Drankjes en hapjes klaarmaken voor een bezoeker | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults prepare tea and snacks before a visitor arrives..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Drankjes en hapjes klaarmaken voor een bezoeker oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Notre invité va bientôt arriver.

notr èn-vité va bjèng-too arrivé. Onze gast komt zo aan.
B

Est-ce qu'on sert du café ou du thé ?

ès-kong sèr duu kafé oe duu té? Zullen we koffie of thee serveren?
A

Le thé est probablement meilleur ce soir.

luh té è probabiluh-mang mè-jur suh swar. Thee is vanavond waarschijnlijk beter.
B

Je vais faire bouillir un peu d'eau dans la bouilloire.

zuh vè fèr boe-jier èng puh dooh dang la boe-jwar. Ik kook wat water in de waterkoker.
A

Utilise le grand mug pour notre invité, s'il te plaît.

uu-ti-liez luh grang muug poer notr èn-vité, sil tuh plè. Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.
B

Tu veux que je prépare aussi quelque chose à manger ?

tuu vuh kuh zuh pre-par oo-sie kèl-kuh sjoz a mang-zjé? Wil je dat ik ook iets te eten klaarmaak?
A

Mets quelques biscuits sur la petite assiette, s'il te plaît.

mè kèl-kuh bis-kwi suur la puh-tiet a-sjèt, sil tuh plè. Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bord.
B

Tout sera prêt avant l'arrivée de notre invité.

toe suh-ra prè a-vang la-rivé duh notr èn-vité. Alles is klaar voordat onze gast aankomt.

