Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Drankjes en hapjes klaarmaken voor een bezoeker oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Notre invité va bientôt arriver.
notr èn-vité va bjèng-too arrivé. Onze gast komt zo aan.Est-ce qu'on sert du café ou du thé ?
ès-kong sèr duu kafé oe duu té? Zullen we koffie of thee serveren?Le thé est probablement meilleur ce soir.
luh té è probabiluh-mang mè-jur suh swar. Thee is vanavond waarschijnlijk beter.Je vais faire bouillir un peu d'eau dans la bouilloire.
zuh vè fèr boe-jier èng puh dooh dang la boe-jwar. Ik kook wat water in de waterkoker.Utilise le grand mug pour notre invité, s'il te plaît.
uu-ti-liez luh grang muug poer notr èn-vité, sil tuh plè. Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.Tu veux que je prépare aussi quelque chose à manger ?
tuu vuh kuh zuh pre-par oo-sie kèl-kuh sjoz a mang-zjé? Wil je dat ik ook iets te eten klaarmaak?Mets quelques biscuits sur la petite assiette, s'il te plaît.
mè kèl-kuh bis-kwi suur la puh-tiet a-sjèt, sil tuh plè. Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bord.Tout sera prêt avant l'arrivée de notre invité.
toe suh-ra prè a-vang la-rivé duh notr èn-vité. Alles is klaar voordat onze gast aankomt.Uitleg van de zinnen
Notre invité va bientôt arriver.
Onze gast komt zo aan.
- invité
- gast
- bientôt
- binnenkort; zo
- arriver
- aankomen
- va bientôt arriver
- komt binnenkort aan
Uitgebreide uitleg
invité betekent hier “gast”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm kan ook “uitgenodigde persoon” betekenen. De uitgang -é hoort bij dit woord zelf, niet bij een aangrenzend woord. Voor een vrouwelijke gast staat vaak invitée. Voorbeeld: Notre invité est là. = “Onze gast is er.” bientôt betekent “binnenkort” of, zoals hier, “zo”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met de persoon of het aantal. Het plaatst de gebeurtenis in de nabije toekomst, zonder een exact tijdstip te geven. arriver betekent “aankomen”. Dit is de infinitief, de basisvorm van het werkwoord. In de Franse nabije-toekomstconstructie staat aller vervoegd vóór een infinitief: je vais arriver = “ik kom aan / ik zal aankomen”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld tu vas arriver = “jij komt aan” en ils vont arriver = “zij komen aan”. va bientôt arriver vormt samen de nabije toekomst: va is de tegenwoordige tijd van aller bij een derde persoon enkelvoudig onderwerp, en arriver blijft infinitief. bientôt staat tussen beide werkwoorden en geeft aan dat het aankomen spoedig gebeurt. Het patroon is: [onderwerp] va bientôt [infinitief]. In de hele zin is Notre invité het onderwerp: “onze gast”. Daarna geeft va bientôt arriver aan dat deze gast zo aankomt. Samen betekent de zin: “Onze gast komt zo aan.”
Est-ce qu'on sert du café ou du thé ?
Zullen we koffie of thee serveren?
- Est-ce qu'on
- zullen we …?
