Warm blijven thuis | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults talk about warming up with a blanket, a warm cup, and a closed window..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Warm blijven thuis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai froid maintenant.

zjee frwaa mẽ-tuh-nã Ik heb het nu koud.
B

Mets cette couverture chaude autour de toi.

mè set koovèrtyr sjood otoer duh twaa Wikkel jezelf in deze warme deken.
A

J'ai aussi les mains froides.

zjee oosie lee mẽ frwaad Mijn handen zijn ook koud.
B

Tiens cette tasse chaude un moment.

tjẽ set tas sjood ö̃ momã Houd deze warme kop een tijdje vast.
A

Ça aide un peu.

saa èd ö̃ pö Dat helpt een beetje.
B

Assieds-toi sur le canapé et repose-toi.

asjè twaa suur luh kanapee ee ruh-pooz-twaa Ga op de bank zitten en rust uit.
A

La pièce semble plus chaude maintenant.

laa pjès sãbl plü sjood mẽ-tuh-nã De kamer voelt nu warmer aan.
B

Je vais fermer la fenêtre pour que ça reste comme ça.

zjuh vè fèrmee laa fuh-nètr poer kuh saa rèst kom saa Ik doe het raam dicht, zodat het zo blijft.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai froid maintenant.

    Ik heb het nu koud.

    J'ai froid
    Ik heb het koud
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    J'ai froid is de vaste Franse uitdrukking voor lichamelijk kou voelen. J'ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir (hebben): j'ai, tu as, il/elle a. In deze uitdrukking betekent avoir niet letterlijk bezit. froid blijft hier de vorm froid, ook wanneer het onderwerp vrouwelijk is: Elle a froid betekent “Zij heeft het koud”. Vergelijkbare uitdrukkingen zijn avoir chaud (“het warm hebben”) en avoir faim (“honger hebben”). maintenant is een bijwoord met de betekenis “op dit moment” of “nu”. Het zegt wanneer de toestand geldt en kan vaak aan het begin of einde van de zin staan, bijvoorbeeld: Maintenant, j'ai chaud. — “Nu heb ik het warm.” Samen betekent J'ai froid maintenant.: “Ik heb het nu koud.” De spreker beschrijft een toestand die op dit moment geldt; j'ai froid geeft de toestand weer en maintenant bepaalt het tijdstip.

  2. Mets cette couverture chaude autour de toi.

    Wikkel jezelf in deze warme deken.

    Mets
    wikkel
    cette
    deze
    couverture
    deken
    chaude
    warme
    autour de toi
    om je heen
    Uitgebreide uitleg

    Mets is de gebiedende wijs voor tu van mettre (“zetten, leggen, doen”). In deze zin betekent het door de vaste vertaling specifiek “wikkel” of “doe om”. Het onderwerp tu staat in een bevel meestal niet apart: Mets ... betekent “Wikkel ...”. Ter vergelijking: Mets le livre sur la table. = “Leg het boek op tafel.” cette is een aanwijzend woord voor één vrouwelijk zelfstandig naamwoord: “deze”. Het stemt hier af op couverture, dat vrouwelijk en enkelvoud is. Het woord drukt op zichzelf geen getal uit als hoeveelheid; het markeert hier dat de bedoelde deken wordt aangewezen. couverture is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “deken”. Het kan ook andere soorten bedekking aanduiden, maar hier gaat het volgens de vaste vertaling om een deken. Het geslacht verklaart de vorm van het bijvoeglijk naamwoord erna. chaude betekent hier “warme”. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van chaud (“warm”): chaud bij een mannelijk woord, chaude bij een vrouwelijk woord. Bijvoorbeeld: une couverture chaude = “een warme deken”. autour de toi betekent “om je heen”. autour de is de constructie voor “rond/om”, en toi is de beklemtoonde vorm van “jou” die na een voorzetsel wordt gebruikt; tu is de vorm als onderwerp. Hier verwijst toi naar de aangesprokene. Samen met mettre beschrijft de uitdrukking dat de deken rondom die persoon wordt geplaatst, wat in natuurlijk Nederlands “wikkel jezelf in” wordt. De delen bouwen dus de zin op als: Mets (“wikkel/doe”) + cette couverture chaude (“deze warme deken”) + autour de toi (“om je heen”). De volledige betekenis is: “Wikkel jezelf in deze warme deken.”

