Samen soep koken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults cook soup together, follow a simple recipe, and taste it before adding more seasoning..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen soep koken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Cette recette a l'air assez simple pour le dîner.

Sèt re-set a lèèr a-see sèmpl poer le dee-nee. Dit recept lijkt eenvoudig genoeg voor het avondeten.
B

Je peux couper les légumes pendant que tu fais bouillir l'eau.

Zje peu koe-pee lee lee-guum pahn-dahn ke tu fee boe-jier loo. Ik kan de groenten snijden terwijl jij water kookt.
A

La soupe doit cuire combien de temps ?

La soep dwa kwier kom-bjen de tan? Hoe lang moet de soep koken?
B

Laisse cuire la soupe jusqu'à ce que les légumes soient tendres.

Lès kwier la soep zjuus-ka se ke lee lee-guum swaa tan-dr. Laat de soep koken tot de groenten zacht zijn.
A

Est-ce qu'on devrait goûter la soupe avant d'ajouter plus de sel ?

Ès-kon de-vrèe goe-tee la soep a-van da-zjoe-tee plu de sèl? Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?
B

Goûte la soupe d'abord.

Goet la soep da-bor. Proef de soep eerst.
B

Ensuite, on peut assaisonner la soupe avec soin.

An-swiet, on peu a-see-zo-nee la soep a-vèk swèn. Daarna kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.
A

La soupe est meilleure maintenant.

La soep è mè-jeur mèn-te-nan. De soep smaakt nu beter.
B

La prochaine fois, on pourra ajouter plus d'herbes.

La pro-sjèn fwa, on poe-ra a-zjoe-tee plu derb. De volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.

Uitleg van de zinnen

  1. Cette recette a l'air assez simple pour le dîner.

    Dit recept lijkt eenvoudig genoeg voor het avondeten.

    Cette
    deze
    recette
    recept
    a l'air
    lijkt / ziet eruit
    assez
    genoeg / tamelijk
    simple
    eenvoudig
    dîner
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Cette is een aanwijzend bijvoeglijk woord voor een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Hier verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar recette: “dit recept”. De mannelijke vorm is ce voor een medeklinker: ce livre = “dit boek”. recette betekent hier “recept”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor cette en niet ce. Een bruikbaar voorbeeld is Cette recette est facile. = “Dit recept is gemakkelijk.” a l'air is de derde persoon enkelvoud van de vaste constructie avoir l'air (“eruitzien; lijken”). In deze zin betekent a l'air “lijkt” of “ziet eruit”. De vorm a komt van avoir; zij is niet het voorzetsel à. De constructie kan met een bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt: Il a l'air fatigué. = “Hij ziet er moe uit.” assez betekent hier “genoeg” in combinatie met simple: de bereiding lijkt voldoende eenvoudig met het oog op het avondeten. Voor een bijvoeglijk naamwoord kan assez ook “tamelijk” betekenen; de toevoeging pour le dîner ondersteunt hier de lezing “eenvoudig genoeg voor”. simple betekent hier “eenvoudig”. Het is het bijvoeglijk naamwoord dat de recette beschrijft, niet recette zelf als basisvorm. De vorm is in het enkelvoud hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk: un exercice simple, une recette simple; in het meervoud wordt het simples. dîner betekent “avondeten” of “avondmaaltijd”. Hier staat het na le, dus als bepaald zelfstandig naamwoord in de uitdrukking pour le dîner (“voor het avondeten”). Het werkwoord dîner bestaat ook en betekent “avondeten”, maar dat is een ander gebruik van dezelfde geschreven vorm; in deze zin is het een zelfstandig naamwoord. Samen vormt Cette recette a l'air assez simple pour le dîner de betekenis: “Dit recept lijkt eenvoudig genoeg voor het avondeten.” Cette recette is het onderwerp, a l'air assez simple zegt hoe het recept lijkt, en pour le dîner geeft aan waarvoor die geschatte geschiktheid geldt.

  2. Je peux couper les légumes pendant que tu fais bouillir l'eau.

    Ik kan de groenten snijden terwijl jij water kookt.

