Restons
‘Restons’ betekent hier ‘laten we blijven bij’ of ‘laten we ons houden aan’. Het is de vorm van rester in een voorstel aan meerdere personen; in ‘Restons sur la liste de courses’ hoort het bij sur en de lijst. Gebruik dit patroon om samen voor te stellen ergens bij te blijven.
sur
‘Sur’ betekent hier ‘bij’ of letterlijk ‘op’ in de uitdrukking ‘sur la liste de courses’. Samen geeft die uitdrukking aan dat je de boodschappenlijst als leidraad volgt. Je kunt sur ook gebruiken voor een plaats op een oppervlak, maar deze dialoog gebruikt het in de vaste combinatie met een lijst.
la
‘La’ is hier het bepaald lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord liste: ‘de lijst’. Het staat vóór ‘liste’ in ‘la liste de courses’. Gebruik la vóór een specifiek vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
liste
‘Liste’ betekent hier ‘lijst’, namelijk de boodschappenlijst. In ‘la liste de courses’ wordt het nader bepaald door de woorden die erop volgen. Een bruikbaar patroon is ‘une liste de ...’ voor een lijst van iets.
de
‘De’ verbindt hier liste met courses en geeft aan waarvan de lijst is: een lijst voor boodschappen. In ‘la liste de courses’ staat de hele combinatie voor ‘boodschappenlijst’. Gebruik de voor een zelfstandig naamwoord dat het soort of doel van een ander zelfstandig naamwoord specificeert.
courses
‘Courses’ betekent hier ‘boodschappen’ in de vaste uitdrukking ‘la liste de courses’. Het meervoud verwijst naar het doen of de inhoud van boodschappen. Gebruik ‘faire les courses’ voor boodschappen doen en ‘une liste de courses’ voor een boodschappenlijst.
Comme
‘Comme’ betekent hier ‘zo’ in ‘Comme ça’: op deze manier. Het verwijst naar de afspraak om de lijst te volgen en leidt naar het verwachte gevolg. Een bruikbaar patroon is ‘Comme ça, ...’ om een resultaat van een voorgestelde manier aan te geven.
ça
‘Ça’ betekent hier ‘dat’ of ‘zo’ en verwijst naar wat de gesprekspartners net gaan doen. Samen met comme vormt het ‘Comme ça’, oftewel ‘zo’ of ‘op die manier’. Gebruik ‘ça’ vaak om naar een situatie, handeling of eerder genoemde zaak te verwijzen.
on
‘On’ is hier het onderwerp met de betekenis ‘we’: de twee personen zullen niet te veel kopen. In ‘Comme ça, on n’achètera pas trop’ staat on vóór de werkwoordgroep. Gebruik on in alledaagse taal vaak voor ‘we’ wanneer de spreker zichzelf met anderen bedoelt.
n’achètera
‘N’achètera’ betekent hier ‘zal niet kopen’. Het is de toekomstige vorm van acheter; n’ is het eerste deel van de ontkenning die samen met pas werkt. Gebruik het patroon ‘on n’achètera pas ...’ om te zeggen dat men iets niet zal kopen.
pas
‘Pas’ is hier het tweede deel van de Franse ontkenning in ‘n’achètera pas’: ‘zal niet kopen’. Het staat na de vervoegde werkwoordsvorm. Gebruik ‘ne ... pas’ rond een vervoegd werkwoord om een ontkenning te maken.
trop
‘Trop’ betekent hier ‘te veel’ en hoort bij kopen: de gesprekspartners willen niet te veel boodschappen kopen. In ‘n’achètera pas trop’ staat het na de ontkende werkwoordsvorm. Gebruik trop vóór of naargelang de constructie bij een hoeveelheid die boven het gewenste niveau ligt.
Où
‘Où’ betekent hier ‘waar’ en opent de vraag naar de plaats van de pasta en de rijst. In ‘Où sont les pâtes et le riz ?’ staat het vóór de werkwoordsvorm. Gebruik ‘Où sont ... ?’ om naar de plaats van meerdere dingen te vragen.
sont
‘Sont’ betekent hier ‘zijn’ en geeft samen met ‘Où’ aan waar de pasta en de rijst zich bevinden. Het is de meervoudsvorm van être die bij les pâtes et le riz hoort. Een bruikbaar vraagpatroon is ‘Où sont ... ?’.
les
‘Les’ is hier het bepaald lidwoord voor meervoud: ‘de’ in ‘les pâtes’. Het verwijst naar de specifieke pasta waarnaar de gesprekspartner vraagt. Gebruik les vóór bepaalde zelfstandige naamwoorden in het meervoud.
pâtes
‘Pâtes’ betekent hier ‘pasta’ en staat in de meervoudsvorm in ‘les pâtes’. Het is een van de producten die de gesprekspartners in de winkel zoeken. Gebruik ‘les pâtes’ wanneer je naar pasta als levensmiddel verwijst.
