Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een eenvoudige activiteit kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Quelle activité allons-nous faire ?
Kel aktivité alõ noe feer? Welke activiteit zullen we doen?On pourrait marcher dehors.
Õ poevóar marsjee du-oor. We zouden buiten kunnen wandelen.Il peut faire froid dehors.
Iel puh feer frwaa du-oor. Het kan daar koud zijn.Alors, on peut lire à l'intérieur.
A-lohr, õ puh leer aa lan-té-rjuh. Dan kunnen we binnen lezen.Lire, c'est mieux aujourd'hui.
Leer, se mjeu oo-zjoer-dwie. Lezen klinkt vandaag beter.Choisissons une pièce calme.
Swaa-zie-sõ un pjes kalm. Laten we een rustige kamer kiezen.Je vais apporter mon livre.
Zje vè a-por-té mõ lievr. Ik neem mijn boek mee.Je vais trouver une place pour nous.
Zje vè troe-vé un plass poer noe. Ik zoek een plek voor ons.Uitleg van de zinnen
Quelle activité allons-nous faire ?
Welke activiteit zullen we doen?
- Quelle
- welke
- activité
- activiteit
- allons-nous
- zullen we
- faire
- doen
Uitgebreide uitleg
Quelle staat hier vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord: activité. Het betekent daarom “welke” in de vorm die met dat zelfstandig naamwoord overeenkomt. Vergelijk bijvoorbeeld Quel film ? (“Welke film?”), waar film mannelijk is. De vorm quelle zegt op zichzelf niet welke activiteit bedoeld wordt; de context moet dat bepalen. activité betekent hier “activiteit”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is activités. Een herbruikbaar voorbeeld is Quelle activité préfères-tu ? — “Welke activiteit heeft je voorkeur?” allons-nous bestaat uit de tegenwoordige vorm allons van aller (“gaan”) en het voornaamwoord nous (“wij/we”). In deze vraag zorgt de omkering allons-nous voor een formele of neutrale vraagstructuur. In combinatie met een infinitief kan aller een nabije of voorgenomen handeling uitdrukken: Allons-nous partir ? betekent “Gaan we vertrekken?” Hier is de bedoeling volgens de vaste vertaling toekomstgericht: “zullen we”. faire is de infinitief van “doen” of “maken”. Na allons blijft het werkwoord in de infinitief: allons faire betekent letterlijk “gaan doen” en vormt hier de vraag naar de activiteit die we zullen doen. De infinitief verschilt van de vervoegde vorm faisons, zoals in Nous faisons une activité — “Wij doen een activiteit.” Samen vormt Quelle activité allons-nous faire ? de vraag: “Welke activiteit zullen we doen?” Quelle activité vraagt naar de activiteit; allons-nous faire vraagt wat wij zullen doen. De Franse vraagtekens en spaties zijn hier onderdeel van de vaste formulering, maar de kern van de herbruikbare structuur is Quel/Quelle + zelfstandig naamwoord + allons-nous + infinitief ?.
On pourrait marcher dehors.
We zouden buiten kunnen wandelen.
- On pourrait
- we zouden kunnen
- marcher
- wandelen
- dehors
- buiten
Uitgebreide uitleg
On pourrait betekent hier “we zouden kunnen”. On is in deze zin het onderwerp met de betekenis “we”; het werkwoord staat daarom in de derde persoon enkelvoud. Pourrait is de conditionnel présent van pouvoir (“kunnen”): pouvoir → peut (tegenwoordige tijd) → pourrait (voorwaardelijke vorm). Deze vorm presenteert de activiteit als een mogelijkheid of voorstel, niet als een vaststaand plan. Voorbeeld: On pourrait rester ici. — “We zouden hier kunnen blijven.” Marcher is een infinitief en betekent “wandelen” of “lopen”. Na pourrait staat de infinitief: on pourrait marcher = “we zouden kunnen wandelen”. De infinitief verandert hier niet mee met het onderwerp; de vervoegde vorm is pourrait. Voorbeeld: Je préfère marcher. — “Ik wandel liever.” Dehors is een bijwoord en betekent hier “buiten”. Het geeft aan waar het wandelen plaatsvindt. Het bijwoord staat los van het werkwoord en krijgt geen vorm voor getal of geslacht. Een nuttig contrast is dehors (“buiten”) tegenover dedans (“binnen”). Voorbeeld: Les enfants jouent dehors. — “De kinderen spelen buiten.” Samen vormen de delen On pourrait marcher dehors: onderwerp “we” + een mogelijkheid met pouvoir + de activiteit “wandelen” + de plaats “buiten”. De volledige betekenis is dus: “We zouden buiten kunnen wandelen.”
