Een verloren reiskaart melden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After losing a travel card on a train, two adults discuss going to lost property and blocking the card..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een verloren reiskaart melden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je pense que j'ai perdu ma carte de transport dans le train.

zjuh pãs kuh zjee perdüü ma kaart duh trãspoor dã luh trẽ Ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt.
B

Tu devrais aller au bureau des objets trouvés.

tuu duhvrè allée oo buuroo de-zobzjee troevé Je moet naar de afdeling gevonden voorwerpen gaan.
A

Est-ce qu'ils peuvent empêcher quelqu'un d'utiliser la carte ?

es-kil puhv ãpesjee kelkẽ d'uutilize la kaart? Kunnen zij voorkomen dat iemand de kaart gebruikt?
B

Ils peuvent t'aider à remplir un formulaire pour la bloquer.

iel puhv tèdé a rãplir ẽ formuulèr puur la bloké. Ze kunnen je helpen een formulier in te vullen om de kaart te blokkeren.
A

J'ai les informations de mon compte avec moi.

zjee lé-zẽformaasjõ duh mõ kõt avèk moa. Ik heb de informatie van mijn account bij me.
B

Cette information aidera le personnel.

sèt ẽformaasjõ èdra luh personèl. Die informatie zal het personeel helpen.
A

Alors, je demanderai si je dois demander une nouvelle carte.

aloor, zjuh duh-mãd-ruh-rè sie zjuh dwa duh-mãdé uun noevèl kaart. Dan vraag ik of ik een nieuwe kaart moet aanvragen.
B

Demande d'abord, car quelqu'un l'a peut-être rapportée.

duhmãd daboor, kar kelkẽ la puh-tètr raporté. Vraag het eerst, want misschien heeft iemand de kaart afgegeven.

Uitleg van de zinnen

  1. Je pense que j'ai perdu ma carte de transport dans le train.

    Ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt.

    Je pense que
    Ik denk dat
    j'ai perdu
    ben kwijtgeraakt
    carte
    kaart
    transport
    vervoer
    train
    trein
    Uitgebreide uitleg

    Je pense que betekent hier “ik denk dat”. pense is de vorm van penser in de tegenwoordige tijd voor je; het onderwerp staat als Je vóór het werkwoord. que leidt de inhoud van de gedachte in. Een herbruikbaar patroon is Je pense que + zin, bijvoorbeeld: Je pense qu'il est ici. — “Ik denk dat hij hier is.” Voor je wordt que vóór een klinker vaak qu', zoals in Je pense qu'il.... j'ai perdu betekent hier “ben kwijtgeraakt”. Dit is een verleden tijd die wordt gevormd met avoir plus het voltooid deelwoord perdu van perdre (“verliezen”). j'ai is de samentrekking van je en ai, de vorm van avoir voor je. Het voltooid deelwoord is hier perdu; het betekent niet simpelweg “verlies”, maar beschrijft de afgeronde gebeurtenis. Bijvoorbeeld: J'ai perdu mes clés. — “Ik ben mijn sleutels kwijtgeraakt.” carte betekent hier “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une carte, la carte. In ma carte is ma het bezittelijk woord bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord; samen betekent dit “mijn kaart”. Het bezittelijk woord verwijst naar de bezitter, niet naar het aantal bezitters: ma carte kan dus “mijn kaart” betekenen. transport betekent hier “vervoer” en staat in carte de transport, letterlijk een kaart voor vervoer. transport is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un transport, le transport. De combinatie carte de transport is een bruikbaar patroon voor een kaart die met vervoer verband houdt; de verbindt het soort kaart met het domein ervan. train betekent “trein”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un train, le train. In dans le train betekent dans “in” en le train “de trein”; samen plaatsen ze de kwijtgeraakte kaart in de trein. le is hier het bepaalde lidwoord bij dit specifieke zelfstandig naamwoord. Samen betekent de zin: “Ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt.” Je pense que geeft de gedachte weer; de daaropvolgende zin zegt wat de spreker denkt te hebben gedaan. j'ai perdu plaatst het kwijtraken in het verleden, ma carte de transport benoemt wat is kwijtgeraakt, en dans le train geeft de plaats aan.

  2. Tu devrais aller au bureau des objets trouvés.

    Je moet naar de afdeling gevonden voorwerpen gaan.

