Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een ander perron vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Est-ce que tu as entendu l'annonce à l'instant ?
Es-ku tü aa antandu lanongs aa lèngstang? Heb je de omroep net gehoord?Le train part d'un autre quai.
Lu treng par deun nootr kee. De trein vertrekt van een ander perron.Le panneau indique que nous devons prendre l'autre quai.
Lu pano èngdikee kuh nuu duvong prangdr lootr kee. Op het bord staat dat we het andere perron moeten nemen.Alors, nous devons suivre les panneaux maintenant.
Al oor, nuu duvong swievr lee pano mèngt'nang. Dan moeten we nu de borden volgen.Est-ce que nous avons assez de temps pour y arriver ?
Es-ku nuu zavong assee duh tang poer ie arrivee? Hebben we genoeg tijd om daar te komen?Oui, si nous partons maintenant.
Wie, sie nuu partong mèngt'nang. Ja, als we nu vertrekken.Je garde mon billet prêt.
Juh gard mong bijè prè. Ik houd mijn ticket klaar.Garde-le à portée de main ; le personnel peut le vérifier avant de monter dans le train.
Gard-luh aa porte duh mèng; luh perssonèl puh luh verifiee avang duh mongtee dang luh treng. Houd het bij de hand; het personeel kan het controleren voordat we instappen.Uitleg van de zinnen
Est-ce que tu as entendu l'annonce à l'instant ?
Heb je de omroep net gehoord?
- Est-ce que
- vraaginleiding
- tu
- je (informeel)
- as entendu
- hebt gehoord
- l'annonce
- de omroep
- à l'instant
- net
Uitgebreide uitleg
Est-ce que staat aan het begin van een gewone Franse ja/nee-vraag. Het is een vaste vraaginleiding; de woorden erna behouden de normale woordvolgorde van een mededelende zin. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? = Kom je? tu is de informele enkelvoudige vorm van “jij”. De bijbehorende werkwoordsvorm hangt af van tu; voor een formele of meervoudige aanspreking wordt doorgaans vous gebruikt. In deze zin is tu degene aan wie de vraag wordt gesteld; de precieze identiteit van die persoon wordt niet verder genoemd. as entendu bestaat uit as, de tegenwoordige vorm van avoir bij tu, en entendu, het voltooid deelwoord van entendre (“horen”). Samen vormen ze de passé composé: hier “hebt gehoord”. Het voltooid deelwoord entendu blijft bij avoir in deze constructie in deze zin onveranderd. Vergelijk: J'ai entendu. = Ik heb gehoord. Een voorbeeld met een ander werkwoord: Tu as compris. = Je hebt het begrepen. l'annonce betekent hier “de omroep” of “de aankondiging”. Het zelfstandig naamwoord is annonce; l' is de bepaalde lidwoordvorm vóór een klinkerklank. Het woord kan in een andere context ook een aankondiging in bredere zin aanduiden, maar hier past de Nederlandse vertaling “omroep”. à l'instant betekent “net” of “zojuist”. Het verwijst hier naar een moment kort vóór het spreken. Het is iets anders dan à présent, dat “nu, op dit moment” betekent. Samen vormt Est-ce que tu as entendu l'annonce à l'instant ? de vraag: “Heb je de omroep net gehoord?” De vraaginleiding maakt er een ja/nee-vraag van; tu as entendu geeft aan dat de aangesprokene de handeling heeft verricht, l'annonce is wat die persoon heeft gehoord, en à l'instant plaatst het horen zojuist in de tijd.
Le train part d'un autre quai.
De trein vertrekt van een ander perron.
- train
- trein
- part
- vertrekt
- d'un
- van een
- autre
- ander
- quai
- perron
Uitgebreide uitleg
train betekent hier “trein”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un train = “een trein”, le train = “de trein”. Het meervoud is les trains. part is de vorm van het werkwoord partir (“vertrekken”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: le train part = “de trein vertrekt”. Vergelijk: je pars = “ik vertrek” en nous partons = “wij vertrekken”. De vorm part hoort dus bij het onderwerp le train. d'un betekent hier “van een”. Het is de samentrekking van de + un; voor een klinker wordt de meestal d'. Het patroon partir de + plaats betekent “vertrekken vanaf/van een plaats”. autre betekent hier “ander”. Het staat vóór quai en krijgt hier de vorm voor enkelvoud; autre heeft in het enkelvoud dezelfde vorm bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. In het meervoud staat autres, bijvoorbeeld d'autres quais = “van andere perrons”. quai betekent “perron”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un quai = “een perron”, les quais = “de perrons”. In deze zin is het perron de plaats waarvan de trein vertrekt. Samen vormen d'un autre quai en part het patroon partir d'un autre quai: “vanaf een ander perron vertrekken”. Met het onderwerp Le train betekent de volledige zin: “De trein vertrekt van een ander perron.”