- sert
- serveert
- café
- koffie
- ou
- of
- thé
- thee
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'on is een vaste Franse vraaginleiding. Est-ce que maakt van de daaropvolgende mededeling een ja-neevraag; on is hier volgens de vertaling het onderwerp “we”. In verzorgd geschreven Frans kan on ook “men” betekenen, maar die lezing past hier niet bij de vaste vertaling. Het patroon is: Est-ce qu'on + werkwoord ...? Bijvoorbeeld: Est-ce qu'on part maintenant ? — “Vertrekken we nu?” sert betekent hier “serveert”. Het is de vorm van servir (“serveren”, ook “bedienen”) bij on: on sert. Hoewel on hier “we” betekent, krijgt het werkwoord de enkelvoudige persoonsvorm sert. Het tegenwoordige Frans kan in zo’n vraag een voorgestelde of nabije handeling weergeven; daarom past in het Nederlands “zullen we serveren?” bij deze vertaling. Andere nuttige vormen zijn je sers, nous servons en ils servent; de werkwoordsvorm wisselt dus per persoon. Voorbeeld: On sert le repas à midi. — “We serveren de maaltijd om twaalf uur.” café is het zelfstandig naamwoord voor “koffie”. In du café staat du vóór een niet nader bepaalde hoeveelheid of portie van het mannelijke zelfstandig naamwoord café; het betekent hier niet dat er een concreet aantal koppen wordt genoemd. Voorbeeld: Je bois du café. — “Ik drink koffie.” ou verbindt alternatieven en betekent “of”. Het kan twee zelfstandige naamwoorden, zoals hier, of langere zinsdelen verbinden. Voorbeeld: Tu veux du pain ou du riz ? — “Wil je brood of rijst?” thé is het zelfstandig naamwoord voor “thee”. In du thé wordt het op dezelfde manier als café voorafgegaan door du wanneer een niet nader bepaalde hoeveelheid thee wordt bedoeld. Voorbeeld: Elle prépare du thé. — “Zij maakt thee.” Samen vormt de zin een keuzevraag: Est-ce qu'on sert du café ou du thé ? vraagt of men koffie dan wel thee zal serveren. De twee opties zijn du café en du thé; ou maakt duidelijk dat ze tegenover elkaar als alternatieven worden aangeboden. De volledige betekenis is: “Zullen we koffie of thee serveren?”
Le thé est probablement meilleur ce soir.
Thee is vanavond waarschijnlijk beter.
- thé
- thee
- est
- is
- probablement
- waarschijnlijk
- meilleur
- beter
- ce soir
- vanavond
Uitgebreide uitleg
thé betekent hier thee. Het is een zelfstandig naamwoord; het grammaticale geslacht is mannelijk, wat je ook ziet aan le in een volledige nominale groep: le thé. Voorbeeld: Je bois du thé. — Ik drink thee. est is de vorm van être voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: il/elle/on est. In deze zin verbindt het de thee met een eigenschap. Voorbeeld: Le café est chaud. — De koffie is heet. probablement betekent waarschijnlijk en drukt onzekerheid uit: de spreker presenteert de bewering als aannemelijk, niet als zeker. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Il arrivera probablement demain. — Hij komt waarschijnlijk morgen aan. meilleur is de vergrotende trap van bon (goed): bon → meilleur (beter) → le meilleur (het beste). Het gaat hier om een vergelijking met een niet nader genoemde eerdere of andere mogelijkheid; de thee wordt als beter beoordeeld. Meilleur hoort bij thé, niet bij soir. Voorbeeld: Cette solution est meilleure. — Deze oplossing is beter. ce soir is een vaste tijdsaanduiding voor vanavond. Ce is hier onderdeel van de uitdrukking en verwijst niet zelfstandig naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Je travaille ce soir. — Ik werk vanavond. Samen vormt de zin: Le thé is het onderwerp, est probablement meilleur zegt dat de thee vermoedelijk beter is, en ce soir bepaalt wanneer die beoordeling geldt. De volledige betekenis is: De thee is vanavond waarschijnlijk beter.
Je vais faire bouillir un peu d'eau dans la bouilloire.
Ik kook wat water in de waterkoker.
