Restjes bewaren voor morgen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home after dinner, two adults put leftovers in a container, label them, and keep them for lunch tomorrow..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Restjes bewaren voor morgen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il y a beaucoup de restes du dîner.

iel ja boe-koo deuh rèst dü die-nee. Er zijn veel restjes van het avondeten.
B

Mettons-les dans une boîte propre.

met-ton lè dang zün bwat propr. Laten we ze in een schoon bakje doen.
A

Est-ce que je peux les réchauffer pour le déjeuner de demain ?

ès-kuh zjeuh peu lè ree-sjoofee poer leuh dee-zjeun-ee deuh de-mèng? Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?
B

Tu peux les réchauffer si on les garde au réfrigérateur jusque-là.

tü peu lè ree-sjoofee sie ong lè gar-dee au ree-frie-zjee-raa-teur zjüskuh-là. Je kunt ze opwarmen als we ze tot dan in de koelkast bewaren.
A

Est-ce que je dois mettre une étiquette sur la boîte ?

ès-kuh zjeuh dwaa mètr ün ee-tie-kèt sür la bwat? Zal ik een etiket op het bakje doen?
B

Comme ça, demain, nous saurons ce qu'il y a dedans.

kom sa, de-mèng, noe so-rong seuh kiel ie-ja deuh-dang. Dan weten we morgen wat erin zit.
A

Je vais mettre une étiquette claire dessus.

zjeuh vè mètr ün ee-tie-kèt klèr deuh-sü. Ik zal er een duidelijk etiket op doen.
B

Ça rendra le déjeuner plus facile.

sa rang-dra leuh dee-zjeun-ee plü fa-siel. Dat maakt de lunch makkelijker.

Uitleg van de zinnen

  1. Il y a beaucoup de restes du dîner.

    Er zijn veel restjes van het avondeten.

    Il y a
    er is / er zijn
    beaucoup
    veel
    restes
    restjes
    du
    van het / van de
    dîner
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Il y a is een vaste Franse constructie voor het aangeven van aanwezigheid of bestaan: ‘er is’ of ‘er zijn’. Het werkwoord a is hier de derde persoon enkelvoud van avoir, maar de constructie als geheel blijft Il y a, ook bij een meervoud: Il y a une boîte. — ‘Er is een bakje.’; Il y a des restes. — ‘Er zijn restjes.’ Dit il verwijst hier niet naar een bepaald persoon of voorwerp. beaucoup betekent hier ‘veel’ en geeft een grote hoeveelheid aan. Het staat vaak in beaucoup de + zelfstandig naamwoord: beaucoup de pain — ‘veel brood’. Het voorzetsel de hoort in zo’n hoeveelheidspatroon bij beaucoup; het is niet hetzelfde als het du dat later in deze zin de herkomst- of relatiebetekenis ‘van het’ uitdrukt. restes is het meervoud van het zelfstandig naamwoord reste, hier in de betekenis ‘overgebleven eten’, dus ‘restjes’. De meervoudsuitgang -s is in de uitspraak meestal niet hoorbaar, maar is wel zichtbaar in de spelling. Het volgende voorbeeld gebruikt dezelfde betekenis: Nous gardons les restes. — ‘We bewaren de restjes.’ du is hier de samensmelting van de + le en betekent ‘van het’. Het verwijst naar een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat met le zou worden gebruikt. Vergelijk le dîner — ‘het avondeten’ met du dîner — ‘van het avondeten’. Dit is iets anders dan beaucoup de: na een hoeveelheid wordt in het Frans juist de gebruikt, zonder le. dîner is hier het zelfstandig naamwoord ‘avondeten’ of ‘diner’. Het kan ook als werkwoord ‘dineren’ betekenen, maar in deze zin staat het na du en functioneert het als zelfstandig naamwoord. Als zelfstandig naamwoord kan het bijvoorbeeld voorkomen in après le dîner — ‘na het avondeten’. Samen betekent Il y a beaucoup de restes du dîner letterlijk: ‘Er zijn veel restjes van het avondeten.’ Il y a meldt dat er iets aanwezig is, beaucoup de restes noemt de grote hoeveelheid, en du dîner geeft aan waarvan de restjes afkomstig zijn. In combinatie met de volgende zin kunnen deze restjes vervolgens als les worden aangeduid.

  2. Mettons-les dans une boîte propre.

    Laten we ze in een schoon bakje doen.