et
‘Et’ betekent ‘en’ en verbindt hier ‘les pâtes’ met ‘le riz’. Het maakt van beide producten samen het onderwerp van de vraag. Gebruik et om woorden of woordgroepen naast elkaar te plaatsen.
le
‘Le’ is hier het bepaald lidwoord bij het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord riz: ‘de rijst’. Het staat vóór ‘riz’ in ‘le riz’. Gebruik le vóór een specifiek mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
riz
‘Riz’ betekent ‘rijst’ en verwijst hier naar het product dat samen met de pasta gezocht wordt. In ‘le riz’ staat het met het bepaald lidwoord le. Gebruik ‘le riz’ wanneer je over rijst als voedingsmiddel spreekt.
Ils
‘Ils’ betekent hier ‘ze’ of ‘zij’ en verwijst naar de pasta en de rijst als de producten waarnaar gevraagd werd. Het is een mannelijk of gemengd meervoudig onderwerp in ‘Ils sont dans le rayon ...’. Gebruik ils om naar meerdere mannelijke of gemengde personen of zaken te verwijzen.
dans
‘Dans’ betekent hier ‘in’ en geeft de plaats aan waar de producten zich bevinden. In ‘dans le rayon des produits secs’ staat het vóór de plaatsbepaling. Gebruik dans met een ruimte, afdeling of andere plaats waarin iets zich bevindt.
rayon
‘Rayon’ betekent hier ‘afdeling’ of ‘gangpad’ in een supermarkt. Samen met ‘dans le rayon’ geeft het aan waar de producten te vinden zijn. Gebruik ‘le rayon de ...’ om een winkelafdeling voor een bepaald soort product aan te duiden.
des
‘Des’ betekent hier ‘van de’ in ‘le rayon des produits secs’ en verbindt de afdeling met de producten die er liggen. Het is de vorm die in deze meervoudige combinatie bij producten staat. Gebruik ‘le rayon des ...’ om een afdeling met een bepaalde productgroep te benoemen.
produits
‘Produits’ betekent ‘producten’ en vormt samen met secs de naam van de supermarktgroep ‘droge producten’. Het meervoud past bij de algemene productgroep in ‘des produits secs’. Gebruik produits voor artikelen of waren die in een winkel verkrijgbaar zijn.
secs
‘Secs’ betekent hier ‘droog’ en beschrijft de producten in ‘les produits secs’. De vorm sluit aan bij het meervoudige produits. Gebruik ‘produits secs’ voor droge voedingsmiddelen zoals pasta en rijst.
Ce
‘Ce’ wijst hier op het product dat wordt aangewezen of geïdentificeerd in ‘Ce sont les pâtes ...’. Samen met sont betekent de volledige constructie ‘dit zijn’ of ‘dat zijn’; ce alleen draagt niet die hele betekenis. Gebruik ‘Ce sont ...’ om meerdere zaken te identificeren.
que
‘Que’ verwijst hier naar de pasta in ‘les pâtes que nous avons achetées’ en leidt de bijzin ‘die we gekocht hebben’ in. Het verbindt het genoemde product met de handeling acheter. Gebruik ‘le produit que ...’ om een product te beschrijven met een bijzin.
nous
‘Nous’ betekent hier ‘wij’ en is degene die de pasta eerder gekocht heeft. In ‘que nous avons achetées’ staat het als onderwerp vóór avons. Gebruik nous wanneer de spreker zichzelf samen met anderen als onderwerp noemt.
avons
‘Avons’ betekent hier ‘hebben’ en helpt samen met ‘achetées’ om te zeggen dat de aankoop eerder heeft plaatsgevonden. Het is de vorm van avoir bij nous in ‘nous avons acheté’. Gebruik ‘nous avons ...’ om een handeling uit het verleden met nous uit te drukken.
achetées
‘Achetées’ betekent hier ‘gekocht’ en verwijst naar de pasta die de gesprekspartners eerder gekocht hebben. Samen met ‘avons’ vormt het de verleden tijd in ‘nous avons achetées’; de uitgang sluit hier aan bij de eerder genoemde vrouwelijke meervoudsvorm pâtes. Gebruik ‘acheter’ met een product als object wanneer je over een aankoop spreekt.
dernière
‘Dernière’ betekent hier ‘laatste’ in de uitdrukking ‘la dernière fois’: de vorige of laatste keer. De vorm hoort bij het vrouwelijke woord fois. Gebruik ‘la dernière fois’ om naar de vorige gelegenheid te verwijzen.
fois
‘Fois’ betekent hier ‘keer’ in ‘la dernière fois’. Samen met dernière verwijst het naar een eerdere gelegenheid waarop de pasta gekocht werd. Gebruik ‘une fois’ of ‘la dernière fois’ om een gelegenheid of herhaling aan te duiden.