Woord voor woord

Notre In «Notre invité» betekent Notre «onze» en het staat hier aan het begin van de zin met een hoofdletter; de basisvorm is notre. Het geeft aan van wie de gast is en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt dit wanneer je een persoon aan een spreker of groep koppelt.
invité In «Notre invité» betekent invité «gast»: de persoon die binnenkort op bezoek komt. Het staat na het bezittelijke Notre. Je gebruikt dit in een gesprek over iemand die bij je thuis wordt verwacht.
va In «va bientôt arriver» is va een vorm van aller en helpt het de nabije toekomst uit te drukken: de gast zal binnenkort aankomen. Het staat vóór het infinitief arriver. Gebruik dit patroon wanneer een gebeurtenis binnenkort zal plaatsvinden.
bientôt In «va bientôt arriver» betekent bientôt «binnenkort» en geeft het aan dat het aankomen niet lang meer op zich laat wachten. Het staat hier tussen va en arriver. Je gebruikt het om een nabije gebeurtenis in de tijd te plaatsen.
arriver In «va bientôt arriver» betekent arriver «aankomen» en benoemt het de gebeurtenis die nog moet plaatsvinden. Het is het infinitief dat na va staat in de nabije toekomst. Je gebruikt dit bij iemand die of iets dat ergens aankomt.
Est-ce In «Est-ce qu'on sert du café ou du thé ?» maakt Est-ce van de zin een ja-neevraag. Het staat aan het begin van de vraag en krijgt hier een hoofdletter omdat het de zin opent. Je gebruikt deze vorm om een keuze of bevestiging te vragen.
qu'on In «Est-ce qu'on sert du café ou du thé ?» verbindt qu'on de vraagmarkeerder met het onderwerp on; samen gaat het over wie de drank serveert. De vorm staat vóór sert, dus daarna volgt het werkwoord. Je gebruikt dit wanneer je in een vraag over een gezamenlijke handeling spreekt.
sert In «qu'on sert du café ou du thé» betekent sert «serveert» of «biedt aan». Het is een vorm van servir en het onderwerp is on. Het werkwoord staat vóór wat er wordt geserveerd; je gebruikt het bij eten of drinken dat aan iemand wordt aangeboden.
du In «du café» geeft du aan dat het om een niet nader bepaalde hoeveelheid koffie gaat. Het is de samengevoegde vorm van de en le en staat vóór café. Je gebruikt dit soort vorm bij een hoeveelheid drank of andere niet-afgebakende stof.
café In «du café» betekent café «koffie», hier een van de twee dranken waaruit gekozen kan worden. Het staat na du. Je gebruikt het in een gesprek over koffie die je wilt aanbieden of serveren.
ou In «du café ou du thé» betekent ou «of» en verbindt het twee keuzemogelijkheden. Het staat tussen de twee drankopties. Je gebruikt het om in een vraag of mededeling alternatieven naast elkaar te zetten.
thé In «du thé» betekent thé «thee», hier de tweede drankoptie. Het staat na du, dat de niet nader bepaalde hoeveelheid aangeeft. Je gebruikt het wanneer je thee als drank aanbiedt of bespreekt.
Le In «Le thé» is Le het bepaald lidwoord bij thé en verwijst het naar thee als de besproken drank. Het staat aan het begin van de zin met een hoofdletter; de basisvorm is le. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de bedoelde zaak als bekend of bepaald wordt voorgesteld.
est In «Le thé est probablement meilleur» betekent est «is» en verbindt het thee met de beoordeling meilleur. Het is een vorm van être en staat tussen het onderwerp en de beoordeling. Je gebruikt deze structuur om iets te beschrijven of te beoordelen.
probablement In «Le thé est probablement meilleur» betekent probablement «waarschijnlijk» en maakt het de beoordeling minder stellig. Het staat vóór meilleur en geeft aan dat dit de inschatting van de spreker is. Je gebruikt het wanneer je een waarschijnlijkheid of voorzichtige mening wilt uitdrukken.
meilleur In «Le thé est probablement meilleur» betekent meilleur hier «beter»: thee wordt als de betere keuze voor vanavond beoordeeld. Het staat na est en na probablement. Je gebruikt het wanneer je in een gesprek opties of keuzes beoordeelt.
ce In «ce soir» draagt ce samen met soir de betekenis «vanavond»; ce verwijst hier niet zelfstandig naar een voorwerp. Het staat direct vóór soir in deze tijdsaanduiding. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je over de huidige avond spreekt.
soir In «ce soir» betekent soir «avond» en vormt het samen met ce de tijdsaanduiding «vanavond». Het staat na ce. Je gebruikt deze uitdrukking om aan te geven wanneer iets op de avond gebeurt.
Je In «Je vais faire bouillir un peu d'eau» betekent Je «ik» en is het de persoon die het water zal koken. Het staat vóór vais als onderwerp van de zin en krijgt hier een hoofdletter omdat het de zin opent. Je gebruikt het om jezelf als uitvoerder van een handeling aan te geven.
vais In «Je vais faire bouillir un peu d'eau» is vais een vorm van aller en helpt het de nabije toekomst uit te drukken: de spreker staat op het punt deze handeling uit te voeren. Het staat na Je en vóór het infinitief faire. Je gebruikt dit patroon voor een voornemen of plan op korte termijn.
faire In «faire bouillir» draagt faire bij aan de betekenis «laten koken» of «aan het koken brengen»; de hele uitdrukking gaat over het water. Het is het infinitief na vais en staat vóór bouillir. Je gebruikt faire met een ander werkwoord om een handeling te laten gebeuren of uit te voeren.
bouillir In «faire bouillir un peu d'eau» betekent bouillir «koken» en beschrijft het wat er met het water moet gebeuren. Het is het infinitief na faire. Je gebruikt het in een keukensituatie wanneer water of een andere vloeistof aan de kook moet komen.
un In «un peu d'eau» hoort un bij peu en helpt het een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid uit te drukken. Het staat vóór peu en introduceert eau hier niet rechtstreeks. Je gebruikt deze combinatie wanneer je om een kleine hoeveelheid van iets vraagt of die beschrijft.
peu In «un peu d'eau» betekent peu «een beetje» of «een kleine hoeveelheid». Het wordt gevolgd door d'eau, dat aangeeft waarvan die hoeveelheid bestaat. Je gebruikt het om een beperkte hoeveelheid drank of vloeistof aan te duiden.
d'eau In «un peu d'eau» verwijst d'eau naar «water» als de stof waarvan een kleine hoeveelheid wordt bedoeld. De vorm is de verkorte combinatie van de en eau, omdat eau met een klinker begint. Ze staat na peu in de hoeveelheidsexpressie en wordt gebruikt om de betreffende vloeistof te noemen.
dans In «dans la bouilloire» betekent dans «in» en geeft het aan waar het water wordt gekookt. Het staat vóór de plaatsaanduiding la bouilloire. Je gebruikt dans om de binnenkant of positie in een voorwerp of ruimte aan te geven.
la In «la bouilloire» is la het bepaald lidwoord bij bouilloire en verwijst het naar de waterkoker als een bepaald voorwerp. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het wanneer je naar een specifieke of bekende zaak verwijst.
