Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met De woonkamer opruimen voor bezoek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Nos invités arrivent bientôt.
noo-zè(n)-vie-tee a-riev bjè(n)-too. Onze gasten komen binnenkort.Alors, nous devrions ranger le salon avant qu'ils arrivent.
a-lor, noe duh-vrie-jon ra(n)-zjee luh sa-lo(n) a-va(n) kiel a-riev. Dan moeten we de woonkamer opruimen voordat ze komen.Je vais remettre les livres sur l'étagère.
zjuh vè ruh-mètr lee lievr suur lee-ta-zjèhr. Ik zal de boeken terug op de plank zetten.Je vais remettre les coussins du canapé en place.
zjuh vè ruh-mètr lee koe-sè(n) duu ka-na-pee a(n) plas. Ik zal de kussens op de bank rechtleggen.Est-ce qu'on devrait aussi passer l'aspirateur sur le tapis ?
ès-ko(n) duh-vrè oo-sie pa-see las-pie-ra-tur suur luh ta-pie. Zullen we het vloerkleed ook stofzuigen?Passer l'aspirateur aiderait, surtout près de la porte.
pa-see las-pie-ra-tur è-duh-rè, suur-too prè duh la port. Stofzuigen zou helpen, vooral bij de deuropening.La pièce semble déjà plus confortable.
la pjès sa(n)bl dee-zjaa plus kon-for-ta-bl. De kamer voelt al comfortabeler aan.On va préparer du thé quand tout sera prêt.
o(n) va pre-pa-ree duu tee ka(n) toe suh-ra prè. Laten we thee zetten zodra alles klaar is.Uitleg van de zinnen
Nos invités arrivent bientôt.
Onze gasten komen binnenkort.
- Nos
- onze
- invités
- gasten
- arrivent
- komen aan
- bientôt
- binnenkort
Uitgebreide uitleg
Nos betekent hier “onze” en staat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het bezittelijke woord past zich in het Frans aan het bezeten woord aan: notre bij enkelvoud en nos bij meervoud. Het drukt bezit of verbondenheid uit, niet op zichzelf een bepaald aantal. invités betekent hier “gasten”. De basisvorm is invité; de uitgang -s markeert hier het meervoud. Het woord kan zowel mannelijke gasten als een gemengde groep aanduiden; de vorm alleen maakt de groep niet uitsluitend mannelijk. Voor één vrouwelijke gast is invitée mogelijk, en voor meerdere vrouwelijke gasten invitées. arrivent betekent hier “komen aan” of eenvoudig “aankomen”. De basisvorm is arriver. arrivent is de tegenwoordige tijd van de derde persoon meervoud: ils/elles arrivent. Bij één persoon of zaak staat il/elle arrive. De tegenwoordige tijd kan in het Frans ook een nabije toekomstige gebeurtenis beschrijven; bientôt maakt hier duidelijk dat het aankomen binnenkort plaatsvindt. Voorbeeld: Les invités arrivent à huit heures. — “De gasten komen om acht uur aan.” bientôt betekent “binnenkort”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Het verwijst hier naar een moment in de nabije toekomst, niet naar een verleden tijd. Samen vormen de delen: Nos invités — “onze gasten”; arrivent — “komen aan”; bientôt — “binnenkort”. De volledige betekenis is dus: “Onze gasten komen binnenkort.”
Alors, nous devrions ranger le salon avant qu'ils arrivent.
Dan moeten we de woonkamer opruimen voordat ze komen.
- Alors
- dan
- nous devrions
- we zouden moeten
- ranger le salon
- de woonkamer opruimen
- avant qu'ils arrivent
- voordat ze komen
Uitgebreide uitleg
De zin betekent: “Dan zouden we de woonkamer moeten opruimen voordat ze komen.” “Nous devrions” is de conditionnel van devoir en drukt een voorstel of aanbeveling uit. Na “avant que” staat “arrivent” in de subjonctif.
Je vais remettre les livres sur l'étagère.
Ik zal de boeken terug op de plank zetten.