    Tu devrais
    je zou moeten
    aller
    gaan
    bureau
    kantoor; afdeling
    objets trouvés
    gevonden voorwerpen
    Uitgebreide uitleg

    Tu devrais betekent hier “je zou moeten”. devrais is de conditionnel présent van devoir bij tu; de vorm drukt hier een advies uit, niet een vaststaand bevel. Vergelijk: Tu dois partir = “Je moet vertrekken” (sterkere verplichting) en Tu devrais partir = “Je zou moeten vertrekken”. Het onderwerp tu is enkelvoudig. aller betekent “gaan”. Dit is de infinitief. Na devoir staat de infinitief: Tu devrais aller = “Je zou moeten gaan”. Voorbeeld: Elle devrait attendre. = “Zij zou moeten wachten.” au hoort bij de plaatsaanduiding au bureau. Het is de samentrekking van à + le en betekent hier “naar het”. Na aller geeft aller à de bestemming aan; het bepaalde lidwoord past bij het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord bureau. bureau betekent hier niet noodzakelijk een meubel, maar een kantoor, loket of afdeling. In de vaste uitdrukking bureau des objets trouvés gaat het om de afdeling waar gevonden voorwerpen worden beheerd. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk enkelvoud; daarom verschijnt het lidwoord in au. objets trouvés betekent “gevonden voorwerpen”. objets is het meervoud van objet (“voorwerp”). trouvés is het voltooid deelwoord van trouver (“vinden”), hier gebruikt als bijvoeglijke bepaling bij objets; het staat daarom in het mannelijk meervoud. De uitdrukking objets trouvés is een gebruikelijke benaming voor voorwerpen die iemand heeft gevonden en die bij een bevoegde dienst zijn afgegeven. Samen vormen au bureau des objets trouvés de bestemming: “naar de afdeling gevonden voorwerpen”. De hele zin Tu devrais aller au bureau des objets trouvés. betekent dus: “Je zou naar de afdeling gevonden voorwerpen moeten gaan.”

  3. Est-ce qu'ils peuvent empêcher quelqu'un d'utiliser la carte ?

    Kunnen zij voorkomen dat iemand de kaart gebruikt?

    Est-ce qu'
    is het zo dat…?
    ils peuvent
    ze kunnen
    empêcher
    verhinderen
    quelqu'un
    iemand
    d'utiliser
    te gebruiken
    carte
    kaart
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu' maakt van de daaropvolgende mededeling een ja-neevraag. De apostrof is de elisie van que vóór de klinker van ils; het is een vaste vraagconstructie en betekent hier niet zelfstandig “is het zo dat” als inhoudelijk deel van de vraag. ils peuvent betekent hier dat zij iets kunnen doen. peuvent is de vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd voor ils/elles: je peux, tu peux, il/elle peut, nous pouvons, vous pouvez, ils/elles peuvent. Na pouvoir volgt een infinitief zonder à: Ils peuvent aider betekent “Ze kunnen helpen”. empêcher betekent “verhinderen” of “beletten”. Het bruikbare patroon is empêcher quelqu'un de + infinitief: iemand verhinderen iets te doen. Het onderwerp van de infinitief staat in dit patroon als quelqu'un; daarom volgt d'utiliser, niet bijvoorbeeld een tweede persoonsvorm. quelqu'un betekent “iemand”, zonder een specifieke persoon te identificeren. Het is een onbepaald voornaamwoord en blijft in deze vorm ook wanneer de bedoelde persoon mannelijk of vrouwelijk is. Voor “niemand” is de ontkennende vorm personne, maar dat is niet de betekenis in deze zin. d'utiliser betekent hier “te gebruiken”. Dit is de vóór de infinitief utiliser; de klinker van de valt weg vóór de klinker van utiliser. De infinitief utiliser betekent “gebruiken”. Voorbeeld: Il essaie d'utiliser la carte. — “Hij probeert de kaart te gebruiken.” carte betekent hier “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une carte, la carte. In deze zin staat la carte, dus het gaat om de kaart die in de vaste vertaling als “de kaart” is weergegeven; het lidwoord drukt niet op zichzelf een numerieke hoeveelheid uit. Samen vormt ils peuvent empêcher quelqu'un d'utiliser la carte het patroon “zij kunnen iemand verhinderen de kaart te gebruiken”. Met de vraagconstructie ervoor wordt de volledige betekenis: “Kunnen zij voorkomen dat iemand de kaart gebruikt?” De volgende context gebruikt dezelfde kaart bovendien als iets dat men kan blokkeren.

