Est-ce que
“Est-ce que” is de vaste vraagformule aan het begin van “Est-ce que je peux utiliser cette salle de bains commune ?”. “Est-ce” opent het vraagkader en “que” verbindt dat kader met de rest van de zin. Je gebruikt deze formule om een gewone mededelende zin als vraag te formuleren.
je
“je” betekent hier “ik” en is het onderwerp in “Est-ce que je peux utiliser cette salle de bains commune ?” en “Je vais aussi essuyer vite le lavabo.” Voor een werkwoord staat “je” normaal als onderwerp.
peux
“peux” betekent hier “kan” in “je peux utiliser”. Het is de vorm van “pouvoir” die bij “je” hoort. Een veelgebruikt patroon is “je peux” gevolgd door een infinitief, zoals “utiliser” in deze zin.
utiliser
“utiliser” betekent hier “gebruiken” in “je peux utiliser cette salle de bains commune”. Het staat als infinitief na “peux”. Je gebruikt het met het voorwerp dat je gebruikt, hier “cette salle de bains commune”.
cette
“cette” betekent hier “deze” in “cette salle de bains commune”. Het verwijst naar de badkamer die de spreker bedoelt en staat vóór “salle”. “Cette” wordt gebruikt vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
salle
“salle” betekent hier “ruimte” of “kamer” in de vaste uitdrukking “salle de bains”. Samen met “de bains” betekent dit “badkamer”. Het woord kan zo het soort ruimte benoemen dat volgt in de woordgroep.
de
“de” verbindt in “salle de bains” het woord “salle” met “bains” en betekent daar ongeveer “van”. Het vormt samen met de omliggende woorden de vaste uitdrukking voor “badkamer”. Let op de volledige woordgroep “salle de bains”, niet op “de” als losstaand woord.
bains
“bains” betekent in “salle de bains” letterlijk “baden”, maar de volledige uitdrukking betekent “badkamer”. Het is hier een vast onderdeel van de woordgroep “salle de bains”. Leer deze combinatie als geheel voor een ruimte in huis.
commune
“commune” betekent hier “gemeenschappelijk” in “salle de bains commune”. Het beschrijft de badkamer als een ruimte die gedeeld wordt. Deze vorm staat bij “salle de bains” en komt er direct achter.
Oui
“Oui” betekent “ja” en bevestigt in “Oui, et garde s'il te plaît...” dat de ander de badkamer mag gebruiken. Je kunt het aan het begin van een antwoord plaatsen voordat je verdere informatie of een verzoek geeft.
et
“et” betekent “en” en verbindt in “Oui, et garde s'il te plaît...” de bevestiging met het verzoek om de ruimte schoon te houden. Het koppelt hier twee delen van hetzelfde antwoord.
garde
“garde” is hier een directe aansporing met de betekenis “houd” in “garde ... propre”. Het verwijst naar het schoon houden van “l'espace autour du lavabo”. Een bruikbaar patroon is “garder” plus iets plus een beschrijving van de gewenste toestand.
s'il te plaît
“s'il te plaît” betekent als geheel “alsjeblieft” en maakt “garde ...” beleefder. In deze uitdrukking is “s'il” de verkorte vorm van “si il”, “te” verwijst naar de aangesproken persoon en “plaît” komt van “plaire”, “bevallen”. Je gebruikt de uitdrukking na of rond een verzoek.
l'espace
“l'espace” betekent hier “de ruimte” in “l'espace autour du lavabo”. De apostrof is de verkorte vorm van “la” vóór de klinker van “espace”. De woordgroep wordt hier gebruikt als datgene wat schoon moet blijven.
autour
“autour” betekent hier “rondom” in “autour du lavabo”. Het geeft aan dat de bedoelde ruimte zich rondom de wastafel bevindt. Het wordt in deze betekenis gebruikt met “de”, hier samengevoegd in “du”.
du
“du” betekent hier “van de” in “autour du lavabo”. Het is de vaste samenvoeging van “de” en “le”. Je gebruikt het na “autour” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, hier “lavabo”.
lavabo
“lavabo” betekent “wastafel” in “autour du lavabo” en later in “le lavabo”. Het benoemt het vaste object in de badkamer. Een bruikbare woordgroep uit deze dialoog is “autour du lavabo” voor de ruimte rondom de wastafel.
propre
“propre” betekent hier “schoon” in “garde l'espace autour du lavabo propre”. Het beschrijft de toestand waarin de ruimte moet blijven na “garde”. In het patroon “garder quelque chose propre” beschrijft het bijvoeglijk naamwoord het resultaat voor datgene wat je schoonhoudt.
J'ai
“J'ai” betekent hier “ik heb” in “J'ai besoin d'une serviette en papier”. Het is de vorm van “avoir” bij “je”, met een apostrof vóór de klinker van “ai”. Samen met “besoin de” vormt het de uitdrukking om een behoefte uit te drukken.
besoin
“besoin” betekent hier “behoefte” in de uitdrukking “J'ai besoin d'une serviette en papier”, die als geheel “ik heb een papieren handdoekje nodig” betekent. Het woord krijgt deze betekenis door de constructie “avoir besoin de”. Gebruik na deze constructie het ding dat nodig is.
d'une
“d'une” introduceert in “J'ai besoin d'une serviette en papier” het ding dat nodig is: “een”. Het is de verkorte vorm van “de une”. Het vaste patroon is “avoir besoin de” plus een zelfstandig naamwoord, hier “d'une serviette”.
serviette
“serviette” betekent hier “handdoekje” in “serviette en papier”. Samen met “en papier” betekent de volledige woordgroep “papieren handdoekje”. Je gebruikt “serviette” hier voor het voorwerp dat de spreker nodig heeft.
en
“en” heeft in deze dialoog twee functies. In “serviette en papier” geeft het het materiaal aan: een handdoekje van papier; in “Il y en a” maakt het deel uit van de constructie voor “er zijn er”. De betekenis moet daarom telkens uit de volledige woordgroep worden afgeleid.
papier
“papier” betekent hier “papier” in “serviette en papier”. Het benoemt het materiaal van het handdoekje. De bruikbare combinatie uit de dialoog is “serviette en papier” voor een papieren handdoekje.
