Praten over hoofdpijn | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, one adult has a slight headache while another offers water and a quiet place to rest..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Praten over hoofdpijn oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J’ai un léger mal de tête.

zjee uhn lee-zjee mal duh tèt. Ik heb een lichte hoofdpijn.
B

Assieds-toi un moment et repose tes yeux.

a-sjee twa uhn mo-man ee ruh-pooz tee zjeu. Ga een minuutje zitten en laat je ogen rusten.
A

Tu peux m’apporter un peu d’eau ?

tuu peu ma-por-tee uhn peu doo? Kun je wat water voor me halen?
B

Tiens, bois-en doucement.

tjèn, bwa zan doe-s-man. Hier, drink er langzaam van.
A

Je me sens aussi un peu fatigué.

zjuh muh san oo-see uhn peu fa-tee-zjee. Ik voel me ook een beetje moe.
B

Tu peux t’allonger dans cette pièce calme.

tuu peu ta-lon-zjee dan set pjes kalm. Je kunt in deze rustige kamer gaan liggen.
A

J’espère me sentir bientôt mieux.

zjes-per muh san-teer bjèn-too mjeu. Ik hoop dat ik me snel beter voel.
B

Reste ici et appelle-moi si tu as besoin de quelque chose.

rest ie-see ee a-pèl-mwa sie tuu aa buh-zwèn duh kèl-kuh sjooz. Blijf hier en bel me als je iets nodig hebt.

