Warm blijven thuis | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults talk about warming up with a blanket, a warm cup, and a closed window..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Warm blijven thuis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai froid maintenant.

zjee frwaa mẽ-tuh-nã Ik heb het nu koud.
B

Mets cette couverture chaude autour de toi.

mè set koovèrtyr sjood otoer duh twaa Wikkel jezelf in deze warme deken.
A

J'ai aussi les mains froides.

zjee oosie lee mẽ frwaad Mijn handen zijn ook koud.
B

Tiens cette tasse chaude un moment.

tjẽ set tas sjood ö̃ momã Houd deze warme kop een tijdje vast.
A

Ça aide un peu.

saa èd ö̃ pö Dat helpt een beetje.
B

Assieds-toi sur le canapé et repose-toi.

asjè twaa suur luh kanapee ee ruh-pooz-twaa Ga op de bank zitten en rust uit.
A

La pièce semble plus chaude maintenant.

laa pjès sãbl plü sjood mẽ-tuh-nã De kamer voelt nu warmer aan.
B

Je vais fermer la fenêtre pour que ça reste comme ça.

zjuh vè fèrmee laa fuh-nètr poer kuh saa rèst kom saa Ik doe het raam dicht, zodat het zo blijft.

Woord voor woord

J'ai « J'ai » betekent hier « ik heb » en vormt in « J'ai froid maintenant » de Franse uitdrukking voor het koud hebben. Het is de vorm van avoir bij je, en in « J'ai aussi les mains froides » betekent het dat de spreker ook koude handen heeft.
froid « froid » betekent « koud » in « J'ai froid maintenant ». In deze zin beschrijft het niet een voorwerp, maar het gevoel van de spreker; de vaste combinatie « avoir froid » betekent het koud hebben.
maintenant « maintenant » betekent « nu » en plaatst het gevoel in het huidige moment: « J'ai froid maintenant ». Je gebruikt het om aan te geven wanneer iets gebeurt of geldt.
Mets « Mets » is hier een opdracht met de betekenis « doe » of « wikkel » in « Mets cette couverture chaude autour de toi ». Het is de gebiedende vorm van mettre en wordt gebruikt vóór wat iemand moet aantrekken, neerleggen of plaatsen.
cette « cette » betekent « deze » in « cette couverture chaude ». Het wijst naar één bepaalde deken die dichtbij of duidelijk aanwezig is en staat vóór het zelfstandig naamwoord.
couverture « couverture » betekent « deken » in « cette couverture chaude ». In de dialoog is het het voorwerp dat om iemand heen wordt gedaan; je kunt het gebruiken in combinaties zoals « une couverture » als nieuw voorbeeld.
chaude « chaude » betekent « warm » in « cette couverture chaude ». Deze vorm beschrijft « couverture » en staat er in deze woordgroep achter.
autour « autour » betekent « rondom » of « omheen » in « autour de toi ». Samen met de voorzetselgroep geeft het aan dat de deken om de persoon heen komt.
de « de » verbindt in « autour de toi » het woord voor « rondom » met de persoon om wie het gaat. De vaste combinatie « autour de » betekent « rondom » of « omheen » iemand of iets.
toi « toi » betekent « jou » of « jezelf » in « autour de toi ». Het verwijst naar de persoon die wordt aangesproken; na « autour de » gebruik je deze vorm.
aussi « aussi » betekent « ook » in « J'ai aussi les mains froides ». Het voegt de koude handen toe als iets dat eveneens geldt en staat hier vóór « les mains froides ».
les « les » is het bepaalde lidwoord voor meervoud in « les mains froides » en betekent hier « de ». Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
mains « mains » betekent « handen » in « les mains froides ». Het is de meervoudsvorm van « main » en wordt hier gebruikt als datgene wat koud is.
froides « froides » betekent « koud » in « les mains froides ». Deze vorm beschrijft « mains » en past zich daaraan aan; in « J'ai froid » staat de andere vorm « froid ».
Tiens « Tiens » betekent « houd vast » in « Tiens cette tasse chaude un moment ». Het is een opdracht met tenir en staat vóór het voorwerp dat iemand moet vasthouden.
tasse « tasse » betekent « kop » of « beker » in « cette tasse chaude ». Het verwijst hier naar het warme drinkvat dat iemand vasthoudt.
un « un » betekent « een » in « un moment ». Het maakt van « moment » een niet nader bepaald tijdsinterval, zoals in de betekenis « een tijdje ».
moment « moment » betekent hier « moment » of « tijdje » in « un moment ». De combinatie « un moment » wordt gebruikt om een korte periode aan te geven, bijvoorbeeld in « Attends un moment » als nieuw voorbeeld.
Ça « Ça » betekent « dat » of « het » in « Ça aide un peu » en verwijst naar wat zojuist is gedaan, namelijk de warme kop vasthouden. Dezelfde vorm verschijnt als « ça » in « comme ça » en verwijst daar naar de toestand waarnaar wordt verwezen.
aide « aide » betekent « helpt » in « Ça aide un peu ». Het is de vorm van aider die zegt dat iets een gunstig effect heeft; de constructie « Ça aide » gebruik je om te zeggen dat iets helpt.
peu « peu » betekent « weinig » en in « un peu » « een beetje ». Het maakt de hulp in « Ça aide un peu » minder sterk of beperkt; « un peu de » kan ook vóór een hoeveelheid of zelfstandig naamwoord staan als nieuw voorbeeld.
Assieds-toi « Assieds-toi » betekent « ga zitten » in « Assieds-toi sur le canapé ». Het is een opdracht aan één aangesproken persoon en wordt gebruikt om iemand te vragen een zitplaats in te nemen.
sur « sur » betekent « op » in « sur le canapé ». Het geeft de plaats aan waar iemand gaat zitten en staat vóór de plaatsaanduiding.
le « le » betekent hier « de » in « le canapé ». Het is het bepaalde lidwoord vóór « canapé » en verwijst naar een specifieke bank.
canapé « canapé » betekent « bank » in « le canapé ». Het is de zitplaats waarop de aangesproken persoon moet gaan zitten.
et « et » betekent « en » in « Assieds-toi sur le canapé et repose-toi ». Het verbindt hier twee opdrachten die na elkaar worden gegeven.
repose-toi « repose-toi » betekent « rust uit » in « repose-toi ». Het is een opdracht om te rusten; « toi » maakt duidelijk dat de aangesproken persoon zelf moet rusten.
La « La » betekent hier « de » in « La pièce ». Het is het bepaalde lidwoord vóór « pièce » en verwijst naar de specifieke kamer waarover wordt gesproken.
pièce « pièce » betekent « kamer » in « La pièce semble plus chaude maintenant ». Het benoemt de ruimte die volgens de spreker warmer lijkt.
semble « semble » betekent « lijkt » in « La pièce semble plus chaude maintenant ». Het drukt een indruk of waarneming uit, niet een rechtstreeks vastgestelde verandering; « semble » staat hier vóór « plus chaude ».
plus « plus » betekent « meer » en maakt in « plus chaude » de vergelijking « warmer ». Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord om een hogere graad aan te geven.
Je « Je » betekent « ik » in « Je vais fermer la fenêtre ». Het is het onderwerp van wat de spreker van plan is te doen en staat vóór de werkwoordsvorm.
vais « vais » is de vorm van aller bij « Je » in « Je vais fermer la fenêtre ». Samen met het hele werkwoord « fermer » vormt het de betekenis « ik ga sluiten » of « ik zal sluiten » voor een nabije toekomstige handeling.
fermer « fermer » betekent « sluiten » in « Je vais fermer la fenêtre ». Het staat als heel werkwoord na « vais » en krijgt het voorwerp « la fenêtre ».
fenêtre « fenêtre » betekent « raam » in « fermer la fenêtre ». Het is het voorwerp dat de spreker wil sluiten om de warmte binnen te houden.
pour « pour » draagt in « pour que ça reste comme ça » de betekenis « zodat » of « om ervoor te zorgen dat ». Samen met « que » leidt het een doel aan: het raam wordt gesloten met het doel dat de toestand zo blijft.
que « que » verbindt in « pour que ça reste comme ça » de doeluitdrukking met de daaropvolgende zin. De combinatie « pour que » betekent hier « zodat » en wordt gevolgd door wat men wil bereiken.
reste « reste » betekent « blijft » in « ça reste comme ça ». Het is de vorm van rester die aangeeft dat een toestand niet verandert; « rester comme ça » betekent « zo blijven ».
comme « comme » betekent in « comme ça » « zoals » of « op de manier ». Samen verwijst « comme ça » naar de huidige toestand: « zo » of « op die manier ».

