Een gedeelde badkamer schoonhouden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared bathroom, two adults talk about paper towels, the trash bin, and keeping the sink area clean..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een gedeelde badkamer schoonhouden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que je peux utiliser cette salle de bains commune ?

es-kuh zje peu uutileezee set sal duh bèn komuun Kan ik deze gedeelde badkamer gebruiken?
B

Oui, et garde s'il te plaît l'espace autour du lavabo propre.

wie ee gard siel tuh plee lespass otuur dü lavaboo propr Dat kan, en houd de ruimte rond de wastafel alsjeblieft schoon.
A

J'ai besoin d'une serviette en papier.

zjee buhzwèn dun servjèt an papjee Ik heb een papieren handdoekje nodig.
B

Il y en a près du lavabo.

iel jèn-na prè dü lavaboo Er liggen er een paar bij de wastafel.
A

Ça va dans la poubelle ?

sa va dan la poebèl Moet dit in de vuilnisbak?
B

Mets-la dans la petite poubelle.

mè-la dan la puh-tiet poebèl Doe het in de kleine afvalbak.
A

Je vais aussi essuyer vite le lavabo.

zjuh vè oo-sie eswiejee viet luh lavaboo Ik veeg de wastafel ook snel af.
B

Ça aide la personne suivante.

sa èd la pèrsòn swievant Dat helpt de volgende persoon.

Uitleg van de zinnen

  1. Est-ce que je peux utiliser cette salle de bains commune ?

    Kan ik deze gedeelde badkamer gebruiken?

    Est-ce que
    vraaginleiding
    je peux
    ik kan / mag
    utiliser
    gebruiken
    cette
    deze
    salle de bains
    badkamer
    commune
    gedeeld / gemeenschappelijk
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que leidt in deze zin een gewone ja-neevraag in. Het voegt geen zelfstandig betekeniswoord toe; het maakt van de mededeling je peux utiliser... een vraag. Een herbruikbaar patroon is Est-ce que + onderwerp + werkwoord ... ?, bijvoorbeeld: Est-ce que tu comprends ? — Begrijp je het? je peux betekent hier dat de spreker vraagt of die iets mag of kan doen. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij je; het onderwerp je bepaalt dus de persoonsvorm. De combinatie je peux + infinitief drukt mogelijkheid of toestemming uit, afhankelijk van de situatie. Voorbeeld: Je peux entrer ? — Mag ik binnenkomen? utiliser is een infinitief en betekent hier ‘gebruiken’. Na pouvoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: je peux utiliser, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Nous pouvons utiliser cette table. — We kunnen deze tafel gebruiken. cette is een aanwijzend woord voor één vrouwelijk zelfstandig naamwoord: ‘deze’. Het stemt hier af op salle, niet op de spreker. De mannelijke enkelvoudsvorm is ce, zoals in ce livre — dit boek. Het aanwijzende woord zegt niet op zichzelf hoeveel badkamers er zijn; het wijst deze badkamer aan. salle de bains is de vaste Franse woordgroep voor ‘badkamer’. Het hoofdwoord is salle (‘ruimte/zaal’); de bains specificeert het soort ruimte. In cette salle de bains staat cette bij het vrouwelijke hoofdwoord salle. commune beschrijft de badkamer als gedeeld of gemeenschappelijk. Deze vorm is vrouwelijk enkelvoud en stemt af op salle; de bijvoeglijke vorm voor mannelijk enkelvoud is commun. In deze zin betekent commune dus niet dat de badkamer van één bepaalde persoon is, maar dat zij gedeeld is. Samen vormt Est-ce que je peux utiliser cette salle de bains commune ? de vraag: ‘Kan ik deze gedeelde badkamer gebruiken?’ De vraaginleiding maakt er een ja-neevraag van; je peux utiliser vraagt naar mogelijkheid of toestemming, en cette salle de bains commune benoemt de badkamer waarnaar wordt verwezen.

  2. Oui, et garde s'il te plaît l'espace autour du lavabo propre.

    Dat kan, en houd de ruimte rond de wastafel alsjeblieft schoon.

