Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een wekelijks schoonmaakschema oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Nous avons besoin d'un meilleur planning de ménage pour l'appartement.
Noe zavõ bezwẽ dũ mejur planing de menazj poer lapartemã. We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.Nous ne répartissons pas les tâches ménagères équitablement.
Noe ne repartison pa lè tasj menazjèr ekietablemã. We verdelen de huishoudelijke taken niet eerlijk.Je peux dépoussiérer les étagères samedi matin.
Zje peu depoesjeeree lè zetazjèr samdi matẽ. Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.Alors, je vais passer la serpillière dans la cuisine après le déjeuner.
Alor zje vè passee la sèrpijèr dã la kwiezien apree leu dezjunee. Dan dweil ik na de lunch de keuken.Est-ce qu'on devrait nettoyer la salle de bains tous les dimanches ?
Ès-kon deuvrè netwajee la sal de bẽ toe le dimãsj? Zullen we de badkamer elke zondag schoonmaken?Le dimanche, c'est logique, parce que la salle de bains se salit vite.
Leu dimãsj, sè lozjik, pars-keu la sal de bẽ se salie viet. Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vuil wordt.Je vais mettre le planning sur le frigo.
Zje vè metr leu planing suur leu friego. Ik hang het schema op de koelkast.Ça devrait nous aider à nous souvenir de chaque tâche.
Sa deuvrè noe zedee a noe soeveunier deuh sjak tasj. Dat zou ons moeten helpen om elke taak te onthouden.Uitleg van de zinnen
Nous avons besoin d'un meilleur planning de ménage pour l'appartement.
We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.
- Nous avons besoin d'
- wij hebben ... nodig
- meilleur
- beter
- planning
- schema
- ménage
- schoonmaak
- l'appartement
- het appartement
Uitgebreide uitleg
Nous avons besoin d' is een vaste constructie voor “wij hebben ... nodig”. De vorm bevat avons, de tegenwoordige tijd van avoir bij nous; besoin is het zelfstandig naamwoord “behoefte”. Na avoir besoin volgt de plus datgene wat nodig is. Voor een klinker wordt de elisie: de un wordt d'un. Patroon: avoir besoin de + zelfstandig naamwoord. meilleur betekent hier “beter” en beschrijft planning. Het is de vergrotende trap van bon: bon → meilleur → le meilleur (“goed” → “beter” → “het beste”). Meilleur is hier mannelijk enkelvoud, passend bij het mannelijke enkelvoud planning; de vorm hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord, niet bij ménage. Voorbeeld: Nous cherchons une meilleure solution. — “We zoeken een betere oplossing.” planning is hier een zelfstandig naamwoord met de betekenis “planning” of “schema”, meer bepaald een overzicht waarin werkzaamheden worden gepland. In planning de ménage bepaalt de ménage waarvoor het schema dient. Voorbeeld: Le planning commence lundi. — “Het schema begint maandag.” ménage betekent hier “schoonmaak”. Het is een zelfstandig naamwoord; in de ménage specificeert het wat voor planning bedoeld wordt: een schoonmaakschema. Het woord kan in andere contexten ook naar een huishouden verwijzen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. l'appartement betekent “het appartement”. l' is de elisie van het bepaalde lidwoord le voor een klinker; appartement is een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De apostrof is dus onderdeel van de Franse schrijfwijze van het lidwoord plus het zelfstandig naamwoord. Samen betekent Nous avons besoin d'un meilleur planning de ménage pour l'appartement: “We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.” pour l'appartement geeft aan waarvoor het schema bestemd is. Het onbepaalde lidwoord un introduceert daar een planning, zonder op zichzelf een numerieke hoeveelheid te benadrukken.
Nous ne répartissons pas les tâches ménagères équitablement.
We verdelen de huishoudelijke taken niet eerlijk.
