J’ai
« J’ai » betekent hier « ik heb » in de zin « J’ai un léger mal de tête. ». Het is de vorm van avoir die bij je of jij? Nee: bij « je » hoort deze vorm; « je » wordt vóór een klinker verkort tot « J’ ». Je gebruikt « J’ai » bijvoorbeeld ook in « J’ai soif » voor « ik heb dorst ».
un
« un » betekent hier « een » en hoort bij « un léger mal de tête ». Het staat vóór het zelfstandige naamwoord en geeft één niet nader bepaald geval aan. Een nieuw voorbeeld is « un livre » voor « een boek ».
léger
« léger » betekent hier « licht » in « un léger mal de tête », dus een hoofdpijn die niet sterk is. De vorm « léger » staat hier vóór « mal de tête » en past bij die woordgroep. Een nieuw voorbeeld is « un léger bruit » voor « een zacht geluid ».
mal de tête
« mal de tête » betekent als geheel « hoofdpijn » in « un léger mal de tête ». « mal » draagt hier het idee van pijn, « de » verbindt dit met « tête », en « tête » betekent « hoofd »; samen gaat het dus om pijn aan het hoofd. Je kunt de hele uitdrukking gebruiken in « J’ai un mal de tête » wanneer je aan iemand vertelt dat je hoofdpijn hebt.
Assieds-toi
« Assieds-toi » betekent hier « ga zitten » en is een directe aansporing aan één persoon. De vorm bevat het werkwoord voor zitten en « toi », dat naar de aangesproken persoon verwijst. Je gebruikt deze uitdrukking bijvoorbeeld wanneer je iemand uitnodigt om plaats te nemen.
moment
« moment » betekent hier « moment » in « un moment », dus een korte tijd. Na « un » verwijst het naar één korte periode waarin de ander moet zitten. Een nieuw voorbeeld is « Attends un moment » voor « Wacht een moment ».
et
« et » betekent « en » en verbindt in « Assieds-toi un moment et repose tes yeux » twee aansporingen. Het woord zet de tweede handeling naast de eerste. Je gebruikt « et » ook om twee personen, dingen of handelingen te verbinden.
repose
« repose » betekent hier « laat rusten » in « repose tes yeux ». Het is een aansporing aan één persoon om de ogen rust te geven. Je kunt dezelfde vorm gebruiken in de uitdrukking « Repose-toi » wanneer je iemand zegt dat die moet uitrusten.
tes
« tes » betekent hier « je » of « jouw » vóór « yeux » in « repose tes yeux ». Het geeft aan dat de ogen van de aangesproken persoon zijn en staat vóór het zelfstandige naamwoord. Je gebruikt « tes » op dezelfde manier vóór dingen die bij de aangesproken persoon horen.
yeux
« yeux » betekent hier « ogen » in « repose tes yeux ». Het verwijst naar de ogen van de aangesproken persoon, die rust moeten krijgen. Je kunt « yeux » bijvoorbeeld gebruiken wanneer je zegt dat iemand zijn ogen moet sluiten of laten rusten.
Tu
« Tu » betekent « je » of « jij » in « Tu peux m’apporter un peu d’eau ? ». Het benoemt de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. « Tu » staat hier vóór de werkwoordsvorm « peux ».
peux
« peux » betekent hier « kunt » in « Tu peux m’apporter un peu d’eau ? ». Met « Tu peux » vraag je of de ander iets kan of wil doen. Je gebruikt het patroon « Tu peux + infinitief » voor een verzoek, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld « Tu peux attendre ? ».
m’apporter
« m’apporter » betekent hier « voor mij brengen » in « Tu peux m’apporter un peu d’eau ? ». « m’ » verwijst naar de persoon die het water ontvangt en « apporter » betekent brengen; na « peux » staat deze werkwoordsvorm. Een bruikbaar patroon is « Tu peux m’apporter + iets ? ».
peu
« peu » betekent hier « een beetje » in de hoeveelheid « un peu d’eau ». De combinatie « un peu de » geeft een kleine hoeveelheid aan en staat vóór wat je vraagt of aanbiedt. Je kunt bijvoorbeeld « un peu de pain » gebruiken voor « een beetje brood ».
d’eau
« d’eau » betekent hier « water » in « un peu d’eau ». Het is het deel dat aangeeft waarvan een beetje wordt gevraagd; « d’ » staat vóór « eau » omdat het volgende woord met een klinker begint. De hele combinatie « un peu d’eau » betekent « een beetje water ».