    Oui
    ja
    garde
    houd
    s'il te plaît
    alsjeblieft
    l'espace
    de ruimte
    autour du
    rond de
    lavabo
    wastafel
    propre
    schoon
    Uitgebreide uitleg

    Oui bevestigt hier het voorafgaande antwoord over het mogen gebruiken van de gedeelde badkamer. Het kan ook aan het begin van een langere zin staan. garde komt van garder en is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon (tu): “houd”. In garder quelque chose propre betekent het werkwoord iets in een bepaalde toestand houden. Voorbeeld: Garde la porte fermée. — “Houd de deur dicht.” S'il te plaît is de beleefde toevoeging “alsjeblieft”. te hoort bij de informele enkelvoudige aanspreekvorm. Bij een formele aanspreekvorm of bij meerdere aangesproken personen staat doorgaans s'il vous plaît. l'espace betekent hier “de ruimte”. Het zelfstandig naamwoord is espace, mannelijk en enkelvoudig; l' is de vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinker. Het lidwoord drukt hier bepaaldheid uit, niet op zichzelf een aantal. autour du betekent “rond de”. Dit is autour de plus het bepaalde lidwoord le, samengevoegd tot du: autour de + le → autour du. Voorbeeld: Il y a des chaises autour de la table. — “Er staan stoelen rond de tafel.” lavabo betekent “wastafel”. In du lavabo maakt het deel uit van de bepaling autour du lavabo, die aangeeft welke ruimte bedoeld wordt. lavabo is hier enkelvoud; het lidwoord is al samengevoegd in du. propre betekent hier “schoon”. Het beschrijft l'espace, niet lavabo, en benoemt de toestand waarin de ruimte gehouden moet worden. propre heeft in het enkelvoud dezelfde geschreven vorm bij mannelijke en vrouwelijke woorden; hier verwijst het naar het mannelijke enkelvoud espace. Voorbeeld: La salle est propre. — “De kamer is schoon.” Samen vormt garde l'espace autour du lavabo propre een gebiedende constructie: “houd de ruimte rond de wastafel schoon”. l'espace autour du lavabo is wat schoon moet blijven; propre benoemt de gewenste toestand. Met Oui en de beleefde toevoeging s'il te plaît betekent de volledige uiting: “Ja, en houd de ruimte rond de wastafel alsjeblieft schoon.”

  3. J'ai besoin d'une serviette en papier.

    Ik heb een papieren handdoekje nodig.

    J'ai besoin
    ik heb nodig
    serviette
    handdoekje
    en papier
    van papier
    Uitgebreide uitleg

    J'ai besoin betekent hier “ik heb nodig”. Dit is de vaste Franse constructie avoir besoin de + iets: letterlijk “behoefte hebben aan”. J'ai is je + de tegenwoordige tijd van avoir in de eerste persoon enkelvoud; ai hoort dus bij het werkwoord avoir, niet bij besoin. Voorbeelden: J'ai besoin d'eau. — “Ik heb water nodig.” Nous avons besoin de temps. — “Wij hebben tijd nodig.” serviette betekent hier “handdoekje”, zoals ook uit de vaste vertaling en de context blijkt. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une serviette. Het meervoud is des serviettes. In d'une is de samengevoegd met une, omdat de constructie avoir besoin de gevolgd wordt door een onbepaald vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Une geeft hier geen expliciete telwaarde; het markeert het zelfstandig naamwoord als onbepaald en vrouwelijk enkelvoud. en papier geeft het materiaal aan: “van papier” of natuurlijker in het Nederlands “papieren”. De combinatie une serviette en papier betekent dus “een papieren handdoekje”. En kan in zulke combinaties een materiaal aanduiden; bijvoorbeeld une table en bois — “een houten tafel”. Samen bestaat de zin uit J'ai besoin de + une serviette en papier; door de samentrekking wordt dat J'ai besoin d'une serviette en papier. De spreker zegt dat die persoon een papieren handdoekje nodig heeft. De volledige betekenis is: “Ik heb een papieren handdoekje nodig.”

  4. Il y en a près du lavabo.

    Er liggen er een paar bij de wastafel.

    Il y en a
    er zijn er
    près
    dichtbij
    lavabo
    wastafel
    Uitgebreide uitleg

    Il y en a is een vaste Franse constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven: letterlijk ongeveer “er is/zijn ervan”, hier volgens de vertaling “er zijn er een paar”. Il is hier een onpersoonlijk onderwerp; het verwijst niet naar een bepaalde persoon. y is een voornaamwoord dat vaak naar een plaats of een daar aanwezige situatie verwijst, en en neemt iets over dat al uit de context begrijpelijk is. Het precieze zelfstandige naamwoord dat en vervangt, hoeft in deze zin niet opnieuw genoemd te worden. De vorm a is de derde persoon enkelvoud van avoir (“hebben”), maar in deze constructie draagt de hele combinatie de betekenis “er is/zijn”. Voorbeeld: Il y en a deux. — “Er zijn er twee.” Het getal staat hier expliciet in deux; in de gegeven zin komt de hoeveelheid “een paar” uit de vaste vertaling en context, niet uit het afzonderlijke woord il. près geeft nabijheid aan. In de herbruikbare verbinding près de betekent het “vlak bij” of “in de buurt van”. Voor een bepaald mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt de le samengetrokken tot du; daarom staat hier près du .... Voor een vrouwelijk enkelvoud staat bijvoorbeeld près de la gare — “vlak bij het station”. lavabo is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een wastafel of wasbak. Het enkelvoudige bepaalde lidwoord is le, maar na de verschijnt de samentrekking du lavabo. Het meervoud is les lavabos. Samen betekent Il y en a près du lavabo dus: “Er zijn er een paar bij/in de buurt van de wastafel.” De aanwezigheid wordt eerst uitgedrukt met Il y en a; près du lavabo lokaliseert die aanwezige zaken.

