Il
In “Il y a” maakt “Il” deel uit van de vaste uitdrukking die aangeeft dat iets bestaat of aanwezig is; hier introduceert de uitdrukking de restjes. De uitdrukking kan opnieuw worden gebruikt met een hoeveelheid of zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld in het patroon “Il y a beaucoup de ...”.
y
In “Il y a” hoort “y” bij de vaste uitdrukking die aangeeft dat iets aanwezig is; hier betekent de uitdrukking dat er veel restjes zijn. Lees “y” hier niet als een afzonderlijke verwijzing naar een plaats.
a
In “Il y a” is “a” de exacte vorm die wordt gebruikt in de uitdrukking om te zeggen dat iets bestaat of aanwezig is. De volledige uitdrukking kan voor een zelfstandig naamwoord worden gebruikt, zoals in “Il y a une boîte”.
beaucoup
“beaucoup” betekent “veel” en geeft hier een grote hoeveelheid restjes aan. Voor een zelfstandig naamwoord wordt het meestal gevolgd door “de”, zoals in “beaucoup de restes”.
de
In “beaucoup de restes” verbindt “de” de hoeveelheid “beaucoup” met wat wordt geteld. Dit patroon kan met een ander zelfstandig naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld “beaucoup de légumes”.
restes
“restes” betekent in deze context restjes van het avondeten. Het is de meervoudsvorm van de grondvorm “reste” en staat in de dialoog na “beaucoup de” in “beaucoup de restes”.
du
“du” betekent “van het” of “uit het” in “du dîner”. Het is een samentrekking van “de” en “le” en wordt in vergelijkbare uitdrukkingen gebruikt voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.
dîner
“dîner” betekent avondeten of diner in “du dîner” en verwijst naar de maaltijd waarvan de restjes komen. In deze dialoog volgt het op “du” in het herbruikbare patroon “les restes du ...”.
Mettons-les
“Mettons-les” betekent laten we ze erin doen en verwijst naar de restjes. Het combineert “Mettons”, de vorm voor een voorstel om samen iets te doen, met “les” achter het werkwoord; dezelfde volgorde kan worden gebruikt in “Mettons-les sur la table”.
dans
“dans” betekent “in” en introduceert de verpakking waarin de restjes worden gedaan. Het wordt vaak gevolgd door een zelfstandig naamwoord met een lidwoord, zoals in “dans une boîte”.
une
“une” betekent “een” of “één” voor het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “boîte”. Het introduceert één niet nader bepaalde verpakking in “une boîte propre” en wordt voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud gebruikt.
boîte
“boîte” betekent hier doos of bakje, namelijk de verpakking voor de restjes. In de dialoog staat het na “dans une” in “dans une boîte propre”; het nieuwe voorbeeld “une boîte en plastique” volgt hetzelfde patroon van de naamwoordgroep.
propre
“propre” betekent “schoon” in “une boîte propre”. Het beschrijft de verpakking en staat hier na het zelfstandig naamwoord; dezelfde plaatsing kan worden gebruikt in “une assiette propre”.
Est-ce
“Est-ce” is het eerste deel van de vraaguitdrukking “Est-ce que”, waarmee van de volgende mededeling een vraag wordt gemaakt. De uitdrukking is bruikbaar om rechtstreeks en beleefd iets te vragen, zoals in “Est-ce que je peux les réchauffer ?”.
que
In “Est-ce que je peux ...” maakt “que” de vraaguitdrukking “Est-ce que” compleet. Samen leiden deze woorden een ja-neevraag in en kunnen ze voor een onderwerp en werkwoord worden gebruikt.
je
“je” betekent “ik” en geeft aan dat de spreker vraagt naar het opnieuw opwarmen van de restjes. Het staat normaal direct voor het vervoegde werkwoord, zoals in “je peux”.
peux
“peux” betekent “kan” of “in staat zijn” in “je peux les réchauffer” en drukt in deze vraag toestemming of mogelijkheid uit. Dit is de vorm die bij “je” hoort; een bruikbaar patroon is “Je peux + infinitief”, zoals in “Je peux aider”.
