Est-ce que
“Est-ce que” maakt van de daaropvolgende zin een vraag, zoals in “Est-ce que je peux avoir une copie de ce document ?”. “Est-ce” leidt de vraag in en “que” verbindt die vraaginleiding met de zin. Je gebruikt deze vaste vorm vóór een gewone mededeling om er een vraag van te maken.
je
“je” betekent “ik” en is hier het onderwerp van de handeling, zoals in “je peux avoir” en “Je dois d'abord voir”. Het staat vóór de persoonsvorm. Je gebruikt “je” wanneer je over je eigen handeling, behoefte of verplichting spreekt.
peux
“peux” betekent hier “kan” in de beleefde vraag “Est-ce que je peux avoir une copie de ce document ?”. Deze vorm hoort bij “je” en wordt gevolgd door een infinitief, hier “avoir”. Je gebruikt “je peux + infinitief” om naar een mogelijkheid of toestemming te vragen.
avoir
“avoir” betekent hier “krijgen” binnen “je peux avoir une copie de ce document”. Het is de infinitief die volgt op “peux”. Je gebruikt “avoir” na “pouvoir” wanneer je zegt wat je kunt of mag hebben.
une
“une” betekent “een” vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “copie”, in “une copie”. Het bepaalt dat het om één kopie gaat. Je gebruikt “une” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
copie
“copie” betekent “kopie” in “une copie de ce document” en later “la copie”. Het woord benoemt het nagemaakte exemplaar dat aan de balie wordt gevraagd of gemaakt. Je kunt het gebruiken met “une” wanneer je een kopie noemt en met “la” wanneer de bedoelde kopie al bekend is.
de
“de” betekent hier “van” en verbindt “copie” met “ce document” in “une copie de ce document”. Het geeft aan waarvan de kopie is. Je gebruikt “de” in de structuur “une copie de + document of tekst”.
ce
“ce” betekent hier “dit” en wijst in “ce document” naar het document waar de spreker naar verwijst. Het staat vóór “document”. Je gebruikt “ce” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets aan te wijzen.
document
“document” betekent “document” in “ce document”. Het is het stuk waarvan een kopie wordt gevraagd en waarvan later het origineel wordt bekeken. Je kunt het gebruiken na een aanwijzer zoals “ce document”.
dois
“dois” betekent hier “moet” in “Je dois d'abord voir l'original”. Het drukt uit dat het bekijken van het origineel eerst nodig is. Je gebruikt “je dois + infinitief” om een verplichting of noodzakelijke handeling uit te drukken.
d'abord
“d'abord” betekent “eerst” in “Je dois d'abord voir l'original”. Het geeft aan dat het bekijken van het origineel vóór de volgende stap gebeurt. Je gebruikt “d'abord” om de eerste stap in een volgorde aan te geven.
voir
“voir” betekent “zien” in “voir l'original”. Het is de infinitief na “dois” en benoemt wat eerst moet gebeuren. Je gebruikt “dois + voir” wanneer iemand eerst iets moet bekijken.
l'original
“l'original” betekent “het origineel” in “voir l'original”. Het verwijst naar de oorspronkelijke versie van het document; “l'” staat vóór “original”. Je gebruikt deze uitdrukking bijvoorbeeld in “voir l'original” wanneer een origineel document gecontroleerd moet worden.
remplir
“remplir” betekent “invullen” in “remplir un formulaire de demande”. Het is de handeling die nodig is voordat de kopie kan worden gemaakt. Je gebruikt “remplir + formulier” voor het invullen van een formulier.
un
“un” betekent “een” vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord “formulaire”, in “un formulaire de demande”. Het introduceert één formulier. Je gebruikt “un” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
formulaire
“formulaire” betekent “formulier” in “un formulaire de demande”. Het is het formulier dat moet worden ingevuld om de kopie aan te vragen. Je gebruikt het bijvoorbeeld met “remplir” in “remplir un formulaire”.
demande
“demande” betekent hier “aanvraag” of “verzoek” in “un formulaire de demande”. Het specificeert dat het formulier bij de aanvraag hoort. Je gebruikt “formulaire de demande” voor een formulier waarmee iemand iets aanvraagt.
Veuillez
“Veuillez” is een formele beleefde verzoekvorm in “Veuillez remplir le formulaire.”. Het geeft aan dat de aangesprokene het formulier moet invullen. Je gebruikt “Veuillez + infinitief” in formele instructies of verzoeken aan een klant of bezoeker.
le
“le” betekent hier “het” vóór “formulaire”, in “le formulaire”. Het verwijst naar het formulier dat in deze situatie al bekend is. Je gebruikt “le” vóór een bekend mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
Ensuite
“Ensuite” betekent “daarna” in “Ensuite, je pourrai faire la copie.”. Het markeert de volgende stap nadat het formulier is ingevuld. Je gebruikt het om handelingen of instructies in volgorde te verbinden.
pourrai
“pourrai” betekent hier “zal kunnen” in “je pourrai faire la copie”. Het verwijst naar wat daarna mogelijk zal zijn. Je gebruikt “je pourrai + infinitief” om een toekomstige mogelijkheid of handeling aan te geven.
faire
“faire” betekent hier “maken” in “faire la copie”. Het is de infinitief na “pourrai” en benoemt de handeling van het maken van de kopie. Je gebruikt “faire + object” wanneer je zegt wat iemand maakt of uitvoert.
la
“la” betekent hier “de” vóór “copie”, in “la copie”. Het verwijst naar de specifieke kopie die na het formulier wordt gemaakt. Je gebruikt “la” vóór een bekende vrouwelijke enkelvoudige zaak.
