Est-ce que
“Est-ce que” is in deze dialoog een vaste formule om een ja-neevraag in te leiden, zoals in “Est-ce que je peux laver ma tasse ici ?”. “Est-ce” opent de vraag en “que” verbindt die met de volgende zin. Gebruik “Est-ce que” voor een volledige zin wanneer je vraagt of iets het geval is.
je
“je” betekent “ik” en is het persoonlijk voornaamwoord dat het onderwerp vormt, zoals in “je peux”. Aan het begin van een zin schrijf je “Je”, bijvoorbeeld in “Je veux garder l'espace propre”. Gebruik “je” voor een werkwoord wanneer je over jezelf praat.
peux
“peux” betekent “kan” of “mag” in “je peux laver ma tasse ici ?”. Het is de vorm van “pouvoir” die bij “je” hoort en vermogen of toestemming uitdrukt. Een bruikbaar patroon is “je peux” plus een infinitief, zoals “je peux laver”.
laver
“laver” betekent “wassen” in “laver ma tasse”. Het is de infinitief die na “peux” volgt. Gebruik “laver” met het voorwerp dat wordt gewassen, zoals in “laver ma tasse”.
ma
“ma” betekent “mijn” voor het vrouwelijk enkelvoudige zelfstandig naamwoord “tasse”, in “ma tasse”. Het geeft aan dat het kopje van de spreker is. Gebruik “ma” direct voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer iets van jou is.
tasse
“tasse” betekent “kopje” in “ma tasse”. De spreker vraagt om dit specifieke kopje af te wassen. Gebruik “tasse” met een bezittelijk woord of lidwoord, bijvoorbeeld in de vorm “ma tasse”.
ici
“ici” betekent “hier” en geeft de plaats aan waar het wassen kan gebeuren, in “laver ma tasse ici”. Gebruik “ici” na een werkwoord of aan het einde van een zin om de plaats van de spreker aan te wijzen.
Utilise
“Utilise” betekent “gebruik” en is een rechtstreekse instructie aan de aangesproken persoon, in “Utilise l'évier à gauche”. Het is de gebiedende wijs van “utiliser” voor “tu”. Gebruik “Utilise” voor het voorwerp dat gebruikt moet worden, zoals “Utilise l'évier”.
l'évier
“l'évier” betekent “de gootsteen” in “Utilise l'évier à gauche”. “l'” is de verkorte vorm van het bepaald lidwoord voor de klinker aan het begin van “évier”. Gebruik “l'évier” wanneer je naar de specifieke gootsteen verwijst.
à
In “à gauche” helpt “à” de plaats “aan de linkerkant” of “naar links” aan te geven. De betekenis ontstaat hier uit de volledige plaatsaanduiding “à gauche”. Gebruik “à” met een plaatsaanduiding om aan te geven waar iets is.
gauche
“gauche” betekent “links” in de plaatsaanduiding “à gauche”. Samen geven “à gauche” aan waar de gootsteen is. Gebruik “à gauche” bij het geven van aanwijzingen of het aanduiden van iets aan de linkerkant.
veux
“veux” betekent “wil” in “Je veux garder l'espace propre”. Het is de vorm van “vouloir” die bij “je” hoort en de wens of bedoeling van de spreker uitdrukt. Gebruik “je veux” gevolgd door een infinitief, zoals in “je veux garder”.
garder
“garder” betekent “houden” in “garder l'espace propre”. Na “je veux” is het de infinitief die beschrijft wat de spreker wil doen. Het patroon “garder” plus een voorwerp en een bijvoeglijk naamwoord drukt uit dat iets in een bepaalde toestand wordt gehouden.
l'espace
“l'espace” betekent “de ruimte” in “garder l'espace propre”. “l'” is de verkorte vorm van het bepaald lidwoord voor de klinker aan het begin van “espace”. Gebruik “l'espace” als het voorwerp van een handeling over de gedeelde ruimte.
propre
“propre” betekent “schoon” in “garder l'espace propre” en beschrijft de gewenste toestand van de ruimte. Met “garder” drukt het uit dat de ruimte schoon moet blijven. Gebruik “propre” na een zelfstandig naamwoord om het als schoon te beschrijven.