Le panneau indique que nous devons prendre l'autre quai.
Op het bord staat dat we het andere perron moeten nemen.
- panneau
- bord
- indique
- geeft aan
- nous devons
- wij moeten
- prendre
- nemen
- autre
- andere
- quai
- perron
Uitgebreide uitleg
panneau betekent hier “bord” en is een zelfstandig naamwoord: un panneau, meervoud des panneaux. Het woord verwijst in deze zin naar het bord dat de informatie geeft; het grammaticale geslacht is mannelijk. indique komt van indiquer (“aangeven”, “vermelden”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: il/elle indique. De uitgang past hier bij le panneau, niet bij de inhoud van de boodschap. De constructie indiquer que ... leidt een mededeling in: “aangeven dat ...”. nous devons bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord nous (“wij”) en devons, de vorm van devoir voor nous in de tegenwoordige tijd. devoir drukt hier noodzaak uit: “moeten”. Vergelijk: je dois = “ik moet”, nous devons = “wij moeten”. Het onderwerp van deze verplichting is dus nous. prendre is de infinitief van prendre (“nemen”). Na devons staat de infinitief: nous devons prendre = “wij moeten nemen”. In deze stationscontext betekent prendre samen met quai dat men het andere perron moet nemen/gebruiken, zoals in de vaste vertaling; het is niet nodig om het als letterlijk vastpakken te begrijpen. Voorbeeld: Nous devons prendre le train. — “We moeten de trein nemen.” autre betekent hier “andere”. Het staat vóór quai en krijgt in deze vorm geen aparte mannelijke of vrouwelijke vorm: un autre quai, une autre voie; in het meervoud d'autres quais. In l'autre is l' de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinkerklank; autre blijft het bijvoeglijk naamwoord. quai betekent “perron” in deze context. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un quai, meervoud des quais. De combinatie l'autre quai betekent “het andere perron”. Samen vormen Le panneau indique que ... een hoofdzin met een que-zin als inhoud: “Het bord geeft aan dat ...”. Binnen die bijzin is nous devons prendre l'autre quai opgebouwd als “wij moeten het andere perron nemen”. Het volledige bericht is daarom: “Op het bord staat dat we het andere perron moeten nemen.”
Alors, nous devons suivre les panneaux maintenant.
Dan moeten we nu de borden volgen.
- Alors
- dan
- nous devons
- we moeten
- suivre
- volgen
- panneaux
- borden
- maintenant
- nu
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en verbindt deze uitspraak met de voorafgaande situatie. Het kan in andere contexten ook “dus” of “nou” betekenen; de precieze vertaling hangt van het verband af. Nous devons bestaat uit het onderwerp nous (“wij”) en de tegenwoordige vorm devons van devoir (“moeten”). Devons is de eerste persoon meervoud: nous devons. De constructie devoir + infinitief drukt uit dat iemand iets moet doen. Voorbeeld: Nous devons partir. — “We moeten vertrekken.” Het onderwerp van suivre wordt door nous geleverd. Suivre is de infinitief “volgen”. Na devons blijft het werkwoord in de infinitief staan: nous devons suivre, niet een vervoegde vorm van suivre. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld je suis, nous suivons; suis kan daardoor dezelfde spelling hebben als het werkwoord “zijn”, maar in je suis moet de context bepalen welke betekenis bedoeld is. Les panneaux betekent “de borden”. Panneaux is het meervoud van panneau; het einddeel -x hoort bij deze meervoudsvorm. Het bepaalde lidwoord les staat bij meervoudige zelfstandige naamwoorden. In de vaste zin gaat het om meerdere borden die gevolgd moeten worden; het eerdere contextzinnetje noemde daarnaast één specifiek bord met le panneau. Maintenant betekent “nu” en plaatst de handeling in het heden of op dit moment. Voorbeeld: Nous devons partir maintenant. — “We moeten nu vertrekken.” Samen vormen de delen: Alors (“dan”) + nous devons suivre (“we moeten volgen”) + les panneaux (“de borden”) + maintenant (“nu”). De volledige betekenis is dus: “Dan moeten we nu de borden volgen.”
Est-ce que nous avons assez de temps pour y arriver ?
Hebben we genoeg tijd om daar te komen?
