Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een lichte snack kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Je veux un en-cas.
zje vuh uhn an-ká Ik wil een tussendoortje.Je n'ai pas très faim.
zje nee pah treh fehn Ik heb niet veel honger.Alors, choisis quelque chose de léger, comme un yaourt.
a-lor, sjwa-zie kelk sjooz duh lee-zjee, kom uhn ja-oer Kies dan iets lichts, zoals yoghurt.Est-ce qu'on a aussi des noix ?
ès-kon a oo-sie dee nwa? Hebben we ook noten?Il y en a dans le placard.
il jie an-na dan luh pla-kar Er liggen er een paar in de kast.Un yaourt avec des noix, ça a l'air bon.
uhn ja-oer avek dee nwa, sa a leer bohn Yoghurt met noten klinkt lekker.Prends un petit bol.
pran uhn puh-tie bol Pak een kleine kom.Ce n'est pas trop.
suh neh pah troh Het is niet te veel.Je vais en faire un maintenant.
zje veh an fehr uhn men-tuh-nan Ik maak er nu een.Laisse-moi quelques noix, s'il te plaît.
less-mwa kelk nwa, sil tuh pleh Laat wat noten voor mij over, alsjeblieft.Uitleg van de zinnen
Je veux un en-cas.
Ik wil een tussendoortje.
- Je
- ik
- veux
- wil
- un
- een
- en-cas
- tussendoortje
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”. Het is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Voor een andere persoon gebruik je bijvoorbeeld tu (“jij”) of il/elle (“hij/zij”), afhankelijk van de bedoelde persoon. veux is hier de vorm van het werkwoord vouloir (“willen”) in de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. De combinatie je veux betekent “ik wil”. Voorbeeld: Je veux du thé. — “Ik wil thee.” un is een onbepaald lidwoord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In deze zin introduceert het een tussendoortje, maar het drukt op zichzelf geen expliciete telhandeling uit. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is une; in het meervoud gebruik je doorgaans des. en-cas is het zelfstandig naamwoord voor een kleine hap of iets dat je tussen maaltijden eet: “een tussendoortje”. Voorbeeld: C'est un en-cas simple. — “Dat is een eenvoudig tussendoortje.” Samen vormen Je veux + un en-cas de betekenis “Ik wil een tussendoortje.” Het lidwoord un hoort bij het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord en-cas, en veux geeft aan dat de spreker dit wil.
Je n'ai pas très faim.
Ik heb niet veel honger.
- Je
- ik
- n'ai
- heb
- pas
- niet
- très
- erg
- faim
- honger
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”. Het is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker; vergelijk bijvoorbeeld Je veux... = “Ik wil...”. n'ai bevat de vorm ai, de tegenwoordige tijd van avoir bij je: j'ai = “ik heb”. Hier staat vóór die werkwoordsvorm ook het ontkennende ne, dat vóór een klinker tot n' wordt verkort. De volledige ontkenning ontstaat pas samen met pas verderop: ne ... pas. pas is het tweede deel van de gewone Franse ontkenning ne ... pas. Samen met n'ai maakt het de betekenis “heb niet”; pas betekent hier dus niet zelfstandig een los “niet” buiten die constructie. très versterkt een bijwoord of bijvoeglijk naamwoord, zoals “erg” of “heel”. In deze zin versterkt het de mate van faim: de spreker heeft niet veel honger, niet simpelweg helemaal geen honger. Een voorbeeld is très léger = “heel licht”. faim is het zelfstandig naamwoord “honger”. Frans gebruikt hiervoor de vaste constructie avoir faim, letterlijk opgebouwd met avoir (“hebben”) en faim (“honger”): J'ai faim betekent “Ik heb honger”. Het zelfstandig naamwoord blijft in deze constructie staan; het is niet een werkwoordsvorm voor “hongeren”. Samen vormen n'ai en pas de ontkenning, terwijl très de mate van faim beperkt: Je n'ai pas très faim. betekent “Ik heb niet veel honger.” De zin zegt dus dat de spreker wel over honger spreekt, maar dat die honger niet sterk is.