Il
“Il” is in “Il y en a près du lavabo” geen verwijzing naar een man, maar het grammaticale onderwerp van de constructie voor “er zijn”. Samen met “y en a” betekent de volledige uitdrukking dat er enkele exemplaren zijn. In deze zin hoort “Il” dus bij de vaste structuur “Il y en a”.
y
“y” betekent hier ongeveer “er” of “daar” in “Il y en a près du lavabo”. Het draagt samen met “Il ... a” bij aan de constructie “er zijn”; “en” verwijst naar enkele handdoekjes. De plaats wordt daarna verduidelijkt door “près du lavabo”.
a
“a” is hier de vorm van “avoir” in “Il y en a”. In de volledige constructie helpt het om het bestaan van enkele handdoekjes uit te drukken. “Il y en a” is een bruikbaar patroon voor “er zijn er”, gevolgd door de plaats wanneer die relevant is.
près
“près” betekent hier “in de buurt van” in “près du lavabo”. Het geeft een nabije plaats aan. Het wordt in deze betekenis gevolgd door “de” plus de plaats, hier samengevoegd als “du lavabo”.
Ça
“Ça” betekent hier “dit” of “dat” in “Ça va dans la poubelle ?”. Het verwijst naar het voorwerp waar de spreker naar vraagt, namelijk het gebruikte handdoekje. Je kunt “ça” als onderwerp gebruiken wanneer je naar iets concreets verwijst zonder het opnieuw te benoemen.
va
“va” betekent hier “gaat” in “Ça va dans la poubelle ?”. Het is de vorm van “aller” die bij “ça” hoort en geeft hier aan waar iets terechtkomt. Samen met “dans la poubelle” vraagt de zin of het voorwerp daarheen moet.
dans
“dans” betekent hier “in” of “naar binnen in” in “dans la poubelle”. Het geeft de bestemming of plaats binnen een bak aan. Na “dans” volgt hier de volledige woordgroep “la poubelle”.
la
“la” heeft in deze dialoog twee functies. In “la poubelle” is het het lidwoord bij “poubelle”; in “Mets-la” is het een voornaamwoord dat naar de vrouwelijke “serviette” verwijst. De volledige woordgroep bepaalt dus of “la” vóór een zelfstandig naamwoord staat of aan het werkwoord vastzit.
poubelle
“poubelle” betekent “vuilnisbak” in “la poubelle” en “la petite poubelle”. Het benoemt de bak waarin het gebruikte handdoekje moet. Een bruikbare combinatie uit de dialoog is “mettre ... dans la poubelle” voor iets in de vuilnisbak doen.
Mets
“Mets” is hier een directe opdracht met de betekenis “doe” of “leg” in “Mets-la dans la petite poubelle”. Het is een vorm van “mettre” en krijgt zijn volledige betekenis samen met het voorwerp en de bestemming. Het patroon “mettre quelque chose dans ...” wordt gebruikt om te zeggen waar je iets plaatst.
petite
“petite” betekent hier “kleine” in “la petite poubelle”. Het is de vrouwelijke vorm van “petit” en past bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “poubelle”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft.
vais
“vais” betekent hier “ga” in “Je vais aussi essuyer vite le lavabo”. Het is de vorm van “aller” bij “je” en vormt met de infinitief “essuyer” een plan of nabije toekomstige handeling. Een bruikbaar patroon is “je vais” plus een infinitief.
aussi
“aussi” betekent hier “ook” in “Je vais aussi essuyer vite le lavabo”. Het voegt het afvegen van de wastafel toe aan wat er al gebeurt. Het staat hier vóór de infinitief “essuyer” binnen de werkwoordgroep.
essuyer
“essuyer” betekent hier “afvegen” in “Je vais aussi essuyer vite le lavabo”. Het staat als infinitief na “Je vais”. Je gebruikt het met het voorwerp dat je afveegt, hier “le lavabo”.
vite
“vite” betekent hier “snel” in “essuyer vite le lavabo”. Het beschrijft hoe de spreker de wastafel zal afvegen. Het kan in deze zin direct bij de handeling “essuyer” staan.
le
“le” is in “le lavabo” het bepaald lidwoord bij “lavabo” en betekent hier “de”. Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. In “essuyer le lavabo” geeft het aan welk concreet object wordt afgeveegd.
aide
“aide” betekent hier “helpt” in “Ça aide la personne suivante”. Het is de vorm van “aider” die bij “ça” hoort. Je gebruikt het met degene of datgene dat geholpen wordt, hier “la personne suivante”.
personne
“personne” betekent hier “persoon” in “la personne suivante”. Het verwijst naar degene die de gedeelde badkamer na deze spreker gebruikt. In deze woordgroep wordt het nader beschreven door “suivante”.
suivante
“suivante” betekent hier “volgende” in “la personne suivante”. Het is de vrouwelijke vorm van “suivant” en beschrijft “personne”. De volledige woordgroep verwijst naar de persoon die daarna aan de beurt komt.