    Mettons-les
    laten we ze doen
    dans
    in
    boîte
    bakje
    propre
    schoon
    Uitgebreide uitleg

    Mettons-les begint met mettons, de vorm van mettre voor de gebiedende wijs in de eerste persoon meervoud: “laten we … doen/zetten”. Het onderwerp is dus “wij”, inclusief de spreker. In deze zin staat les als meervoudig lijdend voorwerpsvoornaamwoord vóór de koppeltekenvorm; hier betekent het “ze” en verwijst het, volgens de gegeven context en vertaling, naar de restjes. Bij een bevestigende gebiedende wijs staat zo’n voornaamwoord achter het werkwoord: Mettons-les. Voorbeeld: Prenons-les. — “Laten we ze nemen.” dans geeft de plaats of bestemming aan en betekent hier “in”. Het wordt gebruikt in het patroon mettre quelque chose dans quelque chose: iets in iets doen. Voorbeeld: Mets le pain dans le sac. — “Doe het brood in de tas.” boîte is een zelfstandig naamwoord voor een doosje of bakje. Het is vrouwelijk; daarom staat in de volledige zin het onbepaalde lidwoord une: dans une boîte. Het meervoud is des boîtes. Voorbeeld: Les restes sont dans une boîte. — “De restjes zitten in een bakje.” propre is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “schoon”. Het beschrijft boîte, dat vrouwelijk enkelvoud is. De vorm blijft in het vrouwelijk enkelvoud propre; in het meervoud wordt dat propres. Het mannelijke enkelvoud heeft eveneens de vorm propre, dus het onderscheid wordt hier vooral zichtbaar in het lidwoord of in het meervoud. Voorbeeld: une assiette propre — “een schoon bord”. Samen vormen de delen Mettons-les dans une boîte propre: “Laten we ze in een schoon bakje doen.” De gebiedende wijs drukt het voorstel uit, les noemt wat erin moet, dans une boîte de bestemming en propre de eigenschap van dat bakje.

  3. Est-ce que je peux les réchauffer pour le déjeuner de demain ?

    Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?

    Est-ce que je peux
    kan ik …?
    les
    ze
    réchauffer
    opwarmen
    pour
    voor
    déjeuner
    lunch
    demain
    morgen
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que je peux maakt van de zin een neutrale ja/nee-vraag: “kan ik …?”. Est-ce que markeert de vraag, terwijl je peux de vervoegde vorm van pouvoir is: je peux = “ik kan”. Na pouvoir volgt een infinitief: je peux venir = “ik kan komen”. De vorm peux hoort bij je; het onderwerp wordt niet door Est-ce que veranderd. les betekent hier “ze” en is een meervoudig lijdend voornaamwoord. Het verwijst naar de eerder genoemde dingen, zonder dat hun precieze soort in deze zin opnieuw wordt genoemd. Als zelfstandig naamwoordelijk voorwerp staat het vóór het werkwoord: Je peux les voir = “Ik kan ze zien”. réchauffer is de infinitief “opwarmen”. In deze zin staat die na peux, omdat pouvoir de mogelijkheid uitdrukt en het daaropvolgende werkwoord in de infinitief komt: Je peux les réchauffer = “Ik kan ze opwarmen”. De infinitief verandert hier niet mee met je; de persoonsinformatie zit in peux. pour betekent hier “voor” en leidt het doel of de gelegenheid aan. déjeuner betekent “lunch”. Samen met het lidwoord in de bron, pour le déjeuner, betekent dit “voor de lunch”. Déjeuner kan in andere contexten ook het werkwoord “lunchen” zijn, maar hier is het een zelfstandig naamwoord. demain betekent “morgen” en plaatst de bedoelde lunch in de dag na vandaag. Het is een tijdsbepaling; het verandert niet naar persoon of getal. Samen vormen de delen: Est-ce que je peux + les réchauffer + pour le déjeuner + de demain. De volledige betekenis is: “Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?” De vraag gaat dus over de mogelijkheid om de eerder bedoelde meervoudige zaken op te warmen met het oog op de lunch van morgen.

  4. Tu peux les réchauffer si on les garde au réfrigérateur jusque-là.

    Je kunt ze opwarmen als we ze tot dan in de koelkast bewaren.