- Je vais
- ik ga
- faire bouillir
- aan de kook brengen
- un peu
- een beetje
- d'eau
- water
- la bouilloire
- de waterkoker
Uitgebreide uitleg
Je vais betekent hier “ik ga” en vormt samen met een daaropvolgend infinitief de Franse nabije toekomst: onderwerp + vorm van aller + infinitief. vais is de eerste persoon enkelvoud van aller; het gaat hier dus om de handeling die de spreker van plan is uit te voeren. faire bouillir betekent “aan de kook brengen” of “koken” in de betekenis van een vloeistof verhitten tot die kookt. faire staat in de infinitief na vais. De constructie faire bouillir + iets benoemt wat iemand laat koken; bijvoorbeeld: Je vais faire bouillir le lait. — “Ik ga de melk aan de kook brengen.” un peu betekent “een beetje” en geeft een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het is geen exacte maat. In un peu d'eau staat daarna de, omdat un peu de een hoeveelheid gevolgd door een stof of andere niet-getelde hoeveelheid uitdrukt. d'eau betekent hier “water”. Dit is de vóór eau; de klinker van de valt weg en wordt geschreven als d'. eau is de zelfstandige naamwoordsvorm voor “water”. Bijvoorbeeld: Je bois un peu d'eau. — “Ik drink een beetje water.” la bouilloire betekent “de waterkoker”. bouilloire is een zelfstandig naamwoord; het lidwoord la hoort bij het Franse grammaticale vrouwelijke woordgeslacht en drukt hier geen hoeveelheid uit. Het meervoud is les bouilloires. Bijvoorbeeld: La bouilloire est chaude. — “De waterkoker is heet.” Samen vormen de delen: Je vais + faire bouillir + un peu d'eau + dans la bouilloire: “Ik ga een beetje water in de waterkoker aan de kook brengen”, natuurlijk vertaald als “Ik kook wat water in de waterkoker.” dans la bouilloire geeft de plaats of het hulpmiddel aan waarin de handeling plaatsvindt.
Utilise le grand mug pour notre invité, s'il te plaît.
Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.
- Utilise
- gebruik
- grand
- groot
- mug
- mok
- notre
- onze
- invité
- gast
- s'il te plaît
- alsjeblieft
Uitgebreide uitleg
Utilise betekent hier “gebruik”. Het is de gebiedende wijs van utiliser (“gebruiken”) voor één aangesproken persoon, herkenbaar aan de vorm zonder expliciet onderwerp. De gewone tegenwoordige tijd heeft bijvoorbeeld tu utilises = “je gebruikt”. Voor een beleefde of meervoudige aanspreking staat de imperatief utilisez. grand betekent hier “grote”. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord grand; die vorm past hier bij het mannelijke enkelvoud mug. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is grande, bijvoorbeeld in une grande tasse = “een grote kop”. mug is het zelfstandig naamwoord voor “mok”. Het is in het Frans een leenwoord en heeft hier het mannelijke geslacht: le mug. Het meervoud is les mugs, bijvoorbeeld J’ai deux mugs = “Ik heb twee mokken”. notre betekent “onze” en staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: notre invité = “onze gast”. Het verandert niet volgens het grammaticale geslacht van dat zelfstandig naamwoord. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord gebruik je nos, bijvoorbeeld nos invités = “onze gasten”. invité betekent hier “gast”, namelijk de persoon voor wie de mok bedoeld is. Het woord kan ook “uitgenodigd” betekenen wanneer het als bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord wordt gebruikt; die andere functie is hier niet bedoeld. De vrouwelijke vorm als zelfstandig naamwoord is invitée, bijvoorbeeld Notre invitée arrive = “Onze vrouwelijke gast komt aan”. S’il te plaît is een vaste beleefdheidsuitdrukking met de betekenis “alsjeblieft”. Letterlijk is dit opgebouwd uit si (“als”), il (“hij/het”) en te plaît (“bevalt jou”), maar als geheel vraag je hiermee vriendelijk om iets. De uitdrukking hoort bij de informele aanspreekvorm te; bij een formele of meervoudige aanspreking staat s’il vous plaît. Samen vormt de zin de directe instructie Utilise le grand mug pour notre invité, gevolgd door het beleefde s’il te plaît: “Gebruik de grote mok voor onze gast, alsjeblieft.” pour notre invité geeft aan voor wie de mok bestemd is; het zegt niet dat die gast de mok zelf noodzakelijk moet gebruiken.
Tu veux que je prépare aussi quelque chose à manger ?
Wil je dat ik ook iets te eten klaarmaak?