  4. Ils peuvent t'aider à remplir un formulaire pour la bloquer.

    Ze kunnen je helpen een formulier in te vullen om de kaart te blokkeren.

    Ils
    zij
    peuvent
    kunnen
    t'aider
    je helpen
    remplir
    invullen
    un formulaire
    een formulier
    pour la bloquer
    om de kaart te blokkeren
    Uitgebreide uitleg

    Ils betekent hier “zij” en verwijst, in overeenstemming met de vaste vertaling en de vorige zin, naar de personen die jou kunnen helpen. Het is de vorm voor een meervoudige derde persoon; bij een andere grammaticale persoon verandert het voornaamwoord, bijvoorbeeld il voor “hij” en ils voor “zij” (meervoud). peuvent komt van pouvoir (“kunnen”) en is de tegenwoordige tijd bij ils: ils peuvent. De vorm drukt hier uit dat zij dit kunnen doen. Na pouvoir staat rechtstreeks een infinitief, bijvoorbeeld Ils peuvent aider. — “Ze kunnen helpen.” t'aider bestaat uit t' + aider. t' is de weggelaten vorm van te (“jou”) vóór een klinker; het is hier het lijdend voorwerp van aider. aider quelqu'un à faire quelque chose betekent “iemand helpen om iets te doen”. Bijvoorbeeld: Je peux t'aider. — “Ik kan je helpen.” remplir is de infinitief “invullen”. In t'aider à remplir volgt hij op à binnen het patroon aider quelqu'un à + infinitief: “iemand helpen om iets in te vullen”. De infinitief verandert hier niet mee met de persoon; de vervoegde vorm staat bij peuvent. un formulaire betekent “een formulier”. formulaire is een zelfstandig naamwoord; un is het onbepaalde lidwoord dat hier bij dit enkelvoudige mannelijke zelfstandig naamwoord hoort. Het lidwoord zegt op zichzelf niet hoeveel formulieren er uiteindelijk zijn ingevuld. Een vergelijkbaar voorbeeld is Je remplis un formulaire. — “Ik vul een formulier in.” pour la bloquer geeft het doel aan: “om de kaart te blokkeren”. pour wordt hier gevolgd door een infinitief om het doel van de handeling uit te drukken. la is een vrouwelijk enkelvoudig lijdend voornaamwoord en verwijst hier naar de kaart, zoals de vaste vertaling expliciet maakt. bloquer betekent “blokkeren”; het voornaamwoord staat vóór de infinitief: pour la bloquer. Bijvoorbeeld: Je vais la bloquer. — “Ik ga haar blokkeren” of, voor een kaart, natuurlijker: “Ik ga die blokkeren.” Samen betekent Ils peuvent t'aider à remplir un formulaire pour la bloquer: “Ze kunnen je helpen een formulier in te vullen om de kaart te blokkeren.” De hoofdgedachte is ils peuvent (“ze kunnen”), gevolgd door wat ze kunnen doen: t'aider à remplir un formulaire (“je helpen een formulier in te vullen”). pour la bloquer legt vervolgens het doel van het formulier invullen vast: de kaart blokkeren.

  5. J'ai les informations de mon compte avec moi.

    Ik heb de informatie van mijn account bij me.

    J'ai
    ik heb
    informations
    informatie
    compte
    account
    avec moi
    bij me
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de samentrekking van je + ai, de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd. In deze zin betekent het “ik heb”. Voorbeeld: J'ai un billet. — “Ik heb een kaartje.” informations betekent hier “informatie”. Het is het meervoud van information; het enkelvoud is dus information. Het meervoud verwijst naar meerdere informatie-elementen of gegevens. Voorbeeld: Les informations sont correctes. — “De informatie is correct.” compte betekent “account” of “rekening”. In mon compte geeft mon bezit aan: “mijn account”. Compte is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier mon, niet ma. De woordgroep de mon compte betekent “van mijn account” en specificeert over welke informatie het gaat. avec moi betekent letterlijk “met mij” en geeft hier aan dat de spreker iets bij zich heeft. De combinatie avoir ... avec soi is een bruikbaar patroon voor “iets bij zich hebben”. Voorbeeld: J'ai mon passeport avec moi. — “Ik heb mijn paspoort bij me.” Samen vormt J'ai les informations de mon compte avec moi de betekenis: “Ik heb de informatie van mijn account bij me.” J'ai geeft het hebben aan, les informations de mon compte benoemt wat de spreker heeft, en avec moi verduidelijkt dat die informatie zich bij de spreker bevindt.

