Een gedeelde vergaderruimte gebruiken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared meeting room, two adults talk about using a table and leaving the room clean for the next group..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een gedeelde vergaderruimte gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?

Poe-vong-noe ü-tee-lee-zee la sal də ree-ü-njong par-ta-zjee? Kunnen we de gedeelde vergaderruimte gebruiken?
B

Vous pouvez, mais gardez-la propre pour les autres.

Voe poe-vee, mè gar-dee-la prohpər poer lee-zohtr. Dat kan, maar houd de ruimte netjes voor andere mensen.
A

Est-ce que cette table est libre ?

Es-kuh set tabl è liebr? Is deze tafel vrij?
B

Elle est disponible maintenant.

El è dis-po-niebl men-tuh-nang. De tafel is nu beschikbaar.
A

Je vais poser mon sac près du mur.

Zuh vee po-zee mong sak prè dü mür. Ik zet mijn tas bij de muur.
B

Gardez la table libre, s'il vous plaît.

Gar-dee la tabl liebr, sil voe plè. Houd de tafel leeg, alstublieft.
A

Nous laisserons la salle propre quand nous finirons.

Noe lès-rə-rong la sal prohpər kang noe fie-nee-rong. We laten de ruimte schoon achter als we klaar zijn.
B

Ça aide le prochain groupe.

Sa èd luh proh-sjèng groep. Dat helpt de volgende groep.