Woord voor woord

J’ai « J’ai » betekent hier « ik heb » in de zin « J’ai un léger mal de tête. ». Het is de vorm van avoir die bij je of jij? Nee: bij « je » hoort deze vorm; « je » wordt vóór een klinker verkort tot « J’ ». Je gebruikt « J’ai » bijvoorbeeld ook in « J’ai soif » voor « ik heb dorst ».
un « un » betekent hier « een » en hoort bij « un léger mal de tête ». Het staat vóór het zelfstandige naamwoord en geeft één niet nader bepaald geval aan. Een nieuw voorbeeld is « un livre » voor « een boek ».
léger « léger » betekent hier « licht » in « un léger mal de tête », dus een hoofdpijn die niet sterk is. De vorm « léger » staat hier vóór « mal de tête » en past bij die woordgroep. Een nieuw voorbeeld is « un léger bruit » voor « een zacht geluid ».
mal de tête « mal de tête » betekent als geheel « hoofdpijn » in « un léger mal de tête ». « mal » draagt hier het idee van pijn, « de » verbindt dit met « tête », en « tête » betekent « hoofd »; samen gaat het dus om pijn aan het hoofd. Je kunt de hele uitdrukking gebruiken in « J’ai un mal de tête » wanneer je aan iemand vertelt dat je hoofdpijn hebt.
Assieds-toi « Assieds-toi » betekent hier « ga zitten » en is een directe aansporing aan één persoon. De vorm bevat het werkwoord voor zitten en « toi », dat naar de aangesproken persoon verwijst. Je gebruikt deze uitdrukking bijvoorbeeld wanneer je iemand uitnodigt om plaats te nemen.
moment « moment » betekent hier « moment » in « un moment », dus een korte tijd. Na « un » verwijst het naar één korte periode waarin de ander moet zitten. Een nieuw voorbeeld is « Attends un moment » voor « Wacht een moment ».
et « et » betekent « en » en verbindt in « Assieds-toi un moment et repose tes yeux » twee aansporingen. Het woord zet de tweede handeling naast de eerste. Je gebruikt « et » ook om twee personen, dingen of handelingen te verbinden.
repose « repose » betekent hier « laat rusten » in « repose tes yeux ». Het is een aansporing aan één persoon om de ogen rust te geven. Je kunt dezelfde vorm gebruiken in de uitdrukking « Repose-toi » wanneer je iemand zegt dat die moet uitrusten.
tes « tes » betekent hier « je » of « jouw » vóór « yeux » in « repose tes yeux ». Het geeft aan dat de ogen van de aangesproken persoon zijn en staat vóór het zelfstandige naamwoord. Je gebruikt « tes » op dezelfde manier vóór dingen die bij de aangesproken persoon horen.
yeux « yeux » betekent hier « ogen » in « repose tes yeux ». Het verwijst naar de ogen van de aangesproken persoon, die rust moeten krijgen. Je kunt « yeux » bijvoorbeeld gebruiken wanneer je zegt dat iemand zijn ogen moet sluiten of laten rusten.
Tu « Tu » betekent « je » of « jij » in « Tu peux m’apporter un peu d’eau ? ». Het benoemt de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. « Tu » staat hier vóór de werkwoordsvorm « peux ».
peux « peux » betekent hier « kunt » in « Tu peux m’apporter un peu d’eau ? ». Met « Tu peux » vraag je of de ander iets kan of wil doen. Je gebruikt het patroon « Tu peux + infinitief » voor een verzoek, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld « Tu peux attendre ? ».
m’apporter « m’apporter » betekent hier « voor mij brengen » in « Tu peux m’apporter un peu d’eau ? ». « m’ » verwijst naar de persoon die het water ontvangt en « apporter » betekent brengen; na « peux » staat deze werkwoordsvorm. Een bruikbaar patroon is « Tu peux m’apporter + iets ? ».
peu « peu » betekent hier « een beetje » in de hoeveelheid « un peu d’eau ». De combinatie « un peu de » geeft een kleine hoeveelheid aan en staat vóór wat je vraagt of aanbiedt. Je kunt bijvoorbeeld « un peu de pain » gebruiken voor « een beetje brood ».
d’eau « d’eau » betekent hier « water » in « un peu d’eau ». Het is het deel dat aangeeft waarvan een beetje wordt gevraagd; « d’ » staat vóór « eau » omdat het volgende woord met een klinker begint. De hele combinatie « un peu d’eau » betekent « een beetje water ».
Tiens « Tiens » betekent hier « hier » of « neem maar » wanneer iemand het water aan de ander geeft. Het past bij een kort aanbod aan iemand die iets nodig heeft. Je gebruikt « Tiens » bijvoorbeeld wanneer je een voorwerp aan iemand overhandigt.
bois-en « bois-en » betekent hier « drink ervan » in « bois-en doucement ». « bois » is de aansporing om te drinken en « en » verwijst terug naar het water; samen vormen ze de opdracht om wat water te drinken. Een bruikbaar patroon is « Bois-en + bijwoord », zoals hier « bois-en doucement ».
doucement « doucement » betekent hier « rustig » of « voorzichtig » in « bois-en doucement ». Het zegt hoe de ander moet drinken: niet snel, maar kalm. Je kunt « doucement » ook gebruiken bij een andere handeling wanneer die voorzichtig of rustig moet gebeuren.
Je « Je » betekent « ik » in « Je me sens aussi un peu fatigué. ». Het is de persoon die vertelt hoe hij of zij zich voelt. « Je » staat hier vóór « me sens », de werkwoordsgroep voor « me voelen ».
me « me » verwijst hier naar de spreker in « Je me sens aussi un peu fatigué » en maakt duidelijk dat de spreker zichzelf voelt. Het hoort bij de constructie « je me sens », niet bij « sens » alleen. Je gebruikt hetzelfde patroon « Je me sens + toestand » om je eigen toestand te beschrijven.
sens « sens » betekent hier « voel » in de constructie « Je me sens aussi un peu fatigué ». Samen met « me » beschrijft het hoe de spreker zich voelt. Een bruikbaar patroon is « Je me sens + bijvoeglijke beschrijving », zoals in de dialoog « Je me sens aussi un peu fatigué ».
aussi « aussi » betekent « ook » in « Je me sens aussi un peu fatigué ». Het voegt deze vermoeidheid toe naast de eerder genoemde hoofdpijn. Je kunt « aussi » gebruiken om nog een extra eigenschap, handeling of behoefte te noemen.
fatigué « fatigué » betekent hier « moe » in « Je me sens aussi un peu fatigué ». Het beschrijft de toestand waarin de spreker zich bevindt. Je gebruikt het na « Je me sens » om te zeggen dat je je moe voelt.
t’allonger « t’allonger » betekent hier « gaan liggen » in « Tu peux t’allonger dans cette pièce calme ». « t’ » verwijst naar de aangesproken persoon en « allonger » hoort bij de handeling waarbij die persoon zelf gaat liggen. Na « Tu peux » volgt deze infinitief in het patroon « Tu peux t’allonger dans + plaats ».
dans « dans » betekent hier « in » en geeft in « dans cette pièce calme » de plaats aan. Het verbindt de handeling van gaan liggen met de ruimte waarin dat gebeurt. Je gebruikt « dans » vóór een plaats of ruimte wanneer iets zich daarin bevindt of daar gebeurt.
cette « cette » betekent hier « deze » in « cette pièce calme ». Het wijst een bepaalde ruimte aan die voor de gesprekspartners herkenbaar is. « Cette » staat direct vóór « pièce ».
pièce « pièce » betekent hier « kamer » of « ruimte » in « cette pièce calme ». Het verwijst naar de rustige ruimte waarin de ander kan gaan liggen. Je kunt « pièce » gebruiken voor een afzonderlijke ruimte in een huis.
calme « calme » betekent hier « rustig » in « cette pièce calme ». Het beschrijft de kamer als een geschikte plek om te rusten. Je gebruikt « calme » ook voor een persoon of situatie die niet druk of onrustig is.
J’espère « J’espère » betekent hier « ik hoop » in « J’espère me sentir bientôt mieux ». De spreker drukt daarmee een wens voor een verbetering uit. Na « J’espère » kan een infinitief volgen, zoals « me sentir » in deze dialoog.
sentir « sentir » betekent hier « voelen » in « J’espère me sentir bientôt mieux ». Met « me » gaat het om voelen hoe het met jezelf gaat; de hele uitdrukking betekent « me beter voelen ». Je gebruikt het patroon « se sentir + beschrijving » om een lichamelijke of algemene toestand te beschrijven.
bientôt « bientôt » betekent hier « binnenkort » of « snel » in « me sentir bientôt mieux ». Het geeft aan dat de verbetering op korte termijn wordt verwacht. Je kunt « bientôt » gebruiken voor iets dat in de nabije toekomst zal gebeuren.
mieux « mieux » betekent hier « beter » in « me sentir bientôt mieux ». Het geeft een verbetering aan ten opzichte van hoe de spreker zich nu voelt. Je gebruikt « se sentir mieux » als vast bruikbaar patroon voor « zich beter voelen ».
Reste « Reste » betekent hier « blijf » in « Reste ici ». Het is een aansporing aan één persoon om op dezelfde plaats te blijven. Je kunt « Reste + plaats » gebruiken wanneer je iemand vraagt ergens te blijven.
ici « ici » betekent « hier » in « Reste ici ». Het verwijst naar de plaats waar de spreker en de aangesprokene zich bevinden. Je gebruikt « ici » om de huidige of aangewezen plek aan te duiden.
appelle-moi « appelle-moi » betekent hier « bel me » in « appelle-moi si tu as besoin de quelque chose ». « moi » verwijst naar de persoon die gebeld moet worden; samen vormt dit een aansporing om die persoon te bellen. Een bruikbaar patroon is « Appelle-moi si + voorwaarde » wanneer iemand moet bellen als er iets gebeurt.
si « si » betekent hier « als » in « si tu as besoin de quelque chose ». Het leidt de voorwaarde in waaronder de ander moet bellen. Je gebruikt « si » om een voorwaarde of situatie te verbinden met wat er daarna moet gebeuren.
as « as » betekent hier « hebt » in « tu as besoin de quelque chose ». Samen met « besoin de » vormt het de uitdrukking voor iets nodig hebben. Je gebruikt het patroon « tu as besoin de + iets » om over de behoefte van de aangesproken persoon te spreken.
besoin « besoin » betekent hier « behoefte », maar in « tu as besoin de quelque chose » betekent de hele constructie « je hebt iets nodig ». « besoin » hoort hier bij « avoir besoin de », met « as » als werkwoordsvorm en « de » vóór datgene wat nodig is. Een bruikbaar patroon is « avoir besoin de + zelfstandig naamwoord of voornaamwoord ».
de « de » is hier onderdeel van « avoir besoin de » in « tu as besoin de quelque chose ». Het verbindt « besoin » met datgene wat nodig is en betekent in deze constructie niet eenvoudigweg alleen « van ». Gebruik het patroon « avoir besoin de + iets » voor « iets nodig hebben ».
quelque chose « quelque chose » betekent als geheel « iets » in « si tu as besoin de quelque chose ». « quelque » en « chose » vormen samen de onbepaalde uitdrukking voor een niet nader genoemd ding; « quelque » betekent hier « een of ander » en « chose » « ding ». Je gebruikt « quelque chose » bijvoorbeeld na « avoir besoin de » wanneer je niet specificeert wat iemand nodig heeft.

