Est-ce que
“Est-ce que” maakt van de zin een ja-neevraag: hier vraagt de spreker of hij iets mag vragen. “Est-ce” vormt de vraag en “que” leidt de daaropvolgende zin in. Een herbruikbaar patroon is “Est-ce que je peux + werkwoord?”.
je
“je” betekent hier “ik” en is het onderwerp van “peux demander”. De vorm staat vóór het werkwoord. Een nieuw voorbeeld is “Je peux aider.”.
peux
“peux” betekent hier “kan” of, in deze vraag, “mag”. Het hoort bij het onderwerp “je” en staat vóór het volgende werkwoord: “je peux demander”. Een herbruikbaar patroon is “Je peux + werkwoord?”.
demander
“demander” betekent hier “vragen” naar informatie over de ingrediënten. Het staat na “je peux” in de vorm die na dat werkwoord gebruikt wordt. Een herbruikbaar patroon is “demander quels sont les ingrédients de …”.
quels
“quels” betekent hier “welke” en verwijst naar het meervoudige woord “ingrédients”. Het staat vóór “sont les ingrédients”. Een herbruikbaar patroon is “quels sont les … ?”.
sont
“sont” betekent hier “zijn” in de vraag naar wat de ingrediënten zijn. Het hoort bij het meervoudige onderwerp “les ingrédients”. Een herbruikbaar patroon is “Quels sont les ingrédients de … ?”.
les
“les” is hier het bepaalde lidwoord bij het meervoudige woord “ingrédients”: “de ingrediënten”. Het staat direct vóór “ingrédients”. Een nieuw voorbeeld is “les légumes”.
ingrédients
“ingrédients” betekent hier “ingrediënten”, dus de afzonderlijke dingen die in de saus zitten. Het meervoud past bij “quels” en “sont”. Een herbruikbaar patroon is “les ingrédients de cette sauce”.
de
“de” verbindt hier de ingrediënten met de saus: “de ingrediënten van deze saus”. Het staat vóór de aanwijzende woordgroep “cette sauce”. Een herbruikbaar patroon is “les ingrédients de + voedingsmiddel”.
cette
“cette” betekent hier “deze” en verwijst naar de enkelvoudige vrouwelijke vorm “sauce”. Het staat direct vóór “sauce”. Een herbruikbaar patroon is “cette + zelfstandig naamwoord”, zoals in “cette soupe”.
sauce
“sauce” betekent hier “saus”, het voedsel waarnaar de spreker vraagt. In “cette sauce” wordt het als een specifieke saus aangeduid. Een nieuw voorbeeld is “une sauce”.
Il y a
“Il y a” betekent hier “er is” of “er zijn” en noemt wat er in de saus zit. In deze vaste uitdrukking draagt “Il” de zinsvorm, “y” verwijst naar aanwezigheid en “a” hoort bij de uitdrukking als geheel. Een herbruikbaar patroon is “Il y a + eten of drinken + dedans”.
du
“du” geeft hier een niet nader bepaalde hoeveelheid melk aan in “du lait”. Het staat vóór “lait” en vormt samen daarmee de genoemde inhoud van de saus. Een herbruikbaar patroon is “Il y a du + niet-telbaar voedingsmiddel”.
lait
“lait” betekent hier “melk”, een ingrediënt van de saus. In “du lait” wordt melk als een onbepaalde hoeveelheid genoemd. Een nieuw voorbeeld is “Je bois du lait.”.
et
“et” betekent hier “en” en verbindt “du lait” met “un peu d’ail”. Het voegt de twee genoemde ingrediënten samen. Een herbruikbaar patroon is “X et Y”.
un
“un” betekent hier “een” in de hoeveelheid “un peu”: een kleine hoeveelheid. Het staat vóór “peu”. Een nieuw voorbeeld is “un peu de sel”.
peu
“peu” betekent hier “weinig” of “een beetje” in “un peu d’ail”. “Un peu” maakt duidelijk dat er maar een kleine hoeveelheid wordt genoemd. Een herbruikbaar patroon is “un peu de + ingrediënt”.
d'ail
“d'ail” betekent hier “knoflook” in de kleine hoeveelheid “un peu d’ail”. De vorm is “de” vóór “ail”, waarbij de klinker van “de” wegvalt. Een herbruikbaar patroon is “un peu d’ail”.
dedans
“dedans” betekent hier “erin” of “daarin” en verwijst naar de saus waarin de melk en knoflook zitten. Het staat aan het einde van de zin om aan te geven waar de genoemde ingrediënten zich bevinden. Een herbruikbaar patroon is “Il y a … dedans”.
ne
“ne” is hier het eerste deel van de ontkenning “ne … pas” in “Je ne peux pas consommer”. Het staat vóór het vervoegde werkwoord “peux”. Een herbruikbaar patroon is “ne + werkwoord + pas”.
pas
“pas” is hier het tweede deel van de ontkenning “ne … pas”: de spreker kan geen melk consumeren. Het staat na “peux” en vóór “consommer”. Een herbruikbaar patroon is “Je ne peux pas + werkwoord”.
consommer
“consommer” betekent hier “consumeren” of “eten/drinken”, met melk als datgene wat de spreker niet kan nemen. Het staat na “peux” en na de ontkenning “ne … pas”. Een herbruikbaar patroon is “Je ne peux pas consommer de + voedingsmiddel”.
garder
“garder” betekent hier “houden” of “bewaren”: de saus apart houden van het bord. Het staat na “peux” en krijgt “la sauce” als object. Een herbruikbaar patroon is “garder + iets + à part”.
la
“la” is hier het bepaalde lidwoord bij de enkelvoudige “sauce”: “de saus”. Het staat direct vóór “sauce”. Een nieuw voorbeeld is “la soupe”.
