Il
In de uitdrukking „Il fait sombre” betekent „Il” hier „het” en verwijst het niet naar een persoon. Gebruik deze onpersoonlijke vorm wanneer je zegt dat het donker of licht is.
fait
In „Il fait sombre” draagt „fait” bij aan de betekenis „het is donker”; samen vormt het een vaste uitdrukking over de lichtsituatie. De vorm hoort bij het werkwoord faire en staat hier in „Il fait + bijvoeglijk naamwoord”.
sombre
„Sombre” betekent hier „donker” en beschrijft de toestand buiten. In „Il fait sombre” gebruik je het om te zeggen dat er weinig licht is.
plus
In de exacte combinatie „plus tôt” versterkt „plus” de vergelijking: het wordt eerder donker dan op een later tijdstip. Gebruik „plus” hier samen met „tôt”, niet los als volledige betekenis.
tôt
„Tôt” betekent „vroeg”; in „plus tôt” betekent het „eerder”. Je gebruikt deze combinatie om het tijdstip te vergelijken, bijvoorbeeld wanneer het eerder donker wordt.
ces
„Ces” betekent „deze” en staat in „ces jours-ci” voor een meervoudige tijdsaanduiding. Het verwijst naar de huidige dagen of de recente periode.
jours-ci
„Jours-ci” betekent in „ces jours-ci” „deze dagen” of „tegenwoordig”. De combinatie gebruik je om naar de huidige periode te verwijzen, bijvoorbeeld bij een verandering die je nu opmerkt.
Je
„Je” betekent „ik” en is in „Je vais fermer” de persoon die de handeling zal uitvoeren. Het staat vóór de vervoegde werkwoordsvorm.
vais
„Vais” betekent in „Je vais fermer” „ga” en helpt om de nabije toekomst uit te drukken. De vorm hoort bij aller; het patroon „Je vais + infinitief” gebruik je voor iets wat je binnenkort gaat doen.
fermer
„Fermer” betekent „sluiten” en staat in „Je vais fermer les rideaux” na „vais”. Gebruik het als infinitief met een object, zoals „les rideaux”.
les
„Les” betekent „de” bij een meervoudig zelfstandig naamwoord, hier in „les rideaux”. Het verwijst naar de gordijnen als bekende dingen in de kamer.
rideaux
„Rideaux” betekent „gordijnen” in „les rideaux”. Het is de meervoudsvorm die je gebruikt wanneer je meer dan één gordijn bedoelt.
avant
„Avant” betekent „voor” in de tijdsaanduiding „avant le dîner”. Je gebruikt het om aan te geven dat iets eerder gebeurt dan een gebeurtenis of moment.
le
„Le” betekent „het” of „de” in „le dîner” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Samen verwijst „le dîner” naar de geplande maaltijd van die avond.
dîner
„Dîner” betekent hier „avondeten” of „diner” in „le dîner”. In deze zin is het de gebeurtenis waarvoor de gordijnen worden gesloten.
Tu
„Tu” betekent „jij” en richt de vraag „Tu peux aussi allumer...” aan één gesprekspartner. Het staat vóór de vervoegde werkwoordsvorm.
peux
„Peux” betekent in „Tu peux aussi allumer...” „kunt” of „kan”. Met „Tu peux + infinitief?” vraag je iemand op een directe, alledaagse manier om iets te doen.
aussi
„Aussi” betekent „ook” in „Tu peux aussi allumer...”. Het voegt het aanzetten van de radiator toe aan een andere handeling die al ter sprake is.
allumer
„Allumer” betekent „aanzetten” en staat na „peux” in „Tu peux aussi allumer le petit radiateur ?”. Gebruik het met een voorwerp dat je inschakelt, zoals een lamp of radiator.
petit
„Petit” betekent „klein” in „le petit radiateur” en beschrijft de radiator. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in deze woordgroep.
radiateur
„Radiateur” betekent „radiator” of „kachel” in „le petit radiateur”. In deze situatie is het het apparaat dat kan worden aangezet en ingesteld.
régler
„Régler” betekent „instellen” in „Je peux le régler au plus bas”. Het staat als infinitief na „peux” en krijgt het voornaamwoord „le” als het ingestelde apparaat.
au
„Au” maakt in „au plus bas” deel uit van de uitdrukking voor „op de laagste stand”. Het is de vorm die hier de instelling met „plus bas” verbindt.
bas
„Bas” betekent hier „laag” in „au plus bas”, dus op het laagste niveau. Gebruik deze combinatie bij een stand of instelling die je laag zet.