Tiens
« Tiens » betekent hier « hier » of « neem maar » wanneer iemand het water aan de ander geeft. Het past bij een kort aanbod aan iemand die iets nodig heeft. Je gebruikt « Tiens » bijvoorbeeld wanneer je een voorwerp aan iemand overhandigt.
bois-en
« bois-en » betekent hier « drink ervan » in « bois-en doucement ». « bois » is de aansporing om te drinken en « en » verwijst terug naar het water; samen vormen ze de opdracht om wat water te drinken. Een bruikbaar patroon is « Bois-en + bijwoord », zoals hier « bois-en doucement ».
doucement
« doucement » betekent hier « rustig » of « voorzichtig » in « bois-en doucement ». Het zegt hoe de ander moet drinken: niet snel, maar kalm. Je kunt « doucement » ook gebruiken bij een andere handeling wanneer die voorzichtig of rustig moet gebeuren.
Je
« Je » betekent « ik » in « Je me sens aussi un peu fatigué. ». Het is de persoon die vertelt hoe hij of zij zich voelt. « Je » staat hier vóór « me sens », de werkwoordsgroep voor « me voelen ».
me
« me » verwijst hier naar de spreker in « Je me sens aussi un peu fatigué » en maakt duidelijk dat de spreker zichzelf voelt. Het hoort bij de constructie « je me sens », niet bij « sens » alleen. Je gebruikt hetzelfde patroon « Je me sens + toestand » om je eigen toestand te beschrijven.
sens
« sens » betekent hier « voel » in de constructie « Je me sens aussi un peu fatigué ». Samen met « me » beschrijft het hoe de spreker zich voelt. Een bruikbaar patroon is « Je me sens + bijvoeglijke beschrijving », zoals in de dialoog « Je me sens aussi un peu fatigué ».
aussi
« aussi » betekent « ook » in « Je me sens aussi un peu fatigué ». Het voegt deze vermoeidheid toe naast de eerder genoemde hoofdpijn. Je kunt « aussi » gebruiken om nog een extra eigenschap, handeling of behoefte te noemen.
fatigué
« fatigué » betekent hier « moe » in « Je me sens aussi un peu fatigué ». Het beschrijft de toestand waarin de spreker zich bevindt. Je gebruikt het na « Je me sens » om te zeggen dat je je moe voelt.
t’allonger
« t’allonger » betekent hier « gaan liggen » in « Tu peux t’allonger dans cette pièce calme ». « t’ » verwijst naar de aangesproken persoon en « allonger » hoort bij de handeling waarbij die persoon zelf gaat liggen. Na « Tu peux » volgt deze infinitief in het patroon « Tu peux t’allonger dans + plaats ».
dans
« dans » betekent hier « in » en geeft in « dans cette pièce calme » de plaats aan. Het verbindt de handeling van gaan liggen met de ruimte waarin dat gebeurt. Je gebruikt « dans » vóór een plaats of ruimte wanneer iets zich daarin bevindt of daar gebeurt.
cette
« cette » betekent hier « deze » in « cette pièce calme ». Het wijst een bepaalde ruimte aan die voor de gesprekspartners herkenbaar is. « Cette » staat direct vóór « pièce ».
pièce
« pièce » betekent hier « kamer » of « ruimte » in « cette pièce calme ». Het verwijst naar de rustige ruimte waarin de ander kan gaan liggen. Je kunt « pièce » gebruiken voor een afzonderlijke ruimte in een huis.
calme
« calme » betekent hier « rustig » in « cette pièce calme ». Het beschrijft de kamer als een geschikte plek om te rusten. Je gebruikt « calme » ook voor een persoon of situatie die niet druk of onrustig is.