les
“les” betekent hier “ze” en verwijst naar de restjes. Het staat voor het infinitief “réchauffer” in “les réchauffer”; dezelfde plaats van het voornaamwoord is bruikbaar in “les garder”.
réchauffer
“réchauffer” betekent de restjes opnieuw opwarmen. Het blijft na “peux” in de infinitief staan en wordt gebruikt in het patroon “pouvoir + réchauffer quelque chose”, met het voornaamwoord ervoor in “les réchauffer”.
pour
“pour” betekent “voor” en introduceert het doel of de bedoelde maaltijd in “pour le déjeuner”. Dit voorzetsel kan voor een zelfstandig naamwoord worden gebruikt om aan te geven waarvoor iets bedoeld is, zoals in “pour le dîner”.
le
“le” betekent “het” of “de” voor het mannelijke zelfstandig naamwoord “déjeuner”. In “pour le déjeuner” verwijst het naar de specifieke maaltijd die wordt besproken en staat het direct voor het zelfstandig naamwoord.
déjeuner
“déjeuner” betekent lunch in deze dialoog. Het volgt op “le” in “pour le déjeuner” en kan worden gebruikt in een uitdrukking over tijd of doel, zoals “après le déjeuner”.
demain
“demain” betekent “morgen” en plaatst de lunch en het geplande opwarmen op de volgende dag. Het is een tijdwoord dat aan het einde van een zin kan staan, zoals in “le déjeuner de demain”.
Tu
“Tu” betekent “jij” en spreekt één persoon informeel aan in “Tu peux les réchauffer”. Het is het onderwerp vóór het vervoegde werkwoord “peux” en wordt in een informeel gesprek met één gesprekspartner gebruikt.
si
“si” betekent “als” en introduceert de voorwaarde voor het opnieuw opwarmen van de restjes: ze moeten tot dat moment in de koelkast blijven. Het kan een voorwaardelijke bijzin beginnen, zoals in “si on les garde au frais”.
on
“on” betekent “we” in “si on les garde” en verwijst naar de twee volwassenen samen. Het is het onderwerp van de bijzin en wordt gevolgd door een werkwoord in de derde persoon enkelvoud.
garde
“garde” betekent hier bewaren of opbergen en verwijst naar het bewaren van de restjes in de koelkast. Het volgt op het onderwerp “on” in “on les garde”; een bruikbaar patroon is “garder quelque chose dans ...”.
au
“au” betekent “in de” of “bij de” in “au réfrigérateur”. Het is een samentrekking van “à” en “le” en staat hier voor het mannelijke zelfstandig naamwoord “réfrigérateur” om de bewaarplaats aan te geven.
réfrigérateur
“réfrigérateur” betekent koelkast. In “au réfrigérateur” benoemt het de plaats waar de restjes worden bewaard; hetzelfde plaatsaanduidende patroon kan worden gebruikt met “dans le réfrigérateur”.
jusque-là
“jusque-là” betekent “tot dan” en verwijst naar het moment waarop de restjes voor de lunch worden opgewarmd. Het is een volledige tijdsuitdrukking die na een werkwoord van bewaren of wachten kan staan, zoals in “garder les restes jusque-là”.
dois
“dois” betekent “moet” in “Est-ce que je dois mettre ... ?” en vraagt of het plaatsen van een etiket noodzakelijk is. Dit is de vorm die bij “je” hoort en het wordt gevolgd door een infinitief, zoals in “Je dois + infinitief”.
mettre
“mettre” betekent “doen” of “plaatsen” in “mettre une étiquette sur la boîte”. Het volgt op “dois” in de infinitief en kan worden gebruikt met een object en een plaats, zoals in “mettre le plat dans la boîte”.