Essuie
“Essuie” betekent “veeg af” in “Essuie la table”. Het is een rechtstreekse instructie en de gebiedende wijs van “essuyer” voor “tu”. Gebruik “Essuie” voor het voorwerp dat moet worden afgeveegd, zoals “Essuie la table”.
la
“la” is het bepaald lidwoord “de” of “het” voor het vrouwelijk enkelvoudige zelfstandig naamwoord “table”, in “la table”. Het presenteert de tafel als een specifiek voorwerp. Gebruik “la” direct voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
table
“table” betekent “tafel” in “Essuie la table”. Het is het voorwerp dat moet worden afgeveegd nadat de taak is voltooid. Gebruik “table” met een lidwoord, zoals in “la table”.
quand
“quand” betekent “wanneer” of “als” en leidt de tijdsbepaling in “quand tu as fini” in. Het geeft aan dat de tafel moet worden afgeveegd nadat de ander klaar is. Gebruik “quand” gevolgd door een onderwerp en een werkwoord om te zeggen wanneer iets gebeurt.
tu
“tu” betekent “jij” of “je” en is het enkelvoudige persoonlijke voornaamwoord voor de persoon die wordt aangesproken. In “quand tu as fini” geeft het aan wie klaar is. Gebruik “tu” voor een werkwoord wanneer je rechtstreeks tegen één persoon spreekt.
as
“as” is de vorm van “avoir” die bij “tu” hoort in “tu as fini”. Samen met “fini” vormt het de uitdrukking voor “je bent klaar” of “je hebt het afgerond”; de volledige betekenis ontstaat uit de combinatie. Een bruikbaar patroon is “tu as” gevolgd door een voltooide handeling.
fini
“fini” betekent “klaar” in “tu as fini” en geeft aan dat de persoon klaar is. Het is de vorm die bij het werkwoord “finir” hoort en wordt samen met “as” gebruikt. Gebruik “tu as fini” wanneer je wilt nagaan of iemand een taak heeft voltooid.
s'il te plaît
“s'il te plaît” is de vaste uitdrukking “alsjeblieft” aan het einde van het verzoek “Essuie la table quand tu as fini, s'il te plaît”. “s'il” leidt de uitdrukking in, “te” verwijst naar de aangesproken persoon en “plaît” maakt de uitdrukking af. Gebruik “s'il te plaît” om een verzoek beleefder te maken wanneer je tegen één persoon spreekt.
les
“les” is het bepaald lidwoord voor het meervoudige zelfstandig naamwoord “déchets”, in “les déchets”. Het betekent “de” voor een groep dingen. Gebruik “les” direct voor een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar bepaalde voorwerpen verwijst.
déchets
“déchets” betekent “afval” in “les déchets”. Het woord verwijst naar het afval dat in een bak moet worden gedaan. Gebruik “les déchets” wanneer je over afval als een groep voorwerpen praat.
vont
“vont” betekent “gaan” in de vraag “Est-ce que les déchets vont dans cette poubelle ?”. Het is de vorm van “aller” die bij het meervoudige onderwerp “les déchets” hoort. Een bruikbaar patroon is “les déchets vont dans”, gevolgd door de bak waar ze in horen.
dans
“dans” betekent “in” of “naar binnen in” in “dans cette poubelle”. Het geeft de bak aan waarin het afval terechtkomt. Gebruik “dans” voor een plaats of bak, zoals in “dans la poubelle”.
cette
“cette” betekent “deze” voor het vrouwelijk enkelvoudige zelfstandig naamwoord “poubelle”, in “cette poubelle”. Het wijst naar één specifieke bak. Gebruik “cette” direct voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je dit bepaalde voorwerp aanwijst.
poubelle
“poubelle” betekent “afvalbak” in “cette poubelle”. Het benoemt de bak die voor het afval wordt overwogen. Gebruik “poubelle” met een lidwoord of aanwijzend woord, zoals in “cette poubelle” of “la poubelle”.