  5. Ça va dans la poubelle ?

    Moet dit in de vuilnisbak?

    Ça
    dit
    va
    gaat
    dans
    in
    poubelle
    vuilnisbak
    Uitgebreide uitleg

    Ça betekent hier “dit” en is een aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar iets dat in de situatie herkenbaar is; de vertaling ondersteunt hier de betekenis “dit”, maar benoemt niet welk voorwerp het precies is. In andere contexten kan ça ook “dat” of algemener “het” betekenen. va is de vorm van aller (“gaan”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: il/elle/on va. Hier gaat het niet om verplaatsing van een persoon, maar om de bestemming van iets: of het voorwerp in de afvalbak hoort of daar moet worden weggegooid. Een bruikbare vormreeks is: je vais, tu vas, il/elle/on va. dans betekent “in” wanneer het gaat om een plaats binnenin iets. Het wordt gevolgd door het doel of de plaats: dans la boîte = “in de doos”. la poubelle betekent “de vuilnisbak” of “de afvalbak”. Poubelle is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, daarom staat er la. Het woord kan zowel naar een huishoudelijke afvalbak als, afhankelijk van de situatie, naar een andere afvalcontainer verwijzen. Als geheel vormt Ça va dans la poubelle ? een vraag met de volgorde “dit gaat in de afvalbak?”. In natuurlijk Nederlands is de bedoelde vraag: “Moet dit in de vuilnisbak?” De combinatie aller dans geeft hier aan waar iets terecht moet komen; de vraagintonatie maakt er een vraag van. Een vergelijkbaar oefenvoorbeeld is Ça va dans le carton ? — “Moet dit in de kartonnen doos?”

  6. Mets-la dans la petite poubelle.

    Doe het in de kleine afvalbak.

    Mets-la
    doe het
    dans
    in
    petite
    kleine
    poubelle
    afvalbak
    Uitgebreide uitleg

    Mets-la betekent hier “doe het”. Het is een bevelsvorm van mettre (“doen” of “zetten/leggen”) met het voornaamwoord la als lijdend voorwerp. De gebiedende wijs richt zich hier tot één aangesproken persoon; la verwijst in deze vertaling naar het bedoelde voorwerp en staat vóór de plaatsbepaling. In de bevestigende gebiedende wijs wordt het voornaamwoord met een koppelteken aan het werkwoord verbonden: Mets-la. Een vergelijkbaar patroon is Prends-le. — “Neem het.” dans betekent “in” en introduceert hier de plaats waar het voorwerp moet komen. Het vormt samen met de daaropvolgende woordgroep dans la petite poubelle — “in de kleine afvalbak”. petite betekent “kleine”. Dit is de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord petit: petit bij een mannelijk zelfstandig naamwoord en petite bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Hier past petite bij poubelle, dat vrouwelijk is. Een voorbeeld: un petit sac — “een kleine tas”; une petite boîte — “een klein doosje”. poubelle betekent “afvalbak” of “vuilnisbak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, vandaar het lidwoord la in deze woordgroep. Het enkelvoud is une poubelle; het meervoud is des poubelles. Samen vormt de zin Mets-la dans la petite poubelle. de instructie: “Doe het in de kleine afvalbak.” Mets-la geeft de handeling met het bedoelde voorwerp aan, en dans la petite poubelle geeft de bestemming aan. De gebiedende wijs maakt de zin geschikt als directe, praktische instructie.

  7. Je vais aussi essuyer vite le lavabo.

    Ik veeg de wastafel ook snel af.

