Est-ce que
“Est-ce que” opent hier een directe ja/nee-vraag: “Kan ik …?”. “Est-ce” zet het vraagkader in en “que” verbindt dat kader met de daaropvolgende zin. Je kunt hetzelfde patroon hergebruiken voor een eenvoudige vraag waarop iemand ja of nee kan antwoorden.
je
“je” betekent hier “ik” en is de spreker die de handeling uitvoert. De vorm staat vóór het werkwoord, zoals in “Je peux utiliser”. Gebruik “je” wanneer je over jezelf spreekt.
peux
“peux” betekent hier “kan” in “je peux travailler”. Het is een vorm van pouvoir en drukt uit dat de spreker toestemming of mogelijkheid vraagt of benoemt. Een bruikbaar patroon is “Je peux utiliser …” voor vragen of mededelingen over iets mogen of kunnen gebruiken.
travailler
“travailler” betekent hier “werken” in “peux travailler”. Het is de vorm die volgt op peux om de activiteit te noemen die mogelijk is. Na een vorm van pouvoir kun je zo de handeling noemen die iemand kan uitvoeren.
dans
“dans” betekent hier “in” en geeft aan waar de spreker wil werken: “dans cet espace”. Het staat vóór een plaatsaanduiding. Gebruik “dans” om een handeling aan een ruimte of andere plaats te koppelen.
cet
“cet” betekent hier “dit” in “cet espace”. Het verwijst naar een specifieke ruimte die de spreker aanwijst. Deze vorm staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord espace; gebruik hetzelfde patroon om iets specifieks aan te wijzen.
espace
“espace” betekent hier “ruimte” in “cet espace de travail partagé”. Samen met de woorden erna verwijst het naar de gedeelde werkruimte. Je kunt “espace de …” gebruiken om een soort ruimte te benoemen.
de
“de” verbindt hier woorden binnen “espace de travail” en geeft aan dat het om een werkruimte gaat. In “besoin d'un endroit” introduceert de hetzelfde soort aanvulling na besoin, met de vorm d'un vóór un. Let dus op de vaste woordgroepen waarin “de” de relatie met het volgende woord aangeeft.
travail
“travail” betekent hier “werk” in “espace de travail”. Het specificeert welk soort ruimte wordt bedoeld. Het patroon “espace de travail” is bruikbaar om een plek voor werk aan te duiden.
partagé
“partagé” betekent hier “gedeeld” en beschrijft “espace de travail”. Het maakt duidelijk dat de werkruimte door meerdere mensen wordt gebruikt. De vorm is hier de vorm van partager die bij deze beschrijving in “espace de travail partagé” staat.
Choisis
“Choisis” betekent hier “kies” in de instructie “Choisis un bureau libre”. Het is de gebiedende vorm van choisir voor een directe aanwijzing aan één persoon. Gebruik dit patroon wanneer je iemand vraagt een beschikbare optie te selecteren.
un
“un” betekent hier “een” vóór “bureau”. Het introduceert één niet nader gekozen bureau. Gebruik “un” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één optie noemt.
bureau
“bureau” betekent hier “bureau” als werkplek in “un bureau libre”. In deze context gaat het om een desk die iemand kan kiezen en gebruiken. Een bruikbaar patroon is “le bureau près de …” om een bureau aan de hand van zijn plaats aan te wijzen.
libre
“libre” betekent hier “vrij” of “beschikbaar” in “bureau libre”. Het beschrijft dat het bureau door iemand gekozen kan worden. Gebruik “libre” na een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat een plek of optie beschikbaar is.
utiliser
“utiliser” betekent hier “gebruiken” in “Je peux utiliser celui près de la porte”. Het noemt wat de spreker met het aangewezen bureau wil doen. Na “Je peux” volgt deze infinitief; hetzelfde patroon werkt voor iets kunnen gebruiken.