Alors, choisis quelque chose de léger, comme un yaourt.
Kies dan iets lichts, zoals yoghurt.
- Alors
- dan
- choisis
- kies
- quelque chose
- iets
- léger
- licht
- comme
- zoals
- yaourt
- yoghurt
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en markeert de overgang naar een voorstel of aansporing. Het kan in andere contexten ook “dus” of “nou” betekenen; de vertaling hier ondersteunt de opeenvolging: omdat de spreker niet veel honger heeft, volgt een suggestie. choisis is de gebiedende wijs van choisir (“kiezen”) voor één aangesproken persoon. De vorm is hier een aansporing, niet een beschrijving van wat iemand gewoonlijk kiest. Bijvoorbeeld: Choisis une pomme. — “Kies een appel.” quelque chose is een onbepaald voornaamwoord en betekent “iets”, letterlijk een niet nader bepaald ding. In quelque chose de léger staat het bijvoeglijk naamwoord in de constructie quelque chose de + adjectief: zo beschrijf je iets waarvan de precieze identiteit nog niet genoemd is. quelque chose is grammaticaal mannelijk enkelvoud, wat hier de vorm léger ondersteunt. léger betekent hier “licht”, in de zin van licht voedsel. De basisvorm is léger; het vrouwelijke enkelvoud is légère, bijvoorbeeld in une soupe légère — “een lichte soep”. In de vaste uitdrukking quelque chose de léger blijft de hier vereiste mannelijke enkelvoudsvorm zichtbaar. comme betekent hier “zoals” en leidt een voorbeeld of vergelijking in. Het zegt niet dat het genoemde voorbeeld het enige mogelijke is. Bijvoorbeeld: Je veux quelque chose de chaud, comme une soupe. — “Ik wil iets warms, zoals soep.” yaourt is het zelfstandig naamwoord voor “yoghurt”. un yaourt noemt yoghurt als voorbeeld van het lichte voedsel; het lidwoord un maakt in deze zin niet op zichzelf een expliciete hoeveelheid tot de hoofdboodschap. Samen vormt choisis quelque chose de léger de aansporing “kies iets lichts”. comme un yaourt geeft daarvan een voorbeeld: “zoals yoghurt”. Alors verbindt dit voorstel met de voorafgaande mededeling dat de spreker niet veel honger heeft. De hele uiting betekent daarom: “Kies dan iets lichts, zoals yoghurt.”
Est-ce qu'on a aussi des noix ?
Hebben we ook noten?
- Est-ce qu'on
- is het dat we …?
- a
- hebben
- aussi
- ook
- noix
- noten
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'on is een vaste manier om in het Frans een gewone ja-neevraag te openen. est-ce que maakt van de mededeling een vraag; on betekent hier we en krijgt grammaticaal dezelfde werkwoordsvorm als de derde persoon enkelvoud. Het is dus niet nodig om on als meervoud te behandelen. a komt van avoir en is de tegenwoordige tijd voor on: on a = we hebben. Vergelijk: j’ai = ik heb, tu as = jij hebt, il/elle/on a = hij/zij/men/we hebben. Voorbeeld: On a du pain. — We hebben brood. aussi betekent hier ook. Het voegt dit bezit toe aan iets dat al eerder ter sprake kwam. Voorbeeld: On a aussi du fromage. — We hebben ook kaas. noix betekent hier noten. Het zelfstandig naamwoord heeft in het enkelvoud en meervoud dezelfde geschreven vorm: une noix = een noot, des noix = noten. In deze zin maakt des (niet opgenomen in de geselecteerde frases) duidelijk dat het om meervoud gaat. Voorbeeld: J’achète des noix. — Ik koop noten. Samen vormen de delen: Est-ce que + on a + aussi + des noix → Est-ce qu’on a aussi des noix ? Dat betekent: Hebben we ook noten? De vraag gebruikt dus een neutrale vraagconstructie en vraagt of noten eveneens tot wat we hebben behoren.
Il y en a dans le placard.
Er liggen er een paar in de kast.