Mais
„Mais” betekent „maar” en leidt in „Mais la pièce est déjà agréable” een tegenstelling of nuancering in. Hier volgt een geruststellende aanvulling op het voorstel om de radiator aan te zetten.
la
„La” betekent „de” in „la pièce” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Samen verwijst „la pièce” naar de bekende kamer.
pièce
„Pièce” betekent „kamer” of „ruimte” in „la pièce”. In de dialoog is het de kamer waarvan de temperatuur en sfeer worden besproken.
est
„Est” betekent „is” in „la pièce est déjà agréable”. Het beschrijft de huidige toestand van de kamer.
déjà
„Déjà” betekent „al” in „est déjà agréable”. Het geeft aan dat de kamer nu al prettig is, nog voordat er eventueel iets wordt aangepast.
agréable
„Agréable” betekent „prettig” of „aangenaam” in „la pièce est déjà agréable”. Je gebruikt het om een ruimte, moment of ervaring positief te beschrijven.
veux
„Veux” betekent „wil” in „Je veux que la pièce soit chaleureuse”. De vorm drukt de wens van de spreker uit en staat in deze zin na „Je”.
que
„Que” betekent „dat” in „Je veux que la pièce soit chaleureuse”. Het verbindt de wens „Je veux” met de gewenste toestand van de kamer.
soit
„Soit” betekent hier „is” of „zal zijn” binnen „Je veux que la pièce soit chaleureuse”. Deze vorm staat na „Je veux que” om de gewenste toestand van de kamer uit te drukken.
chaleureuse
„Chaleureuse” betekent hier „warm” of „gezellig” in „la pièce soit chaleureuse”. Het beschrijft de gewenste sfeer van de kamer, niet alleen de temperatuur.
ce
„Ce” betekent „deze” in de tijdsaanduiding „ce soir”, die in het Nederlands „vanavond” betekent. Samen met „soir” verwijst het naar de avond van vandaag.
soir
„Soir” betekent „avond” in „ce soir”. De combinatie „ce soir” gebruik je om naar vanavond te verwijzen.
Une
„Une” betekent „een” in „Une lampe avec une lumière plus douce”. Het introduceert een niet nader bepaalde lamp.
lampe
„Lampe” betekent „lamp” in „Une lampe avec une lumière plus douce”. De lamp wordt voorgesteld als een manier om de kamer gezelliger te maken.
avec
„Avec” betekent „met” in „avec une lumière plus douce”. Het verbindt de lamp met de eigenschap dat zij zachter licht geeft.
lumière
„Lumière” betekent „licht” in „une lumière plus douce”. Het is wat de lamp verspreidt en waarvan de zachtheid de sfeer in de kamer beïnvloedt.
douce
„Douce” betekent „zacht” in „une lumière plus douce”, dus licht dat minder fel of hard aanvoelt. Je gebruikt de woordgroep „lumière douce” om een rustige verlichting te beschrijven.
pourrait
„Pourrait” betekent „zou kunnen” in „Une lampe ... pourrait faire ça” en presenteert een mogelijkheid of voorzichtig voorstel. De vorm hoort bij pouvoir; het patroon „pourrait + infinitief” is bruikbaar om een mogelijke oplossing voor te stellen.
faire
„Faire” betekent „doen” in „pourrait faire ça” en staat als infinitief na „pourrait”. Het verwijst hier samen met „ça” naar het gezelliger maken van de kamer.
ça
„Ça” betekent „dat” of „het” in „pourrait faire ça”. Het verwijst naar het eerder genoemde resultaat, namelijk de kamer gezelliger laten aanvoelen.
sans
„Sans” betekent „zonder” in „sans rendre la pièce trop chaude”. Het leidt hier een handeling in die je wilt vermijden; na „sans” staat de infinitief „rendre”.
rendre
„Rendre” betekent in „rendre la pièce trop chaude” „maken” of „laten worden”. Het patroon „rendre + object + bijvoeglijk naamwoord” beschrijft dat iets een bepaalde toestand krijgt.
trop
„Trop” betekent „te” in „trop chaude” en geeft aan dat de warmte een ongewenst hoog niveau zou bereiken. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord dat de toestand beschrijft.
chaude
„Chaude” betekent „warm” in „rendre la pièce trop chaude”. Het beschrijft de kamer als de toestand waarin die door de lamp niet mag komen.
beaucoup
„Beaucoup” betekent in „beaucoup plus calme” „veel” en versterkt de vergelijking. Samen met „plus” geeft het aan dat de kamer aanzienlijk rustiger aanvoelt.
calme
„Calme” betekent „rustig” in „beaucoup plus calme”. In deze vergelijking beschrijft het de kalmere sfeer die door het zachtere licht ontstaat.
Alors
„Alors” betekent „dan” of „dus” in „Alors, nous pourrons...”. Het markeert hier het gevolg van de voorgestelde verlichting: daarna kunnen ze ontspannen.
nous
„Nous” betekent „wij” in „nous pourrons nous détendre” en verwijst naar de twee gesprekspartners samen. Het staat hier vóór de vervoegde werkwoordsvorm.
pourrons
„Pourrons” betekent „zullen kunnen” in „nous pourrons nous détendre”. De vorm hoort bij pouvoir en drukt uit dat de mogelijkheid later ontstaat; daarna volgt een infinitief.
détendre
„Détendre” staat in de uitdrukking „nous détendre” binnen „nous pourrons nous détendre”. Samen met het voornaamwoord betekent de uitdrukking „ontspannen”; je gebruikt haar hier voor rust nemen na het eten.
après
„Après” betekent „na” in „après le repas”. Het plaatst de ontspanning in de tijd na de maaltijd.
repas
„Repas” betekent „maaltijd” in „après le repas”. De woordgroep verwijst hier naar het avondeten waarna de gesprekspartners kunnen ontspannen.