Grammatica

Impératif + pronom personnel

Appelle-moi si tu as besoin de quelque chose.

a-pèl-mwa sie tuu aa buh-zwèn duh kèl-kuh sjooz.

Bel me als je iets nodig hebt.

Bij de bevestigende imperatief staat het voornaamwoord achter het werkwoord, verbonden met een koppelteken: appelle-moi.

avoir besoin de + quelque chose

Tu as besoin de quelque chose ?

tuu aa buh-zwèn duh kèl-kuh sjooz?

Heb je iets nodig?

Na avoir besoin de volgt wat iemand nodig heeft; quelque chose betekent ‘iets’.

Frans woordenschat

apporter werkwoord
a-por-tee brengen m’apporter
boire werkwoord
bwaar drinken bois-en
eau zelfstandig naamwoord
oo water
léger bijvoeglijk naamwoord
lee-zjee licht
mal de tête uitdrukking
mal duh tèt hoofdpijn
moment zelfstandig naamwoord
mo-man moment
œil zelfstandig naamwoord
uhj oog yeux
peu bijwoord
peu weinig
pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux
reposer werkwoord
ruh-poo-zee laten rusten repose
s’asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten Assieds-toi
tiens tussenwerpsel
tjèn hier, alsjeblieft Tiens

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een lichte hoofdpijn.

Antwoord tonenJ’ai un léger mal de tête.

Hier, drink er langzaam van.

Antwoord tonenTiens, bois-en doucement.

Ik hoop dat ik me snel beter voel.

Antwoord tonenJ’espère me sentir bientôt mieux.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

oog

Antwoord tonenyeux

moment

Antwoord tonenmoment

licht

Antwoord tonenléger

kunnen

Antwoord tonenpeux