- Il y en a
- er zijn er een paar
- dans
- in
- placard
- kast
Uitgebreide uitleg
Il y en a is een vaste Franse aanwezigheidsconstructie: letterlijk is de vorm niet woord voor woord hetzelfde als het Nederlandse “er zijn er een paar”. il is hier een onpersoonlijk onderwerp, y hoort bij de constructie “er …”, en en verwijst naar een niet-herhaalde hoeveelheid van iets dat al bekend is. In deze context verwijst en naar de noten uit de vorige zin. a is de derde persoon enkelvoud van avoir (“hebben”): avoir → il/elle a. De constructie kan zowel enkelvoud als meervoud aanduiden; het aantal blijkt uit de context of uit een toegevoegd telwoord. Bijvoorbeeld: Il y en a trois. — “Er zijn er drie.” dans betekent “in” en leidt hier de plaatsbepaling in. Het is een voorzetsel; het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. dans la boîte betekent bijvoorbeeld “in de doos”. placard betekent “kast”, specifieker een kast of opbergruimte. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is placards. In de volledige woordgroep staat le placard: le is het bepaald lidwoord bij dit mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Het lidwoord maakt duidelijk dat naar een bepaalde kast wordt verwezen, niet naar een willekeurige kast. Samen vormen de delen: Il y en a (“er zijn er een paar”) + dans le placard (“in de kast”). De hele zin betekent dus: “Er liggen er een paar in de kast.” De Franse constructie zegt hier dat er enkele van de eerder genoemde noten aanwezig zijn; de plaats wordt daarna toegevoegd met dans.
Un yaourt avec des noix, ça a l'air bon.
Yoghurt met noten klinkt lekker.
- yaourt
- yoghurt
- avec
- met
- noix
- noten
- ça
- dat; dit
- a l'air
- lijkt; ziet eruit
- bon
- lekker
Uitgebreide uitleg
yaourt betekent hier ‘yoghurt’. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is yaourts. In un yaourt staat un bij een enkelvoudig, onbepaald zelfstandig naamwoord; het drukt hier niet zelfstandig uit dat er precies één wordt gegeten. avec betekent ‘met’ en verbindt yaourt met wat erbij hoort: un yaourt avec des noix = ‘yoghurt met noten’. Voorbeelden: un café avec du lait = ‘koffie met melk’; du pain avec du fromage = ‘brood met kaas’. noix betekent hier ‘noten’. De spelling is in het enkelvoud en meervoud hetzelfde: une noix, des noix; het lidwoord maakt het getal zichtbaar. ça is een veelgebruikt aanwijzend voornaamwoord met de betekenis ‘dat’ of ‘dit’. Hier verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar de genoemde combinatie van yoghurt met noten. De vorm ça geeft zelf niet het grammaticale geslacht van het bedoelde aan. In formeler taalgebruik komt ook cela voor. De voorafgaande woordgroep is een onderwerpachtige thematische inleiding; ça is het onderwerp van a l'air. a l'air hoort bij de uitdrukking avoir l'air, die hier ‘lijken’ of ‘eruitzien’ betekent. a is de derde persoon enkelvoud van avoir; in het meervoud staat bijvoorbeeld ont: Les fruits ont l'air bons = ‘Het fruit ziet er lekker uit’. Het patroon is avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord: Ça a l'air facile = ‘Dat lijkt makkelijk’. bon betekent hier ‘lekker’ of ‘goed van smaak’. Het is een bijvoeglijk naamwoord met als basisvorm bon; andere vormen zijn onder meer bonne, bons en bonnes, afhankelijk van geslacht en getal van het woord of de referent waarmee het overeenkomt. In deze zin staat de waargenomen vorm bon in de mannelijke enkelvoudsvorm. Bijvoorbeeld: Cette soupe a l'air bonne = ‘Deze soep ziet er lekker uit’. Eerst wordt un yaourt avec des noix als onderwerpachtige woordgroep genoemd. Daarna beoordeelt ça die genoemde combinatie: Ça a l'air bon betekent ‘Dat lijkt lekker’. De volledige uiting betekent dus: ‘Yoghurt met noten klinkt lekker.’
