Betalen en de tas controleren bij de kassa | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a shop checkout, a customer pays on a screen and asks staff to separate heavy and glass items while bagging..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Betalen en de tas controleren bij de kassa oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que cette caisse est ouverte maintenant ?

ès kə set kès èt oe-vèrt mèntuh-nang Is deze kassa nu open?
B

Vous pouvez poser vos articles ici.

voe poe-vé po-zé voe zar-tie-kl i-si U kunt uw boodschappen hier neerleggen.
A

Est-ce que je dois utiliser l'écran pour payer ?

ès kə zjuh dwaa uu-ti-li-zé lee-skrang poer pè-jé Moet ik het scherm gebruiken om te betalen?
B

Utilisez l'écran à votre droite.

uu-ti-li-zé lee-skrang aa voe-truh drwat Gebruik het scherm rechts van u.
A

Le sac semble trop plein.

luh sak sangbl troe plèng De tas voelt te vol aan.
B

Je peux mettre l'article lourd dans un autre sac.

zjuh puh mètr lar-tie-kl loer dang-zung no-truh sak Ik kan het zware artikel in een andere tas doen.
A

Mettez les articles en verre dans un sac séparé, s'il vous plaît.

mè-té lee zar-tie-kl ang vèr dang-zung sak see-pa-ré, sil voe plè Doe de glazen artikelen alstublieft in een aparte tas.
B

Je ferai attention en les mettant dans le sac.

zjuh fuh-ré a-tang-sjong ang lé mè-tang dang luh sak Ik zal voorzichtig zijn terwijl ik ze in de tas doe.