  3. J'ai aussi les mains froides.

    Mijn handen zijn ook koud.

    J'ai
    ik heb
    aussi
    ook
    mains
    handen
    froides
    koud
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de vaste vorm van je + ai: het persoonlijk voornaamwoord je en de eerste persoon enkelvoud van avoir (“hebben”) worden vóór een klinker samengetrokken tot j'ai. Hier drukt die combinatie uit dat de spreker koude handen heeft. Voorbeeld: J'ai une tasse. — “Ik heb een kopje.” aussi betekent hier “ook”. Het voegt deze mededeling toe aan iets wat al geldt; het verandert niet wie de handen heeft of hoe koud ze zijn. Voorbeeld: J'ai aussi froid. — “Ik heb het ook koud.” mains is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord main (“hand”). Het meervoud wordt hier zichtbaar door de eind-s; die s wordt in het Frans meestal niet uitgesproken. Voorbeeld: Mes mains — “Mijn handen.” froides is het bijvoeglijk naamwoord froid (“koud”), hier in de vrouwelijke meervoudsvorm. De vorm stemt af op mains: vrouwelijk en meervoud. Het basispaar is froid (mannelijk enkelvoud), froide (vrouwelijk enkelvoud), froids (mannelijk meervoud) en froides (vrouwelijk meervoud). Het tegenovergestelde is chaud (“warm”); in de vrouwelijke meervoudsvorm wordt dat chaudes. Samen vormen de delen J'ai aussi les mains froides: letterlijk een constructie met “ik heb”, “ook”, “de handen” en “koude”. De vaste betekenis is: “Mijn handen zijn ook koud.” In het Frans kan een lichamelijke toestand hier dus met avoir (“hebben”) worden uitgedrukt, terwijl het Nederlands daarvoor zijn gebruikt.

  4. Tiens cette tasse chaude un moment.

    Houd deze warme kop een tijdje vast.

    Tiens
    houd vast
    cette
    deze
    tasse
    kopje
    chaude
    warm
    un moment
    een tijdje
    Uitgebreide uitleg

    Tiens komt hier van het werkwoord tenir en is de gebiedende wijs voor tu: “houd vast”. In deze zin is het een opdracht om iets vast te houden. De vorm verandert met het onderwerp: tiens voor tu, maar bijvoorbeeld tenez voor vous. Voorbeeld: Tiens la porte. — “Houd de deur vast.” cette betekent hier “deze” en staat vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het verwijzende woord zelf zegt niet wie of wat precies bedoeld wordt; hier wordt het nader bepaald door tasse. Vergelijk ce bij een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord en ces bij het meervoud. tasse betekent “kop” of “kopje”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: daarom staat hier het vrouwelijke aanwijzende woord cette en krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm chaude. chaude betekent hier “warm” en beschrijft tasse. De basisvorm is chaud; de vorm chaude is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die bij tasse past. Voorbeeld: un café chaud — “een warme koffie”; une soupe chaude — “een warme soep”. un moment betekent hier “een tijdje” of letterlijk “een moment”. In deze tijdsaanduiding geeft un moment aan hoe lang het vasthouden duurt. Voorbeeld: Attends un moment. — “Wacht een tijdje.” Samen vormt de zin de opdracht: Tiens + het voorwerp cette tasse chaude + de tijdsaanduiding un moment: “Houd deze warme kop een tijdje vast.”

  5. Ça aide un peu.

    Dat helpt een beetje.

    Ça
    dat; het
    aide
    helpt
    un peu
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    Ça betekent hier “dat” of “het” en is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar iets dat in de situatie al bekend is, zonder dat de zin zelf precies zegt waarnaar. Het is niet hetzelfde als het lidwoord un: ça staat hier als onderwerp. aide komt van het werkwoord aider (“helpen”). De vorm aide is hier de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: ça aide = “dat helpt”. In de tegenwoordige tijd heeft aider bijvoorbeeld j’aide, tu aides, il/elle aide; bij nous wordt het nous aidons. Voorbeeld: Cette méthode aide. — “Deze methode helpt.” un peu betekent “een beetje” en beperkt de mate van het helpen. Peu betekent “weinig”; met un vormt het de vaste uitdrukking un peu (“een beetje”). Voorbeeld: Attends un peu. — “Wacht even.” Samen vormen de delen Ça aide un peu.: het onderwerp is ça, het werkwoord is aide, en un peu geeft aan in welke mate het helpt. De volledige betekenis is: “Dat helpt een beetje.”