Prends un petit bol.
Pak een kleine kom.
- Prends
- neem / pak
- petit
- klein
- bol
- kom
Uitgebreide uitleg
Prends betekent hier “pak” of “neem”. Het is de gebiedende wijs van prendre (“nemen”) voor tu (jij). In een bevel staat het onderwerp vaak niet apart: Prends ... = “Pak ...”. Voorbeeld: Prends le livre. — “Pak het boek.” petit betekent hier “klein” en beschrijft bol. Het bijvoeglijk naamwoord staat in de gewone vorm voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is petite; het meervoud is petits of petites, afhankelijk van het geslacht van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: une petite tasse — “een klein kopje”. bol betekent “kom”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un bol. Het meervoud is des bols. Het lidwoord un markeert hier een onbepaalde kom; op zichzelf legt het geen exact aantal vast. Samen vormen de delen Prends un petit bol.: het bevel Prends wordt gevolgd door wat iemand moet nemen, namelijk un petit bol, “een kleine kom”. De volledige betekenis is: “Pak een kleine kom.”
Ce n'est pas trop.
Het is niet te veel.
- Ce n'est pas
- Het is niet
- trop
- te veel
Uitgebreide uitleg
Ce n’est pas betekent hier “het is niet”. Ce is een aanwijzend/algemeen onderwerp in deze vaste uitdrukking; in combinatie met est verwijst het hier naar de hoeveelheid die in de situatie wordt besproken, zonder dat de tekst zelf een specifieker zelfstandig naamwoord noemt. est is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”) bij een enkelvoudig onderwerp. De spelling n’est is ontstaan door de weglating van de klinker in ne vóór est; samen met pas vormt dit de gewone Franse ontkenning: ne ... pas. In informele spreektaal kan ne soms worden weggelaten, maar deze zin bevat de volledige vorm. Trop betekent hier “te veel”: het geeft aan dat een hoeveelheid boven een passende of bedoelde grens ligt. Het kan ook vóór een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord staan met de betekenis “te”, bijvoorbeeld: C’est trop grand. — “Het is te groot.” Dat is een ander patroon dan het zelfstandige gebruik in deze zin, waar trop naar een hoeveelheid verwijst zonder dat het gemeten ding opnieuw wordt genoemd. Samen vormen de delen Ce n’est pas + trop de betekenis “Het is niet te veel.” De zin ontkent dus dat de besproken hoeveelheid de grens van “te veel” overschrijdt. De formulering is kort en natuurlijk in een gesprek over een hoeveelheid; trop blijft daarbij onveranderd.
Je vais en faire un maintenant.
Ik maak er nu een.
- Je vais
- ik ga
- en
- er ... van
- faire
- maken
- un
- een
- maintenant
- nu
Uitgebreide uitleg
Je vais is een vaste combinatie van het onderwerp je (“ik”) met de vervoegde vorm vais van aller (“gaan”). Met daarna een infinitief vormt dit in het Frans de nabije toekomst: je vais + infinitief = “ik ga …” of “ik zal …”. Voorbeelden: Je vais partir. = “Ik ga vertrekken.”; Je vais répondre. = “Ik ga antwoorden.” en is hier een voornaamwoord met de betekenis “ervan” of “er … van”. Het verwijst naar iets dat al uit de context bekend is, zonder dat het opnieuw wordt genoemd. In Je vais en faire un staat het vóór de infinitief faire, zoals zulke voornaamwoorden vaak vóór het werkwoordelijke deel van de constructie staan. De vorm en verandert niet mee met persoon of getal. faire is de infinitief van “maken/doen”. In deze zin betekent het “maken”, na vais: je vais faire = “ik ga maken”. De vervoegde vormen hebben een eigen stam- en vormpatroon: je fais = “ik maak”, maar na vais blijft faire een infinitief. Voorbeeld: Nous allons faire un gâteau. = “Wij gaan een taart maken.” un betekent hier “één/een” en staat zelfstandig voor het niet nader genoemde ding dat gemaakt wordt. Het is dus niet het zelfstandig naamwoord zelf, maar een kort vervangend woord voor “één exemplaar”. De vorm un kan ook als onbepaald lidwoord vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld un gâteau = “een taart”; in de gegeven zin staat er geen zelfstandig naamwoord achter. maintenant betekent “nu” en geeft aan dat de handeling op het huidige moment of vanaf nu plaatsvindt. Voorbeeld: Je commence maintenant. = “Ik begin nu.” Samen vormen de delen Je vais + en faire + un + maintenant de betekenis: “Ik ga er nu een maken.” De constructie je vais + infinitief maakt duidelijk dat de spreker het maken nu gaat uitvoeren; en verwijst naar iets dat al bekend is, en un zegt dat er één exemplaar van wordt gemaakt.
