederlandse vertaling dit natuurlijk als Ik leg weergeeft. In de gegeven context kan la table aansluiten bij de eerder genoemde tafel in cette table.

Grammatica

serait + adjectif

Cette chaise serait confortable pour moi.

set sjèz suh-rè kon-for-tabl poer mwaa

Deze stoel zou comfortabel zijn voor mij.

serait is de conditionnel van être en betekent hier ‘zou zijn’.

cette + nom féminin + adjectif féminin

Cette table serait meilleure.

set tabl suh-rè mè-zjur

Deze tafel zou beter zijn.

Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord past het bijvoeglijk naamwoord zich aan: meilleur wordt meilleure.

Frans woordenschat

aller werkwoord
aa-lee gaan allons
aussi bijwoord
oo-sie ook
bien bijwoord
bjèn goed
calme bijvoeglijk naamwoord
kalm rustig
cette bepaler
set deze
coin zelfstandig naamwoord
kwèn hoek
éclairé bijvoeglijk naamwoord
ee-klè-ree verlicht éclairée
endroit zelfstandig naamwoord
an-drwaa plek
être werkwoord
ètr zijn serait
où bijwoord
oe waar
s'asseoir werkwoord
a-swaar gaan zitten
table zelfstandig naamwoord
tabl tafel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar zullen we zitten?

Antwoord tonenOù allons-nous nous asseoir ?

Bij deze tafel is het licht ook goed.

Antwoord tonenCette table est aussi bien éclairée.

Deze tafel zou beter zijn om te lezen.

Antwoord tonenCette table serait meilleure pour lire.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonencette

ook

Antwoord tonenaussi

rustig

Antwoord tonencalme

gaan

Antwoord tonenallons