  6. Cette information aidera le personnel.

    Die informatie zal het personeel helpen.

    Cette
    deze
    information
    informatie
    aidera
    zal helpen
    personnel
    personeel
    Uitgebreide uitleg

    Cette betekent hier “deze” en is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzende bijvoeglijke woord. Het stemt af op information, niet op de bedoelde persoon of zaak. De mannelijke enkelvoudsvorm is ce voor een medeklinkerklank, bijvoorbeeld in ce document (“dit document”); voor een vrouwelijke enkelvoudige naam staat cette, bijvoorbeeld cette carte (“deze kaart”). information betekent hier “informatie”. Het is in het Frans een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: daarom staat ervoor cette en niet ce. Het meervoud is informations, wanneer er meerdere afzonderlijke informatie-eenheden worden bedoeld. Voorbeeld: Cette information est utile. — “Deze informatie is nuttig.” aidera is de vorm van aider (“helpen”) in de futur simple, derde persoon enkelvoud: aider → il/elle aidera. De uitgang -a markeert hier niet het onderwerp zelf, maar de toekomstige vorm bij een enkelvoudig onderwerp. Voorbeeld: Le guide aidera les visiteurs. — “De gids zal de bezoekers helpen.” personnel betekent hier “personeel” of “medewerkers” als groep. In deze zin is het een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; dat grammaticale geslacht zegt niet dat alle medewerkers mannen zijn. Het kan ook als bijvoeglijk naamwoord voorkomen, bijvoorbeeld un ordinateur personnel (“een persoonlijke computer”), maar daar is het niet die functie. Samen vormen Cette information het onderwerp: “Deze informatie”. aidera geeft aan dat de hulp in de toekomst zal plaatsvinden. le personnel is datgene wat geholpen zal worden. De volledige betekenis is dus: “Deze informatie zal het personeel helpen.”

  7. Alors, je demanderai si je dois demander une nouvelle carte.

    Dan vraag ik of ik een nieuwe kaart moet aanvragen.

    Alors
    dan
    je demanderai
    ik zal vragen
    si
    of
    je dois
    ik moet
    demander
    aanvragen
    nouvelle
    nieuwe
    carte
    kaart
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en markeert de volgende stap in het verloop. Het kan ook “dus” of “nou” betekenen, afhankelijk van de context, maar hier past de tijdsvolgende betekenis. je demanderai is de futur simple van demander: je demande = ik vraag, je demanderai = ik zal vragen. De uitgang -ai markeert hier de eerste persoon enkelvoud in de toekomende tijd. Voorbeeld: Je demanderai demain. — “Ik zal het morgen vragen.” si leidt hier een indirecte ja-neevraag in en betekent “of”. Het staat niet voor een voorwaarde zoals in “als” in deze zin. Het patroon is demander si ... = “vragen of ...”. Voorbeeld: Je demanderai si c’est possible. — “Ik zal vragen of het mogelijk is.” je dois is de eerste persoon enkelvoud van devoir in de tegenwoordige tijd. devoir drukt hier verplichting of noodzaak uit: “moeten”. Voorbeeld: Je dois attendre. — “Ik moet wachten.” In combinatie met een infinitief volgt de handeling die noodzakelijk is. demander is de infinitief van hetzelfde werkwoord als in je demanderai. In demander si betekent het “vragen”, maar in demander une carte betekent het in deze context “een kaart aanvragen” of “om een kaart vragen”. De constructie demander quelque chose krijgt dus het gevraagde rechtstreeks na het werkwoord. Voorbeeld: Je demande une nouvelle carte. — “Ik vraag een nieuwe kaart aan.” nouvelle betekent hier “nieuwe”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van nouveau; die vorm past bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord carte. Vergelijk: un nouveau document — “een nieuw document”, maar une nouvelle carte — “een nieuwe kaart”. carte betekent hier “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une carte. Het meervoud is des cartes. De precieze soort kaart wordt door deze zin niet verder gespecificeerd; de vaste vertaling maakt duidelijk dat het om een kaart gaat die moet worden aangevraagd. Samen vormt je demanderai si je dois demander une nouvelle carte de indirecte vraag “of ik een nieuwe kaart moet aanvragen”. Alors plaatst die vraag als volgende stap: “Dan zal ik vragen of ik een nieuwe kaart moet aanvragen.”

