De gedeelde wasruimte gebruiken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared laundry room, two adults talk about using an available machine and collecting clothes promptly..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met De gedeelde wasruimte gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que je peux utiliser la buanderie commune ?

ès-kuh zjeuh pö uu-tili-zee la bwã-drie ko-muun? Mag ik de gedeelde wasruimte gebruiken?
B

Elle est ouverte maintenant.

el è oe-vèrt mẽ-tnã. Die is nu open.
A

Est-ce que cette machine est libre ?

ès-kuh sètt ma-sjien è liebr? Is deze machine vrij?
B

Celle-ci est disponible.

sèl-sie è dis-po-niebl. Deze is beschikbaar.
A

Où est-ce que je dois mettre mon panier ?

oe ès-kuh zjeuh dwaa mètr mõ pa-njee? Waar moet ik mijn mand zetten?
B

Posez-le à côté du mur.

po-zee-luh a koo-tee dü muur. Zet hem naast de muur.
A

Je sortirai mes vêtements quand la lessive sera finie.

zjeuh sor-tie-ree mee vèt-mã kã la lè-siev suh-raa fie-nie. Ik haal mijn kleren eruit als de was klaar is.
B

S'il vous plaît, récupérez-les tout de suite.

sil voe plè, ree-kuu-puh-ree lee toe duh swiet. Haal ze meteen op, alsjeblieft.