- Nous
- wij
- ne … pas
- niet
- répartissons
- verdelen
- tâches
- taken
- ménagères
- huishoudelijke
- équitablement
- eerlijk
Uitgebreide uitleg
Nous betekent hier ‘wij’ en is het onderwerp van de zin. Het verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon; de precieze personen worden door deze zin niet verder genoemd. Bij dit onderwerp staat het werkwoord in de eerste persoon meervoud. ne … pas vormt hier de gewone Franse ontkenning rond het vervoegde werkwoord: ne staat ervoor en pas erna. Samen betekenen ze ‘niet’. In informele gesproken taal kan ne soms wegvallen, maar in deze zin staat de volledige vorm. répartissons is de vorm van répartir, ‘verdelen’. Het is de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud: nous répartissons = ‘wij verdelen’. De vorm répartissons past dus bij nous; het onderwerp bepaalt hier de vervoeging. Een bruikbaar patroon is bijvoorbeeld Nous répartissons le travail. — ‘Wij verdelen het werk.’ tâches is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord tâche, ‘taak’. Het meervoud verwijst hier naar meerdere huishoudelijke taken; het onbepaalde aantal wordt niet verder gespecificeerd. Une tâche betekent ‘een taak’, terwijl des tâches ‘taken’ betekent. ménagères is het bijvoeglijk naamwoord ménager in de vrouwelijke meervoudsvorm. Het beschrijft tâches, dat vrouwelijk en meervoud is, en betekent hier ‘huishoudelijke’. De relevante vormen zijn ménager (mannelijk enkelvoud), ménagère (vrouwelijk enkelvoud), ménagers (mannelijk meervoud) en ménagères (vrouwelijk meervoud). Bijvoorbeeld: des tâches ménagères — ‘huishoudelijke taken’. équitablement is een bijwoord met de betekenis ‘eerlijk’ of ‘op een rechtvaardige/eerlijke manier’. Het zegt hoe het verdelen gebeurt en verandert niet mee met tâches. Het hangt samen met het bijvoeglijk naamwoord équitable, ‘eerlijk/rechtvaardig’: une répartition équitable betekent ‘een eerlijke verdeling’. Samen vormen Nous répartissons les tâches ménagères de mededeling ‘wij verdelen de huishoudelijke taken’. De omsluitende ontkenning ne … pas maakt daarvan ‘wij verdelen de huishoudelijke taken niet’, en équitablement specificeert dat de verdeling niet eerlijk gebeurt. De volledige betekenis is dus: ‘We verdelen de huishoudelijke taken niet eerlijk.’
Je peux dépoussiérer les étagères samedi matin.
Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.
- Je peux
- ik kan
- dépoussiérer
- afstoffen
- étagères
- planken
- samedi
- zaterdag
- matin
- ochtend
Uitgebreide uitleg
Je peux bestaat uit het onderwerppronomen je (“ik”) en de eerste persoon enkelvoud van pouvoir (“kunnen”): je peux. In deze zin drukt het uit dat de spreker dit kan of dat het mogelijk is. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux venir betekent “Ik kan komen”. De vorm peux hoort bij je; bij vous is het bijvoorbeeld vous pouvez. dépoussiérer is een infinitief en betekent hier “afstoffen”. Na peux blijft het werkwoord in deze onverbogen vorm. Het patroon pouvoir + infinitief is breed bruikbaar: Je peux aider betekent “Ik kan helpen”. étagères is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord étagère, “plank” of “schap”. Het meervoud staat op het zelfstandig naamwoord zelf: une étagère → des étagères. In les étagères staat het bepaalde lidwoord les voor het meervoud; de combinatie verwijst hier naar “de planken”, zoals in de vaste vertaling. samedi betekent “zaterdag”. Het woord verandert niet door zijn gebruik in deze tijdsaanduiding. Voor een andere dag kun je bijvoorbeeld lundi (“maandag”) gebruiken. matin betekent “ochtend”. In samedi matin vormt het samen met de dag een tijdsaanduiding: “zaterdagochtend”. Een vergelijkbaar patroon is dimanche soir, “zondagavond”. De delen bouwen de zin als volgt op: Je peux + dépoussiérer geeft “ik kan afstoffen”; les étagères is het lijdend voorwerp, dus wat wordt afgestoft; en samedi matin geeft aan wanneer dat kan gebeuren. Samen betekent Je peux dépoussiérer les étagères samedi matin.: “Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.”
Alors, je vais passer la serpillière dans la cuisine après le déjeuner.
Dan dweil ik na de lunch de keuken.
