Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een tas kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Quel sac est-ce que je dois choisir ?
kel sak ès kuh zjuh dwaa sjwa-zier Welke tas moet ik kiezen?Celui-ci est léger.
suh-lwie-sie è lee-zjee Deze is licht.L'autre sac a l'air plus solide.
lootr sak aa lèèr plu solied De andere tas ziet er steviger uit.Il a aussi deux poches.
iel aa oo-sie deu posj Die heeft ook twee vakken.J'ai besoin d'un sac pour le travail.
zjee bə-zwèn deun sak poer luh tra-vaj Ik heb een tas voor mijn werk nodig.Alors, le sac le plus solide est un bon choix.
a-lor, luh sak luh plu solied è-tun bon sjwaa Dan is de stevigere tas een goede keuze.Je peux mettre mes papiers dans les poches.
zjuh peu mètr mee pa-pjee dang lee posj Ik kan mijn papieren in de vakken doen.Ça devrait bien marcher pour toi.
saa duh-vrè bjèn mar-sjee poer twaa Dat zou goed voor je moeten werken.Uitleg van de zinnen
Quel sac est-ce que je dois choisir ?
Welke tas moet ik kiezen?
- Quel
- welke
- sac
- tas
- est-ce que
- vraagconstructie
- je dois
- ik moet
- choisir
- kiezen
Uitgebreide uitleg
Quel betekent hier “welke” en staat vóór het zelfstandig naamwoord waarnaar gevraagd wordt. Het stemt af op sac: dat woord is mannelijk en enkelvoud, daarom is de vorm quel. Vergelijk: quelle bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, quels bij mannelijk meervoud en quelles bij vrouwelijk meervoud. Voorbeeld: Quelle couleur choisis-tu ? — “Welke kleur kies je?” Sac betekent hier “tas”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is sacs. Het geslacht bepaalt hier mede de vorm van quel, niet de betekenis “tas” zelf. Est-ce que is een vaste Franse vraagconstructie. Ze maakt van de daaropvolgende mededeling een ja-neevraag of, zoals hier, een vraag met een vraagwoord. Het patroon is vraagwoord + est-ce que + onderwerp + werkwoord: Quel sac est-ce que je dois choisir ? De constructie draagt de vraagfunctie; ze moet niet woord voor woord als een zelfstandige Nederlandse uitdrukking worden geleerd. Je dois betekent hier “ik moet”. Dois is de vervoegde vorm van devoir bij je; de infinitief is dus devoir, niet dois. In deze zin drukt devoir een noodzakelijke of vereiste keuze uit. Voorbeeld: Je dois partir. — “Ik moet vertrekken.” Choisir betekent “kiezen”. Dit is de infinitief, de vorm die na dois staat: je dois choisir betekent “ik moet kiezen”. De infinitief geeft hier de handeling weer die nodig is; dois draagt de vervoeging en de betekenis van verplichting. Voorbeeld: Je veux choisir ce livre. — “Ik wil dit boek kiezen.” Samen bestaat de zin uit Quel sac (“welke tas”), de vraagconstructie est-ce que, en je dois choisir (“ik moet kiezen”). De volledige betekenis is daarom: “Welke tas moet ik kiezen?”
Celui-ci est léger.
Deze is licht.
- Celui-ci
- deze
- est
- is
- léger
- licht
Uitgebreide uitleg
Celui-ci betekent hier “deze” en verwijst in deze context naar één van de tassen waaruit gekozen wordt. Het is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord: celui is de mannelijke enkelvoudsvorm en -ci wijst naar iets dat als de hier bedoelde optie wordt aangewezen. Vergelijk celui-là voor “die”. Het voornaamwoord staat zelfstandig; er hoeft dus geen zelfstandig naamwoord direct achter te staan. est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm past bij het enkelvoudige celui-ci. Een herbruikbaar patroon is X est Y: “X is Y”. léger betekent hier “licht”, dus met een laag gewicht. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt dat légère. De vergelijkende vorm is plus léger (“lichter”); het tegenovergestelde is lourd (“zwaar”). Voorbeeld: Ce sac est léger. — “Deze tas is licht.” Samen vormen de delen Celui-ci est léger.: “Deze is licht.” De aangewezen tas wordt als licht beschreven. De zin gebruikt het aanwijzend voornaamwoord zelfstandig, gevolgd door être en het bijvoeglijk naamwoord.
L'autre sac a l'air plus solide.
De andere tas ziet er steviger uit.