celui
“celui” verwijst hier naar “het bureau” en voorkomt dat bureau opnieuw wordt herhaald in “celui près de la porte”. Het is een aanwijzend voornaamwoord voor de bedoelde mannelijke optie. Gebruik “celui près de …” om één specifieke optie aan te wijzen op basis van de plaats.
près
“près” betekent hier “dicht bij” in “près de la porte”. Het geeft de nabijheid van het bureau tot de deur aan. Het staat in dit gebruik samen met “de” vóór de plaats of het voorwerp waarnaar je verwijst.
la
“la” betekent hier “de” vóór “porte” in “près de la porte”. Het is het bepaalde lidwoord bij het vrouwelijke woord porte. Gebruik “la” vóór een specifiek vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
porte
“porte” betekent hier “deur” in “la porte”. De deur dient als herkenningspunt om het bureau te lokaliseren. Je kunt het patroon “près de la porte” gebruiken om een plek bij de deur aan te duiden.
Laisse
“Laisse” betekent hier “laat achter” in de instructie “Laisse-le propre”. Het is de gebiedende vorm van laisser voor één persoon. Gebruik deze vorm om iemand te vragen iets in een bepaalde toestand achter te laten.
le
“le” verwijst hier in “Laisse-le propre” naar het bureau en staat als voornaamwoord vóór propre. Het vervangt het eerder genoemde bureau, zodat de zin niet “Laisse le bureau …” hoeft te herhalen. Het patroon “Laisse-le …” is bruikbaar wanneer je iemand vraagt iets zo achter te laten.
propre
“propre” betekent hier “schoon” in “Laisse-le propre”. Het beschrijft de toestand waarin het bureau moet worden achtergelaten. In het patroon “laisser quelque chose propre” geef je aan dat iets schoon moet blijven of worden achtergelaten.
quand
“quand” betekent hier “wanneer” of “als” in “quand tu as fini”. Het introduceert het moment waarop de instructie geldt. Gebruik “quand” vóór een volledige bijzin om een handeling aan een moment te koppelen.
tu
“tu” betekent hier “jij” of “je” en verwijst naar de persoon die het bureau gebruikt. Het is het onderwerp van “tu as fini”. Gebruik “tu” wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
as
“as” draagt in “tu as fini” de vorm van avoir voor “jij”. Samen met fini vormt het de uitdrukking voor klaar zijn met de activiteit. Een bruikbaar patroon is “quand tu as fini” om te zeggen dat iets moet gebeuren nadat iemand klaar is.
fini
“fini” betekent hier “klaar” of “af” in “tu as fini”. Het geeft aan dat de aangesprokene zijn of haar activiteit heeft beëindigd. De vorm hoort hier bij avoir in “as fini”; gebruik de hele uitdrukking om naar het einde van een handeling te verwijzen.
J'ai
“J'ai” betekent hier “ik heb” in “J'ai besoin d'un endroit calme”. Het is een vorm van avoir bij je en staat aan het begin van de uitdrukking voor een behoefte. Gebruik “J'ai besoin de …” om te zeggen wat je nodig hebt.
besoin
“besoin” betekent hier “behoefte” binnen de vaste uitdrukking “J'ai besoin d'un endroit”. De hele uitdrukking betekent dat de spreker iets nodig heeft; besoin alleen draagt niet de volledige betekenis van “nodig hebben”. Gebruik het patroon “avoir besoin de + iets” voor een behoefte.
d'un
“d'un” betekent hier “van een” in “besoin d'un endroit”. Het is de samengevoegde vorm van de en un vóór het zelfstandig naamwoord dat nodig is. Gebruik “besoin d'un …” om één benodigde zaak of plaats te noemen.
endroit
“endroit” betekent hier “plek” of “plaats” in “un endroit calme”. Het benoemt de plaats die de spreker nodig heeft. Een bruikbaar patroon is “un endroit + beschrijving”, zoals in “un endroit calme”.
calme
“calme” betekent hier “rustig” en beschrijft “endroit”. Het maakt duidelijk welk soort plek de spreker zoekt. Je kunt “un endroit calme” gebruiken wanneer je een rustige plaats nodig hebt.