Mets-le
“Mets-le” betekent “doe het erin” in de instructie “Mets-le dans la poubelle près de la porte”. “Mets” is de gebiedende wijs van “mettre” voor “tu” en “le” is het persoonlijke voornaamwoord dat als voorwerp “het” betekent; het koppelteken verbindt beide vormen. Gebruik “Mets-le” gevolgd door “dans” en de bestemming wanneer je zegt waar iemand iets moet doen.
près
“près” betekent “dicht bij” in de uitdrukking “près de la porte”. Samen met “de” geeft het de plaats van de bak ten opzichte van de deur aan. Gebruik “près de” voor een plaats of voorwerp dat als oriëntatiepunt dient.
de
In “près de la porte” maakt “de” de vaste plaatsaanduiding “près de” af, die “dicht bij” betekent. Het leidt het oriëntatiepunt, hier “la porte”, in. Gebruik “près de” gevolgd door de plaats of het voorwerp waar iets dichtbij is.
porte
“porte” betekent “deur” in “la porte”. Het is het oriëntatiepunt waarmee de bak wordt geplaatst. Gebruik “porte” met een lidwoord, zoals in “la porte”.
m'en
In “Je m'en occupe” is “m'en” onderdeel van de uitdrukking die “ik regel het” of “ik zorg ervoor” betekent. “m'” verwijst naar de spreker en “en” verwijst naar de zaak die wordt afgehandeld; de volledige betekenis ontstaat samen met “occupe”. Gebruik “Je m'en occupe” als antwoord wanneer je de verantwoordelijkheid voor een taak op je neemt.
occupe
In “Je m'en occupe” is “occupe” de werkwoordsvorm van “occuper” die bij “je” hoort. Samen met “m'en” drukt het uit dat de spreker de zaak zal regelen. Gebruik de volledige uitdrukking “Je m'en occupe” wanneer je zegt dat je iets zult afhandelen.
maintenant
“maintenant” betekent “nu” in “Je m'en occupe maintenant”. Het geeft aan dat de spreker de taak onmiddellijk zal afhandelen. Gebruik “maintenant” met een werkwoord wanneer je zegt dat iets nu gebeurt.
Comme
In “Comme ça” draagt “Comme” bij aan de betekenis “op deze manier” of “zo”. Samen met “ça” leidt de uitdrukking het gevolg van de schoonmaakhandelingen in: “Comme ça, la cuisine reste prête...”. Gebruik “Comme ça” aan het begin van een zin om uit te leggen wat een handeling bereikt.
ça
In “Comme ça” verwijst “ça” naar de manier waarop de handelingen zojuist zijn uitgevoerd en helpt het de betekenis “zo” of “op die manier” te geven. De betekenis wordt aangevuld door “Comme”. Gebruik “Comme ça” om een handeling met het gevolg ervan te verbinden.
la cuisine
“la cuisine” betekent “de keuken” in de zin “la cuisine reste prête pour tout le monde”. “la” is het bepaald lidwoord en “cuisine” benoemt de keuken. Gebruik “la cuisine” als onderwerp wanneer je de toestand van de keuken beschrijft.
reste
“reste” betekent “blijft” in “la cuisine reste prête”. Het is de vorm van “rester” die bij het enkelvoudige onderwerp “la cuisine” hoort en beschrijft een voortdurende toestand. Gebruik “reste” voor een bijvoeglijk naamwoord wanneer iets in een bepaalde toestand blijft.
prête
“prête” betekent “klaar” in “la cuisine reste prête”. Het beschrijft “la cuisine” als klaar voor gebruik en heeft de vrouwelijke enkelvoudsvorm die bij “cuisine” past. Gebruik “reste prête” om te zeggen dat iets klaar blijft.
pour
“pour” betekent “voor” in “pour tout le monde”. Het leidt de mensen in die voordeel hebben van het feit dat de keuken klaar blijft. Gebruik “pour” gevolgd door een persoon of groep wanneer je uitdrukt voor wie iets bedoeld is.
tout le monde
“tout le monde” betekent “iedereen” in “pour tout le monde”. “tout” drukt de volledige groep uit, terwijl “le monde” hier gezamenlijk naar mensen verwijst; samen vormen ze de vaste uitdrukking “iedereen”. Gebruik “pour tout le monde” wanneer je zegt dat iets voor iedereen beschikbaar of nuttig is.