Est-ce que
Est-ce que is een vaste Franse vraaginleiding; in “Est-ce que je peux utiliser la buanderie commune ?” maakt ze van de zin een vraag. Est-ce en que vormen hier samen deze vraagconstructie. Gebruik de vorm vóór een gewone vraagzin, bijvoorbeeld “Est-ce que tu viens ?” in een nieuw voorbeeld.
je
Je betekent hier “ik” en is het onderwerp vóór “peux” in “je peux”. Het staat gewoonlijk vóór de vervoegde werkwoordsvorm. Gebruik bijvoorbeeld “Je dois partir” in een nieuw voorbeeld.
peux
Peux betekent hier “kan” in “je peux utiliser”; het drukt de mogelijkheid of toestemming van de spreker uit. Het is de vorm die bij je hoort van pouvoir. Gebruik “je peux + infinitief” om te zeggen wat je kunt of mag doen.
utiliser
Utiliser betekent hier “gebruiken” in “peux utiliser la buanderie commune”. Na peux staat het werkwoord in deze infinitiefvorm. Gebruik bijvoorbeeld “Je peux utiliser cette machine” in een nieuw voorbeeld.
la
La is hier het vrouwelijke enkelvoudige lidwoord vóór “buanderie”. Samen met “la buanderie” betekent het “de wasruimte”. Gebruik la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
buanderie
Buanderie betekent hier “wasruimte” in “la buanderie commune”. Het verwijst naar de gedeelde ruimte waar de wasmachines staan. Gebruik “la buanderie” wanneer je over zo’n wasruimte spreekt.
commune
Commune betekent hier “gemeenschappelijk” of “gedeeld” en beschrijft “buanderie” in “la buanderie commune”. De vorm commune sluit aan bij het vrouwelijke woord buanderie. Gebruik het in een combinatie waarin iets door meerdere mensen wordt gedeeld.
Elle
Elle betekent hier “ze” of “zij” en verwijst naar de vrouwelijke “buanderie” in “Elle est ouverte maintenant”. Het onderwerp is dus de wasruimte, niet een persoon. Gebruik elle om naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord terug te verwijzen.
est
Est betekent hier “is” in “Elle est ouverte maintenant” en verbindt het onderwerp met de beschrijving ouverte. Het is een vorm van être. Gebruik “est + beschrijving” om een toestand van één persoon of zaak te beschrijven.
ouverte
Ouverte betekent hier “open” in “Elle est ouverte maintenant”. De vorm beschrijft de toestand van de buanderie en sluit aan bij het vrouwelijke woord waarnaar elle verwijst. Gebruik bijvoorbeeld “La porte est ouverte” in een nieuw voorbeeld.
maintenant
Maintenant betekent “nu” en geeft in “Elle est ouverte maintenant” aan dat de wasruimte op dit moment open is. Het is een tijdsaanduiding die vaak aan het einde van de zin staat. Gebruik het om een huidige situatie te verduidelijken.
cette
Cette betekent hier “deze” in “cette machine” en wijst één vrouwelijke machine aan. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik “cette + vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord” om iets specifieks aan te wijzen.
machine
Machine betekent hier “machine” in “cette machine”. In deze scène gaat het om een wasmachine die vrij kan zijn. Gebruik “la machine” of “cette machine” wanneer je naar een machine verwijst.
libre
Libre betekent hier “vrij” of “beschikbaar” in “cette machine est libre”. Het zegt dat de machine niet bezet is en gebruikt kan worden. Gebruik “être libre” ook om te vragen of een plek of apparaat beschikbaar is.
Celle-ci
Celle-ci betekent hier “deze” of “deze hier” en verwijst naar de vrouwelijke machine die wordt aangewezen in “Celle-ci est disponible”. Het is een zelfstandig aanwijzend voornaamwoord, zodat machine niet opnieuw hoeft te worden genoemd. Gebruik celle-ci om één vrouwelijke optie dicht bij de spreker te selecteren.
disponible
Disponible betekent hier “beschikbaar” in “Celle-ci est disponible”. Het beschrijft dat deze machine gebruikt kan worden. Gebruik “être disponible” voor een persoon, plaats of voorwerp dat beschikbaar is.