Il peut faire froid dehors.
Het kan daar koud zijn.
- Il peut
- het kan
- faire
- doen/maken
- froid
- koud
- dehors
- buiten
Uitgebreide uitleg
Il peut betekent hier dat iets mogelijk is: het kan gebeuren. peut is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij il; vergelijk je peux, tu peux, il/elle peut en nous pouvons. In deze weeruitdrukking is il een onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een concreet genoemde persoon of zaak. Voorbeeld: Il peut pleuvoir. — Het kan regenen. faire betekent op zichzelf vaak ‘doen’ of ‘maken’. Hier krijgt het samen met froid de vaste weerbetekenis ‘koud zijn’: faire froid — het is koud. Een vergelijkbaar patroon is faire chaud — het is warm. De betekenis ‘zijn’ hoort dus bij de combinatie, niet bij faire los. froid betekent hier ‘koud’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat in faire froid de temperatuurtoestand beschrijft. Voorbeeld: Il fait chaud. — Het is warm. Dat voorbeeld gebruikt dezelfde weerconstructie met het tegenovergestelde van koud. dehors betekent ‘buiten’. Het is een bijwoord en geeft hier aan waar de weersomstandigheid geldt. Voorbeeld: Les enfants jouent dehors. — De kinderen spelen buiten. Samen vormen Il peut + faire froid + dehors de betekenis: ‘Het kan buiten koud zijn.’ Il peut drukt de mogelijkheid uit, faire froid benoemt de koude weersomstandigheid en dehors beperkt die omstandigheid tot buiten. De zin stelt dus geen zekerheid vast, maar zegt dat het buiten mogelijk koud is.
Alors, on peut lire à l'intérieur.
Dan kunnen we binnen lezen.
- Alors
- dan
- on peut
- we kunnen
- lire
- lezen
- à l'intérieur
- binnen
Uitgebreide uitleg
Alors staat hier vooraan als overgang naar de volgende stap: dan of dus, afhankelijk van de context. In deze zin past dan het best. Het kan ook een gevolg inleiden; de precieze nuance komt uit de context. on peut bestaat uit het onderwerp on en peut, de derde persoon enkelvoud van pouvoir in de tegenwoordige tijd. Hier geeft de vaste vertaling aan dat on we betekent, dus on peut betekent we kunnen. On kan in andere zinnen ook een onbepaald persoon of mensen in het algemeen aanduiden. Het werkwoord pouvoir krijgt bij on de vorm peut; daarna volgt een infinitief: on peut lire. lire is de infinitief van lire en betekent lezen. Na pouvoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Je peux lire betekent bijvoorbeeld Ik kan lezen, en Nous pouvons lire betekent Wij kunnen lezen. De vorm lire drukt hier geen aparte tijd uit; peut draagt de tegenwoordige tijd. à l'intérieur is een plaatsbepaling met de betekenis binnen of aan de binnenkant. In à l'intérieur is l' de elisie van het bepaalde lidwoord vóór intérieur; intérieur is hier het zelfstandig naamwoord voor de binnenkant of het interieur. Een vergelijkbare plaatsaanduiding is à l'extérieur, buiten of aan de buitenkant. Samen vormen de delen Alors, on peut lire à l'intérieur de betekenis: Dan kunnen we binnen lezen. De structuur is overgang + onderwerp en pouvoir + infinitief + plaatsbepaling: Alors, on peut + werkwoord + plaats.