Woord voor woord

Est-ce que Est-ce que is een vaste Franse vraaginleiding; in “Est-ce que je peux utiliser la buanderie commune ?” maakt ze van de zin een vraag. Est-ce en que vormen hier samen deze vraagconstructie. Gebruik de vorm vóór een gewone vraagzin, bijvoorbeeld “Est-ce que tu viens ?” in een nieuw voorbeeld.
je Je betekent hier “ik” en is het onderwerp vóór “peux” in “je peux”. Het staat gewoonlijk vóór de vervoegde werkwoordsvorm. Gebruik bijvoorbeeld “Je dois partir” in een nieuw voorbeeld.
peux Peux betekent hier “kan” in “je peux utiliser”; het drukt de mogelijkheid of toestemming van de spreker uit. Het is de vorm die bij je hoort van pouvoir. Gebruik “je peux + infinitief” om te zeggen wat je kunt of mag doen.
utiliser Utiliser betekent hier “gebruiken” in “peux utiliser la buanderie commune”. Na peux staat het werkwoord in deze infinitiefvorm. Gebruik bijvoorbeeld “Je peux utiliser cette machine” in een nieuw voorbeeld.
la La is hier het vrouwelijke enkelvoudige lidwoord vóór “buanderie”. Samen met “la buanderie” betekent het “de wasruimte”. Gebruik la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
buanderie Buanderie betekent hier “wasruimte” in “la buanderie commune”. Het verwijst naar de gedeelde ruimte waar de wasmachines staan. Gebruik “la buanderie” wanneer je over zo’n wasruimte spreekt.
commune Commune betekent hier “gemeenschappelijk” of “gedeeld” en beschrijft “buanderie” in “la buanderie commune”. De vorm commune sluit aan bij het vrouwelijke woord buanderie. Gebruik het in een combinatie waarin iets door meerdere mensen wordt gedeeld.
Elle Elle betekent hier “ze” of “zij” en verwijst naar de vrouwelijke “buanderie” in “Elle est ouverte maintenant”. Het onderwerp is dus de wasruimte, niet een persoon. Gebruik elle om naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord terug te verwijzen.
est Est betekent hier “is” in “Elle est ouverte maintenant” en verbindt het onderwerp met de beschrijving ouverte. Het is een vorm van être. Gebruik “est + beschrijving” om een toestand van één persoon of zaak te beschrijven.
ouverte Ouverte betekent hier “open” in “Elle est ouverte maintenant”. De vorm beschrijft de toestand van de buanderie en sluit aan bij het vrouwelijke woord waarnaar elle verwijst. Gebruik bijvoorbeeld “La porte est ouverte” in een nieuw voorbeeld.
maintenant Maintenant betekent “nu” en geeft in “Elle est ouverte maintenant” aan dat de wasruimte op dit moment open is. Het is een tijdsaanduiding die vaak aan het einde van de zin staat. Gebruik het om een huidige situatie te verduidelijken.
cette Cette betekent hier “deze” in “cette machine” en wijst één vrouwelijke machine aan. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik “cette + vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord” om iets specifieks aan te wijzen.
machine Machine betekent hier “machine” in “cette machine”. In deze scène gaat het om een wasmachine die vrij kan zijn. Gebruik “la machine” of “cette machine” wanneer je naar een machine verwijst.
libre Libre betekent hier “vrij” of “beschikbaar” in “cette machine est libre”. Het zegt dat de machine niet bezet is en gebruikt kan worden. Gebruik “être libre” ook om te vragen of een plek of apparaat beschikbaar is.
Celle-ci Celle-ci betekent hier “deze” of “deze hier” en verwijst naar de vrouwelijke machine die wordt aangewezen in “Celle-ci est disponible”. Het is een zelfstandig aanwijzend voornaamwoord, zodat machine niet opnieuw hoeft te worden genoemd. Gebruik celle-ci om één vrouwelijke optie dicht bij de spreker te selecteren.
disponible Disponible betekent hier “beschikbaar” in “Celle-ci est disponible”. Het beschrijft dat deze machine gebruikt kan worden. Gebruik “être disponible” voor een persoon, plaats of voorwerp dat beschikbaar is.
Où betekent “waar” en opent de plaatsvraag “Où est-ce que je dois mettre mon panier ?”. Het vraagt naar de locatie van de mand. Gebruik “Où est-ce que ... ?” om naar een plaats te vragen.
dois Dois betekent hier “moet” of “hoort te” in “je dois mettre mon panier”. Het drukt uit wat de spreker volgens de situatie moet doen; de vorm hoort bij je van devoir. Gebruik “je dois + infinitief” om een noodzakelijke handeling te noemen.
mettre Mettre betekent hier “zetten” of “plaatsen” in “dois mettre mon panier”. Na dois staat deze infinitiefvorm en daarna volgt het voorwerp mon panier. Gebruik “mettre + voorwerp + plaats” om te zeggen waar je iets neerzet.
mon Mon betekent “mijn” in “mon panier” en staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord panier. Het geeft aan dat de mand van de spreker is. Gebruik mon vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
panier Panier betekent hier “mand” in “mon panier”. De mand is het voorwerp dat de spreker ergens wil plaatsen. Gebruik “un panier” of “mon panier” wanneer je over een mand spreekt.
Posez-le Posez-le betekent hier “zet het neer” in “Posez-le à côté du mur”. Posez geeft de opdracht om iets neer te zetten; le verwijst naar “mon panier” en staat aan het werkwoord vast. Gebruik “Posez-le + plaatsbepaling” wanneer je iemand vraagt een mannelijk voorwerp ergens neer te zetten.
à côté de À côté de betekent als geheel “naast” in “à côté du mur”. À geeft de plaatsrelatie aan, côté betekent “kant” en de verbindt de uitdrukking met wat ernaast staat. Gebruik “à côté de + plaats of voorwerp” om een positie ernaast te beschrijven.
du Du betekent hier “de” in “du mur” en is de samengevoegde vorm van de en le. Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord mur. Gebruik du vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord na een constructie met de.
mur Mur betekent “muur” in “à côté du mur”. Het is het herkenningspunt waarnaast de mand moet worden gezet. Gebruik “le mur” wanneer je naar een muur verwijst.
sortirai Sortirai betekent hier “zal eruit halen” in “Je sortirai mes vêtements”. Het verwijst naar een handeling die later plaatsvindt, wanneer de was klaar is; het is een toekomstige vorm van sortir. Gebruik “Je sortirai + voorwerp” om te zeggen dat je iets later naar buiten of eruit zult halen.
mes Mes betekent “mijn” in “mes vêtements” en verwijst naar meerdere kledingstukken van de spreker. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord vêtements. Gebruik mes vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
vêtements Vêtements betekent “kleren” of “kleding” in “mes vêtements”. Het is het voorwerp dat de spreker uit de machine zal halen. Gebruik “mes vêtements” om naar je eigen kledingstukken te verwijzen.
quand Quand betekent “wanneer” in “quand la lessive sera finie” en introduceert het moment waarop de handeling plaatsvindt. Het verbindt de hoofdzin met een tijdsbepalende bijzin. Gebruik “quand + zin” om aan te geven wanneer iets gebeurt.
lessive Lessive betekent hier “was” in “la lessive sera finie”. Het verwijst naar de was die in de machine draait, niet naar de wasruimte zelf. Gebruik “la lessive” wanneer je over de was of een wasbeurt spreekt.
sera Sera betekent hier “zal zijn” in “la lessive sera finie”. Het plaatst de toestand van de was in de toekomst; het is een toekomstige vorm van être. Gebruik “sera + beschrijving” om een toekomstige toestand te beschrijven.
finie Finie betekent hier “klaar” of “afgelopen” in “la lessive sera finie”. Het beschrijft de toekomstige toestand van de was en sluit aan bij het vrouwelijke woord lessive. Gebruik “être fini” of “être finie” om te zeggen dat iets klaar is, met de passende vorm voor het beschreven woord.
S'il vous plaît S'il vous plaît betekent als geheel “alstublieft” of “graag” en maakt “récupérez-les” beleefder. S'il bevat si en il, vous verwijst naar de aangesproken persoon of personen, en plaît komt van plaire; samen vormen ze deze vaste beleefdheidsuitdrukking. Gebruik “S'il vous plaît” bij een verzoek, zoals in deze zin.
récupérez-les Récupérez-les betekent hier “haal ze op” of “neem ze mee” in “récupérez-les tout de suite”. Récupérez geeft de opdracht; les verwijst naar “mes vêtements” en staat achter het werkwoord vast. Gebruik “récupérez-les” wanneer je iemand vraagt meerdere eerder genoemde dingen op te halen.
tout de suite Tout de suite betekent als geheel “meteen” of “onmiddellijk” in “récupérez-les tout de suite”. Tout betekent hier “helemaal”, de is het verbindende woord en suite verwijst naar het vervolg; samen vormen ze een vaste tijdsaanduiding. Gebruik “tout de suite” meestal na het werkwoord om aan te geven dat iets zonder wachten moet gebeuren.