- Est-ce que
- maakt een ja-neevraag
- nous
- wij
- avons
- hebben
- assez
- genoeg
- temps
- tijd
- pour
- om te
- y arriver
- daar komen
Uitgebreide uitleg
Est-ce que staat aan het begin van een ja-neevraag. Het verandert de woordvolgorde van de mededeling niet: Nous avons assez de temps wordt Est-ce que nous avons assez de temps ?. Een kort voorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? nous betekent hier wij en is het onderwerp. Het verwijst in deze zin naar de gezamenlijke groep waarvan de spreker deel uitmaakt; de precieze deelnemers worden niet verder benoemd. Als zelfstandig onderwerp staat nous vóór de persoonsvorm. In een andere constructie kan dezelfde vorm ook na een voorzetsel voorkomen, bijvoorbeeld avec nous — met ons. avons is de vorm van het werkwoord avoir — hebben — in de tegenwoordige tijd voor nous: nous avons. Het is dus de werkwoordsvorm die bij het onderwerp nous hoort. Vergelijk: j’ai — ik heb — en ils ont — zij hebben. Een voorbeeld: Nous avons une carte. — Wij hebben een kaart. assez betekent hier genoeg. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voor een zelfstandig naamwoord gebruikt het Frans de combinatie assez de + zelfstandig naamwoord, zoals in assez de temps — genoeg tijd. Voor een bijvoeglijk naamwoord staat assez ervoor: assez grand — groot genoeg. temps betekent hier tijd. In assez de temps gaat het om voldoende tijd voor de handeling die volgt. Temps is een mannelijk zelfstandig naamwoord; na assez de blijft de vorm temps staan. Een voorbeeld: Nous avons peu de temps. — Wij hebben weinig tijd. Peu de is hier het bruikbare contrast met assez de. pour leidt hier het doel of de beoogde handeling in en wordt gevolgd door een infinitief: pour + infinitief — om te ... . In pour y arriver koppelt het dus de beschikbare tijd aan het doel: tijd hebben om ergens te komen. Een voorbeeld: Il travaille pour apprendre. — Hij werkt om te leren. y arriver bestaat uit het voornaamwoord y en de infinitief arriver. Arriver betekent aankomen of ergens komen; in deze zin geeft y de bestemming weer, zodat de combinatie volgens de vaste vertaling daar komen betekent. Y staat vóór de infinitief in deze constructie. Vergelijk: Nous voulons y arriver. — Wij willen daar komen. Het voornaamwoord y verwijst hier naar de bestemming die in de zin als daar wordt weergegeven; de concrete plaats wordt niet genoemd. Samen vormt Est-ce que nous avons assez de temps pour y arriver ? de vraag of wij voldoende tijd hebben om daar te komen: Est-ce que maakt er een ja-neevraag van, nous avons assez de temps betekent dat wij genoeg tijd hebben, en pour y arriver noemt waarvoor die tijd nodig is.
Oui, si nous partons maintenant.
Ja, als we nu vertrekken.
- Oui
- ja
- si
- als
- nous
- wij
- partons
- vertrekken
- maintenant
- nu
Uitgebreide uitleg
Oui betekent hier “ja” en staat als zelfstandig antwoord aan het begin. Het is een bevestigend woord; het draagt niet zelf de voorwaarde. si betekent hier “als” en leidt de voorwaardelijke bijzin in: si + een gebeurtenis of toestand. Bijvoorbeeld: Si tu viens, nous partons. — “Als je komt, vertrekken we.” In deze zin maakt si duidelijk dat de hele daaropvolgende gebeurtenis de voorwaarde vormt. nous betekent hier “wij” en is het onderwerp van partons. Het is de onderwerpsvorm voor de eerste persoon meervoud. Frans gebruikt ook nous als voorwerpsvorm, bijvoorbeeld in Il nous voit — “Hij ziet ons”; de grammaticale rol blijkt daar uit de zinsbouw. partons is de vorm van het werkwoord partir (“vertrekken”) in de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud: nous partons. De vorm past dus bij het onderwerp nous. Bijvoorbeeld: Nous partons demain. — “Wij vertrekken morgen.” maintenant is een bijwoord dat “nu” betekent. Het bepaalt wanneer het vertrekken plaatsvindt. Bijvoorbeeld: Je pars maintenant. — “Ik vertrek nu.” Samen vormen si nous partons maintenant de voorwaarde “als we nu vertrekken”. Oui bevestigt die voorafgaande gedachte, zodat de volledige uiting betekent: “Ja, als we nu vertrekken.”
Je garde mon billet prêt.
Ik houd mijn ticket klaar.