Lire, c'est mieux aujourd'hui.
Lezen klinkt vandaag beter.
- Lire
- lezen
- c'est
- het is
- mieux
- beter
- aujourd'hui
- vandaag
Uitgebreide uitleg
Lire is de infinitief van lire (“lezen”). In deze zin staat de infinitief als onderwerp: de activiteit lezen wordt als geheel besproken. Dezelfde vorm kan ook na een ander werkwoord staan, bijvoorbeeld: Je veux lire. — “Ik wil lezen.” c'est bestaat uit ce en est. Ce is hier een neutraal onderwerp (“het”, zonder een zelfstandig naamwoord als grammaticaal onderwerp), en est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). Samen vormt c'est een veelgebruikte manier om iets te beoordelen of te beschrijven. Voorbeeld: C'est facile. — “Het is gemakkelijk.” mieux betekent hier “beter”. Het is de vergrotende vorm van bien (“goed”), met de reeks bien → mieux. Mieux wordt gebruikt voor een verbetering of vergelijking in de manier of kwaliteit van iets. Het verschilt van meilleur, de vergrotende vorm die bij een zelfstandig naamwoord hoort: un meilleur livre — “een beter boek”. aujourd'hui betekent “vandaag” en bepaalt wanneer de beoordeling geldt. Het is één Frans bijwoord; splits het in deze zin niet op in losse woorden. Voorbeeld: Je travaille aujourd'hui. — “Ik werk vandaag.” De structuur is Lire, c'est mieux aujourd'hui: eerst wordt Lire als onderwerp genoemd; daarna beoordeelt c'est mieux dat onderwerp als beter, en aujourd'hui plaatst die beoordeling in de tijd. In overeenstemming met de vaste vertaling betekent de hele zin: “Lezen klinkt vandaag beter.”
Choisissons une pièce calme.
Laten we een rustige kamer kiezen.
- Choisissons
- laten we kiezen
- pièce
- kamer
- calme
- rustig
Uitgebreide uitleg
Choisissons betekent hier “laten we kiezen”. Het is de vorm voor de eerste persoon meervoud van choisir in de gebiedende wijs: de spreker stelt voor dat spreker en anderen samen iets kiezen. Vergelijk: Choisis ! = “Kies!” tegen één persoon en Choisissez ! = “Kies/kiezen jullie!” tegen één of meer aangesproken personen. pièce betekent hier “kamer”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is pièces. De betekenis wordt door de vaste vertaling en deze zin als “kamer” bepaald. Voorbeeld: La pièce est grande. = “De kamer is groot.” calme betekent hier “rustig” en beschrijft pièce. Het bijvoeglijk naamwoord staat hier na het zelfstandig naamwoord en krijgt in deze combinatie de vrouwelijke enkelvoudige vorm; die is geschreven als calme. De vorm verandert hier niet zichtbaar tussen mannelijk enkelvoud calme en vrouwelijk enkelvoud calme; het meervoud heeft calmes. Samen vormen de delen Choisissons une pièce calme.: une pièce calme betekent “een rustige kamer”, en Choisissons maakt daarvan het voorstel “Laten we een rustige kamer kiezen.”
Je vais apporter mon livre.
Ik neem mijn boek mee.