- Tu veux
- wil je
- prépare
- klaarmaak
- aussi
- ook
- quelque chose
- iets
- à manger
- te eten
Uitgebreide uitleg
Tu veux bevat de tweede persoon enkelvoud van vouloir (“willen”): tu veux = “jij wilt/wil je”. In een vraag wordt deze woordgroep hier gebruikt als een gewone vraag met stijgende intonatie. Het patroon Tu veux que ... ? vraagt of de aangesprokene wil dat iemand iets doet. Voorbeeld: Tu veux que je vienne ? = “Wil je dat ik kom?” prépare komt van préparer (“klaarmaken, bereiden”). In que je prépare staat deze vorm bij je in de tegenwoordige conjunctief; bij je ziet de vorm er hier hetzelfde uit als de tegenwoordige indicatief. Na vouloir que gebruikt het Frans deze conjunctief om de gewenste handeling uit te drukken. Voorbeeld: Je veux que tu prépares le repas. = “Ik wil dat je de maaltijd klaarmaakt.” Daar verandert prépares omdat het onderwerp tu is. aussi betekent hier “ook” en voegt deze handeling toe aan iets dat al in de situatie of het gesprek aanwezig is. Het verandert niet de persoon of de tijd van het werkwoord. In Je prépare aussi le dessert. betekent het: “Ik maak ook het dessert klaar.” quelque chose is een onbepaald voornaamwoord en betekent “iets”. Het verwijst hier niet naar een nader genoemde zaak. Het staat in de bijzin als datgene wat klaargemaakt wordt. Het tegenovergestelde voor een concrete ontkenning is vaak rien (“niets”), bijvoorbeeld: Je ne prépare rien. = “Ik maak niets klaar.” à manger bestaat uit à plus het infinitief manger (“eten”). Na een onbepaald voornaamwoord geeft deze constructie aan waarvoor iets bedoeld is: quelque chose à manger = “iets te eten”. Het is dus niet zelf het hoofdwerkwoord van de vraag; prépare drukt de handeling uit. Vergelijk: Nous avons quelque chose à boire. = “We hebben iets te drinken.” Samen vormt Tu veux que je prépare aussi quelque chose à manger ? het patroon Tu veux que + onderwerp + conjunctief ... ?. De spreker vraagt of de aangesprokene wil dat de spreker bovendien iets klaarmaakt dat gegeten kan worden: “Wil je dat ik ook iets te eten klaarmaak?”
Mets quelques biscuits sur la petite assiette, s'il te plaît.
Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bord.
- Mets
- leg
- quelques
- wat/enkele
- biscuits
- koekjes
- sur
- op
- petite
- kleine
- assiette
- bord
- s'il te plaît
- alsjeblieft
Uitgebreide uitleg
Mets betekent hier “leg” en is de gebiedende wijs voor tu van mettre (“leggen”, “zetten”). De vorm is dus een opdracht aan één aangesproken persoon. In een mededeling krijgt dezelfde werkwoordstam bijvoorbeeld tu mets (“je legt”), maar bij een opdracht staat mets: Mets le livre ici. — “Leg het boek hier.” quelques geeft een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan: “enkele” of “wat”. Het staat hier in het meervoud bij biscuits; het beweert niet dat er een precies aantal is. Vergelijk quelques biscuits (“enkele koekjes”) met beaucoup de biscuits (“veel koekjes”). biscuits is het meervoud van biscuit (“koekje”). Het zelfstandig naamwoord staat hier in het meervoud omdat het om meerdere koekjes gaat. Voor één exemplaar kun je bijvoorbeeld zeggen: un biscuit — “één koekje”. sur geeft hier de plaatsrelatie aan: “op”, met de koekjes bovenop of geplaatst op iets. Een bruikbaar patroon is mettre quelque chose sur quelque chose: “iets op iets leggen”. Voorbeeld: Mets le sac sur la table. — “Leg de tas op de tafel.” petite betekent hier “kleine” en beschrijft assiette. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit; de vorm past zich dus aan het vrouwelijke enkelvoud van assiette aan. De mannelijke vorm is petit, zoals in un petit sac — “een kleine tas”. assiette betekent hier “bord”, meer bepaald een bord waarop je eten legt. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une assiette (“een bord”). In la petite assiette staat het met het bepaalde lidwoord la, en petite stemt ermee overeen. s'il te plaît is een vaste beleefdheidsuitdrukking: “alsjeblieft”. te richt de vraag op één aangesproken persoon in de informele aanspreekvorm. De uitdrukking verzacht de opdracht, maar verandert niet wie de handeling moet uitvoeren. Samen vormt Mets quelques biscuits sur la petite assiette de opdracht “Leg wat koekjes op het kleine bord”. s'il te plaît voegt “alsjeblieft” toe, zodat de volledige betekenis is: “Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bord.”