    Tu peux
    je kunt
    les
    ze
    réchauffer
    opwarmen
    si
    als
    on
    we
    garde
    bewaren
    réfrigérateur
    koelkast
    jusque-là
    tot dan
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier “je kunt”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij tu; het is een vorm van mogelijkheid of toestemming, afhankelijk van de context. Na pouvoir volgt een infinitief: Tu peux venir = “Je kunt komen”. les is een meervoudig lijdendvoorwerpspronomen: “ze/hen”. In deze zin verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling en de context, naar de dingen die worden opgewarmd. Het pronomen staat vóór de infinitief: Je peux les réchauffer = “Ik kan ze opwarmen”. Het geslacht van het bedoelde meervoud blijkt hier niet uit les. réchauffer betekent “opwarmen” of “weer warm maken”. Dit is de infinitief die na peux staat. Het voorvoegsel ré- draagt hier bij aan de betekenis van opnieuw of weer warm maken. Voorbeeld: Nous allons réchauffer la soupe. — “We gaan de soep opwarmen.” si leidt hier een voorwaarde in: “als”. Het verbindt de voorwaarde met de hoofdzin. In een gewone voorwaardelijke zin gebruikt het Frans na si hier de tegenwoordige tijd: Si tu viens, je prépare le café. — “Als je komt, zet ik koffie.” on is grammaticaal een enkelvoudig onderwerp, maar betekent in deze zin volgens de vaste vertaling “we”. Daarom staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud. garde is de vorm bij on van garder, “bewaren” of “houden”. In deze context gaat het om iets ergens bewaren: On garde le pain dans la boîte. — “We bewaren het brood in de doos.” réfrigérateur is het zelfstandig naamwoord voor “koelkast”. In au réfrigérateur betekent het geheel “in de koelkast”; au is de samentrekking van à en le. Het woord zelf is mannelijk, maar de vorm réfrigérateur verandert daardoor niet in deze zin. jusque-là betekent “tot dan” of “tot dat moment”. Het geeft de grens van de bewaartijd aan. Het bijwoord is met een koppelteken geschreven en verwijst hier naar het bedoelde latere moment. Samen vormen si on les garde au réfrigérateur jusque-là en Tu peux les réchauffer de betekenis: “Je kunt ze opwarmen als we ze tot dan in de koelkast bewaren.” De hoofdzin beschrijft de mogelijkheid om ze op te warmen; de si-bijzin geeft de voorwaarde waaronder dat kan.

  5. Est-ce que je dois mettre une étiquette sur la boîte ?

    Zal ik een etiket op het bakje doen?

    Est-ce que
    vraagmarkeerder: is het zo dat…?
    je dois
    ik moet
    mettre
    doen; leggen
    une étiquette
    een etiket
    sur
    op
    la boîte
    het bakje
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que markeert hier een ja-neevraag. Het heeft op zichzelf geen betekenis als “doen” of “moeten”; het maakt van de mededeling je dois mettre une étiquette sur la boîte een vraag. Het is een vaste, neutrale vraagconstructie die vóór een gewone zinsvolgorde kan staan. je dois komt van devoir en is de tegenwoordige tijd bij je: je dois, tu dois, il/elle doit. In deze zin staat devoir vóór een infinitief en drukt het uit wat volgens de situatie nodig of gewenst is. In de vraag wordt nagegaan of de spreker het etiket moet aanbrengen; de Nederlandse vaste vertaling geeft die bedoeling weer als “Zal ik … doen?”. Vergelijk: Je dois partir. — “Ik moet vertrekken.” mettre is de infinitief “plaatsen, doen of leggen”, afhankelijk van het soort voorwerp en de plaats. Na een vervoegde vorm van devoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: je dois mettre, niet een vervoegde vorm van mettre. Voorbeeld: Je dois mettre le livre sur la table. — “Ik moet het boek op tafel leggen.” une étiquette betekent hier “een etiket”. étiquette is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het onbepaalde lidwoord une, tegenover un bij een mannelijk zelfstandig naamwoord. Une geeft hier niet op zichzelf een expliciet aantal aan; het introduceert een etiket als voorwerp van de handeling. Voorbeeld: J’ai une étiquette. — “Ik heb een etiket.” sur betekent hier “op” en geeft de plaats aan waar het etiket moet komen. Het voorzetsel kan ook in andere plaatsrelaties voorkomen, maar in deze zin gaat het om plaatsing op het oppervlak of de buitenkant van iets. Voorbeeld: Le téléphone est sur la table. — “De telefoon ligt op tafel.” la boîte betekent hier “het bakje”, volgens de vaste vertaling. boîte is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus gebruikt het bepaalde lidwoord la. Het lidwoord maakt van de combinatie een bepaald bakje of een bepaalde doos die in deze situatie bedoeld is; het vertelt niet op zichzelf welke concrete doos dat is. Voorbeeld: La boîte est sur la table. — “Het bakje staat op tafel.” Samen vormt mettre une étiquette sur la boîte de handeling “een etiket op het bakje doen”. Je dois maakt daarvan “ik moet een etiket op het bakje doen”, en Est-ce que verandert die mededeling in de vraag of de spreker dat moet doen: “Zal ik een etiket op het bakje doen?” De volgende context verduidelijkt het praktische doel van het etiket: later kunnen weten wat erin zit.