- Je vais
- ik ga
- apporter
- meenemen
- mon
- mijn
- livre
- boek
Uitgebreide uitleg
Je vais betekent hier “ik ga” en vormt samen met het daaropvolgende hele werkwoord de futur proche: aller in de tegenwoordige tijd + infinitief. vais is de vorm van aller voor de eerste persoon enkelvoud (je); het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Je vais partir. — “Ik ga vertrekken.” apporter betekent hier “meenemen” of “brengen”: de spreker zal het boek meenemen. Het is de infinitief na vais. De keuze tussen “brengen” en “meenemen” hangt in het Nederlands van de kijkrichting en context af; in deze vaste vertaling is “meenemen” de bedoelde betekenis. Voorbeeld: Je vais apporter de l’eau. — “Ik ga water meenemen.” mon betekent “mijn”. Deze bezittelijke vorm staat bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; livre is hier zo’n woord. Het is dus niet zelf een meervouds- of telwoord. Bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans ma, en bij meervoud mes. livre betekent hier “boek”, een mannelijk zelfstandig naamwoord. Het meervoud is livres. Voorbeeld: mon livre — “mijn boek”; mes livres — “mijn boeken”. Samen vormen de delen Je vais + apporter + mon livre de betekenis: “Ik neem mijn boek mee.” De futur proche maakt duidelijk dat dit meenemen nog moet gebeuren of als nabije toekomstige handeling wordt voorgesteld.
Je vais trouver une place pour nous.
Ik zoek een plek voor ons.
- Je vais
- ik ga
- trouver
- vinden
- place
- plek
- pour nous
- voor ons
Uitgebreide uitleg
Je vais bestaat uit je (“ik”) en vais, de tegenwoordige vorm van aller (“gaan”). Met een daaropvolgend infinitief vormt dit een veelgebruikte toekomstconstructie: aller in de tegenwoordige tijd + infinitief. Hier hoort vais samen met trouver; de combinatie presenteert het vinden als een komende of voorgenomen handeling. Vais is de vorm van aller bij het enkelvoudige eerste-persoonsonderwerp je. Vergelijk: Je vais apporter mon livre = “Ik neem mijn boek mee.” trouver is de infinitief van het werkwoord “vinden”. De infinitief staat hier na vais binnen die toekomstconstructie. Andere vormen zijn bijvoorbeeld je trouve (“ik vind”) en j’ai trouvé (“ik heb gevonden”); dat zijn andere tijden en vormen van hetzelfde werkwoord. place betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een zelfstandig naamwoord; de volledige naamwoordgroep is une place, met het vrouwelijke onbepaalde lidwoord une. Het grammaticale geslacht hoort bij place; une drukt hier niet op zichzelf een vast aantal uit. Een bruikbaar contrast is une place tegenover plusieurs places (“een plek” tegenover “meerdere plekken”). pour nous betekent “voor ons”. Pour geeft hier aan voor wie de plek bestemd is. Na een voorzetsel gebruikt het Frans de vorm nous; dezelfde vorm kan ook onderwerp zijn, bijvoorbeeld in Nous cherchons (“Wij zoeken”). Het verschil zit daar dus niet in de spelling van nous, maar in zijn grammaticale rol in de zin. Samen vormen de delen Je vais trouver une place pour nous: “Ik zoek een plek voor ons.” Je vais trouver presenteert het vinden als een komende of voorgenomen handeling, en pour nous maakt duidelijk dat de plek bestemd is voor de groep die met nous wordt aangeduid.
Grammatica
Choisissons + infinitif
Choisissons une activité.
Swaa-zie-sõ un aktivité.Laten we een activiteit kiezen.
Choisissons is de nous-vorm van de Franse gebiedende wijs. Je gebruikt deze vorm om samen iets voor te stellen.
Frans woordenschat
Alors, on peut lire à l'intérieur.
Quelle activité allons-nous faire ?
Quelle activité allons-nous faire ?
Alors, on peut lire à l'intérieur.
Lire, c'est mieux aujourd'hui.
On pourrait marcher dehors.
Quelle activité allons-nous faire ?
Il peut faire froid dehors.
Alors, on peut lire à l'intérieur.
On pourrait marcher dehors.
Lire, c'est mieux aujourd'hui.
On pourrait marcher dehors.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Welke activiteit zullen we doen?
Antwoord tonen
Quelle activité allons-nous faire ?We zouden buiten kunnen wandelen.
Antwoord tonen
On pourrait marcher dehors.Het kan daar koud zijn.
Antwoord tonen
Il peut faire froid dehors.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
buiten
Antwoord tonen
dehorskunnen
Antwoord tonen
pourraitactiviteit
Antwoord tonen
activitékoud