Tout sera prêt avant l'arrivée de notre invité.
Alles is klaar voordat onze gast aankomt.
- Tout
- alles
- sera
- zal zijn
- prêt
- klaar
- avant
- voordat
- l'arrivée
- de aankomst
- notre
- onze
- invité
- gast
Uitgebreide uitleg
Tout betekent hier “alles” en staat zelfstandig als onbepaald voornaamwoord. Het verwijst in deze zin naar alles wat klaar moet zijn; er wordt geen specifiek zelfstandig naamwoord genoemd. Vergelijk tout in Tout va bien. — “Alles gaat goed.” sera is de futur simple van être (“zijn”): être → sera voor de derde persoon enkelvoud. De vorm drukt hier uit dat iets op een later moment klaar zal zijn. Tout sera prêt betekent dus dat alles klaar zal zijn. De tegenwoordige vorm is est in Tout est prêt — “Alles is klaar.” prêt betekent “klaar” of “gereed”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat hier in de mannelijke enkelvoudsvorm, passend bij het enkelvoudige Tout. De vrouwelijke vorm is prête, bijvoorbeeld in La table est prête. — “De tafel is klaar.” avant betekent “voordat” wanneer er, zoals hier, een zelfstandig naamwoordgroep op volgt: avant l'arrivée de notre invité. Voor een volledige bijzin gebruikt het Frans doorgaans avant que, bijvoorbeeld avant qu'il arrive — “voordat hij aankomt”. l'arrivée betekent “de aankomst”. Het is een zelfstandig naamwoord met het geëliseerde lidwoord l'. Voor een klinker laat het Frans de klinker van le of la weg; bij het vrouwelijke woord arrivée staat hier dus l' voor la. Het woord hangt samen met het werkwoord arriver (“aankomen”), maar l'arrivée benoemt de gebeurtenis zelf. In deze zin is het de aankomst van de gast. notre betekent “onze” en is hier een bezittelijk bijvoeglijk naamwoord bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord invité. Het markeert dus een enkelvoudig bezit of bezet object, niet noodzakelijk één bezitter; de vorm verandert bovendien niet voor mannelijk of vrouwelijk. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord wordt het nos, bijvoorbeeld nos invités — “onze gasten”. invité betekent hier “gast”, specifieker een uitgenodigde persoon. De vorm is mannelijk enkelvoud; de vrouwelijke vorm is invitée. Het zelfstandig naamwoord is verwant aan inviter (“uitnodigen”), maar in deze zin gaat het om de persoon, niet om de handeling van uitnodigen. Samen vormen avant en l'arrivée de notre invité de tijdsbepaling “voordat onze gast aankomt”. De volledige zin Tout sera prêt avant l'arrivée de notre invité. betekent daarom: “Alles is klaar voordat onze gast aankomt.”
Grammatica
petit → petite
petite assiette
puh-tiet a-sjètklein bord
Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het vrouwelijke zelfstandig naamwoord aan: petit wordt petite.
quelques + meervoud
quelques biscuits
kèl-kuh bis-kwienkele koekjes
Na quelques staat een zelfstandig naamwoord altijd in het meervoud.
Frans woordenschat
Notre invité
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Onze gast komt zo aan.
Antwoord tonen
Notre invité va bientôt arriver.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
aankomen
Antwoord tonen
arrivergast
Antwoord tonen
invitéserveren
Antwoord tonen
sertwaarschijnlijk