  6. Assieds-toi sur le canapé et repose-toi.

    Ga op de bank zitten en rust uit.

    Assieds-toi
    ga zitten
    sur
    op
    canapé
    bank
    repose-toi
    rust uit
    Uitgebreide uitleg

    Assieds-toi betekent hier: ga zitten. Het is de bevestigende gebiedende wijs voor tu van s’asseoir (gaan zitten). Het wederkerende toi verwijst naar de aangesprokene; in een bevestigende Franse gebiedende wijs staat het na het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden. De vorm assieds hoort bij dit werkwoord; neem dus niet aan dat hij rechtstreeks van een naburig zelfstandig naamwoord komt. sur geeft de ruimtelijke relatie aan: op. Het wordt hier gevolgd door een lidwoord en een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Le livre est sur la table. — Het boek ligt op tafel. canapé is het zelfstandig naamwoord voor bank of sofa. In le canapé staat het met het bepaald lidwoord le, dus als mannelijk enkelvoud. Het lidwoord drukt hier bepaaldheid uit, niet op zichzelf een aantal. De vaste uitdrukking sur le canapé betekent samen: op de bank. repose-toi betekent hier: rust uit. Het is de bevestigende gebiedende wijs voor tu van se reposer (uitrusten/rusten), opnieuw met het wederkerende toi na het werkwoord en een koppelteken. Het is een ander werkwoord dan s’asseoir: eerst wordt gevraagd om te gaan zitten, daarna om uit te rusten. Voorbeeld: Repose-toi un peu. — Rust een beetje uit. De twee gebiedende werkwoordsvormen zijn verbonden door et (en). Samen vormen ze de instructie Assieds-toi sur le canapé et repose-toi.: ga op de bank zitten en rust uit.

  7. La pièce semble plus chaude maintenant.

    De kamer voelt nu warmer aan.

    La pièce
    de kamer
    semble
    lijkt
    plus chaude
    warmer
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    La pièce betekent hier “de kamer”. pièce is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het lidwoord als la en krijgt het bijvoeglijk naamwoord later de vrouwelijke enkelvoudsvorm. Het woord kan in andere contexten ook bijvoorbeeld “stuk” of “ruimte” betekenen, maar hier is de bedoelde betekenis door de vertaling en context duidelijk. Voorbeelden: la maison = “het huis”, les pièces = “de kamers” of “de stukken”, afhankelijk van de context. semble is de derde persoon enkelvoud van sembler, “lijken”. De vorm past bij het enkelvoudige onderwerp La pièce. Een bruikbaar patroon is quelque chose semble + bijvoeglijk naamwoord: Le café semble froid. = “De koffie lijkt koud.” Sembler drukt hier een indruk uit; het stelt niet zonder meer als feit vast dat de kamer warmer is. plus chaude betekent hier “warmer”. chaude is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord chaud (“warm”), omdat het bij pièce hoort. plus maakt de vergrotende trap: chaud → plus chaud voor een mannelijk enkelvoudig woord en chaude → plus chaude voor een vrouwelijk enkelvoudig woord. Met een expliciete vergelijking kan Frans plus ... que gebruiken, bijvoorbeeld Cette pièce est plus chaude que l’autre. = “Deze kamer is warmer dan de andere.” In deze zin blijft het vergelijkingspunt ongenoemd. maintenant betekent “nu” en plaatst de beschreven indruk in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Il fait plus chaud maintenant. = “Het is nu warmer.” Samen vormen de delen La pièce semble plus chaude maintenant de betekenis: “De kamer lijkt nu warmer.” De vertaling De kamer voelt nu warmer aan geeft dezelfde bedoelde indruk weer; semble maakt duidelijk dat dit een waargenomen of beoordeelde indruk is, terwijl plus chaude de verandering naar een hogere warmtegraad uitdrukt.

  8. Je vais fermer la fenêtre pour que ça reste comme ça.

    Ik doe het raam dicht, zodat het zo blijft.