Woord voor woord

Est-ce que Est-ce que is een vaste vraagformule die hier van de mededeling over de kassa een vraag maakt: is deze kassa nu open? Est-ce vormt het vraagkader en que leidt de daaropvolgende zin in. Gebruik de hele formule vóór een gewone zin wanneer je beleefd een vraag stelt.
cette Cette betekent hier deze en wijst in cette caisse naar de bedoelde kassa. De vorm cette staat vóór het vrouwelijke enkelvoud caisse. Gebruik cette vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets specifieks aanwijst.
caisse Caisse betekent hier kassa, de plek waar je in de winkel afrekent. In cette caisse verwijst het naar één specifieke kassa. Je gebruikt caisse in winkelsituaties wanneer je naar een afrekenpunt verwijst.
est Est betekent hier is en verbindt cette caisse met de eigenschap ouverte. Est is de vorm van être die bij deze kassa hoort. Een bruikbaar patroon is onderwerp + est + eigenschap.
ouverte Ouverte betekent hier open en beschrijft de toestand van de kassa. Ouverte is de vorm van ouvert die bij het vrouwelijke caisse past. Je gebruikt être met ouverte om aan te geven dat een kassa, deur of andere vrouwelijke zaak open is.
maintenant Maintenant betekent nu en geeft aan dat de vraag over het huidige moment gaat. In ouverte maintenant staat het als tijdsaanduiding bij de toestand van de kassa. Je kunt maintenant gebruiken wanneer je wilt aangeven dat iets op dit moment geldt.
Vous Vous betekent hier u en is de aangesproken persoon in Vous pouvez poser vos articles ici. In s'il vous plaît verwijst vous ook naar de persoon aan wie je iets vraagt. Gebruik vous als onderwerp vóór een werkwoord of in een beleefde aanspreekvorm.
pouvez Pouvez betekent hier kunt en geeft aan dat de klant de boodschappen hier mag of kan neerleggen. Pouvez is een vorm van pouvoir. Gebruik pouvoir + een infinitief, zoals in Vous pouvez poser vos articles ici, om mogelijkheid of toestemming uit te drukken.
poser Poser betekent hier neerleggen en beschrijft wat de klant met de artikelen kan doen. Het staat als infinitief na pouvez in poser vos articles ici. Gebruik poser + voorwerp + plaats wanneer je zegt dat iemand iets ergens neerlegt.
vos Vos betekent uw en verwijst in vos articles naar de artikelen van de aangesproken klant. Vos staat hier vóór het meervoud articles. Gebruik vos + een meervoudig zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid met de aangesprokene aan te geven.
articles Articles betekent hier artikelen of boodschappen die de klant bij zich heeft. In vos articles gaat het om de spullen die op de kassa worden gelegd. Je gebruikt articles in een winkel wanneer je naar afzonderlijke producten of voorwerpen verwijst.
ici Ici betekent hier en wijst naar de plek bij de kassa waar de klant de artikelen moet neerleggen. In poser vos articles ici staat ici na de handeling en het voorwerp. Gebruik ici om een plaats dicht bij de spreker of de bedoelde handeling aan te wijzen.
je Je betekent ik en is het onderwerp in je dois, Je peux en Je ferai. De hoofdletter in Je staat aan het begin van een zin; je staat verderop in de zin met een kleine letter. Gebruik je vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
dois Dois betekent hier moet of hoor te en vraagt of de spreker de kassa moet gebruiken. Dois is een vorm van devoir in je dois utiliser. Gebruik devoir + infinitief om een verplichting, noodzaak of verwachte handeling uit te drukken.
utiliser Utiliser betekent gebruiken en verwijst hier naar het scherm voor de betaling. Het staat als infinitief na je dois in je dois utiliser l'écran. Gebruik utiliser + een voorwerp wanneer je zegt welk hulpmiddel iemand gebruikt.
l'écran L'écran betekent het scherm dat de klant voor de betaling moet gebruiken. L' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór de klinkerklank aan het begin van écran. In utiliser l'écran staat het scherm als het specifieke voorwerp van utiliser.
pour Pour betekent hier om te en leidt het doel van het gebruiken van het scherm in. In pour payer staat pour vóór de infinitief payer. Gebruik pour + infinitief om het doel van een handeling uit te drukken.
payer Payer betekent betalen en benoemt hier het doel waarvoor de klant het scherm gebruikt. Het staat als infinitief na pour in pour payer. Je gebruikt payer in situaties waarin je het afrekenen van goederen of diensten beschrijft.
Utilisez Utilisez betekent gebruik en is hier een beleefde instructie aan de klant. Utilisez is een vorm van utiliser in de gebiedende wijs voor vous. Gebruik Utilisez + voorwerp wanneer je iemand beleefd vertelt welk hulpmiddel hij of zij moet gebruiken.
à À geeft hier de plaats aan in à votre droite: aan of rechts van de aangesproken persoon. Het staat vóór votre droite om een positie ten opzichte van iemand te beschrijven. Gebruik à in een plaatsaanduiding wanneer je zegt waar iets zich bevindt.
votre Votre betekent uw en verwijst in votre droite naar de rechterkant van de aangesproken persoon. Votre staat vóór het enkelvoudige droite. Gebruik votre + een enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets aan de aangesprokene toe te schrijven.
droite Droite betekent hier rechterkant of rechts en geeft de positie naast de klant aan. In à votre droite maakt het deel uit van de vaste plaatsaanduiding voor iemands rechterzijde. Je gebruikt deze aanduiding wanneer je iemand naar een plek aan diens rechterkant verwijst.
Le Le betekent hier de of het en verwijst naar de specifieke tas in Le sac semble trop plein en le sac. De hoofdletter Le staat aan het begin van de zin; verderop verschijnt dezelfde vorm als le. Gebruik le vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
sac Sac betekent tas en verwijst hier naar de boodschappentas bij de kassa. Het woord komt voor in Le sac, un autre sac en le sac. Je gebruikt sac wanneer je een tas benoemt waarin spullen worden meegenomen of opgeborgen.
semble Semble betekent hier lijkt of schijnt en geeft de indruk weer dat de tas te vol is. Semble is een vorm van sembler in Le sac semble trop plein. Gebruik sembler + eigenschap wanneer je iets beschrijft zoals het lijkt, zonder het als een absoluut feit te formuleren.
trop Trop betekent hier te en geeft aan dat de tas de gewenste of praktische hoeveelheid overschrijdt. In trop plein versterkt het trop de eigenschap plein. Gebruik trop + eigenschap wanneer iets meer is dan wenselijk of handig.
plein Plein betekent hier vol en beschrijft de toestand van de tas. In trop plein is plein de vorm die bij het mannelijke sac past. Je gebruikt plein na een werkwoord zoals semble om de toestand van een tas of andere ruimte te beschrijven.
peux Peux betekent hier kan en drukt uit dat de spreker het zware artikel in een andere tas kan doen. Peux is een vorm van pouvoir in Je peux mettre l'article lourd dans un autre sac. Gebruik je peux + infinitief om een mogelijkheid of aanbod vanuit jezelf uit te drukken.
mettre Mettre betekent hier doen of plaatsen en beschrijft het verplaatsen van het artikel naar een andere tas. Het staat als infinitief na peux in peux mettre l'article lourd dans un autre sac. Een bruikbaar patroon is mettre + voorwerp + dans + plaats of houder.
l'article L'article betekent het artikel en verwijst hier naar het zware product dat naar een andere tas wordt verplaatst. L' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór article. In mettre l'article lourd staat l'article als het voorwerp van de handeling.
lourd Lourd betekent hier zwaar en beschrijft het artikel dat de tas te vol of te zwaar kan maken. In l'article lourd staat lourd bij het mannelijke enkelvoud article. Je gebruikt lourd om het gewicht van een voorwerp te beschrijven.
dans Dans betekent hier in of naar binnen in en geeft de bestemming van het artikel aan. In mettre l'article lourd dans un autre sac staat dans vóór de tas waarin het artikel terechtkomt. Gebruik dans + houder of plaats na een werkwoord van verplaatsen.
un Un betekent een en introduceert in un autre sac een andere, niet eerder bepaalde tas. Het staat vóór het mannelijke enkelvoud sac. Gebruik un vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één niet-specifiek exemplaar noemt.
autre Autre betekent andere en maakt duidelijk dat het artikel niet in de huidige tas maar in een tweede tas komt. In un autre sac staat autre vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik un autre + zelfstandig naamwoord wanneer je een alternatief of tweede exemplaar bedoelt.
Mettez Mettez betekent doe of plaats en is hier een beleefde instructie om de glazen artikelen in een aparte tas te doen. Mettez is een vorm van mettre in de gebiedende wijs voor vous. Gebruik Mettez + voorwerp + dans + plaats wanneer je iemand vraagt iets ergens in te doen.
les Les betekent hier de en verwijst naar meerdere artikelen in les articles en verre. Het is het bepaalde lidwoord voor een meervoudig zelfstandig naamwoord. Gebruik les vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer de bedoelde voorwerpen bepaald zijn.
en En geeft hier het materiaal aan in les articles en verre: de artikelen zijn van glas. In deze betekenis staat en vóór het materiaal. Gebruik en + materiaal om te beschrijven waarvan iets gemaakt is.
verre Verre betekent hier glas en benoemt het materiaal van de artikelen. In articles en verre staat verre na en om de materiaalsoort aan te geven. Je gebruikt en verre wanneer je glazen voorwerpen of producten beschrijft.
séparé Séparé betekent hier apart en beschrijft de tas waarin de glazen artikelen moeten komen. In un sac séparé past séparé bij het mannelijke enkelvoud sac. Gebruik zelfstandig naamwoord + séparé wanneer iets bewust los van andere spullen wordt gehouden.
s'il vous plaît S'il vous plaît betekent alsjeblieft of alstublieft en maakt Mettez les articles en verre ... beleefder. S'il is de vaste samentrekking van si en il, vous verwijst naar de aangesprokene en plaît is de vorm die in deze beleefdheidsuitdrukking voorkomt. Gebruik de hele uitdrukking wanneer je beleefd iets vraagt.
ferai Ferai betekent hier zal doen in de toezegging dat de spreker voorzichtig zal zijn. Ferai is een vorm van faire in Je ferai attention. Gebruik Je ferai attention wanneer je iemand geruststelt dat je tijdens een handeling voorzichtig zult opletten.
attention Attention betekent hier aandacht of voorzichtigheid in Je ferai attention. De combinatie geeft als geheel aan dat de spreker voorzichtig zal zijn tijdens het inpakken. Je gebruikt deze combinatie wanneer je belooft zorgvuldig met iets of iemand om te gaan.
mettant Mettant betekent hier plaatsend of in de tas doend in en les mettant dans le sac. Mettant is een vorm van mettre; samen met en beschrijft het een handeling die gelijktijdig met de hoofdhandeling gebeurt. Gebruik en + een vorm op -ant om uit te leggen wat iemand ondertussen doet.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Vous pouvez utiliser la caisse maintenant.