à part
“à part” betekent hier “apart” of “aan de kant” en beschrijft hoe de saus gehouden wordt. In de hele uitdrukking draagt “à” de relatie en “part” het idee van afzondering; samen vormen ze “garder la sauce à part”. Een herbruikbaar patroon is “garder quelque chose à part”.
Ce
“Ce” betekent hier “dat” en verwijst naar de voorgestelde oplossing om de saus apart te houden. Het is het onderwerp van “serait”. Een herbruikbaar patroon is “Ce serait mieux pour moi.”.
serait
“serait” betekent hier “zou zijn” en maakt de beoordeling voorzichtig of voorwaardelijk: de oplossing zou beter zijn. Het is een vorm van “être” bij het onderwerp “Ce”. Een herbruikbaar patroon is “Ce serait + beoordeling”.
mieux
“mieux” betekent hier “beter” en beoordeelt de voorgestelde oplossing positief. Het staat in “Ce serait mieux pour moi”, met “pour moi” als degene voor wie het beter is. Een nieuw voorbeeld is “C’est mieux.”.
pour
“pour” betekent hier “voor” en geeft aan voor wie de oplossing beter is. Het staat vóór het beklemtoonde voornaamwoord “moi”. Een herbruikbaar patroon is “C’est mieux pour + persoon”.
moi
“moi” betekent hier “mij” in de uitdrukking “pour moi”: voor mij. Het staat na het voorzetsel “pour”. Een nieuw voorbeeld is “C’est important pour moi.”.
Est-ce qu'il y a
“Est-ce qu'il y a” betekent hier “zijn er” en vraagt of er nog andere voedingsmiddelen zijn die vermeden moeten worden. “Est-ce” maakt de vraag, “qu'il” verbindt de vraag met “il y a”, en “y a” drukt aanwezigheid uit. Een herbruikbaar patroon is “Est-ce qu'il y a + zelfstandig naamwoord?”.
d'autres
“d'autres” betekent hier “andere” in “d'autres aliments”: andere voedingsmiddelen dan het al genoemde eten. De vorm staat vóór het meervoudige “aliments”. Een herbruikbaar patroon is “d'autres + meervoudig zelfstandig naamwoord”.
aliments
“aliments” betekent hier “voedingsmiddelen” of “etenswaren” die iemand mogelijk moet vermijden. Het meervoud wordt genoemd na “d'autres”. Een herbruikbaar patroon is “éviter certains aliments”.
que
“que” leidt hier het deel “que tu dois éviter” in en verwijst terug naar “aliments”. Het verbindt de genoemde voedingsmiddelen met de informatie dat jij ze moet vermijden. Een herbruikbaar patroon is “un aliment que tu dois éviter”.
tu
“tu” betekent hier “jij” en is het onderwerp van “dois éviter”. Het staat vóór het werkwoord “dois”. Een nieuw voorbeeld is “Tu dois attendre.”.
dois
“dois” betekent hier “moet” en drukt uit dat jij bepaalde voedingsmiddelen moet vermijden. Het hoort bij “tu” en staat vóór “éviter”. Een herbruikbaar patroon is “tu dois + werkwoord”.
éviter
“éviter” betekent hier “vermijden” en heeft “d'autres aliments” als datgene wat vermeden moet worden. Het staat na “dois”. Een herbruikbaar patroon is “éviter + voedingsmiddel”.
L'ail
“L'ail” betekent hier “de knoflook” en verwijst naar het ingrediënt dat volgens de spreker geen probleem is. “L'” is de verkorte vorm van het lidwoord vóór “ail”. Een nieuw voorbeeld is “L’ail est frais.”.
ça va
“ça va” betekent hier “dat is prima” of “dat gaat goed” als antwoord op de vraag welke voedingsmiddelen vermeden moeten worden. In de hele uitdrukking verwijst “ça” naar knoflook en geeft “va” samen met “ça” de beoordeling “is in orde”. Een herbruikbaar patroon is “Ça va.”.
vais
“vais” betekent hier “ga” in de uitdrukking “Je vais préparer”, waarmee een handeling in de nabije toekomst wordt aangekondigd. Het is een vorm van “aller” en staat vóór “préparer”. Een herbruikbaar patroon is “Je vais + werkwoord”.
préparer
“préparer” betekent hier “klaarmaken” of “bereiden” en verwijst naar het klaarmaken van het bord. Het staat na “Je vais” in de uitdrukking voor een geplande handeling. Een herbruikbaar patroon is “Je vais préparer + iets”.
ton
“ton” betekent hier “jouw” en hoort bij “assiette”: jouw bord. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en heeft hier deze vorm vóór de klinker aan het begin van “assiette”. Een herbruikbaar patroon is “ton assiette”.
assiette
“assiette” betekent hier “bord”, meer precies het bord dat voor de ander wordt klaargemaakt. Het staat na “ton”. Een nieuw voorbeeld is “une assiette propre”.
sans
“sans” betekent hier “zonder” en geeft aan dat de saus niet op het bord komt. Het staat vóór “la sauce”. Een herbruikbaar patroon is “préparer quelque chose sans + zelfstandig naamwoord”.