Grammatica

avoir + adjectif

J'ai froid

zjee frwaa

Ik heb het koud.

Voor lichamelijke gewaarwordingen gebruikt het Frans « avoir »: letterlijk ‘kou hebben’, niet « être froid ».

pour que + subjonctif

pour que la pièce reste chaude

poer kuh laa pjès rèst sjood

zodat de kamer warm blijft

Na « pour que » staat de subjonctif; hier is « reste » de subjonctif van « rester ».

Frans woordenschat

aussi bijwoord
oosie ook
autour de voorzetsel
otoer duh rondom
avoir froid uitdrukking
avwaar frwaa het koud hebben J'ai froid
chaud bijvoeglijk naamwoord
sjoo warm chaude
couverture zelfstandig naamwoord
koovèrtyr deken
froid bijvoeglijk naamwoord
frwaa koud
main zelfstandig naamwoord
mẽ hand mains
maintenant bijwoord
mẽ-tuh-nã nu
mettre werkwoord
mètr doen; leggen Mets
tasse zelfstandig naamwoord
tas kopje
tenir werkwoord
tuh-nier vasthouden Tiens
toi voornaamwoord
twaa jou

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb het nu koud.

Antwoord tonenJ'ai froid maintenant.

Mijn handen zijn ook koud.

Antwoord tonenJ'ai aussi les mains froides.

Houd deze warme kop een tijdje vast.

Antwoord tonenTiens cette tasse chaude un moment.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

doen; leggen

Antwoord tonenMets

nu

Antwoord tonenmaintenant

deken

Antwoord tonencouverture

koud

Antwoord tonenfroid