    Je peux
    ik kan
    couper
    snijden
    légumes
    groenten
    pendant que
    terwijl
    fais bouillir
    laat koken
    l'eau
    het water
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier dat de spreker in staat is of bereid is iets te doen: “ik kan”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij je; de andere belangrijke vormen zijn bijvoorbeeld tu peux en il/elle peut. Na pouvoir staat een infinitief: Je peux aider. — “Ik kan helpen.” couper is de infinitief “snijden” en benoemt de handeling die de spreker kan uitvoeren. Na een werkwoord zoals pouvoir blijft deze vorm infinitief; hij wordt dus niet vervoegd naar je. Je peux couper le pain. — “Ik kan het brood snijden.” légumes betekent hier “groenten”. Het is het meervoud van légume; het enkelvoud is un légume en het meervoud des légumes. Het lidwoord les staat in de volledige zin ervoor en maakt de verwijzing bepaald: Je lave les légumes. — “Ik was de groenten.” pendant que is een voegwoord met de betekenis “terwijl”. Het verbindt twee gebeurtenissen die gelijktijdig plaatsvinden, vaak met verschillende onderwerpen. Je lis pendant que tu cuisines. — “Ik lees terwijl jij kookt.” fais bouillir betekent hier “laat koken” of, natuurlijker in deze context, “kookt”. fais is de vorm van faire bij tu; bouillir blijft na faire een infinitief. De constructie faire + infinitief kan aangeven dat iemand iets laat gebeuren: Tu fais bouillir l'eau. — “Jij laat het water koken.” In de gegeven vertaling wordt dit als “jij water kookt” weergegeven. l'eau betekent “het water”. eau is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; l' is het bepaalde enkelvoudige lidwoord vóór een klinker, in plaats van la. De apostrof hoort dus bij de Franse vorm l'eau. L'eau est chaude. — “Het water is warm.” Samen ontstaat de structuur Je peux + infinitief gevolgd door pendant que en een tweede zin: de spreker kan de groenten snijden op hetzelfde moment als de aangesproken persoon het water laat koken. De volledige betekenis is: “Ik kan de groenten snijden terwijl jij water kookt.”

  3. La soupe doit cuire combien de temps ?

    Hoe lang moet de soep koken?

    soupe
    soep
    doit
    moet
    cuire
    koken; garen
    combien de temps
    hoe lang
    Uitgebreide uitleg

    soupe betekent hier “soep”. Het is een zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het met het vrouwelijke enkelvoudige lidwoord la: la soupe. Voorbeeld: La soupe est chaude. — “De soep is warm.” doit is de vorm van devoir in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud. devoir + een infinitief drukt hier noodzaak uit: “moeten”. De vorm doit hoort bij het onderwerp la soupe; het onderwerp is grammaticaal derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: La soupe doit refroidir. — “De soep moet afkoelen.” cuire is een infinitief en betekent hier “koken” of “garen”. Na doit blijft het werkwoord in de infinitief: doit cuire. Dit werkwoord kan het gaar worden van voedsel uitdrukken. Voorbeeld: Les légumes doivent cuire. — “De groenten moeten koken.” combien de temps vraagt naar een tijdsduur en betekent “hoe lang”. Het is een vaste vraaguitdrukking; combien alleen vraagt doorgaans naar een hoeveelheid of aantal, terwijl combien de temps specifiek naar duur vraagt. Voorbeeld: Combien de temps faut-il attendre ? — “Hoe lang moet je wachten?” Samen vormt La soupe doit cuire combien de temps ? een vraag naar de benodigde kookduur: “Hoe lang moet de soep koken?” Het onderwerp is la soupe, doit cuire geeft de noodzakelijkheid van het koken aan, en combien de temps vraagt hoe lang dat moet duren. De formulering is een gewone gesproken vraag; het vraaggedeelte staat aan het einde van de zin.

  4. Laisse cuire la soupe jusqu'à ce que les légumes soient tendres.

    Laat de soep koken tot de groenten zacht zijn.

    Laisse
    laat
    cuire
    koken; gaar worden
    la soupe
    de soep
    jusqu'à ce que
    totdat
    les légumes
    de groenten
    soient
    zijn
    tendres
    zacht
    Uitgebreide uitleg