  6. Comme ça, demain, nous saurons ce qu'il y a dedans.

    Dan weten we morgen wat erin zit.

    Comme ça
    op die manier
    demain
    morgen
    nous saurons
    wij zullen weten
    ce qu'il y a
    wat er is
    dedans
    erin
    Uitgebreide uitleg

    Comme ça betekent hier “op die manier” en verwijst naar de voorgestelde manier van handelen uit de context. Het is een herbruikbare manier om een gevolg of doel aan een handeling te koppelen. Voorbeeld: Comme ça, tu trouveras facilement. — “Zo zul je het gemakkelijk vinden.” demain betekent “morgen”. Het is een tijdsbepaling en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Nous partons demain. — “We vertrekken morgen.” nous saurons is de vorm van savoir (“weten”) in de futur simple: je saurai, tu sauras, il/elle saura, nous saurons, vous saurez, ils/elles sauront. De uitgang -ons hoort hier bij nous; saur- is de toekomstige stam van dit onregelmatige werkwoord. In deze zin betekent het “we zullen weten”, dus kennis die op een later moment beschikbaar zal zijn. Voorbeeld: Demain, nous saurons la réponse. — “Morgen zullen we het antwoord weten.” ce qu'il y a betekent hier “wat er is”. il y a is een vaste Franse constructie voor “er is/zijn”; in deze zin maakt ce que er de inhoud van een indirecte vraag van: “wat er is”. Samen met het daaropvolgende dedans krijgt de volledige woordgroep de betekenis “wat erin zit”. In deze constructie is qu' de verkorte vorm van que vóór de klinker in il. Voorbeeld: Je ne sais pas ce qu'il y a dans la boîte. — “Ik weet niet wat er in de doos zit.” dedans betekent “erin” of “binnenin”. Het is een bijwoord en staat hier na ce qu'il y a om de plaats van de inhoud aan te geven. In de gegeven context gaat het om de inhoud van de doos of het bakje waarover men spreekt. Voorbeeld: Qu'est-ce qu'il y a dedans ? — “Wat zit erin?” Samen betekent Comme ça, demain, nous saurons ce qu'il y a dedans.: “Dan weten we morgen wat erin zit.” Comme ça geeft de voorgestelde manier aan, demain plaatst het weten in de toekomst, nous saurons zegt dat de spreker en anderen het dan zullen weten, en ce qu'il y a dedans benoemt wat zij zullen weten: welke inhoud zich erin bevindt.

  7. Je vais mettre une étiquette claire dessus.

    Ik zal er een duidelijk etiket op doen.

    Je vais
    ik zal / ik ga
    mettre
    doen; plaatsen
    étiquette
    etiket
    claire
    duidelijk
    dessus
    erop
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit het onderwerp je en de tegenwoordige tijd van aller: vais. Met een infinitief erna vormt dit de futur proche, een nabije of geplande toekomstige handeling: je vais + infinitif = “ik ga … / ik zal …”. Voorbeeld: Je vais cuisiner. = “Ik ga koken.” mettre is de infinitief met de kernbetekenis “doen” of “plaatsen”. Na je vais blijft het werkwoord in de infinitief; alleen aller draagt hier de persoonsvorm. Voorbeeld: Je vais mettre le livre sur la table. = “Ik ga het boek op tafel leggen.” une étiquette betekent “een etiket”. Une is hier een onbepaald lidwoord en kondigt een niet nader bepaald exemplaar aan; op zichzelf zegt het niet dat er precies één wordt bedoeld als telresultaat. Het meervoud is des étiquettes. Voorbeeld: L'étiquette est visible. = “Het etiket is zichtbaar.” claire betekent hier “duidelijk”. Deze vorm hoort bij het bijvoeglijk naamwoord clair en staat in de vrouwelijke enkelvoudsvorm, omdat hij aansluit bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord étiquette: une étiquette claire. De mannelijke enkelvoudsvorm is clair; bijvoorbeeld un message clair = “een duidelijke boodschap”. De vorm claire is dus de vorm van het bijvoeglijk naamwoord, niet van étiquette. dessus betekent hier “erop”. In mettre quelque chose dessus verwijst het naar een oppervlak of object waarop iets wordt geplaatst; het concrete referent wordt in deze zin niet afzonderlijk benoemd. Het is een compacte manier om een plaatsrelatie uit te drukken. Voorbeeld: Mets le sac dessus. = “Leg de tas erop.” Samen betekent Je vais mettre une étiquette claire dessus.: “Ik zal er een duidelijk etiket op doen.” De futur proche in Je vais mettre geeft de geplande toekomstige handeling aan; une étiquette claire is wat geplaatst wordt, en dessus geeft aan dat dit erop gebeurt.