Laisse-moi quelques noix, s'il te plaît.
Laat wat noten voor mij over, alsjeblieft.
- Laisse-moi
- laat voor mij over
- quelques
- enkele / wat
- noix
- noten
- s'il te plaît
- alsjeblieft
Uitgebreide uitleg
Laisse-moi is hier een informele gebiedende wijs van laisser (“laten” of “achterlaten”) met moi (“mij”) als beklemtoond voornaamwoord. In deze combinatie betekent het “laat voor mij over”. Bij een bevestigende gebiedende wijs staat zo’n voornaamwoord in het Frans achter de werkwoordsvorm en wordt het met een koppelteken verbonden: Laisse-moi .... De vorm laisse is gericht aan één persoon met tu; de slot-s staat hier niet op de gebiedende wijs. Voorbeeld: Écoute-moi. — “Luister naar mij.” quelques geeft bij een meervoudig zelfstandig naamwoord een onbepaalde, kleine of niet nader bepaalde hoeveelheid aan: “enkele” of natuurlijker “wat”. Het noemt geen exact aantal. Het staat vóór noix en blijft in deze vorm bij het meervoud; het is niet zelf het woord dat het meervoud markeert. noix betekent hier “noten”. De vorm is het meervoud van noix; ook het enkelvoud wordt geschreven noix, dus de vorm verandert in de spelling niet. Het aantal blijkt hier uit quelques en uit de betekenis van de zin. Voorbeeld: une noix — “een noot”; des noix — “noten”. S'il te plaît is de vaste beleefde toevoeging “alsjeblieft”. Letterlijk bevat de uitdrukking een vorm van plaire (“bevallen”), maar in deze vaste gebruiksvorm vraag je vriendelijk iets aan één persoon met tu. Tegen meerdere personen of in een formele aanspreekvorm komt s'il vous plaît voor; dat is een andere vorm van het voornaamwoord. Samen vormt Laisse-moi quelques noix de vraag om enkele noten voor de spreker te bewaren of niet allemaal te gebruiken. S'il te plaît verzacht die gebiedende vraag tot “Laat wat noten voor mij over, alsjeblieft.”
Grammatica
quelque chose de + adjectif
quelque chose de léger
kelk sjooz duh lee-zjeeiets lichts
Na quelque chose komt de vóór een bijvoeglijk naamwoord: de lichte dingen.
avoir l’air + adjectif
avoir l’air bon
a-vwaar leer bohner lekker uitzien
Avoir l’air betekent ‘eruitzien’ of ‘lijken’ en wordt gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord.
Frans woordenschat
Alors, choisis quelque chose de léger.
Est-ce qu'on a aussi des noix ?
Alors, choisis quelque chose de léger.
Je n'ai pas très faim.
quelque chose de léger
avec des noix
Il y en a dans le placard.
Choisis quelque chose de léger.
Je n'ai pas très faim.
Je veux un en-cas.
comme un yaourt
Je veux un en-cas.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik wil een tussendoortje.
Antwoord tonen
Je veux un en-cas.Ik heb niet veel honger.
Antwoord tonen
Je n'ai pas très faim.Pak een kleine kom.
Antwoord tonen
Prends un petit bol.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
kiezen
Antwoord tonen
choisishonger
Antwoord tonen
faimlicht
Antwoord tonen
légerdan