Essaie
“Essaie” betekent hier “probeer” in de instructie “Essaie le bureau près du mur”. Het is de gebiedende vorm van essayer voor één persoon. Gebruik deze vorm om iemand voor te stellen iets te proberen.
du
“du” staat hier in “près du mur” en is de samengevoegde vorm van de en le. Samen met mur geeft het aan dat het bureau dicht bij de muur staat. Gebruik “près du …” vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer je een plaats ten opzichte van iets aanduidt.
mur
“mur” betekent hier “muur” in “près du mur”. De muur is het herkenningspunt voor de voorgestelde werkplek. Het patroon “près du mur” duidt een plaats bij de muur aan.
vais
“vais” betekent hier “ga” in “Je vais ranger mes affaires”. Het is een vorm van aller en vormt met de infinitief ranger een nabije toekomstige handeling: de spreker is van plan op te ruimen. Gebruik “Je vais + infinitief” om te zeggen wat je gaat doen.
ranger
“ranger” betekent hier “opruimen” in “Je vais ranger mes affaires”. Het noemt de handeling die de spreker van plan is uit te voeren. Na “Je vais” volgt de infinitief, waarna je het op te ruimen voorwerp kunt noemen.
mes
“mes” betekent hier “mijn” vóór “affaires”. Het geeft aan dat de spullen van de spreker zijn. Gebruik “mes” vóór meerdere bezittingen wanneer je zegt dat ze van jezelf zijn.
affaires
“affaires” betekent hier “spullen” in “mes affaires”. Het verwijst naar de persoonlijke dingen die op de werkplek liggen en moeten worden opgeruimd. Gebruik “ranger mes affaires” om te zeggen dat je je spullen opruimt.
avant
“avant” betekent hier “voordat” in “avant de partir”. Het plaatst het opruimen vóór het vertrek. In dit patroon staat “avant de” gevolgd door een infinitief om twee handelingen in tijd te ordenen.
partir
“partir” betekent hier “vertrekken” in “avant de partir”. Het benoemt de handeling die nog niet moet gebeuren voordat de spullen zijn opgeruimd. Gebruik “avant de partir” om te zeggen dat iets vóór het vertrek plaatsvindt.
Comme ça
“Comme ça” betekent hier “zo” of “op die manier” en verwijst naar het opruimen van de spullen. “Comme” draagt het idee van de manier waarop iets gebeurt en “ça” verwijst naar die zojuist genoemde handeling. Gebruik “Comme ça” om het gevolg of doel van een voorgestelde manier te verbinden met wat eraan voorafging.
reste
“reste” betekent hier “blijft” in “le bureau reste prêt”. Het beschrijft dat het bureau in een bruikbare toestand blijft. Het is een vorm van rester; gebruik “reste + toestand” om aan te geven dat iets zo blijft.
prêt
“prêt” betekent hier “klaar” in “le bureau reste prêt”. Het geeft aan dat het bureau beschikbaar en voorbereid blijft voor gebruik. Gebruik “rester prêt” om te zeggen dat iets klaar blijft voor een volgende handeling of gebruiker.
pour
“pour” betekent hier “voor” in “prêt pour la personne suivante”. Het geeft aan voor wie het bureau klaar blijft. Gebruik “prêt pour + persoon” om de beoogde gebruiker of ontvanger te noemen.
personne
“personne” betekent hier “persoon” in “la personne suivante”. Het verwijst naar degene die het bureau na deze gebruiker zal gebruiken. Gebruik “la personne + beschrijving” om een specifieke persoon aan te duiden.
suivante
“suivante” betekent hier “volgende” in “la personne suivante”. Het maakt duidelijk dat deze persoon na de huidige gebruiker komt. De vorm staat bij personne in de woordgroep “la personne suivante”; gebruik dit patroon om de volgende persoon in een volgorde aan te duiden.