bouilloire In «la bouilloire» betekent bouilloire «waterkoker», het voorwerp waarin het water wordt gekookt. Het staat na la en na de plaatsaanduiding dans. Je gebruikt dit woord in een gesprek over het klaarmaken van heet water.
Utilise In «Utilise le grand mug» is Utilise de gebiedende vorm van utiliser en betekent het «gebruik». Het is een directe instructie aan één aangesproken persoon; s'il te plaît maakt het verzoek beleefder. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand vraagt een bepaald voorwerp te gebruiken.
grand In «le grand mug» betekent grand «grote» en beschrijft het de afmeting van de mok. De vorm staat vóór mug. Je gebruikt het om een voorwerp binnen een groep te onderscheiden op basis van zijn grootte.
mug In «le grand mug» betekent mug «mok», hier de grote mok die voor de gast bedoeld is. Het staat na grand en wordt voorafgegaan door le. Je gebruikt dit woord wanneer je een mok voor een warme drank aanwijst.
pour In «pour notre invité» betekent pour «voor» en geeft het aan voor wie de mok bestemd is. Het staat vóór de persoon die de drank zal krijgen. Je gebruikt pour om de bedoelde ontvanger of bestemming van iets aan te geven.
s'il te plaît «s'il te plaît» is als geheel een beleefde formule met de betekenis «alsjeblieft» en verzacht het verzoek «Utilise le grand mug». Binnen de uitdrukking draagt «s'il» het idee «als het», verwijst «te» naar de aangesproken persoon en betekent «plaît» «behaagt» of «pleziert»; samen betekent de formule letterlijk ongeveer «als het je behaagt». Je gebruikt deze uitdrukking bij een beleefd verzoek aan één aangesproken persoon.
Tu In «Tu veux que je prépare aussi quelque chose à manger ?» betekent Tu «jij» en is het de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het staat vóór veux als onderwerp. Je gebruikt het om één vertrouwde gesprekspartner rechtstreeks aan te spreken.
veux In «Tu veux que je prépare aussi quelque chose à manger ?» is veux een vorm van vouloir en vraagt het of de andere persoon wil dat de spreker iets doet. Het staat na Tu en vóór que met de daaropvolgende handeling. Je gebruikt dit om naar iemands wens of voorkeur voor een handeling te vragen.
que In «Tu veux que je prépare aussi quelque chose à manger ?» leidt que de bijzin in die uitlegt welke handeling gewenst wordt. Het verbindt veux met je prépare. Je gebruikt deze vorm na een uitdrukking van willen wanneer daarna een volledige handeling met een eigen onderwerp volgt.
prépare In «que je prépare aussi quelque chose à manger» betekent prépare «klaarmaak» of «bereid». Het is een vorm van préparer en het onderwerp is je. Het staat vóór wat er klaargemaakt wordt; je gebruikt het bij het voorbereiden van eten of drinken.
aussi In «je prépare aussi quelque chose à manger» betekent aussi «ook» en voegt het het klaarmaken van iets te eten toe aan de andere voorbereidingen. Het staat hier na prépare en vóór het aangevulde item. Je gebruikt het om aan te geven dat iets extra's wordt gedaan of aangeboden.
quelque chose «quelque chose» betekent als geheel «iets» in «quelque chose à manger». «quelque» geeft aan dat het om iets onbepaalds gaat en «chose» betekent «ding»; samen verwijzen ze naar een niet nader genoemd ding. De uitdrukking kan gevolgd worden door «à manger» om te zeggen waarvoor dat ding bedoeld is.
à In «quelque chose à manger» betekent à niet simpelweg «naar», maar verbindt het iets met het doel of de functie «om te eten». Het staat vóór het infinitief manger. Je gebruikt deze constructie om aan te geven wat iemand met iets kan doen.
manger In «quelque chose à manger» betekent manger «eten» en beschrijft het wat voor soort iets bedoeld wordt. Het is een infinitief na à. Je gebruikt deze combinatie om eten of een eetbaar hapje aan te duiden.
Mets In «Mets quelques biscuits sur la petite assiette» is Mets de gebiedende vorm van mettre en betekent het «leg» of «zet». Het staat aan het begin van een directe instructie en krijgt daarom een hoofdletter. Je gebruikt het om iemand te vragen iets op een bepaalde plaats te leggen of zetten.
quelques In «quelques biscuits» betekent quelques «enkele» of «wat» en geeft het een beperkte, niet exact genoemde hoeveelheid aan. Het staat vóór biscuits. Je gebruikt het om naar een klein aantal voorwerpen of etenswaren te verwijzen zonder het precieze aantal te noemen.
biscuits In «quelques biscuits» betekent biscuits «koekjes», de hapjes die op het bord gelegd moeten worden. Het staat na quelques als datgene wat geplaatst wordt. Je gebruikt het in een gesprek over koekjes die je serveert of aanbiedt.
sur In «sur la petite assiette» betekent sur «op» en geeft het de plaats aan waar de koekjes moeten komen. Het staat vóór la petite assiette. Je gebruikt sur om een positie op een oppervlak of voorwerp te beschrijven.
petite In «la petite assiette» betekent petite «kleine» en beschrijft het de afmeting van het bord. Het staat vóór assiette. Je gebruikt het om een voorwerp op basis van zijn grootte van een ander voorwerp te onderscheiden.
assiette In «la petite assiette» betekent assiette «bord», hier het oppervlak waarop de koekjes worden gelegd. Het staat na la petite en volgt op sur als plaatsaanduiding. Je gebruikt dit woord wanneer je een bord voor eten aanwijst of beschrijft.
Tout In «Tout sera prêt» betekent Tout «alles» en verwijst het naar alle voorbereidingen samen. Het staat vóór sera als onderwerp van de zin en krijgt hier een hoofdletter omdat het de zin opent. Je gebruikt het om naar een volledige verzameling zaken te verwijzen.
sera In «Tout sera prêt» betekent sera «zal zijn» en zegt het dat alles op een later moment klaar zal zijn. Het is een toekomstvorm van être en staat na het onderwerp Tout. Je gebruikt deze vorm om een toekomstige toestand te beschrijven.
prêt In «Tout sera prêt» betekent prêt «klaar» en beschrijft het de toestand waarin alles zich later zal bevinden. Het staat na sera als onderdeel van de beoordeling van Tout. Je gebruikt être met prêt om aan te geven dat iets gereed is voor gebruik of een volgende gebeurtenis.
avant In «avant l'arrivée de notre invité» betekent avant «voordat» of «voor» en plaatst het de aankomst na een eerder voltooid moment: alles is dan al klaar. Het staat vóór l'arrivée, een zelfstandig naamwoord voor de gebeurtenis. Je gebruikt het om de volgorde van twee gebeurtenissen aan te geven.
l'arrivée In «avant l'arrivée de notre invité» betekent l'arrivée «de aankomst» van de gast. De vorm bestaat uit het lidwoord l' en het zelfstandig naamwoord arrivée; l' wordt gebruikt vóór de klinker aan het begin van arrivée. Je gebruikt dit om naar het moment of de gebeurtenis van aankomen te verwijzen.
de In «l'arrivée de notre invité» verbindt de l'arrivée met degene die aankomt en betekent het hier «van». Het staat tussen het zelfstandig naamwoord voor de gebeurtenis en de persoon die erbij hoort. Je gebruikt de om een relatie tussen een gebeurtenis en een persoon of zaak uit te drukken.