    Laisse is de gebiedende wijs van laisser voor tu: “laat …”. Hier betekent het dat je de soep verder laat koken; het is geen bevel aan de soep om zelf iets te doen. Een bruikbaar patroon is Laisse + infinitief: Laisse refroidir le plat. — “Laat het gerecht afkoelen.” cuire is een infinitief en betekent hier “koken” of “gaar worden”. In laisser cuire blijft het werkwoord na laisser in de infinitief. Het onderwerp van cuire wordt in deze zin niet als afzonderlijk Frans onderwerp uitgedrukt; de soep is datgene wat verder kookt. Cuire kan ook in andere zinnen betekenen dat iemand iets kookt, afhankelijk van de constructie. la soupe is een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met het bepaalde lidwoord la: “de soep”. Het lidwoord markeert hier een specifieke soep die al in de context aanwezig is. In het meervoud wordt dat les soupes. jusqu'à ce que betekent “totdat”. Deze voegwoordelijke uitdrukking leidt een bijzin in. Na jusqu'à ce que staat in het Frans doorgaans de subjonctif, omdat het eindpunt als voorwaarde of nog te bereiken toestand wordt voorgesteld: Attends jusqu'à ce qu'il arrive. — “Wacht totdat hij aankomt.” les légumes betekent “de groenten”. Légume is enkelvoud; légumes is het meervoud. Het meervoudige onderwerp verklaart waarom de daaropvolgende werkwoordsvorm meervoud is. soient is de tegenwoordige subjonctif van être bij ils/elles: ils soient / elles soient. Hier betekent het “zijn” in de bijzin na jusqu'à ce que. Vergelijk het met de indicatief sont in een gewone mededeling: Les légumes sont tendres. — “De groenten zijn zacht.” Na deze voegwoordelijke uitdrukking gebruikt het Frans hier soient, niet sont. tendres is het bijvoeglijk naamwoord tendre in het meervoud. Het beschrijft les légumes, dus krijgt het een meervoudsuitgang; in het enkelvoud is het tendre. In deze context betekent het “zacht” of “mals”, namelijk voldoende gaar. Samen bestaat de zin uit het bevel Laisse cuire la soupe — “Laat de soep koken” — en het eindpunt jusqu'à ce que les légumes soient tendres — “totdat de groenten zacht zijn”. De volledige betekenis is dus: “Laat de soep koken tot de groenten zacht zijn.”

  5. Est-ce qu'on devrait goûter la soupe avant d'ajouter plus de sel ?

    Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?

    Est-ce qu'on
    zullen we …?
    devrait
    zou moeten
    goûter
    proeven
    la soupe
    de soep
    avant d'
    voordat …
    ajouter
    toevoegen
    plus de
    meer …
    sel
    zout
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'on opent een ja-neevraag. on betekent hier, in overeenstemming met de vertaling, “we” en niet noodzakelijk een onbepaalde groep. Het is grammaticaal de derde persoon enkelvoud: daarom staat er bijvoorbeeld on devrait, niet een vorm voor nous. Een bruikbaar patroon is Est-ce qu'on + werkwoord ... ? — “Zullen we ...?” devrait is de conditionele vorm van devoir bij on: on devrait betekent hier “we zouden moeten” en drukt een voorstel of aanbeveling uit. De vormen zijn bijvoorbeeld je devrais, tu devrais, il/elle/on devrait; bij nous is dat nous devrions. Het is niet hetzelfde als de tegenwoordige tijd on doit, die directer klinkt: “we moeten”. goûter is het werkwoord “proeven”. Na devrait staat het in de infinitief: on devrait goûter — “we zouden moeten proeven”. Voorbeeld: Il faut goûter avant de servir. — “Je moet proeven voordat je opdient.” la soupe betekent “de soep”. la is hier het bepaald lidwoord bij dit vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. In goûter la soupe is de soep het directe object van “proeven”. avant d' leidt een handeling in die later plaatsvindt: “voordat ...”. De apostrof is een elisie van de vóór de klinker van ajouter; het is dus één vaste schriftelijke vorm in deze context. Na avant de of avant d' volgt een infinitief, bijvoorbeeld avant de partir — “voordat je vertrekt”. ajouter betekent “toevoegen”. Hier staat het na avant d' in de infinitief: avant d'ajouter — “voordat we toevoegen”. Het onderwerp van die infinitief wordt niet afzonderlijk uitgesproken; uit de hele zin blijkt dat het dezelfde voorgestelde “we”-groep is als bij on devrait. plus de betekent “meer ...”. Het drukt een grotere hoeveelheid uit dan de hoeveelheid die al aanwezig of bedoeld is. Voor een telbaar zelfstandig naamwoord kan Frans ook plus de gebruiken, bijvoorbeeld plus de légumes — “meer groenten”; het verandert hier niet in een vorm die het aantal zelf markeert. sel betekent “zout”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat er in deze woordgroep geen la, maar na plus de gewoon sel: plus de sel — “meer zout”. Voorbeeld: Ajoute moins de sel. — “Voeg minder zout toe.” Samen vormt Est-ce qu'on devrait goûter la soupe de vraag “Zullen we de soep proeven?”. avant d'ajouter plus de sel maakt duidelijk dat het proeven eerst gebeurt en het toevoegen van meer zout daarna: “voordat we meer zout toevoegen”. De volledige betekenis is dus: “Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?”