voe poe-vé uu-ti-li-zé la kès mèntuh-nang

U kunt de kassa nu gebruiken.

Na een vervoegd werkwoord zoals pouvez blijft het tweede werkwoord in de infinitief: utiliser.

devoir + infinitif

Je dois payer.

zjuh dwaa pè-jé

Ik moet betalen.

Devoir drukt verplichting uit. Het volgende werkwoord staat in de infinitief: dois payer.

Frans woordenschat

article zelfstandig naamwoord
ar-tie-kl artikel articles

vos articles

caisse zelfstandig naamwoord
kès kassa

cette caisse

devoir werkwoord
duh-vwaar moeten dois

je dois utiliser

droite zelfstandig naamwoord
drwat rechterkant

à votre droite

écran zelfstandig naamwoord
ee-skrang scherm

utiliser l'écran

maintenant bijwoord
mèntuh-nang nu

ouverte maintenant

ouvert bijvoeglijk naamwoord
oe-vèr open ouverte

cette caisse est ouverte

payer werkwoord
pè-jé betalen

pour payer

poser werkwoord
po-zé neerleggen

poser vos articles

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen pouvez

Vous pouvez poser

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

le sac

utiliser werkwoord
uu-ti-li-zé gebruiken

utiliser l'écran

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

U kunt uw boodschappen hier neerleggen.

Antwoord tonenVous pouvez poser vos articles ici.

Gebruik het scherm rechts van u.

Antwoord tonenUtilisez l'écran à votre droite.

De tas voelt te vol aan.

Antwoord tonenLe sac semble trop plein.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

neerleggen

Antwoord tonenposer

artikel

Antwoord tonenarticles

kunnen

Antwoord tonenpouvez

nu

Antwoord tonenmaintenant