- je vais
- ik ga
- passer la serpillière
- dweilen
- serpillière
- dweil
- cuisine
- keuken
- déjeuner
- lunch
Uitgebreide uitleg
je vais betekent hier niet alleen “ik ga” in ruimtelijke zin. vais is de eerste persoon enkelvoud van aller in de tegenwoordige tijd. Samen met een infinitief vormt aller + infinitief een nabije toekomst: “ik ga … doen”. Bijvoorbeeld: Je vais dormir. — “Ik ga slapen.” passer la serpillière is een vaste Franse uitdrukking voor de vloer dweilen. passer is de infinitief; in deze uitdrukking krijgt het niet de algemene betekenis “passeren”. Het patroon is passer la serpillière. serpillière is het vrouwelijke zelfstandig naamwoord voor een dweil. In la serpillière wordt la gebruikt omdat het om een bepaald, enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord gaat: het bepaalde lidwoord stemt hier dus af op zowel bepaaldheid als grammaticaal geslacht en getal. Het woord kan ook buiten deze vaste uitdrukking als voorwerp worden genoemd, bijvoorbeeld: La serpillière est mouillée. — “De dweil is nat.” cuisine betekent “keuken” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In dans la cuisine betekent dans “in”. la is hier het bepaalde enkelvoudige vrouwelijke lidwoord: het past bij het geslacht en getal van cuisine en maakt de keuken bepaald in de context. Het lidwoord maakt hier geen uitspraak over het aantal keukens; de zin verwijst naar de keuken die in deze situatie bedoeld is. déjeuner betekent hier “lunch” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Na après staat in dit deel le déjeuner: “na de lunch”. le is hier het bepaalde enkelvoudige mannelijke lidwoord. In andere contexten kan déjeuner ook als werkwoord “lunchen” betekenen, maar hier is het een zelfstandig naamwoord. De volledige opbouw is: Alors (“dus/zo”), je vais (“ik ga”), passer la serpillière (“de vloer dweilen”), dans la cuisine (“in de keuken”) en après le déjeuner (“na de lunch”). Samen betekent de zin: “Dan dweil ik na de lunch de keuken.”
Est-ce qu'on devrait nettoyer la salle de bains tous les dimanches ?
Zullen we de badkamer elke zondag schoonmaken?
- Est-ce qu'on
- zouden we …?
- devrait
- zou moeten
- nettoyer
- schoonmaken
- la salle de bains
- de badkamer
- tous les dimanches
- elke zondag
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'on opent een ja/nee-vraag. Est-ce que is een vaste Franse vraagconstructie; on is hier het onderwerp en betekent volgens de vaste vertaling we. Het kan in andere contexten ook een algemene men-betekenis hebben, maar die lezing past hier niet. Voorbeeld: Est-ce qu'on commence ? — Beginnen we? devrait is de conditionnel présent van devoir (moeten): je dois = ik moet, je devrais = ik zou moeten. In deze zin maakt het samen met de vraag een voorstel: is het een goed idee dat we dit doen? Het drukt hier geen vaststaand bevel uit. Voorbeeld: On devrait partir maintenant. — We zouden nu moeten vertrekken. nettoyer is het infinitief van schoonmaken. Na devrait staat het volgende werkwoord in het infinitief: on devrait nettoyer = we zouden moeten schoonmaken. Het infinitief verandert niet mee met de persoon; de vervoegde vorm staat bij devoir. Voorbeeld: Je veux nettoyer la table. — Ik wil de tafel schoonmaken. la salle de bains betekent de badkamer. Het is een vaste woordgroep met het vrouwelijke lidwoord la; het zelfstandig naamwoord in deze groep is salle. Het voorzetsel de verbindt salle met bains en hoort bij de benaming van de ruimte. Voorbeeld: La salle de bains est petite. — De badkamer is klein. tous les dimanches betekent elke zondag en geeft aan dat iets iedere zondag gebeurt. tous stemt hier af op het meervoudige mannelijke woord dimanches; les is het meervoudige bepaalde lidwoord. De combinatie tous les wordt vaak gebruikt voor een terugkerend tijdstip. Voorbeeld: Nous cuisinons tous les dimanches. — Wij koken elke zondag. Samen vormt de zin de vraag Est-ce qu'on devrait nettoyer la salle de bains tous les dimanches ?: Zouden we de badkamer elke zondag moeten schoonmaken? De vraag gaat dus over een terugkerende schoonmaaktaak en stelt voor om die op elke zondag te plannen.