    Je vais
    ik ga
    fermer
    sluiten
    la fenêtre
    het raam
    pour que
    zodat
    ça
    het; dat
    reste
    blijft
    comme ça
    zo; op die manier
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bevat vais, de eerste persoon enkelvoud van het werkwoord aller, plus het infinitiefpatroon aller + infinitief. In deze zin gaat het niet om letterlijk ergens naartoe gaan: dit is de nabije toekomst, vergelijkbaar met “ik ga … doen”. Het onderwerp Je is degene die de handeling uitvoert. fermer is het infinitief “sluiten” of “dichtdoen”. Na vais blijft het werkwoord in de infinitief: Je vais fermer = “ik ga dichtdoen”. Voorbeeld: Je vais ouvrir la porte. = “Ik ga de deur openen.” la fenêtre betekent “het raam”. Fenêtre is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord la. Het meervoud is les fenêtres. Het lidwoord la zegt hier dat het om een bepaald, herkenbaar raam gaat, niet om een numerieke hoeveelheid. pour que leidt een doelzin in: “zodat” of “opdat”. Na pour que staat in het Frans de subjonctif, omdat de uitkomst als doel wordt voorgesteld. Het is dus een ander patroon dan pour + infinitief, dat meestal dezelfde uitvoerder heeft: Je ferme la fenêtre pour rester au chaud = “Ik doe het raam dicht om warm te blijven.” ça is een aanwijzend voornaamwoord, ongeveer “dat” of “het”. Hier is het onderwerp van reste; de precieze zaak waarnaar het verwijst wordt niet als zelfstandig naamwoord benoemd, maar de bedoeling is dat de huidige toestand zo blijft. Ça is de informele vorm van cela en verandert niet mee met mannelijk of vrouwelijk. reste is de derde persoon enkelvoud van rester in de tegenwoordige subjonctif: que ça reste. Rester betekent hier “blijven” of “in dezelfde toestand blijven”. De vorm reste wordt door het enkelvoudige onderwerp ça bepaald. In een ander patroon kan dezelfde vorm ook de tegenwoordige indicatief zijn, bijvoorbeeld Ça reste ouvert = “Het blijft open”; hier herken je de subjonctif aan pour que. comme ça betekent “zo” of “op die manier”. Het verwijst naar de bedoelde huidige manier of toestand. Samen met reste vormt het reste comme ça = “zo blijft” of natuurlijker “zo blijft het”. De delen bouwen de zin als volgt op: Je vais fermer la fenêtre betekent “Ik ga het raam dichtdoen”. pour que ça reste comme ça geeft het doel: “zodat het zo blijft”. De volledige betekenis is daarom: “Ik doe het raam dicht, zodat het zo blijft.”

Grammatica

avoir + adjectif

J'ai froid

zjee frwaa

Ik heb het koud.

Voor lichamelijke gewaarwordingen gebruikt het Frans « avoir »: letterlijk ‘kou hebben’, niet « être froid ».

pour que + subjonctif

pour que la pièce reste chaude

poer kuh laa pjès rèst sjood

zodat de kamer warm blijft

Na « pour que » staat de subjonctif; hier is « reste » de subjonctif van « rester ».

Frans woordenschat

aussi bijwoord
oosie ook
autour de voorzetsel
otoer duh rondom
avoir froid uitdrukking
avwaar frwaa het koud hebben J'ai froid
chaud bijvoeglijk naamwoord
sjoo warm chaude
couverture zelfstandig naamwoord
koovèrtyr deken
froid bijvoeglijk naamwoord
frwaa koud
main zelfstandig naamwoord
mẽ hand mains
maintenant bijwoord
mẽ-tuh-nã nu
mettre werkwoord
mètr doen; leggen Mets
tasse zelfstandig naamwoord
tas kopje
tenir werkwoord
tuh-nier vasthouden Tiens
toi voornaamwoord
twaa jou

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb het nu koud.

Antwoord tonenJ'ai froid maintenant.

Mijn handen zijn ook koud.

Antwoord tonenJ'ai aussi les mains froides.

Houd deze warme kop een tijdje vast.

Antwoord tonenTiens cette tasse chaude un moment.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

doen; leggen

Antwoord tonenMets

nu

Antwoord tonenmaintenant

deken

Antwoord tonencouverture

koud

Antwoord tonenfroid