Mettons
‘Mettons’ betekent hier ‘laten we zetten’ of ‘laten we doen’. Het is een voorstel om één pak in het winkelwagentje te plaatsen: ‘Mettons un paquet dans le caddie’. Gebruik mettons aan het begin van een gezamenlijk voorstel met mettre.
un
‘Un’ betekent hier ‘één’ of ‘een’ en bepaalt het mannelijke enkelvoudige woord paquet. In ‘un paquet’ gaat het om één pak pasta. Gebruik un vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één exemplaar noemt.
paquet
‘Paquet’ betekent hier ‘pak’ of ‘verpakking’, namelijk één verpakking pasta. In ‘un paquet’ geeft het aan hoeveel er in het winkelwagentje gaat. Gebruik ‘un paquet de ...’ om een pak van een bepaald product te benoemen.
caddie
‘Caddie’ betekent hier ‘winkelwagentje’. In ‘dans le caddie’ is het de plaats waar het pak wordt gelegd. Gebruik ‘mettre quelque chose dans le caddie’ om te zeggen dat je iets in het winkelwagentje doet.
Après
‘Après’ betekent hier ‘na’ in ‘Après ça’: nadat dit gedaan is. Ça verwijst naar het in het winkelwagentje leggen van het pak. Gebruik ‘Après ça, ...’ om de volgende stap na een genoemde handeling aan te kondigen.
il
‘Il’ is hier een onpersoonlijk onderwerp in de vaste constructie ‘il nous faut’, niet ‘hij’. Samen met faut drukt de constructie uit dat iemand iets nodig heeft. Gebruik ‘il faut’ met een zelfstandig naamwoord of een infinitief om noodzakelijkheid uit te drukken.
faut
‘Faut’ betekent hier ‘nodig zijn’ in ‘il nous faut seulement du lait’. De volledige constructie zegt dat er alleen nog melk nodig is; nous geeft aan voor wie. Gebruik het patroon ‘il faut ...’ of ‘il nous faut ...’ voor wat nodig is.
seulement
‘Seulement’ betekent hier ‘alleen’ of ‘slechts’ en beperkt wat nog nodig is tot melk. In ‘il nous faut seulement du lait’ staat het vóór de genoemde hoeveelheid of zaak. Gebruik seulement om aan te geven dat er niets anders nodig is binnen de bedoelde context.
du
‘Du’ betekent hier ‘wat melk’ of ‘melk’ als een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord lait in ‘du lait’. Gebruik du vóór een niet-telbare mannelijke hoeveelheid, bijvoorbeeld bij eten of drinken.
lait
‘Lait’ betekent ‘melk’ en is het enige product dat na de pasta nog nodig is. In ‘du lait’ verwijst het naar een niet nader bepaalde hoeveelheid melk. Gebruik ‘du lait’ wanneer je melk als boodschappenproduct of hoeveelheid noemt.
Ensuite
‘Ensuite’ betekent hier ‘daarna’ of ‘vervolgens’ en kondigt de volgende stap aan. Na het halen van de melk kunnen de gesprekspartners naar de kassa gaan. Gebruik Ensuite aan het begin van een zin om handelingen in volgorde te verbinden.
pouvons
‘Pouvons’ betekent hier ‘kunnen’ en drukt uit dat de gesprekspartners daarna naar de kassa kunnen gaan. Het is de vorm van pouvoir bij nous en staat vóór de infinitief aller. Gebruik ‘nous pouvons + infinitief’ om te zeggen wat wij kunnen doen.
aller
‘Aller’ betekent hier ‘gaan’ en staat na ‘pouvons’ in ‘nous pouvons aller’. Het verwijst naar de beweging richting de kassa. Gebruik na een vervoegde vorm van pouvoir de infinitief voor de handeling die mogelijk is.
directement
‘Directement’ betekent hier ‘direct’ of ‘rechtstreeks’: zonder nog een andere afdeling te bezoeken. Het beschrijft hoe de gesprekspartners naar de kassa gaan. Gebruik directement bij een werkwoord om aan te geven dat iets zonder omweg gebeurt.
à
‘À’ geeft hier de bestemming aan in ‘aller directement à la caisse’: naar de kassa gaan. Het staat vóór de plaats waar iemand naartoe gaat. Gebruik ‘aller à ...’ om een bestemming aan te geven.
caisse
‘Caisse’ betekent hier ‘kassa’, de plaats waar je de boodschappen afrekent. In ‘à la caisse’ vormt het samen met à en la de bestemming van aller. Gebruik ‘aller à la caisse’ wanneer je naar de kassa gaat om te betalen.