  6. Goûte la soupe d'abord.

    Proef de soep eerst.

    Goûte
    proef
    soupe
    soep
    d'abord
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Goûte is de bevestigende impératif van goûter (proeven), gericht aan één persoon met tu; het onderwerp staat in een Franse opdracht normaal niet apart. Vergelijk: Goûtez richt zich tot meerdere personen of gebruikt de beleefde vorm voor één persoon. Voorbeeld: Goûte ce plat. — Proef dit gerecht. la soupe betekent hier de soep. soupe is een vrouwelijk, enkelvoudig zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor het bepaalde lidwoord la. Het lidwoord geeft hier een specifieke soep aan, niet een numerieke hoeveelheid. Voorbeeld: La soupe est chaude. — De soep is warm. d'abord is een bijwoord met de betekenis eerst of als eerste. Het bepaalt de volgorde van de handelingen en staat hier na la soupe, maar het hoort bij de opdracht als geheel. Voorbeeld: Lis d'abord la question. — Lees eerst de vraag. Samen vormen de delen de opdracht: Goûte + la soupe + d'abord = Proef de soep eerst. De spreker vraagt dus aan één aangesproken persoon om eerst de soep te proeven; daarna kan een volgende handeling plaatsvinden.

  7. Ensuite, on peut assaisonner la soupe avec soin.

    Daarna kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.

    Ensuite
    daarna
    on peut
    we kunnen
    assaisonner
    op smaak brengen
    la soupe
    de soep
    avec soin
    zorgvuldig
    Uitgebreide uitleg

    Ensuite betekent hier “daarna” en plaatst deze handeling na het proeven uit de voorafgaande zin. Het is een bijwoord en staat vaak aan het begin of einde van een zin. on peut bestaat uit het onderwerp on en de vorm peut van pouvoir (“kunnen”). In deze vertaling verwijst on naar “we”. Peut is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud; het onderwerp on vraagt deze vorm, ook wanneer on naar meerdere mensen verwijst. Andere vormen zijn bijvoorbeeld je peux (“ik kan”) en nous pouvons (“wij kunnen”). Na pouvoir volgt een infinitief: on peut venir betekent “we kunnen komen”. assaisonner betekent hier “op smaak brengen” en staat als infinitief na peut. Het werkwoord kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden in assaisonner une salade — “een salade op smaak brengen”. De infinitief geeft hier de handeling aan die mogelijk is; peut draagt de vervoegde tijd en persoon. la soupe betekent “de soep”. Soupe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaalde lidwoord la. Het lidwoord markeert hier een specifieke soep in de gegeven situatie, dezelfde soep die eerder geproefd werd. In een voorbeeld als une soupe betekent het onbepaalde lidwoord niet op zichzelf een geteld aantal, maar introduceert het een niet nader bepaalde soep. avec soin betekent “zorgvuldig” of letterlijk “met zorg”. Soin is een zelfstandig naamwoord en avec is het voorzetsel “met”. Deze woordgroep beschrijft hoe het op smaak brengen gebeurt. Een vergelijkbaar voorbeeld is Il travaille avec soin — “Hij werkt zorgvuldig.” Samen betekent Ensuite, on peut assaisonner la soupe avec soin: “Daarna kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.” Ensuite ordent de handeling in de tijd; on peut drukt de mogelijkheid uit; assaisonner la soupe benoemt de handeling en het voorwerp; en avec soin geeft de zorgvuldige manier aan.

  8. La soupe est meilleure maintenant.

    De soep smaakt nu beter.

    soupe
    soep
    est
    is
    meilleure
    beter
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    soupe betekent hier “soep”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: la soupe betekent “de soep”. In het meervoud wordt het soupes; het zelfstandig naamwoord krijgt dus wel een meervoudsuitgang. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je suis, tu es, il/elle est. Hier verbindt est het onderwerp la soupe met de beschrijving meilleure. meilleure betekent hier “beter”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van meilleur, de vergelijkende vorm die bij bon hoort. Het adjectief stemt af op het zelfstandig naamwoord: meilleur (mannelijk enkelvoud), meilleure (vrouwelijk enkelvoud), meilleurs (mannelijk meervoud), meilleures (vrouwelijk meervoud). Meilleur beschrijft een zelfstandig naamwoord; mieux is een bijwoord dat bijvoorbeeld bij een werkwoord past. Voorbeeld: Cette soupe est meilleure. — “Deze soep is beter.” maintenant betekent “nu” en plaatst de bewering in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Je comprends maintenant. — “Ik begrijp het nu.” Samen betekent La soupe est meilleure maintenant letterlijk dat de soep nu beter is. In de vaste vertaling wordt meilleure natuurlijk weergegeven als “smaakt beter”: “De soep smaakt nu beter.”