Le dimanche, c'est logique, parce que la salle de bains se salit vite.
Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vuil wordt.
- dimanche
- zondag
- logique
- logisch
- salle de bains
- badkamer
- se salit
- wordt vuil
- vite
- snel
Uitgebreide uitleg
dimanche betekent hier ‘zondag’. In Le dimanche maakt het lidwoord le van de dag een algemene tijdsaanduiding: ‘op zondag’ of ‘zondags’, niet noodzakelijk één specifieke zondag. De zelfstandige naamwoorden voor weekdagen zijn in het Frans mannelijk: le dimanche, le lundi. logique betekent hier ‘logisch’ of ‘begrijpelijk’. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In c’est logique staat het na être en beschrijft het de situatie als geheel; logique verandert hier niet voor mannelijk of vrouwelijk. salle de bains betekent ‘badkamer’. Dit is een vaste zelfstandige naamwoordgroep: salle betekent letterlijk ‘ruimte/zaal’, en de bains specificeert het soort ruimte. Leer de hele groep als de gebruikelijke Franse benaming voor een badkamer. Voorbeeld: La salle de bains est propre. — ‘De badkamer is schoon.’ se salit betekent hier ‘wordt vuil’. Het is de tegenwoordige tijd van de derde persoon enkelvoud van het pronominale werkwoord se salir. Het basiswerkwoord salir betekent ‘vuil maken’; met se krijgt de uitdrukking hier de betekenis ‘vuil worden’. Zo betekent la salle de bains se salit ‘de badkamer wordt vuil’. Vergelijk La table se salit vite. — ‘De tafel wordt snel vuil.’ vite betekent ‘snel’. Hier is het een bijwoord: het zegt dat het vuil worden snel gebeurt. Het verandert niet mee met la salle de bains. Vite kan ook ‘snel’ betekenen bij een handeling, bijvoorbeeld Il marche vite. — ‘Hij loopt snel.’ De verbindingswoorden maken de redenering duidelijk: c’est logique betekent ‘dat is logisch’, en parce que leidt de reden in: ‘omdat’. Samen ontstaat de structuur Le dimanche, c’est logique, parce que ...: ‘Op zondag is dat logisch, omdat ...’. In het redengevende deel is la salle de bains het onderwerp van se salit; vite bepaalt hoe snel dat gebeurt. De volledige betekenis is dus: ‘Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vuil wordt.’ In de gegeven context sluit Le dimanche aan bij het terugkerende schoonmaken op zondag.
Je vais mettre le planning sur le frigo.
Ik hang het schema op de koelkast.
- Je vais
- ik ga
- mettre
- plaatsen; ophangen
- planning
- schema; planning
- sur
- op
- frigo
- koelkast
Uitgebreide uitleg
Je vais bestaat uit je (“ik”) en de tegenwoordige tijd van aller in de eerste persoon enkelvoud: je vais. Voor een daaropvolgende infinitief vormt dit de nabije toekomst: je vais + infinitif = “ik ga …”. Voorbeelden: Je vais partir. = “Ik ga vertrekken.” en Nous allons commencer. = “Wij gaan beginnen.” De vorm vais hoort dus bij aller, niet bij mettre. mettre is de infinitief van een werkwoord met als kernbetekenis “plaatsen” of “leggen”. In deze zin krijgt het door het voorwerp en de context de bedoelde betekenis “ophangen” of “op de koelkast leggen”. Het is een onregelmatig werkwoord: je mets, maar de infinitief blijft mettre. Voorbeeld: Je vais mettre le livre sur la table. = “Ik ga het boek op tafel leggen.” planning is hier een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een schema of planning. In le planning staat le omdat het om een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met een bepaald lidwoord gaat; het mannelijke woordgeslacht is één van de voorwaarden, niet de enige reden. Voorbeeld: Le planning est sur la table. = “Het schema ligt op tafel.” sur geeft hier de plaats of bestemming aan: “op”. Met mettre beschrijft sur le frigo waar het schema wordt geplaatst. sur kan afhankelijk van het werkwoord zowel een positie als een beweging naar een oppervlak aanduiden. Voorbeeld: Le papier est sur la porte. = “Het papier is op de deur.” frigo is een informele, verkorte vorm voor “koelkast” en is mannelijk. In le frigo combineert het met le, het bepaald lidwoord voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, omdat hier een bepaalde koelkast als plaats wordt genoemd. De vorm sur le frigo betekent dus “op de koelkast”. Samen vormt Je vais mettre le planning sur le frigo het patroon je vais + infinitief + voorwerp + plaats: “Ik ga het schema op de koelkast leggen/ophangen.” De vaste Nederlandse vertaling geeft de bedoelde praktische handeling weer als “Ik hang het schema op de koelkast.”