Woord voor woord

Pouvons Pouvons is hier een vorm van pouvoir en betekent “kunnen” in de vraag “Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?”. Samen met nous vraagt de spreker of een groep iets mag of kan doen. Een vergelijkbaar vraagpatroon gebruikt een werkwoordsvorm vóór het onderwerp, zoals in “Pouvons-nous”.
nous nous betekent hier “wij” in “Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?” en in “Nous laisserons la salle propre quand nous finirons.” In “Pouvons-nous” staat nous na de werkwoordsvorm omdat het een vraag is; in “Nous laisserons” staat het ervoor. Gebruik nous als onderwerp wanneer de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt.
utiliser utiliser betekent hier “gebruiken” in “Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?”. Het staat na Pouvons-nous en benoemt wat de groep wil doen. Een bruikbaar patroon is “utiliser” gevolgd door het voorwerp dat je gebruikt.
la la is hier het Franse bepaalde lidwoord in “la salle” en betekent “de”. Het staat vóór salle, omdat het over een specifieke ruimte gaat. Je ziet dezelfde combinatie ook in “laisserons la salle propre”.
salle salle betekent hier “ruimte” of “zaal” in “la salle de réunion partagée”. In deze dialoog gaat het om de gedeelde vergaderruimte. Het woord kan in een naamwoordgroep staan zoals “la salle” of “la salle de réunion”.
de de verbindt in “salle de réunion” het woord salle met réunion en helpt zo de soort ruimte aan te geven: een vergaderruimte. De hele uitdrukking betekent “vergaderruimte”; de betekenis komt dus niet alleen van de. Dit patroon wordt gebruikt om een zelfstandig naamwoord met een volgend zelfstandig naamwoord te verbinden.
réunion réunion betekent hier “vergadering” in “salle de réunion”. Samen met salle beschrijft het welke soort ruimte bedoeld wordt. Gebruik réunion in deze naamwoordgroep wanneer je naar een vergadering verwijst.
partagée partagée beschrijft in “la salle de réunion partagée” dat de ruimte gedeeld wordt door meerdere groepen. De vorm past bij salle. In deze scène maakt het duidelijk dat de ruimte niet exclusief voor één groep is.
Vous Vous betekent hier “u” of “jullie” in “Vous pouvez, mais gardez-la propre pour les autres.” Het is de persoon of groep die wordt aangesproken. Gebruik Vous voor een aangesproken persoon of meerdere personen wanneer je hun mogelijkheid of gedrag benoemt.
pouvez pouvez is een vorm van pouvoir en betekent hier “kunnen” of “mogen” in “Vous pouvez”. De vorm hoort bij Vous en geeft eerst toestemming of mogelijkheid, waarna mais een voorwaarde toevoegt. Gebruik deze vorm wanneer je u of jullie rechtstreeks aanspreekt.
mais mais betekent “maar” en contrasteert in “Vous pouvez, mais gardez-la propre pour les autres.” Eerst geeft de spreker toestemming, daarna volgt een verzoek of voorwaarde. Gebruik mais om twee tegengestelde of beperkende delen van een boodschap te verbinden.
gardez gardez is een vorm van garder en wordt hier gebruikt als verzoek of instructie in “gardez-la propre”. De spreker vraagt om de ruimte schoon te houden voor andere mensen. Het patroon bevat een object, la, gevolgd door de gewenste toestand propre.
propre propre betekent hier “schoon” of “netjes” in “gardez-la propre”. Het beschrijft de toestand waarin de ruimte moet blijven. Dezelfde vorm staat in “Gardez la table libre”, waar het niet om schoon zijn maar om vrij blijven gaat.
pour pour betekent hier “voor” in “pour les autres” en geeft aan voor wie het netjes houden bedoeld is. De andere mensen profiteren van de schone ruimte. Gebruik pour gevolgd door een persoon of groep om de begunstigde of het doel aan te geven.
les les is hier het bepaalde lidwoord voor meervoud in “les autres”. Samen verwijst het naar meerdere andere mensen. Gebruik les vóór een meervoudige naamwoordgroep wanneer het om bepaalde personen of zaken gaat.
autres autres betekent hier “anderen” in “les autres” en verwijst naar de andere mensen die de ruimte later gebruiken. Samen met les vormt het de uitdrukking “les autres”. In deze dialoog staat het na pour om aan te geven voor wie de ruimte netjes moet blijven.
Est-ce que Est-ce que vormt hier de ja-neevraag “Est-ce que cette table est libre ?”. Est-ce geeft de vraagvorm aan en que leidt de daaropvolgende zin in. Gebruik de volledige uitdrukking aan het begin van een gewone vraag waarop een ja- of nee-antwoord mogelijk is.
cette cette betekent hier “deze” in “cette table”. Het staat vóór table en wijst naar een specifieke tafel die zich in de buurt bevindt. Gebruik cette vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets als “deze” aanwijst.
table table betekent “tafel” in “cette table est libre”. De spreker vraagt of deze specifieke tafel beschikbaar is. Het woord kan bijvoorbeeld de kern zijn van “la table” of “cette table”.
est est is een vorm van être en betekent hier “is” in “cette table est libre”. Het verbindt de tafel met de toestand libre. Gebruik est om over één genoemd onderwerp een toestand of kenmerk te beschrijven.
libre libre betekent hier “vrij” of “beschikbaar” in “cette table est libre”: niemand gebruikt de tafel op dat moment. In “Gardez la table libre” betekent het dat de tafel leeg en beschikbaar moet blijven. De betekenis hangt hier dus af van de toestand die bij de tafel wordt beschreven.
Elle Elle betekent hier “die” of “zij” en verwijst naar “la table” in “Elle est disponible maintenant.” Het vervangt de eerder genoemde tafel als onderwerp van het antwoord. Gebruik Elle wanneer je naar een vrouwelijk enkelvoudig genoemd ding of persoon verwijst.
disponible disponible betekent “beschikbaar” in “Elle est disponible maintenant.” De spreker zegt dat de tafel op dit moment gebruikt kan worden. Een bruikbaar patroon is “être disponible” om beschikbaarheid aan te geven.
maintenant maintenant betekent “nu” in “Elle est disponible maintenant.” Het legt vast dat de tafel op het huidige moment beschikbaar is. Gebruik het om aan te geven dat iets op dit moment geldt.
Je Je betekent “ik” in “Je vais poser mon sac près du mur.” Het is het onderwerp van de handeling die de spreker zelf gaat uitvoeren. Gebruik Je wanneer je over je eigen actie of bedoeling spreekt.
vais vais is een vorm van aller en staat in “Je vais poser mon sac près du mur.” Samen met poser drukt “Je vais poser” uit dat de spreker van plan is de tas neer te zetten. Gebruik Je vais gevolgd door een infinitief om een voorgenomen of nabije handeling aan te geven.
poser poser betekent hier “neerzetten” of “neerleggen” in “poser mon sac près du mur”. Het benoemt wat de spreker met de tas gaat doen. Een bruikbaar patroon is “poser” gevolgd door een voorwerp en een plaatsbepaling, zoals in “poser mon sac près du mur”.
mon mon betekent hier “mijn” in “mon sac”. Het geeft aan dat de tas van de spreker is en staat vóór sac. Gebruik mon vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je één ding als van jezelf aanduidt.
sac sac betekent “tas” in “mon sac”. Het is het voorwerp dat de spreker bij de muur gaat neerzetten. In deze dialoog staat het in de bezittelijke naamwoordgroep “mon sac”.
près près betekent hier “dicht bij” in “près du mur”. Het geeft de plaats aan waar de tas wordt neergezet. Gebruik près met een plaatsbepaling om nabijheid uit te drukken.
du du staat in “près du mur” en is de samengevoegde vorm van de en le. De hele uitdrukking betekent “dicht bij de muur”. Gebruik du vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord na een uitdrukking zoals près de.
mur mur betekent “muur” in “près du mur”. Het benoemt de plaats waar de tas wordt neergezet. Samen met près du vormt het de plaatsbepaling “près du mur”.
s'il vous plaît s'il vous plaît is de beleefde uitdrukking “alstublieft” in “Gardez la table libre, s'il vous plaît.” s'il bevat si en il, vous verwijst naar de aangesproken persoon of personen, en plaît is een vorm van plaire; samen vormen ze de vaste beleefdheidsformule. Gebruik de volledige uitdrukking om een verzoek beleefd te maken.
laisserons laisserons is een vorm van laisser en betekent hier “zullen achterlaten” in “Nous laisserons la salle propre quand nous finirons.” De spreker belooft dat de ruimte na afloop schoon blijft. Een bruikbaar patroon is “laisser” gevolgd door een ruimte en de gewenste toestand, zoals “laisserons la salle propre”.
quand quand betekent hier “wanneer” of “als” in “quand nous finirons”. Het leidt het deel in dat aangeeft op welk moment de ruimte schoon wordt achtergelaten. Gebruik quand om een handeling aan een tijdstip of moment te koppelen.
finirons finirons is een vorm van finir en betekent hier “zullen eindigen” of “klaar zullen zijn” in “quand nous finirons”. Het verwijst naar het moment waarop de activiteit van de groep afgelopen is. Gebruik deze vorm in een tijdsbepaling na quand wanneer je spreekt over wat de groep zal afronden.
Ça Ça betekent hier “dat” of “het” in “Ça aide le prochain groupe.” Het verwijst naar het schoon achterlaten van de vergaderruimte uit de vorige zin. Gebruik Ça als onderwerp voor iets dat uit de context al bekend is.
aide aide is een vorm van aider en betekent hier “helpt” in “Ça aide le prochain groupe.” Het onderwerp Ça is de reden of handeling die de volgende groep helpt. Een bruikbaar patroon is “Ça aide” gevolgd door de persoon of groep die hulp krijgt.
le le is hier het bepaalde lidwoord in “le prochain groupe”. Het staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Samen met de volgende woorden verwijst het naar een specifieke groep die hierna komt.
prochain prochain betekent hier “volgende” in “le prochain groupe”. Het beschrijft de groep die na de huidige groep de ruimte zal gebruiken. Gebruik prochain vóór een zelfstandig naamwoord om de eerstvolgende persoon, groep of zaak aan te duiden.
groupe groupe betekent “groep” in “le prochain groupe”. Het verwijst hier naar de mensen die de ruimte na deze groep gebruiken. In de zin is het de groep die baat heeft bij het schoon achterlaten van de zaal.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Nous pouvons utiliser la salle.