Où
Où betekent “waar” en opent de plaatsvraag “Où est-ce que je dois mettre mon panier ?”. Het vraagt naar de locatie van de mand. Gebruik “Où est-ce que ... ?” om naar een plaats te vragen.
dois
Dois betekent hier “moet” of “hoort te” in “je dois mettre mon panier”. Het drukt uit wat de spreker volgens de situatie moet doen; de vorm hoort bij je van devoir. Gebruik “je dois + infinitief” om een noodzakelijke handeling te noemen.
mettre
Mettre betekent hier “zetten” of “plaatsen” in “dois mettre mon panier”. Na dois staat deze infinitiefvorm en daarna volgt het voorwerp mon panier. Gebruik “mettre + voorwerp + plaats” om te zeggen waar je iets neerzet.
mon
Mon betekent “mijn” in “mon panier” en staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord panier. Het geeft aan dat de mand van de spreker is. Gebruik mon vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
panier
Panier betekent hier “mand” in “mon panier”. De mand is het voorwerp dat de spreker ergens wil plaatsen. Gebruik “un panier” of “mon panier” wanneer je over een mand spreekt.
Posez-le
Posez-le betekent hier “zet het neer” in “Posez-le à côté du mur”. Posez geeft de opdracht om iets neer te zetten; le verwijst naar “mon panier” en staat aan het werkwoord vast. Gebruik “Posez-le + plaatsbepaling” wanneer je iemand vraagt een mannelijk voorwerp ergens neer te zetten.
à côté de
À côté de betekent als geheel “naast” in “à côté du mur”. À geeft de plaatsrelatie aan, côté betekent “kant” en de verbindt de uitdrukking met wat ernaast staat. Gebruik “à côté de + plaats of voorwerp” om een positie ernaast te beschrijven.
du
Du betekent hier “de” in “du mur” en is de samengevoegde vorm van de en le. Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord mur. Gebruik du vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord na een constructie met de.
mur
Mur betekent “muur” in “à côté du mur”. Het is het herkenningspunt waarnaast de mand moet worden gezet. Gebruik “le mur” wanneer je naar een muur verwijst.
sortirai
Sortirai betekent hier “zal eruit halen” in “Je sortirai mes vêtements”. Het verwijst naar een handeling die later plaatsvindt, wanneer de was klaar is; het is een toekomstige vorm van sortir. Gebruik “Je sortirai + voorwerp” om te zeggen dat je iets later naar buiten of eruit zult halen.
mes
Mes betekent “mijn” in “mes vêtements” en verwijst naar meerdere kledingstukken van de spreker. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord vêtements. Gebruik mes vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
vêtements
Vêtements betekent “kleren” of “kleding” in “mes vêtements”. Het is het voorwerp dat de spreker uit de machine zal halen. Gebruik “mes vêtements” om naar je eigen kledingstukken te verwijzen.
quand
Quand betekent “wanneer” in “quand la lessive sera finie” en introduceert het moment waarop de handeling plaatsvindt. Het verbindt de hoofdzin met een tijdsbepalende bijzin. Gebruik “quand + zin” om aan te geven wanneer iets gebeurt.
lessive
Lessive betekent hier “was” in “la lessive sera finie”. Het verwijst naar de was die in de machine draait, niet naar de wasruimte zelf. Gebruik “la lessive” wanneer je over de was of een wasbeurt spreekt.
sera
Sera betekent hier “zal zijn” in “la lessive sera finie”. Het plaatst de toestand van de was in de toekomst; het is een toekomstige vorm van être. Gebruik “sera + beschrijving” om een toekomstige toestand te beschrijven.
finie
Finie betekent hier “klaar” of “afgelopen” in “la lessive sera finie”. Het beschrijft de toekomstige toestand van de was en sluit aan bij het vrouwelijke woord lessive. Gebruik “être fini” of “être finie” om te zeggen dat iets klaar is, met de passende vorm voor het beschreven woord.
S'il vous plaît
S'il vous plaît betekent als geheel “alstublieft” of “graag” en maakt “récupérez-les” beleefder. S'il bevat si en il, vous verwijst naar de aangesproken persoon of personen, en plaît komt van plaire; samen vormen ze deze vaste beleefdheidsuitdrukking. Gebruik “S'il vous plaît” bij een verzoek, zoals in deze zin.
récupérez-les
Récupérez-les betekent hier “haal ze op” of “neem ze mee” in “récupérez-les tout de suite”. Récupérez geeft de opdracht; les verwijst naar “mes vêtements” en staat achter het werkwoord vast. Gebruik “récupérez-les” wanneer je iemand vraagt meerdere eerder genoemde dingen op te halen.
tout de suite
Tout de suite betekent als geheel “meteen” of “onmiddellijk” in “récupérez-les tout de suite”. Tout betekent hier “helemaal”, de is het verbindende woord en suite verwijst naar het vervolg; samen vormen ze een vaste tijdsaanduiding. Gebruik “tout de suite” meestal na het werkwoord om aan te geven dat iets zonder wachten moet gebeuren.