Ça devrait nous aider à nous souvenir de chaque tâche.
Dat zou ons moeten helpen om elke taak te onthouden.
- Ça
- dat
- devrait
- zou moeten
- nous aider
- ons helpen
- nous souvenir
- ons herinneren
- chaque
- elke
- tâche
- taak
Uitgebreide uitleg
Ça betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat in de context al bekend is; het is een aanwijzend voornaamwoord. Het is geen vorm van ce die hier vóór een zelfstandig naamwoord staat. Een nuttig contrast is ça “dat/het” als zelfstandig voornaamwoord tegenover ce in combinaties zoals ce livre “dit/dat boek”. devrait is de conditionnel présent van devoir, met als basisvorm devoir. In deze zin geeft het samen met de infinitief aider de betekenis “zou moeten helpen”. De vorm drukt hier een voorzichtige verwachting of mogelijkheid uit, niet een vaststaand feit. Vergelijk: Il doit aider = “Hij moet helpen” tegenover Il devrait aider = “Hij zou moeten helpen”. nous aider bestaat uit nous “ons” en de infinitief aider “helpen”. Na devrait blijft aider in de infinitief: devrait aider betekent “zou moeten helpen”. Nous is hier het lijdend voorwerp van aider; de persoon die helpt wordt in deze zin niet afzonderlijk genoemd. Voorbeeld: Cette liste devrait nous aider. — “Deze lijst zou ons moeten helpen.” nous souvenir gebruikt de wederkerende constructie se souvenir de — “zich iets herinneren”. Omdat het onderwerp hier nous is, verschijnt se als nous: nous souvenir de. De de na deze constructie hoort erbij; het volgende element is dus datgene wat men zich herinnert. De infinitief blijft staan omdat hij afhankelijk is van aider: aider à nous souvenir betekent “helpen om ons te herinneren”. Dit is niet dezelfde constructie als rappeler quelque chose, dat “iets in herinnering brengen” betekent. chaque betekent “elke” en staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het drukt een verdeling over afzonderlijke gevallen uit, zonder op zichzelf een numerieke hoeveelheid vast te leggen. Voorbeeld: chaque jour — “elke dag”. tâche betekent hier “taak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord in chaque tâche wordt echter door chaque vervangen. Het meervoud is tâches. Een verwant maar niet gelijk woord is travail, dat vaak “werk” betekent en niet automatisch naar één afzonderlijke taak verwijst. Samen vormt ça devrait nous aider à nous souvenir de chaque tâche de structuur “dat zou ons moeten helpen om elke taak te onthouden”. Ça is het onderwerp, devrait maakt de verwachting voorzichtig, nous aider geeft de hulp aan, en à nous souvenir de chaque tâche benoemt wat die hulp mogelijk maakt: elke afzonderlijke taak onthouden.
Grammatica
avoir besoin de + zelfstandig naamwoord
avoir besoin de ménage
avwar bezwẽ de menazjschoonmaak nodig hebben
Na avoir besoin staat altijd de vóór een zelfstandig naamwoord of een andere aanvulling.
se + werkwoord
se salit vite
se salie vietwordt snel vuil
Se salir is een wederkerend werkwoord; se verandert mee met het onderwerp, hier: se salit.
Frans woordenschat
avoir besoin de quelque chose
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
verdelen
Antwoord tonen
répartissonsplanning
Antwoord tonen
planningtaak
Antwoord tonen
tâchesschoonmaak