Grammatica

petit → petite

petite assiette

puh-tiet a-sjèt

klein bord

Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het vrouwelijke zelfstandig naamwoord aan: petit wordt petite.

quelques + meervoud

quelques biscuits

kèl-kuh bis-kwi

enkele koekjes

Na quelques staat een zelfstandig naamwoord altijd in het meervoud.

Frans woordenschat

arriver werkwoord
arrivé aankomen
bientôt bijwoord
bjèng-too binnenkort
bouilloire zelfstandig naamwoord
boe-jwar waterkoker
café zelfstandig naamwoord
ka-fé koffie
ce soir uitdrukking
suh swar vanavond
eau zelfstandig naamwoord
oo water
faire bouillir uitdrukking
fèr boe-jier laten koken
invité zelfstandig naamwoord
èn-vité gast

Notre invité

meilleur bijvoeglijk naamwoord
mè-jur beter
probablement bijwoord
pro-ba-bluh-mang waarschijnlijk
servir werkwoord
sèr-vir serveren sert
thé zelfstandig naamwoord
thee

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Onze gast komt zo aan.

Antwoord tonenNotre invité va bientôt arriver.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

aankomen

Antwoord tonenarriver

gast

Antwoord toneninvité

serveren

Antwoord tonensert

waarschijnlijk

Antwoord tonenprobablement