Quelle
In “Quelle activité” betekent “Quelle” welke en bepaalt het welk woord wordt gekozen. Het is de vrouwelijke vorm die hier bij “activité” past. Gebruik “Quelle” vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord om ernaar te vragen.
activité
In “Quelle activité” betekent “activité” activiteit. Het woord benoemt hier wat de twee personen kunnen gaan doen. Het komt in de vraag na “Quelle”.
allons
In “allons-nous faire” geeft “allons” het idee van gaan of van plan zijn weer. Het is hier de vorm van “aller” bij “nous” en staat vóór “faire” in de vraag. De herbruikbare structuur is “allons-nous” gevolgd door een infinitief.
nous
In “allons-nous faire” betekent “nous” we en is het onderwerp van de vraag. Door de omgekeerde volgorde staat het na “allons”. Gebruik “nous” als onderwerp wanneer de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt.
faire
In “allons-nous faire” betekent “faire” doen. Het is de infinitief die volgt op “allons” en verwijst naar de activiteit die men gaat doen. In deze vraag vormt “faire” samen met “Quelle activité” de vraag naar de activiteit.
On
In “On pourrait marcher dehors” betekent “On” we en is het onderwerp van het voorstel. In deze dialoog verwijst het naar de twee gesprekspartners, niet naar een specifieke persoon. Gebruik “on” vaak als onderwerp wanneer je in een gesprek “we” bedoelt.
pourrait
In “On pourrait marcher dehors” betekent “pourrait” zou kunnen en maakt het voorstel voorzichtig. Het is een vorm van “pouvoir” vóór de infinitief “marcher”. Gebruik de structuur “On pourrait” gevolgd door een infinitief voor een mogelijke activiteit of suggestie.
marcher
In “marcher dehors” betekent “marcher” lopen of wandelen. Het staat als infinitief na “pourrait” en benoemt de voorgestelde activiteit. De combinatie “marcher dehors” verwijst hier naar buiten wandelen.
dehors
In “marcher dehors” betekent “dehors” buiten en geeft het de plaats van het wandelen aan. Het is een bijwoordelijke plaatsaanduiding. Gebruik “dehors” na een werkwoord om te zeggen dat iets buiten gebeurt, zoals in “marcher dehors”.
Il
In “Il peut faire froid dehors” is “Il” het grammaticale onderwerp van de weersuitdrukking. Het verwijst hier niet naar een man of een ander concreet persoon. Gebruik “Il” in de vaste weerconstructie “Il peut faire froid”.
peut
In “Il peut faire froid dehors” betekent “peut” kan of is mogelijk. Het is een vorm van “pouvoir” en staat vóór de infinitief “faire”. De structuur “Il peut” gevolgd door een infinitief drukt hier een mogelijkheid uit.
froid
In “faire froid” betekent “froid” koud. Samen met “faire” vormt het de weersuitdrukking voor koud weer; de betekenis komt dus uit de hele combinatie. Gebruik de vaste combinatie “faire froid” om te zeggen dat het koud is.
Alors
In “Alors, on peut lire” betekent “Alors” dan en verbindt het antwoord met de eerdere mogelijkheid dat het buiten koud kan zijn. Het leidt hier een gevolgtrekking of alternatief in. Gebruik “Alors” aan het begin van een zin om op basis van de vorige situatie verder te gaan.
lire
In “on peut lire” betekent “lire” lezen en is het de activiteit die binnen mogelijk is. In “Lire, c’est mieux aujourd’hui” staat dezelfde infinitief als naam van de activiteit. Gebruik “lire” na “peut” of als onderwerp wanneer lezen zelf wordt besproken.