- L'autre
- de andere
- sac
- tas
- a l'air
- ziet eruit
- plus solide
- steviger
Uitgebreide uitleg
L'autre betekent hier “de andere”. autre is de vorm voor “ander/andere”; in het enkelvoud blijft die vorm hetzelfde bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. l' is de weggelaten vorm van le of la vóór een klinkerklank: le/la autre wordt l'autre. In deze zin verwijst de vaste vertaling naar de andere tas. sac betekent “tas”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un sac, meervoud des sacs. Het zelfstandig naamwoord is hier het onderwerp van de zin. a l'air hoort bij de constructie avoir l'air de + ..., waarmee je zegt dat iets er op een bepaalde manier uitziet of lijkt. a is de derde persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd; de vorm past hier bij sac. Voorbeeld: Cette chaise a l'air solide. — “Deze stoel ziet er stevig uit.” plus solide betekent “steviger”. solide is het bijvoeglijk naamwoord “stevig”; het heeft hier de vergelijkende vorm met plus: plus solide = “steviger”. solide zelf verandert niet voor mannelijk of vrouwelijk enkelvoud. Voorbeeld: Ce sac est plus solide que l'autre. — “Deze tas is steviger dan de andere.” Samen vormen de delen: L'autre sac — “de andere tas” — gevolgd door a l'air plus solide — “ziet er steviger uit”. De volledige betekenis is dus: “De andere tas ziet er steviger uit.”
Il a aussi deux poches.
Die heeft ook twee vakken.
- Il a
- die heeft
- aussi
- ook
- deux
- twee
- poches
- vakken
Uitgebreide uitleg
Il a combineert het onderwerp il met a, de tegenwoordige tijd van avoir in de derde persoon enkelvoud. Il is een mannelijk enkelvoudig onderwerpelijk voornaamwoord; de precieze referent wordt in deze zin niet met een zelfstandig naamwoord genoemd. Avoir betekent hier dat het bedoelde voorwerp iets bezit of bevat. Vergelijk: Il a un sac. — Hij heeft een tas. aussi betekent hier ‘ook’. Het staat na de vervoegde vorm a en voegt deze eigenschap toe aan iets wat al in de context genoemd is. Een bruikbaar patroon is sujet + avoir + aussi + ...: Elle a aussi une poche. — Zij heeft ook een vak. deux is het telwoord ‘twee’. Het verandert niet van vorm voor mannelijk of vrouwelijk; het zelfstandig naamwoord erna staat wel in het meervoud. poches is het meervoud van poche, ‘vak’ of ‘zakje’. In deze zin past ‘vakken’ bij de vaste vertaling. De uitgang -s markeert hier het meervoud; in de uitspraak is die eind-s doorgaans niet hoorbaar. Voorbeeld: Le sac a trois poches. — De tas heeft drie vakken. Samen vormen de delen: Il a = ‘die heeft’, aussi = ‘ook’, en deux poches = ‘twee vakken’. De volledige betekenis is dus: ‘Die heeft ook twee vakken.’
J'ai besoin d'un sac pour le travail.
Ik heb een tas voor mijn werk nodig.
- J'ai besoin
- ik heb nodig
- d'un
- van een
- sac
- tas
- pour
- voor
- travail
- werk
Uitgebreide uitleg
J'ai besoin betekent hier “ik heb nodig”. Dit is de vaste Franse constructie avoir besoin de + zelfstandig naamwoord: letterlijk staat er een vorm van avoir (“hebben”) met besoin (“behoefte”) en daarna de. J'ai is de vorm van avoir bij je; voor een andere persoon verandert alleen het werkwoord, bijvoorbeeld Il a besoin de temps = “Hij heeft tijd nodig.” d'un is de samentrekking van de + un. Na avoir besoin leidt de aan wat nodig is; un is hier het onbepaalde lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord sac. Het lidwoord geeft niet op zichzelf een numerieke nadruk; de combinatie verwijst hier naar een tas. sac betekent hier “tas”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un sac, “een tas”. Een bruikbaar voorbeeld is Le sac est solide = “De tas is stevig.” pour betekent “voor” en geeft hier het doel of de bestemming van iets aan. In deze zin verbindt het zich met le travail: de tas is bedoeld voor het werk. Het is niet hetzelfde als par, dat bijvoorbeeld een middel of handelende persoon kan aangeven. travail betekent hier “werk”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord, zoals te zien is aan le travail. De vorm travail blijft in het enkelvoud hetzelfde; het meervoud is travaux, bijvoorbeeld beaucoup de travaux = “veel werk-/bouwactiviteiten”, afhankelijk van de context. In de vaste zin gaat le travail om werk als activiteit of werkomgeving; het Franse lidwoord is niet letterlijk een bezittelijk woord als “mijn”. Samen vormen de delen J'ai besoin de + un sac de behoefte aan een tas, en pour le travail specificeert waarvoor die tas nodig is. De volledige betekenis is dus: “Ik heb een tas voor mijn werk nodig.” De Franse constructie kan opnieuw worden gebruikt met J'ai besoin de + [iets], bijvoorbeeld J'ai besoin d'un stylo = “Ik heb een pen nodig.”
Alors, le sac le plus solide est un bon choix.
Dan is de stevigere tas een goede keuze.