J’espère
« J’espère » betekent hier « ik hoop » in « J’espère me sentir bientôt mieux ». De spreker drukt daarmee een wens voor een verbetering uit. Na « J’espère » kan een infinitief volgen, zoals « me sentir » in deze dialoog.
sentir
« sentir » betekent hier « voelen » in « J’espère me sentir bientôt mieux ». Met « me » gaat het om voelen hoe het met jezelf gaat; de hele uitdrukking betekent « me beter voelen ». Je gebruikt het patroon « se sentir + beschrijving » om een lichamelijke of algemene toestand te beschrijven.
bientôt
« bientôt » betekent hier « binnenkort » of « snel » in « me sentir bientôt mieux ». Het geeft aan dat de verbetering op korte termijn wordt verwacht. Je kunt « bientôt » gebruiken voor iets dat in de nabije toekomst zal gebeuren.
mieux
« mieux » betekent hier « beter » in « me sentir bientôt mieux ». Het geeft een verbetering aan ten opzichte van hoe de spreker zich nu voelt. Je gebruikt « se sentir mieux » als vast bruikbaar patroon voor « zich beter voelen ».
Reste
« Reste » betekent hier « blijf » in « Reste ici ». Het is een aansporing aan één persoon om op dezelfde plaats te blijven. Je kunt « Reste + plaats » gebruiken wanneer je iemand vraagt ergens te blijven.
ici
« ici » betekent « hier » in « Reste ici ». Het verwijst naar de plaats waar de spreker en de aangesprokene zich bevinden. Je gebruikt « ici » om de huidige of aangewezen plek aan te duiden.
appelle-moi
« appelle-moi » betekent hier « bel me » in « appelle-moi si tu as besoin de quelque chose ». « moi » verwijst naar de persoon die gebeld moet worden; samen vormt dit een aansporing om die persoon te bellen. Een bruikbaar patroon is « Appelle-moi si + voorwaarde » wanneer iemand moet bellen als er iets gebeurt.
si
« si » betekent hier « als » in « si tu as besoin de quelque chose ». Het leidt de voorwaarde in waaronder de ander moet bellen. Je gebruikt « si » om een voorwaarde of situatie te verbinden met wat er daarna moet gebeuren.
as
« as » betekent hier « hebt » in « tu as besoin de quelque chose ». Samen met « besoin de » vormt het de uitdrukking voor iets nodig hebben. Je gebruikt het patroon « tu as besoin de + iets » om over de behoefte van de aangesproken persoon te spreken.
besoin
« besoin » betekent hier « behoefte », maar in « tu as besoin de quelque chose » betekent de hele constructie « je hebt iets nodig ». « besoin » hoort hier bij « avoir besoin de », met « as » als werkwoordsvorm en « de » vóór datgene wat nodig is. Een bruikbaar patroon is « avoir besoin de + zelfstandig naamwoord of voornaamwoord ».
de
« de » is hier onderdeel van « avoir besoin de » in « tu as besoin de quelque chose ». Het verbindt « besoin » met datgene wat nodig is en betekent in deze constructie niet eenvoudigweg alleen « van ». Gebruik het patroon « avoir besoin de + iets » voor « iets nodig hebben ».
quelque chose
« quelque chose » betekent als geheel « iets » in « si tu as besoin de quelque chose ». « quelque » en « chose » vormen samen de onbepaalde uitdrukking voor een niet nader genoemd ding; « quelque » betekent hier « een of ander » en « chose » « ding ». Je gebruikt « quelque chose » bijvoorbeeld na « avoir besoin de » wanneer je niet specificeert wat iemand nodig heeft.