à
In “à l’intérieur” geeft “à” hier de plaats aan: in of naar binnen. Samen met “l’intérieur” vormt het de uitdrukking voor binnen zijn. Gebruik de volledige combinatie “à l’intérieur” om een activiteit binnen te situeren.
l'intérieur
In “à l’intérieur” betekent “l’intérieur” de binnenkant of binnenruimte. Met “à” betekent de volledige uitdrukking hier binnen. De apostrof in “l’intérieur” staat vóór de klinker van “intérieur”.
c'est
In “Lire, c’est mieux aujourd’hui” introduceert “c’est” de beoordeling dat lezen beter is. Het betekent hier het is of dat is en verwijst naar de activiteit “Lire”. Gebruik de structuur “c’est mieux” om te zeggen dat iets beter is.
mieux
In “c’est mieux aujourd’hui” betekent “mieux” beter. Het beoordeelt hier de keuze om te lezen in vergelijking met de andere mogelijkheid. Gebruik “c’est mieux” wanneer je een optie als beter beoordeelt.
aujourd'hui
In “mieux aujourd’hui” betekent “aujourd’hui” vandaag en geeft het aan wanneer de beoordeling geldt. Het is een tijdsaanduiding. Gebruik “aujourd’hui” om een situatie aan de huidige dag te koppelen.
Choisissons
In “Choisissons une pièce calme” betekent “Choisissons” laten we kiezen. Het is een voorstel aan de gesprekspartner om samen een keuze te maken. Gebruik “Choisissons” vóór wat je samen wilt kiezen, zoals in “Choisissons une pièce calme”.
une
In “une pièce” betekent “une” een en staat het vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “pièce”. Het lidwoord maakt duidelijk dat het om één niet nader bepaalde kamer gaat. Gebruik “une” vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
pièce
In “une pièce calme” betekent “pièce” kamer of ruimte. In deze dialoog gaat het om een rustige ruimte om binnen te lezen. Het woord staat na “une” en vóór het bijvoeglijk naamwoord “calme”.
calme
In “une pièce calme” betekent “calme” rustig en beschrijft het de kamer. Het staat na het zelfstandig naamwoord “pièce”. Gebruik hier de combinatie “pièce calme” voor een rustige kamer.
Je
In “Je vais apporter mon livre” betekent “Je” ik en is het onderwerp van de zin. De spreker kondigt hiermee aan wat die zelf gaat doen. Gebruik “Je” als onderwerp voor een handeling die je zelf uitvoert.
vais
In “Je vais apporter” geeft “vais” samen met “apporter” aan dat de spreker iets gaat doen. Het is de vorm van “aller” bij “Je” en staat vóór de infinitief. Gebruik de structuur “Je vais” gevolgd door een infinitief om een voorgenomen handeling uit te drukken.
apporter
In “Je vais apporter mon livre” betekent “apporter” brengen of meenemen naar de bedoelde plek. Het is de infinitief na “vais” en heeft “mon livre” als wat wordt meegenomen. Gebruik de structuur “Je vais apporter” gevolgd door een voorwerp.
mon
In “mon livre” betekent “mon” mijn en geeft het aan dat het boek van de spreker is. Het staat direct vóór “livre”. Gebruik “mon” vóór het zelfstandig naamwoord wanneer je bezit door de spreker uitdrukt.
livre
In “mon livre” betekent “livre” boek. Het is het voorwerp dat de spreker naar de gekozen ruimte zal brengen. Het staat na het bezittelijk woord “mon”.
trouver
In “Je vais trouver une place pour nous” betekent “trouver” vinden. Het is de infinitief na “vais” en verwijst naar het zoeken en vinden van een geschikte plek. Gebruik de structuur “trouver une place” wanneer je een plek wilt vinden.
place
In “trouver une place” betekent “place” plek of plaats. In deze dialoog gaat het om een plek waar de twee personen kunnen zitten of lezen. Het staat na “une” in de combinatie “une place”.
pour
In “une place pour nous” betekent “pour” voor en geeft het aan voor wie de plek bedoeld is. Het staat vóór het voornaamwoord “nous”. Gebruik de structuur “pour” gevolgd door een persoon of voornaamwoord om de begunstigde aan te geven.