- Je vais
- ik zal
- remettre
- terugzetten
- livres
- boeken
- sur
- op
- étagère
- plank
Uitgebreide uitleg
Je vais drukt hier samen met het volgende werkwoord een nabije toekomst uit: “ik zal … / ik ga …”. vais is de ik-vorm van aller in de tegenwoordige tijd; met een infinitief erna vormt aller + infinitief de futur proche. Voorbeeld: Je vais lire. — “Ik ga lezen.” remettre betekent hier iets terug op zijn plaats zetten. Het is een infinitief; de vorm verandert dus niet voor deze constructie, omdat vais de vervoegde vorm draagt. Het werkwoord kan ook voor andere objecten worden gebruikt: Je vais remettre les coussins en place. — “Ik zal de kussens terug op hun plaats leggen.” In je remets staat daarentegen de tegenwoordige tijd van remettre: “ik zet terug”. livres betekent hier “boeken”. Het is het meervoud van livre; het meervoud wordt in de geschreven vorm met -s gemarkeerd. Het lidwoord les vóór dit woord maakt duidelijk dat het om bepaalde boeken gaat: les livres — “de boeken”. sur is een voorzetsel voor een positie bovenop of op een oppervlak. In deze zin verbindt het de boeken met hun plaats: sur l'étagère — “op de plank”. étagère betekent “plank” of, in deze context, “boekenplank”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord la wordt vóór een klinker verkort tot l', dus la étagère wordt l'étagère. De apostrof is een schrijfvorm van die elisie, niet een afzonderlijk woord. Samen vormen Je vais remettre en les livres sur l'étagère de betekenis: “Ik zal de boeken terug op de plank zetten.” De spreker zegt dus dat hij of zij de boeken terugplaatst; de nabije-toekomstconstructie maakt van die handeling een aangekondigde toekomstige actie.
Je vais remettre les coussins du canapé en place.
Ik zal de kussens op de bank rechtleggen.
- Je vais
- ik zal
- remettre
- terugleggen; weer op zijn plaats leggen
- les coussins
- de kussens
- canapé
- bank; sofa
- en place
- op zijn plaats
Uitgebreide uitleg
Je vais betekent hier dat de spreker van plan is iets te doen: “ik zal …”. vais is de tegenwoordige vorm van aller bij je; samen met een infinitief vormt aller + infinitif een nabije toekomst. Voorbeeld: Je vais ranger la table. — “Ik ga de tafel opruimen.” remettre betekent hier iets weer op de juiste plaats leggen of zetten. Het is een infinitief; na vais blijft het werkwoord in deze vorm. Het hangt samen met mettre (“leggen, zetten, plaatsen”); re- voegt hier het idee van opnieuw of terug toe. Voorbeeld: Je remets le livre sur l’étagère. — “Ik zet het boek terug op de plank.” les coussins betekent “de kussens”. coussins is het meervoud van coussin; les is het bepaalde lidwoord voor een meervoud. Het enkelvoud is le coussin: “het kussen”. canapé betekent “bank” of “sofa”. In de uitdrukking du canapé is du de samentrekking van de + le; letterlijk betekent dit “van de bank”. Het benoemt hier de bank waartoe de kussens behoren, niet op zichzelf een plaatsbepaling. en place betekent “op zijn plaats” of “op de juiste plaats”. Dit is een vaste uitdrukking; place blijft hier enkelvoud, ook wanneer het terug te plaatsen voorwerp meervoudig is. Voorbeeld: Tout est en place. — “Alles staat op zijn plaats.” Samen vormen Je vais remettre les coussins du canapé en place en de constructie aller + infinitief de betekenis: “Ik zal de kussens van de bank weer op hun plaats leggen.” De woordgroep du canapé specificeert welke kussens bedoeld zijn, terwijl en place de gewenste eindpositie beschrijft.
Est-ce qu'on devrait aussi passer l'aspirateur sur le tapis ?
Zullen we het vloerkleed ook stofzuigen?
- Est-ce qu'on
- zullen we …?