J'ai
“J'ai” betekent “ik heb” in “J'ai seulement besoin de la page avec le tampon”. Samen met “besoin de” drukt het uit dat de spreker iets nodig heeft. Je gebruikt “J'ai” als onderwerp en vorm van “hebben” wanneer je over jezelf spreekt.
seulement
“seulement” betekent “alleen” in “J'ai seulement besoin de la page avec le tampon”. Het beperkt wat de spreker nodig heeft tot de pagina met de stempel. Je gebruikt “seulement” om aan te geven dat er niets extra’s nodig is.
besoin
“besoin” betekent “behoefte” in de vaste uitdrukking “avoir besoin de”. In “J'ai seulement besoin de la page avec le tampon” betekent de hele uitdrukking “ik heb de pagina nodig”. Je gebruikt “avoir besoin de + iets” om te zeggen wat je nodig hebt.
page
“page” betekent “pagina” in “la page avec le tampon” en “cette page”. Het verwijst naar het specifieke blad van het document. Je gebruikt het bijvoorbeeld met “la” voor een bekende pagina of met “cette” om die pagina aan te wijzen.
avec
“avec” betekent “met” in “la page avec le tampon”. Het verbindt de pagina met de stempel die erop staat. Je gebruikt “avec + zelfstandig naamwoord” om aan te geven wat iets bevat of waarmee iets verbonden is.
tampon
“tampon” betekent “stempel” in “le tampon”. Het is de stempel op de pagina die de spreker nodig heeft. Je gebruikt het bijvoorbeeld in “la page avec le tampon” om een pagina aan de hand van de stempel te beschrijven.
vais
“vais” betekent hier “ga” in “Je vais copier cette page”. Samen met de infinitief “copier” geeft het een geplande toekomstige handeling aan. Je gebruikt “je vais + infinitief” om te zeggen wat je gaat doen.
copier
“copier” betekent “kopiëren” in “copier cette page”. Het benoemt de handeling die de medewerker met de aangewezen pagina zal uitvoeren. Je gebruikt “copier + object”, zoals “copier cette page”.
cette
“cette” betekent “deze” in “cette page”. Het wijst naar de pagina die eerder is genoemd, namelijk de pagina met de stempel. Je gebruikt “cette” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets aan te wijzen.
et
“et” betekent “en” en verbindt in “copier cette page et garder les autres pages ensemble” twee handelingen. Dezelfde toekomstige bedoeling geldt voor beide infinitieven. Je gebruikt “et” om twee acties of zaken samen te voegen.
garder
“garder” betekent hier “bijhouden” of “bewaren” in “garder les autres pages ensemble”. Het beschrijft wat er met de overige pagina’s gebeurt. Je gebruikt “garder + object” om aan te geven wat iemand bewaart of bij zich houdt.
les
“les” betekent hier “de” vóór het meervoud “autres pages”, in “les autres pages”. Het verwijst naar meerdere pagina’s. Je gebruikt “les” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer de bedoelde zaken bekend zijn.
autres
“autres” betekent “andere” in “les autres pages”. Het onderscheidt deze pagina’s van “cette page”, die afzonderlijk wordt gekopieerd. Je gebruikt “autres” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord om de overige zaken aan te duiden.
pages
“pages” betekent “pagina’s” in “les autres pages”. De vorm verwijst naar meerdere overige bladen van het document. Je gebruikt het met “les autres” wanneer je de andere pagina’s als groep benoemt.
ensemble
“ensemble” betekent “samen” in “garder les autres pages ensemble” en “tout ensemble”. Het geeft aan dat de pagina’s of alles als één geheel bij elkaar blijven. Je gebruikt “ensemble” om aan te geven dat zaken bij elkaar zijn of gezamenlijk worden behandeld.
manipuler
“manipuler” betekent hier “behandelen” of “hanteren” in “Veuillez manipuler l'original avec soin”. Het verwijst naar het voorzichtig omgaan met het originele document. Je gebruikt “Veuillez manipuler + object” voor een formele instructie over hoe iemand iets moet hanteren.
soin
“soin” betekent “zorg” in de uitdrukking “avec soin”. In “manipuler l'original avec soin” beschrijft het dat het origineel zorgvuldig moet worden behandeld. Je gebruikt “avec soin” om aan te geven dat iets zorgvuldig gebeurt.
vous
“vous” betekent hier “u” in “Je vous rendrai tout ensemble”. Het is de persoon aan wie de medewerker alles zal teruggeven. Je gebruikt “vous” als aangesproken persoon bij een formele of meervoudige aanspreking.
rendrai
“rendrai” betekent “zal teruggeven” in “Je vous rendrai tout ensemble”. Het is een toekomstige handeling van de medewerker. Je gebruikt “je vous rendrai + object” om te zeggen dat je iets later aan iemand teruggeeft.
tout
“tout” betekent “alles” in “Je vous rendrai tout ensemble”. Het verwijst naar alle documenten of pagina’s die samen worden teruggegeven. Je gebruikt “tout” om een volledige hoeveelheid of verzameling als één geheel aan te duiden.