étiquette
“étiquette” betekent etiket of label, de informatie die op de verpakking wordt geplaatst. Het volgt op “une” in “une étiquette claire”; het zelfstandig naamwoord kan met een erna geplaatst bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, zoals in “étiquette claire”.
sur
“sur” betekent “op” en introduceert het oppervlak waarop het etiket komt in “sur la boîte”. Het kan voor een zelfstandig naamwoord worden gebruikt om plaatsing op een oppervlak aan te geven, zoals in “sur la table”.
la
“la” betekent “de” voor het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “boîte”. In “sur la boîte” verwijst het naar de specifieke verpakking die al wordt besproken en staat het direct voor het zelfstandig naamwoord.
Comme
Aan het begin van “Comme ça” draagt “Comme” bij aan de uitdrukking die “op die manier” of “zo” betekent. De volledige uitdrukking verwijst naar de manier waarop de verpakking wordt gelabeld en kan het gevolg van een handeling toelichten.
ça
In “Comme ça” betekent “ça” “dat” of “dit” en verwijst het naar de voorgestelde manier van labelen. Samen met “Comme” vormt het “Comme ça”, een herbruikbare uitdrukking om naar een werkwijze of regeling te verwijzen.
nous
“nous” betekent “wij” in “nous saurons” en geeft aan dat beide volwassenen zullen weten wat erin zit. Het staat voor het vervoegde werkwoord en kan verwijzen naar een groep waarin de spreker is opgenomen.
saurons
“saurons” betekent “zullen weten” in “nous saurons ce qu'il y a dedans”. Het is de toekomende vorm bij “nous” en wordt gevolgd door de informatie die bekend zal worden; het patroon “nous saurons + informatie” kan opnieuw worden gebruikt.
ce
In “ce qu'il y a dedans” verwijst “ce” naar het onbepaalde ding dat in de verpakking zit. Het vormt deel van de uitdrukking om te zeggen wat iets is, waardoor de betekenis hier uit de volledige constructie komt.
qu'il
In “ce qu'il y a dedans” leidt “qu'il” het deel in dat specificeert wat er in de verpakking zit. Het is de exacte samentrekking van “que” en “il” in deze constructie; houd het samen bij het hergebruiken van het patroon “ce qu'il y a ...”.
dedans
“dedans” betekent “binnenin” en verwijst naar de inhoud van de gelabelde verpakking. Het staat aan het einde van “ce qu'il y a dedans” en kan worden gebruikt om naar een binnenruimte te verwijzen, zoals in “Qu'est-ce qu'il y a dedans ?”.
vais
“vais” betekent “ga” in “Je vais mettre une étiquette” en drukt een geplande handeling uit. Het is de vorm die bij “je” hoort in het patroon “Je vais + infinitief”, zoals in “Je vais ranger la cuisine”.
claire
“claire” betekent “duidelijk” in “une étiquette claire” en beschrijft een etiket dat gemakkelijk te begrijpen is. Het staat hier na het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “étiquette” en past zich daaraan aan; hetzelfde patroon kan met een ander vrouwelijk zelfstandig naamwoord worden gebruikt.
dessus
“dessus” betekent “erop” of “bovenop” in “mettre une étiquette claire dessus” en verwijst terug naar de doos. Het voorkomt dat de plaats opnieuw wordt genoemd en kan na een werkwoord van plaatsing worden gebruikt wanneer het object uit de context duidelijk is.
rendra
“rendra” betekent “zal maken” in “Ça rendra le déjeuner plus facile” en beschrijft het toekomstige effect van het duidelijke etiket. Het is de toekomende vorm bij “ça” en wordt gevolgd door wat wordt beïnvloed en een bijvoeglijk naamwoord, zoals in “Ça rendra ... plus facile”.
plus
“plus” betekent “meer” in “plus facile” en verhoogt de mate van gemak. Het staat voor het bijvoeglijk naamwoord en vormt een vergelijking van graad; het patroon “plus + bijvoeglijk naamwoord” kan worden gebruikt in “plus pratique”.
facile
“facile” betekent “gemakkelijk” in “rendra le déjeuner plus facile” en beschrijft de lunch als gemakkelijker doordat de inhoud duidelijk is. Het volgt op “plus” en kan na “rendre” worden gebruikt om een resulterende eigenschap te beschrijven.