- devrait
- zou moeten
- aussi
- ook
- passer l'aspirateur
- stofzuigen
- le tapis
- het vloerkleed
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'on opent een gewone ja-neevraag. on betekent hier, zoals uit de vertaling blijkt, “we”: de spreker neemt zichzelf en minstens één andere persoon mee. In andere contexten kan on ook een onbepaald “men” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. Het patroon is Est-ce qu'on + werkwoord ... ?. devrait is de conditionnel présent van devoir; de basisvorm is devoir. Bij on staat deze vorm in de derde persoon enkelvoud: on devrait. Hier verzacht de conditionnel de vraag tot een voorstel of overweging: “zouden we moeten ...?” Het drukt dus niet simpelweg een vaststaand “we zullen” uit. Vergelijk: On doit partir. — “We moeten vertrekken.” tegenover On devrait partir. — “We zouden moeten vertrekken.” aussi betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets anders dat al wordt gedaan of overwogen. Het verandert niet wie de handeling uitvoert. passer l'aspirateur is een vaste Franse werkwoordelijke uitdrukking voor stofzuigen. Het werkwoord is passer, letterlijk ook “gaan” of “brengen”, maar in deze combinatie betekent het geheel “stofzuigen”; l'aspirateur is de stofzuiger. Voor een andere tijd of persoon verandert vooral passer: Je passe l'aspirateur. — “Ik stofzuig.” le tapis betekent hier “het vloerkleed”. tapis is een zelfstandig naamwoord; le is het bepaalde lidwoord bij dit woord. De combinatie sur le tapis betekent “op het vloerkleed”; het voorzetsel sur geeft aan waar de handeling plaatsvindt. Samen vormt de zin: Est-ce qu'on devrait aussi passer l'aspirateur sur le tapis ? — “Zouden we het vloerkleed ook moeten stofzuigen?” De vraag stelt voor om, naast de andere besproken huishoudelijke handelingen, ook op het vloerkleed te stofzuigen.
Passer l'aspirateur aiderait, surtout près de la porte.
Stofzuigen zou helpen, vooral bij de deuropening.
- Passer l'aspirateur
- stofzuigen
- aiderait
- zou helpen
- surtout
- vooral
- près de
- bij; dichtbij
- porte
- deur
Uitgebreide uitleg
Passer l'aspirateur betekent hier “stofzuigen”. Het is een vaste Franse werkwoordelijke uitdrukking: passer staat in de infinitief en l'aspirateur benoemt letterlijk de stofzuiger. De infinitief kan als onderwerp vooraan staan, vergelijkbaar met “stofzuigen” in het Nederlands. Voorbeeld: Passer l'aspirateur prend du temps. — “Stofzuigen kost tijd.” aiderait komt van aider (“helpen”). De vorm is de conditionnel présent, derde persoon enkelvoud: “zou helpen”. Deze vorm drukt hier een mogelijke of voorgestelde werking uit, niet een vaststaand feit. Vergelijk aide (“helpt”) met aiderait (“zou helpen”). Voorbeeld: Cela aiderait beaucoup. — “Dat zou veel helpen.” surtout betekent “vooral” en legt nadruk op het deel dat erop volgt. Het verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Je viens surtout le matin. — “Ik kom vooral 's ochtends.” près de betekent “dicht bij” of “bij”. Het is een vaste voorzetseluitdrukking voor nabijheid; de verbindt haar met wat er dichtbij is. Voorbeeld: Le sac est près de la fenêtre. — “De tas staat bij het raam.” porte betekent hier “deur”. De vorm is het zelfstandig naamwoord porte; met het bepaalde lidwoord zou dat la porte zijn. Het woord kan in andere contexten ook naar een deur als doorgang verwijzen; hier gaat het volgens de vertaling om de deuropening/deur als plaatsaanduiding. Samen vormt de zin: Passer l'aspirateur is het onderwerp, en aiderait zegt dat deze handeling zou helpen. surtout près de la porte beperkt de nadruk tot de plek bij de deur. De volledige betekenis is dus: “Stofzuigen zou helpen, vooral bij de deuropening.”
La pièce semble déjà plus confortable.
De kamer voelt al comfortabeler aan.
- pièce
- kamer
- semble
- lijkt
- déjà
- al
- plus confortable
- comfortabeler
Uitgebreide uitleg
pièce betekent hier “kamer”. Het zelfstandig naamwoord pièce kan ook andere soorten ruimtes of een toneelstuk aanduiden; de vaste vertaling maakt hier de betekenis “kamer” duidelijk. Het is een vrouwelijk enkelvoudig woord, vandaar la pièce in de volledige zin. semble komt van sembler, “lijken”. semble is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je semble, il/elle semble, maar nous semblons. De constructie sembler + adjectief geeft aan dat iets een bepaalde indruk maakt. Bijvoorbeeld: La pièce semble calme. — “De kamer lijkt rustig.” déjà betekent “al” of “reeds” en geeft aan dat de beschreven toestand op dit moment bereikt is. Bijvoorbeeld: Il est déjà prêt. — “Hij is al klaar.” plus confortable betekent “comfortabeler”. confortable is het basisadjectief; plus confortable is de vergelijkende vorm met plus ... (“meer ...”). In deze zin wordt geen tweede vergelijkingspunt genoemd: de kamer wordt als comfortabeler beschreven dan eerder of dan een eerder veronderstelde toestand. Bijvoorbeeld: Cette chaise est plus confortable. — “Deze stoel is comfortabeler.” Het adjectief confortable verandert hier niet van vorm voor mannelijk of vrouwelijk enkelvoud: un fauteuil confortable, une chaise confortable. Samen betekent La pièce semble déjà plus confortable: “De kamer voelt al comfortabeler aan.” La pièce is het onderwerp, semble zegt dat dit de waargenomen indruk is, déjà plaatst die verbetering op dit moment, en plus confortable beschrijft de vergelijkende toestand van de kamer.