  8. Demande d'abord, car quelqu'un l'a peut-être rapportée.

    Vraag het eerst, want misschien heeft iemand de kaart afgegeven.

    Demande
    vraag
    d'abord
    eerst
    car
    want
    quelqu'un
    iemand
    rapportée
    afgegeven
    Uitgebreide uitleg

    Demande betekent hier “vraag” en is de gebiedende wijs van demander (“vragen”). De vorm is gericht aan één persoon met tu; het onderwerp wordt in deze Franse vorm niet uitgesproken. Vergelijk: Demandez ! is de beleefde of meervoudige gebiedende wijs. d'abord is een bijwoord met de betekenis “eerst”. Het geeft de volgorde aan: de vraag komt vóór een volgende handeling. Voorbeeld: Lis d'abord. — “Lees eerst.” car betekent hier “want”. Het verbindt de opdracht met de reden die erop volgt. Het leidt een verklarende hoofdzin in; anders dan parce que is car een nevenschikkend voegwoord. Het is geen deel van de opdracht Demande d'abord. quelqu'un betekent “iemand”. Dit is een onbepaald voornaamwoord voor één niet nader genoemde persoon. Het onderscheid met personne is belangrijk: quelqu'un betekent “iemand”, terwijl personne in een ontkennende constructie vaak “niemand” betekent. rapportée is het vrouwelijke enkelvoud van het voltooid deelwoord van rapporter. Hier volgt het de vaste vertaling “afgegeven” en verwijst l' naar de kaart. Omdat het voorafgaande lijdend voorwerp vóór a staat, krijgt het voltooid deelwoord bij deze constructie de vrouwelijke enkelvoudsuitgang -ée: l'a rapportée. De mannelijke enkelvoudsvorm is rapporté; het basiswerkwoord is rapporter, niet een vorm die van carte is afgeleid. In quelqu'un l'a peut-être rapportée is quelqu'un de handelende persoon, l' het voorwerp (“de kaart”), a rapportée de voltooide handeling en peut-être “misschien”. De zin stelt dus niet vast wie die persoon is; hij drukt alleen de mogelijkheid uit dat iemand de kaart heeft afgegeven. Samen betekent Demande d'abord “Vraag het eerst”. car quelqu'un l'a peut-être rapportée geeft de reden: “want misschien heeft iemand de kaart afgegeven”. De volledige betekenis is daarom: “Vraag het eerst, want misschien heeft iemand de kaart afgegeven.”

Grammatica

Adjectif féminin : nouvelle

une nouvelle carte de transport

uun noevèl kaart duh trãspoor

een nieuwe vervoerskaart

Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in het Frans een vrouwelijke vorm: nouveau wordt nouvelle bij carte.

Accord du participe passé : rapportée

une carte de transport rapportée

uun kaart duh trãspoor raporté

een teruggebrachte vervoerskaart

Het voltooid deelwoord krijgt -e omdat carte vrouwelijk is: rapporté wordt rapportée.

Frans woordenschat

aider werkwoord
edé helpen
aller werkwoord
allé gaan
bureau des objets trouvés uitdrukking
buuroo de-zobzjee troevé afdeling gevonden voorwerpen
carte de transport uitdrukking
kaart duh trãspoor vervoerskaart
empêcher werkwoord
ãpesjee voorkomen
formulaire zelfstandig naamwoord
formuulèr formulier
penser werkwoord
pãsé denken pense
perdre werkwoord
perdr verliezen perdu
quelqu'un voornaamwoord
kelkẽ iemand
remplir werkwoord
rãplir invullen
train zelfstandig naamwoord
trẽ trein
utiliser werkwoord
uutilize gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Die informatie zal het personeel helpen.

Antwoord tonenCette information aidera le personnel.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voorkomen

Antwoord tonenempêcher

trein

Antwoord tonentrain

denken

Antwoord tonenpense

gebruiken

Antwoord tonenutiliser