Grammatica

devoir + infinitif

Je dois mettre le panier à côté du mur.

zjeuh dwaa mètr luh pa-njee a koo-tee dü muur.

Ik moet de mand naast de muur zetten.

Devoir wordt gevolgd door een infinitief om verplichting uit te drukken: « dois mettre ».

Impératif de politesse : verbe en -ez + s'il vous plaît

Posez le panier à côté du mur, s'il vous plaît.

po-zee luh pa-njee a koo-tee dü muur, sil voe plè.

Zet de mand alstublieft naast de muur.

De gebiedende wijs met vous eindigt vaak op -ez; « s'il vous plaît » maakt het verzoek beleefd.

Frans woordenschat

buanderie zelfstandig naamwoord
bwã-drie wasruimte

Est-ce que je peux utiliser la buanderie commune ?

celle-ci voornaamwoord
sèl-sie deze hier

Celle-ci est disponible.

commun bijvoeglijk naamwoord
ko-mö̃ gemeenschappelijk commune

la buanderie commune

devoir werkwoord
duh-vwaar moeten dois

Où est-ce que je dois mettre mon panier ?

disponible bijvoeglijk naamwoord
dis-po-niebl beschikbaar

Celle-ci est disponible.

libre bijvoeglijk naamwoord
liebr vrij

Est-ce que cette machine est libre ?

machine zelfstandig naamwoord
ma-sjien machine

Est-ce que cette machine est libre ?

maintenant bijwoord
mẽ-tnã nu

Elle est ouverte maintenant.

bijwoord
oe waar

Où est-ce que je dois mettre mon panier ?

ouvert bijvoeglijk naamwoord
oe-vèèr open ouverte

Elle est ouverte maintenant.

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Est-ce que je peux utiliser la buanderie commune ?

utiliser werkwoord
uu-ti-li-zee gebruiken

Est-ce que je peux utiliser la buanderie commune ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Die is nu open.

Antwoord tonenElle est ouverte maintenant.

Deze is beschikbaar.

Antwoord tonenCelle-ci est disponible.

Zet hem naast de muur.

Antwoord tonenPosez-le à côté du mur.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

open

Antwoord tonenouverte

wasruimte

Antwoord tonenbuanderie

machine

Antwoord tonenmachine

vrij

Antwoord tonenlibre