Noe poe-vongz ü-tee-lee-zee la sal.

We kunnen de ruimte gebruiken.

Na pouvoir volgt een infinitief zonder voorzetsel: pouvoir utiliser.

Adjectif après le nom

une salle partagée

Ün sal par-ta-zjee.

een gedeelde ruimte

Het bijvoeglijk naamwoord volgt vaak het zelfstandig naamwoord en past zich aan in geslacht en getal.

Frans woordenschat

autres voornaamwoord
ohtr anderen

Gardez-la propre pour les autres.

disponible bijvoeglijk naamwoord
dis-po-niebl beschikbaar

Elle est disponible maintenant.

garder werkwoord
gar-dee houden gardez

Gardez la table libre, s'il vous plaît.

libre bijvoeglijk naamwoord
liebr vrij; leeg

Est-ce que cette table est libre ?

maintenant bijwoord
men-tuh-nang nu

Elle est disponible maintenant.

partagée bijvoeglijk naamwoord
par-ta-zjee gedeeld

la salle de réunion partagée

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen pouvons

Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?

propre bijvoeglijk naamwoord
prohpər netjes; schoon

Gardez-la propre pour les autres.

réunion zelfstandig naamwoord
ree-ü-njong vergadering

Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?

salle zelfstandig naamwoord
sal ruimte

Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?

table zelfstandig naamwoord
tabl tafel

Est-ce que cette table est libre ?

utiliser werkwoord
ü-tee-lee-zee gebruiken

Pouvons-nous utiliser la salle de réunion partagée ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De tafel is nu beschikbaar.

Antwoord tonenElle est disponible maintenant.

Dat helpt de volgende groep.

Antwoord tonenÇa aide le prochain groupe.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

ruimte

Antwoord tonensalle

tafel

Antwoord tonentable

anderen

Antwoord tonenautres

gebruiken

Antwoord tonenutiliser