  9. La prochaine fois, on pourra ajouter plus d'herbes.

    De volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.

    La prochaine fois
    de volgende keer
    on pourra
    kunnen we
    ajouter
    toevoegen
    plus
    meer
    herbes
    kruiden
    Uitgebreide uitleg

    La prochaine fois betekent hier “de volgende keer”. fois is een zelfstandig naamwoord voor een gelegenheid of keer. prochaine is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van prochain, omdat het overeenkomt met het vrouwelijke zelfstandig naamwoord fois. Vergelijk: la prochaine semaine — “volgende week”. on pourra drukt uit dat iets in de toekomst mogelijk zal zijn: “we zullen kunnen”. pourra is de futur simple van pouvoir in de derde persoon enkelvoud. Het onderwerp on heeft grammaticaal de vorm van de derde persoon enkelvoud, maar wordt in alledaags Frans vaak gebruikt met de betekenis “we”; de vaste vertaling bevestigt die betekenis hier. Het infinitief erna benoemt wat mogelijk zal zijn: on pourra venir — “we zullen kunnen komen”. ajouter betekent “toevoegen”. Dit is een infinitief en staat na pourra, zoals bij Franse modale werkwoorden: pouvoir + infinitief. Het onderwerp van ajouter blijft hier hetzelfde als dat van on pourra. plus betekent hier “meer”. In plus de geeft het aan dat de hoeveelheid groter is dan een eerder genoemde of begrepen hoeveelheid: plus de temps — “meer tijd”. Het is hier geen afzonderlijk werkwoord en verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. herbes betekent “kruiden”. Het is het meervoud van herbe; de slot-s wordt in deze vorm normaal niet uitgesproken. Na een hoeveelheidsaanduiding zoals plus de staat het zelfstandig naamwoord met de: plus d’herbes. De apostrof in d’ is de verkorte vorm van de vóór een klinkerklank. Samen bouwen de delen de betekenis op: een tijdsbepaling (La prochaine fois) + wat dan mogelijk zal zijn (on pourra) + de handeling (ajouter) + de grotere hoeveelheid en het object (plus d’herbes). De volledige betekenis is dus: “De volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.” In de gegeven context gaat het waarschijnlijk om de soep, maar de zin zelf noemt het object alleen als kruiden.

Grammatica

avoir l'air + adjectif

La recette a l'air simple.

La re-set a lèèr sèmpl.

Het recept lijkt eenvoudig.

Met « avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord » beschrijf je hoe iets lijkt of eruitziet.

d'abord..., ensuite...

D'abord couper les légumes, ensuite faire bouillir la soupe.

Da-bor koe-pee lee lee-guum, an-swiet fèr boe-jier la soep.

Eerst de groenten snijden, daarna de soep aan de kook brengen.

Deze vaste woorden geven de volgorde van handelingen aan: eerst dit, daarna dat.

Frans woordenschat

a l'air uitdrukking
a lèèr lijkt / ziet eruit

Cette recette a l'air assez simple.

assez bijwoord
a-see genoeg / tamelijk

Cette recette a l'air assez simple.

couper werkwoord
koe-pee snijden

Je peux couper les légumes.

cuire werkwoord
kwier koken / gaar worden

La soupe doit cuire combien de temps ?

dîner zelfstandig naamwoord
dee-nee avondeten

pour le dîner

faire bouillir uitdrukking
fèr boe-jier aan de kook brengen / koken

tu fais bouillir l'eau

jusqu'à ce que voegwoord
zjuus-ka se ke totdat

jusqu'à ce que les légumes soient tendres

légumes zelfstandig naamwoord
lee-guum groenten

couper les légumes

recette zelfstandig naamwoord
re-set recept

Cette recette a l'air assez simple.

simple bijvoeglijk naamwoord
sèmpl eenvoudig

Cette recette a l'air assez simple.

soupe zelfstandig naamwoord
soep soep

La soupe doit cuire.

tendres bijvoeglijk naamwoord
tan-dr zacht

les légumes soient tendres

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Proef de soep eerst.

Antwoord tonenGoûte la soupe d'abord.

De soep smaakt nu beter.

Antwoord tonenLa soupe est meilleure maintenant.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

groenten

Antwoord tonenlégumes

recept

Antwoord tonenrecette

eenvoudig

Antwoord tonensimple

soep

Antwoord tonensoupe