    Je vais
    ik ga / ik zal
    aussi
    ook
    essuyer
    afvegen
    vite
    snel
    lavabo
    wastafel
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bevat het onderwerp je en de tegenwoordige vorm vais van aller. Samen met een infinitief vormt dit de Franse nabije toekomst: je vais + infinitief = “ik ga …” of, afhankelijk van de context, “ik zal …”. Het is niet alleen de losse betekenis van vais; in deze zin hoort vais bij essuyer. aussi betekent hier “ook”. Het is een bijwoord dat de handeling toevoegt aan iets wat al genoemd of verondersteld is. De plaatsing tussen vais en essuyer is natuurlijk: Je vais aussi essuyer .... essuyer is de infinitief “afvegen”. Na vais blijft het werkwoord in de infinitief staan. In de tegenwoordige tijd heeft het onder meer deze vormen: j’essuie, nous essuyons, ils essuient. Bij sommige vormen verandert y in i, maar in de infinitief blijft de vorm essuyer behouden. Voorbeeld: J’essuie la table. — “Ik veeg de tafel af.” vite is een bijwoord en betekent “snel”. Het beschrijft hier hoe de handeling wordt uitgevoerd, niet het lavabo zelf. Voorbeeld: Elle répond vite. — “Zij antwoordt snel.” lavabo is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor “wastafel”. In de zin staat ervoor het bepaalde lidwoord le: le lavabo. Het is het directe object van essuyer, dus datgene wat wordt afgeveegd. Het meervoud is lavabos. Samen betekent Je vais aussi essuyer vite le lavabo.: “Ik veeg de wastafel ook snel af.” De structuur is je vais + aussi + essuyer + vite + le lavabo: de spreker zegt dat die de wastafel eveneens snel zal afvegen.

  8. Ça aide la personne suivante.

    Dat helpt de volgende persoon.

    Ça
    dat
    aide
    helpt
    personne
    persoon
    suivante
    volgende
    Uitgebreide uitleg

    Ça is een aanwijzend voornaamwoord dat hier als onderwerp “dat” betekent. Het verwijst naar iets dat in de context al bekend is; de Franse vorm ça verandert hier niet mee met het grammaticale geslacht of getal van een genoemd zelfstandig naamwoord. aide komt van het werkwoord aider (“helpen”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: ça aide = “dat helpt”. Het onderwerp is enkelvoud, maar de vorm aide wordt hier gekozen door de combinatie van aider met een enkelvoudig onderwerp, niet door personne verderop in de zin. Voorbeeld: Cette règle aide. — “Deze regel helpt.” personne betekent hier “persoon”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: la personne = “de persoon”. In een andere context kan personne ook “niemand” betekenen, maar met het bepaalde lidwoord la en in deze vertaling gaat het om een persoon. suivante betekent hier “volgende”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord suivant, omdat het bij personne hoort. De uitgang -e markeert hier de vrouwelijke vorm; het enkelvoud blijkt uit de overeenkomst met personne. Vergelijk: le suivant = “de volgende” (mannelijk enkelvoud) en la suivante = “de volgende” (vrouwelijk enkelvoud). Voorbeeld: La personne suivante arrive. — “De volgende persoon komt aan.” Samen vormen de delen Ça aide + la personne suivante de betekenis: “Dat helpt de volgende persoon.” Ça is het onderwerp, aide is de tegenwoordige-tijdsvorm van “helpen”, en la personne suivante is de persoon die door die hulp wordt geholpen. De formulering is neutraal en bruikbaar wanneer de bedoelde volgende persoon al uit de context blijkt.

Grammatica

avoir besoin de + infinitif

J'ai besoin d'essuyer le lavabo.

zjee bəzwèn d'eswiejee luh lavaboo

Ik moet de wastafel afvegen.

Na avoir besoin de volgt een zelfstandig naamwoord of een infinitief. Voor een klinker wordt de verkort tot d'.

Mets + object + plaatsbepaling

Mets ça près de la poubelle, s'il te plaît.

mè sa prè duh la poebèl, siel tuh plee

Zet dat alsjeblieft bij de vuilnisbak.

Mets is de gebiedende wijs van mettre voor tu. Het onderwerp tu wordt niet genoemd.

Frans woordenschat

autour de voorzetsel
otuur duh rond
avoir besoin de uitdrukking
avwaar buhzwèn duh nodig hebben

J'ai besoin d'une serviette en papier

commune bijvoeglijk naamwoord
komuun gedeeld

salle de bains commune

espace zelfstandig naamwoord
lespass ruimte

l'espace autour du lavabo

garde werkwoord
gard houd

garde l'espace autour du lavabo propre

lavabo zelfstandig naamwoord
lavaboo wastafel
peux werkwoord
peu kan

je peux utiliser

propre bijvoeglijk naamwoord
propr schoon

le lavabo propre

s'il te plaît uitdrukking
siel tuh plee alsjeblieft
salle de bains zelfstandig naamwoord
sal duh bèn badkamer

cette salle de bains commune

serviette zelfstandig naamwoord
servjèt handdoekje

une serviette en papier

utiliser werkwoord
uutileezee gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een papieren handdoekje nodig.

Antwoord tonenJ'ai besoin d'une serviette en papier.

Moet dit in de vuilnisbak?

Antwoord tonenÇa va dans la poubelle ?

Doe het in de kleine afvalbak.

Antwoord tonenMets-la dans la petite poubelle.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gebruiken

Antwoord tonenutiliser

wastafel

Antwoord tonenlavabo

gedeeld

Antwoord tonencommune

kan

Antwoord tonenpeux