On va préparer du thé quand tout sera prêt.
Laten we thee zetten zodra alles klaar is.
- On va
- laten we … / we gaan …
- préparer
- klaarmaken, bereiden
- thé
- thee
- quand
- wanneer, zodra
- tout
- alles
- sera
- zal zijn
- prêt
- klaar
Uitgebreide uitleg
On va vormt hier samen met het volgende werkwoord een nabije-toekomstaanduiding: aller staat in de tegenwoordige tijd als va, gevolgd door een infinitief. In deze zin past de vertaling “laten we …” bij de voorgestelde handeling, maar de Franse vorm is niet de formele gebiedende wijs. On kan in andere contexten ook een onbepaald persoon betekenen; hier wordt het volgens de vaste vertaling als “we” opgevat. préparer is de infinitief “bereiden” of “klaarmaken”. Na va blijft het werkwoord in de infinitief: on va préparer = “we gaan bereiden / laten we bereiden”. Een bruikbaar voorbeeld is On va préparer le repas. — “We gaan de maaltijd klaarmaken.” thé betekent “thee”. In préparer du thé staat du vóór de stofnaam om een niet nader bepaalde hoeveelheid thee aan te duiden; het betekent hier niet noodzakelijk één kop of één concrete hoeveelheid. Voorbeeld: Je prépare du thé. — “Ik zet thee.” quand betekent hier “zodra” of “wanneer” en leidt de tijdsbepalende bijzin in. De keuze tussen die Nederlandse vertalingen hangt af van de bedoelde timing; de vaste vertaling maakt hier “zodra” passend. In het Frans kan na quand voor een toekomstige gebeurtenis de futur simple staan: quand tout sera prêt. tout betekent hier “alles”. Het is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord en verwijst in deze zin naar de volledige relevante situatie, zonder dat de bron specificeert welke afzonderlijke zaken daar precies onder vallen. Als bijvoeglijk element kan tout zich anders gedragen, maar hier staat het zelfstandig. sera is de futur simple van être (“zijn”), in de derde persoon enkelvoud: être → il/elle/on sera. Het drukt uit dat de toestand in de tijdsbijzin toekomstig is. Voorbeeld: Tout sera calme. — “Alles zal rustig zijn.” prêt betekent “klaar”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord bij tout; omdat tout grammaticaal mannelijk enkelvoud is, staat de vorm prêt. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is prête, zoals in La table sera prête. — “De tafel zal klaar zijn.” Samen betekent préparer du thé “thee zetten”, en quand tout sera prêt “zodra alles klaar is”. De volledige structuur is On va + infinitief + … quand + futur: de spreker stelt voor of kondigt aan dat men thee gaat zetten zodra alles klaar zal zijn. Daarmee ontstaat de vaste betekenis: “Laten we thee zetten zodra alles klaar is.”
Grammatica
devoir au conditionnel + infinitif
Nous devrions ranger le salon.
Noe duh-vrie-jon ra(n)-zjee luh sa-lo(n).We zouden de woonkamer moeten opruimen.
De conditionnel met devrions drukt een voorzichtige suggestie of aanbeveling uit.
avant que + subjonctif
Avant que les invités arrivent, nous devrions ranger le salon.
A-va(n) kuh lee zè(n)-vie-tee a-riev, noe duh-vrie-jon ra(n)-zjee luh sa-lo(n).Voordat de gasten aankomen, zouden we de woonkamer moeten opruimen.
Na avant que gebruik je de subjonctif; hier is dat arrivent bij les invités.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Onze gasten komen binnenkort.
Antwoord tonen
Nos invités arrivent bientôt.De kamer voelt al comfortabeler aan.
Antwoord tonen
La pièce semble déjà plus confortable.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
binnenkort
Antwoord tonen
bientôtopruimen
Antwoord tonen
rangerdan
Antwoord tonen
alorswoonkamer