- Alors
- dan
- le sac le plus solide
- de stevigste tas
- est
- is
- un bon choix
- een goede keuze
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en leidt de conclusie in. le sac le plus solide betekent “de stevigste tas”. sac is een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, daarom staat ervoor le. le plus solide is de overtreffende trap: solide = stevig en le plus solide = de stevigste. De hele woordgroep vergelijkt deze tas met andere mogelijke tassen. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. un bon choix betekent “een goede keuze”. bon is de mannelijke enkelvoudsvorm van “goed” en stemt af op het mannelijke zelfstandig naamwoord choix, dat “keuze” betekent. De volledige zin betekent: “Dan is de stevigste tas een goede keuze.”
Je peux mettre mes papiers dans les poches.
Ik kan mijn papieren in de vakken doen.
- Je peux
- ik kan
- mettre
- doen; plaatsen
- papiers
- papieren
- poches
- vakken
Uitgebreide uitleg
Je peux betekent hier “ik kan”. peux is de vervoegde vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd bij je; het drukt mogelijkheid of bekwaamheid uit. Na pouvoir staat een infinitief: Je peux venir betekent bijvoorbeeld “Ik kan komen”. mettre betekent hier “doen” of “plaatsen”. Het is de infinitief van mettre; de vorm blijft na peux onvervoegd. Een bruikbaar patroon is pouvoir + infinitief, zoals Elle peut ouvrir la porte — “Zij kan de deur openen.” papiers is het meervoud van papier. In deze zin verwijst het, overeenkomstig de vertaling, naar papieren of documenten. Het meervoud wordt zichtbaar door de uitgang -s; het lidwoord en bezittelijk woord staan hier in de meervoudsvorm: mes papiers — “mijn papieren”. poches is het meervoud van poche, “vak” of “zak”. Hier gaat het volgens de vertaling om vakken waarin iets kan worden opgeborgen. les poches betekent “de vakken”; les markeert hier het bepaalde meervoud. In dans les poches geeft dans de plaats aan: “in de vakken”. De volledige structuur is Je peux mettre mes papiers dans les poches: Je peux + de handeling mettre + wat wordt geplaatst, mes papiers + de plaats, dans les poches. Samen betekent de zin: “Ik kan mijn papieren in de vakken doen.”
Ça devrait bien marcher pour toi.
Dat zou goed voor je moeten werken.
- Ça
- dat
- devrait
- zou moeten
- bien
- goed
- marcher
- werken
- pour toi
- voor jou
Uitgebreide uitleg
Ça betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat in de situatie al duidelijk is; de precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. Het is een aanwijzend voornaamwoord. Vergelijk bijvoorbeeld: Ça marche. — “Dat werkt.” devrait is de vorm van devoir bij de derde persoon enkelvoud in de conditionnel présent. In deze zin drukt die vorm een verwachting of voorzichtige voorspelling uit: “zou moeten”. Vergelijk ça doit marcher — “dat moet werken”, stelliger dan de vorm met devrait. bien is hier een bijwoord bij marcher en betekent “goed”. Het beschrijft dus hoe het werken naar verwachting zal verlopen. Bijvoorbeeld: Cela fonctionne bien. — “Dat werkt goed.” marcher is het werkwoord in de infinitief. Naast de letterlijke betekenis “lopen” kan het in deze context “werken” of “functioneren” betekenen. Na een vervoegde vorm van devoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Ça devrait marcher — “Dat zou moeten werken.” pour toi bestaat uit pour (“voor”) en toi, de beklemtoonde vorm van het informele enkelvoudige voornaamwoord “jou”. Samen geeft het aan voor wie iets bedoeld is of bij wie het zal werken: “voor jou”. In een formele aanspreking of bij meervoud gebruik je pour vous in plaats van pour toi. Samen vormen de delen in hun volgorde: Ça (“dat”) + devrait (“zou moeten”) + bien (“goed”) + marcher (“werken”) + pour toi (“voor jou”). De volledige betekenis is daarom: “Dat zou goed voor je moeten werken.”
Grammatica
avoir l'air + adjectif
Celui-ci a l'air solide.
suh-lwie-sie aa lèèr soliedDeze ziet er stevig uit.
Met avoir l'air beschrijf je hoe iets eruitziet; daarna volgt een bijvoeglijk naamwoord.
avoir besoin de + nom
J'ai besoin de deux poches.
zjee bə-zwèn duh deu posjIk heb twee vakken nodig.
Na avoir besoin komt de; voor een klinker wordt de ingekort tot d’.
Frans woordenschat
L'autre sac
Est-ce que je dois choisir ?
Quel sac
plus solide
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Deze is licht.
Antwoord tonen
Celui-ci est léger.De andere tas ziet er steviger uit.
Antwoord tonen
L'autre sac a l'air plus solide.Die heeft ook twee vakken.
Antwoord tonen
Il a aussi deux poches.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
stevig
Antwoord tonen
solidelicht
Antwoord tonen
légerkiezen
Antwoord tonen
choisirwelke