- Je
- ik
- garde
- houd bij; bewaar
- mon
- mijn
- billet
- ticket
- prêt
- klaar
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik” en is het onderwerp. Het is de eerste persoon enkelvoud; een bruikbaar contrast is tu voor “jij” in directe aanspreking. Voorbeeld: Je voyage demain. — “Ik reis morgen.” garde is de vorm van garder in de tegenwoordige tijd bij je: je garde. In deze zin betekent garder dat je iets bij je houdt of bewaart; het betekent hier niet “bewaken” als aparte betekenis. Voorbeeld: Je garde la clé. — “Ik houd de sleutel bij me.” mon betekent “mijn” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het bezittelijke woord stemt hier af op billet, niet op de persoon die bezit. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans ma, bijvoorbeeld ma valise — “mijn koffer”. billet betekent hier “ticket” of “kaartje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un billet, le billet. In deze context gaat het volgens de vaste vertaling om het ticket dat de spreker klaarhoudt. prêt betekent “klaar” en is een bijvoeglijk naamwoord. De vorm is hier mannelijk enkelvoud, omdat hij bij het mannelijke enkelvoudige billet hoort. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is prête; bijvoorbeeld: La valise est prête. — “De koffer is klaar.” Samen vormen je garde en mon billet de betekenis “ik houd mijn ticket bij me”, terwijl prêt de toestand van dat ticket aangeeft: “klaar”. De volledige zin betekent dus: “Ik houd mijn ticket klaar.” Dit is een herbruikbaar patroon: Je garde [zelfstandig naamwoord] [bijvoeglijk naamwoord] — “Ik houd [iets] [in een bepaalde toestand].”
Garde-le à portée de main ; le personnel peut le vérifier avant de monter dans le train.
Houd het bij de hand; het personeel kan het controleren voordat we instappen.
- Garde-le
- houd het
- à portée de main
- bij de hand
- personnel
- personeel
- peut
- kan
- vérifier
- controleren
- avant de
- voordat
- monter
- instappen
- train
- trein
Uitgebreide uitleg
Garde-le betekent hier “houd het”. Garde is de gebiedende wijs van garder (“houden/bewaren”) voor tu; -le is het lijdendvoorwerpspronomen “het”. Vergelijk: Garde-le ici. — “Houd het hier.” In de vorige zin staat Je garde, de tegenwoordige tijd met je: “ik houd”. à portée de main is een vaste uitdrukking: iets is zo dichtbij dat je het meteen kunt pakken of gebruiken. main betekent letterlijk “hand”, maar de hele uitdrukking betekent “bij de hand”. Voorbeeld: Ayez votre passeport à portée de main. — “Houd uw paspoort bij de hand.” personnel betekent hier “personeel”. Het is een zelfstandig naamwoord voor de medewerkers als groep. Het Franse woord kan grammaticaal enkelvoud zijn, ook wanneer het naar meerdere medewerkers verwijst; het is dus niet hetzelfde als een meervoudsvorm voor afzonderlijke personen. peut is de vorm van pouvoir (“kunnen/mogen”) in de tegenwoordige tijd voor il, elle of een enkelvoudig onderwerp zoals le personnel. De constructie pouvoir + infinitief geeft mogelijkheid of vermogen aan: Le personnel peut aider. — “Het personeel kan helpen.” vérifier is de infinitief “controleren/nakijken”. Na peut blijft het werkwoord in de infinitief: peut vérifier, niet een vervoegde vorm. De vorm vérifie is bijvoorbeeld een tegenwoordige tijd voor il/elle, maar dat is niet de vorm na peut. avant de betekent “voordat” wanneer er daarna een infinitief komt. De vaste structuur is avant de + infinitief: avant de partir — “voordat [iemand] vertrekt”. Het is dus anders dan avant que + vervoegde bijzin, bijvoorbeeld avant qu’il parte — “voordat hij vertrekt”. monter betekent hier “instappen” in de context van monter dans le train. Het is een infinitief; na avant de blijft het in die vorm. In andere contexten kan monter ook “omhooggaan” of “stijgen” betekenen, maar hier bepaalt dans le train de betekenis “de trein binnengaan/instappen”. train betekent “trein”. In dans le train betekent dans “in”, zodat de groep letterlijk “in de trein” vormt. Voorbeeld: Nous montons dans le train. — “Wij stappen in de trein.” Samen vormt Garde-le à portée de main de instructie “Houd het bij de hand”. Daarna zegt le personnel peut le vérifier dat het personeel het kan controleren. avant de monter dans le train plaatst die controle vóór het instappen. In de vaste vertaling wordt dat weergegeven als: “Houd het bij de hand; het personeel kan het controleren voordat we instappen.”
Grammatica
avant de + infinitif
Vérifier le billet avant de monter.
Verifiee luh bijè avang duh mongtee.Controleer het kaartje voordat je instapt.
Na « avant de » volgt een infinitief. De twee handelingen hebben dezelfde uitvoerder.
Frans woordenschat
l'annonce
un autre quai; l'autre quai
tu as entendu
Le panneau indique
Le panneau; les panneaux
Le train part
prendre l'autre quai
un autre quai
suivre les panneaux
Le train
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
De trein vertrekt van een ander perron.
Antwoord tonen
Le train part d'un autre quai.Ja, als we nu vertrekken.
Antwoord tonen
Oui, si nous partons maintenant.Ik houd mijn ticket klaar.
Antwoord tonen
Je garde mon billet prêt.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
aangeven
Antwoord tonen
indiquevertrekken
Antwoord tonen
parttrein
Antwoord tonen
trainperron