  8. Ça rendra le déjeuner plus facile.

    Dat maakt de lunch makkelijker.

    Ça
    dat
    rendra
    zal maken
    le déjeuner
    de lunch
    plus facile
    makkelijker
    Uitgebreide uitleg

    Ça betekent hier “dat” en verwijst naar een eerder genoemde situatie of handeling. Het is een aanwijzend voornaamwoord; het precieze referent wordt in deze ene zin niet verder benoemd. Een bruikbaar contrast is ça voor “dat/het” tegenover cela, een formelere variant met dezelfde basisfunctie. rendra komt van rendre (“maken”, “doen worden”) en is de futur simple van de derde persoon enkelvoud: rendre → il/elle/on rendra. De vorm zegt dat het maken in de toekomst wordt geplaatst. In deze constructie volgt op rendre eerst wat door de verandering wordt beïnvloed en daarna een eigenschap: rendre quelque chose + adjectif = “iets [meer] ... maken”. Voorbeeld: Cette lumière rendra la pièce plus agréable. — “Dit licht zal de kamer aangenamer maken.” le déjeuner is het zelfstandig naamwoord déjeuner met het bepaald lidwoord le: “de lunch”. Déjeuner is hier een zelfstandig naamwoord en is mannelijk enkelvoud; als werkwoord kan déjeuner ook “lunchen” betekenen, maar dat is niet de functie in deze zin. Voorbeeld: Le déjeuner commence à midi. — “De lunch begint om twaalf uur.” plus facile betekent “makkelijker”. Facile is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; plus facile is de vergrotende trap met plus (“meer”). Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hier le déjeuner, niet rendra. In het Frans verandert facile in deze vorm niet voor mannelijk of vrouwelijk; het meervoud krijgt wel faciles. Voorbeeld: Cette méthode est plus facile. — “Deze methode is makkelijker.” Samen heeft de zin de vorm Ça rendra [iets] plus facile: “Dat zal [iets] makkelijker maken.” Met le déjeuner als datgene waarop de verandering betrekking heeft, ontstaat de volledige betekenis: “Dat maakt de lunch makkelijker.” De Franse futurvorm rendra kan in het Nederlands afhankelijk van de context als “zal maken” of, zoals in de vaste vertaling, natuurlijk als “maakt” worden weergegeven.

Grammatica

Mettons + zelfstandig naamwoord

Mettons les restes.

met-ton lè rèst.

Laten we de restjes doen.

Mettons is de gebiedende wijs van mettre voor nous en betekent hier: laten we doen of zetten.

Futur simple: nous saurons

Nous saurons demain.

noe so-rong de-mèng.

We zullen het morgen weten.

Saurons is de futur simple van savoir voor nous. Deze vorm drukt een toekomstige handeling uit.

Frans woordenschat

boîte zelfstandig naamwoord
bwat bakje, doos
déjeuner zelfstandig naamwoord
dee-zjeun-ee lunch
demain bijwoord
de-mèng morgen
devoir werkwoord
deuh-vwar moeten dois
dîner zelfstandig naamwoord
die-nee avondeten
garder werkwoord
gar-dee bewaren garde
mettre werkwoord
mètr doen, zetten Mettons
pouvoir werkwoord
poe-vwar kunnen peux
propre bijvoeglijk naamwoord
propr schoon
réchauffer werkwoord
ree-sjoofee opwarmen
réfrigérateur zelfstandig naamwoord
ree-frie-zjee-raa-teur koelkast
reste zelfstandig naamwoord
rèst restje restes

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we ze in een schoon bakje doen.

Antwoord tonenMettons-les dans une boîte propre.

Dat maakt de lunch makkelijker.

Antwoord tonenÇa rendra le déjeuner plus facile.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

restje

Antwoord tonenrestes

bakje, doos

Antwoord tonenboîte

avondeten

Antwoord tonendîner

schoon

Antwoord tonenpropre